Schets Wezel (1571)

Certa quaedam Capita seu articuli quos in ministerio ecclesiae Belgicae Ministri eiusdem ecclesiae partim necessarios partim vtiles esse iudicarunt.

= Een aantal hoofdzaken of artikelen die dienaren van de Nederlandse kerk voor de dienst van die kerk nodig of nuttig vonden.

 

Het jaartal 1571 wordt gegeven op basis van de argumentatie bij de stelling van Owe Boersma:
Het Convent van Wezel vond plaats kort na 4 juli 1571, vlak ná de synode van Bedburg, en moet gezien worden als een concept-kerkorde gemaakt met het oog op de inmiddels geplande synode, die uiteindelijk vanaf 4 oktober 1571 in Emden zou plaatsvinden.’ (1994, 201).

Bron: 

F.L. Rutgers, Acta van de Nederlandsche Synoden der zestiende eeuw, ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff, 1889, 1-41

Schets Wezel (1571) Rutgers

|1|

De artikelen van de samenkomst te Wezel, 3 November 1568.

 

In de volgende bladzijden wordt een afdruk gegeven van de punten of artikelen, den kerkedienst betreffende, die in 1568 door een aantal kerkedienaren uit Nederland noodig of nuttig geoordeeld zijn, en die den 3en November van dat jaar te Wezel door betrekkelijk velen zijn geteekend. Aan dit actestuk kan geene enkele bijlage worden toegevoegd; want er schijnt niets meer over te zijn, althans er is nooit iets bekend geworden, van brieven, notulen of andere bescheiden, op de samenkomst van Wezel betrekking hebbende. Daarentegen is de hoofdzaak en de slotsom van het daar verhandelde des te beter bekend; want het officieele stuk, dat te Wezel ter tafel lag, met al de eignehandige onderteekeningen die er toen of later onder geplaatst zijn, is tot nu toe bewaard gebleven.

Wat er in de 16e eeuw met dit stuk gebeurd is, wordt nergens vermeld. Maar in de eerste helft der 17e eeuw behoorde het, volgens J. Trigland (Kerckel. Geschied., blz. 161b), aan „een voorname Classe van Zuyt-Hollandt”. Wel meent A. ’s Gravezande (Twee honderd jarige gedachtenis v.h. eerste Synode der Nederl. Kerken, blz. 228), dat het stuk, waarvan Trigland spreekt en waaruit hij althans de onderteekeningen heeft overgenomen, de authentieke acte niet kan geweest zijn; als eenigen grond daarvoor aanvoerende, dat er op die lijst van onderteekeningen tien namen ontbreken. Maar bewijskracht heeft dat argument toch eigenlijk niet; te minder, omdat het niet de laatste tien namen zijn, die bij Trigland zijn weggelaten. En voorts is het uiterst onwaarschijnlijk, dat hij een afschrift zou

|2|

gezien hebben, waarvan nergens elders eenig spoor is, maar niet het stuk zelf, dat toch inderdaad aanwezig was.

Na dien tijd, denkelijk in den aanvang der 18e eeuw, kwam dit stuk onder de boeken en papieren der Zuid-Hollandsche Synode; waarvoor het bewijs te vinden is o.a. bij H.Q. Janssen, Catal. v.h. Oud Synodaal Archief, blz. 2. En van daar is het, denkelijk reeds omstreeks 1816, onder bewaring gekomen van de Alg. Synode der Nederl. Herv. Kerk, in wier bezit het sedert gebleven is. In den Catalogus van het „Oud-Archief der Nederlandsche Hervormde Kerk” staat het thans vermeld onder Nr. I, 3, 1.

 

Algemeene bekendheid hebben deze artikelen eerst gekregen, toen zij in 1664 door L. van Renesse zijn uitgegeven (Verhandel. v.d. Oudheid, Waardigheid en Nuttigheid van het Regeer-Ouderlingschap, 2e dl., blzz. 99 vgg.; nl. in den eersten druk van dat werk: in den tweeden druk zijn de Wezelsche artikelen weggelaten). Hij gaf echter niet den oorspronkelijken Latijnschen tekst, maar eene door hemzelven gemaakte Hollandsche vertaling. Deze vertaling werd voor de tweede maal uitgegeven in 1733, toen zij door R. Ens werd toegevoegd aan het geschrift van J. Ens, Kort historisch berigt van de publieke schriften (blzz. 253 vgg.). En daarna is zij, wederom geheel onveranderd, overgenomen, sedert 1738 in het Kerkelijk Handboekje (derde en volgende drukken), in 1792 in het Kerkelijk Placaatboek (3e dl., blzz. 379 vgg.), en voorts in een aantal andere boeken en verzamelingen, o.a. ook in C. Hooijer, Oude Kerkordeningen (blzz. 33 vgg.). Officieel of gezaghebbend is die vertaling echter in het minst niet. De Kerken zelve hebben er zich nooit mede ingelaten. Zij is geheel het werk van een particulier persoon; en de opneming in het Kerkelijk Handboekje en in het Kerkelijk Placaatboek is geheel voor rekening van de uitgevers dier verzamelingen. Van dien algemeen gebruikten Hollandschen tekst is dus het crediet gansch en al afhankelijk van de waarde der vertaling zelve.

Te dien aanzien nu moet erkend worden, dat zij wel in onderscheiden opzichten hare verdiensten heeft, maar toch geenszins kan gebruikt worden alsof men den oorspronkelijken tekst er

|3|

wel bij zou kunnen missen. Bij een zoo gewichtig document komt er juist op de uitdrukking zooveel aan. En dan is het zeer te betreuren, dat de vertaler gedurig met zoo weinig nauwkeurigheid is te werk gegaan, en dat van de latere uitgevers niet één enkele den oorspronkelijken tekst ook eens heeft geraadpleegd, zelfs niet voor die plaatsen die in de Hollandsche vertaling als foutief in het oog springen. Met een enkel voorbeeld kan dit min gunstige oordeel gemakkelijk worden toegelicht.

Zoo b.v. heeft de vertaler de vrijheid genomen, in het opschrift de vijf woorden: „eenige bepaalde punten of artikelen”, op zijn eigen gezag te vervangen door de in meer dan één opzicht zeer onjuiste uitdrukking: „Acta ofte Handelingen der Versamelinge der Nederlandsche Kercken, die onder ’t Cruys sitten, ende in ende buyten Nederlant allesins verstroyt zijn, gehouden tot Wesel, den 3 Novembris, ende vervolgens, in den Jaere 1568.” En desgelijks heeft hij, bij de verdeeling der hoofdstukken in artikelen, welke van hemzelven afkomstig is, zich geenszins gehouden aan de oorspronkelijke verdeeling in alinea’s, maar op enkele plaatsen zelfs midden in een volzin een nieuw artikel doen aanvangen.

Meermalen heeft hij bij vergissing het een of ander overgeslagen; ook wel datgene, waarop in den samenhang juist de nadruk viel. Daardoor is o.a. weggebleven in cap. II, art. 23, dat in het stuk des geloofs de kennisse Christi het eenige doel van den prediker zijn moet; in cap. VI, art. 2, dat de tijdelijke vergunning, om kinderen in huis te doopen, alleen voor zieke kinderen gegeven wordt; in cap. VIII, art. 4, dat ook de ouderlingen tot den kerkeraad behooren, ja zelfs is in cap. VIII, tusschen art. 10 en 11, eene geheele alinea over de tijdelijke afhouding van de kerkelijke gemeenschap uitgevallen.

Wederom op andere plaatsen heeft hij zóó vertaald, dat de Hollandsche woorden óf in ’t geheel geen zin hebben, óf wel juist het tegendeel uitdrukken van hetgeen er staan moest. In cap. I, art. 8, wordt, gelijk zeer natuurlijk is en ook in art. 3 reeds gezegd was, de opening van de deur des Evangelies nog in de toekomst gesteld, maar de vertaler maakt er van dat dit reeds geschied was; terwijl ook het onmiddellijk daarop volgende

|4|

onbegrijpelijk is, doordat bij de woorden „communis consensus” de eerste naamval bij vergissing voor een tweeden naamval is aangezien. Een weinig verder, aan het einde van art. 10, is de vrije beslissing van iedere Kerk ongeveer in haar tegendeel omgezet. In cap. V, art. 14, wordt voor groote steden wenschelijk geacht, dat er tweeërlei kerkelijke administratie zij, zoodat de verzorging der dienaren afgescheiden worde van de zorg voor de andere kerkelijke behoeften; maar in de vertaling luidt dit laatste aldus: „dat oock der Dienaren bekommerlyk beroep zy afgesondert van de sorgvuldigheyt over andere saaken.” En in cap. VIII, art. 22, waar de hoop wordt uitgedrukt, dat de genade onzes Heeren Jezus Christus over Nederland zich in tweeërlei opzicht openbaren zal, nl. in de godvruchtige reformatie der Overheid en in den groei of wasdom der Kerk, noemt de vertaler, door misverstand van de woorden „ecclesiae proventus”, als de tweede vrucht der genade Gods, en dus als hare eenige vrucht voor de Kerk zelve, „de kerkelijke inkomsten”.

Dergelijke fouten zijn er nu zeer zeker niet in ieder artikel; maar ook waar de vertaling betrekkelijk goed is, geeft zij toch den grondtekst geenszins met de noodige nauwkeurigheid. Om het onderscheid te doen zien, volge hier als voorbeeld de allereerste volzin.

In cap. I, artt. 1 vgg., staat inderdaad, naar eene zooveel mogelijk woordelijke vertaling: „Aangezien het, vooreerst, om de Kerken op de rechte wijze te ordenen, inzonderheid noodig zal zijn, dat men boven en vóór alle dingen bezorge, dat vrome, geleerde en in de kennis der Schriften uitmuntende mannen, die het Woord Gods recht weten te snijden, als dienaars en herders over de Kerken gesteld worden, [en] niemand betwijfelt dat de kennis der talen en wetenschappen en de gestadige oefeningen in het uitleggen der Schriften (welke men propositiën of profetiën noemt) daartoe het meeste kunnen baten; en [aangezien] het voorts, wanneer zij [Lat. illis, nl. die Kerken] zullen geordend zijn, tot verkrijging en bewaring van eenparige overeenstemming, zoowel in de leer als in de regeling van ceremoniën en tucht, voor zooveel dit mogelijk is, alleszins dienstig zal zijn, dat er dikwijls samenkomende vergaderingen van

|5|

genabuurde Kerken worden ingesteld, opdat iedere voorkomende zaak daarin ter behandeling worde voortgebracht; zoo meenen wij wel, dat vóór alles moet gearbeid worden, opdat, vooreerst, colleges van wetenschappen worden ingesteld, waarin de drie talen onderwezen worden en inzonderheid de zuivere voorstelling en de ijverige beoefening der Godgeleerdheid recht levende zij; en [opdat] tevens de onderscheidene Nederlandsche provinciën in bepaalde en vaste Classen of Parochiën worden afgedeeld, ten einde iedere Kerk kan weten, met wie zij heeft te handelen en te raadplegen over alle meer gewichtige zaken, die hares inziens het algemeen belang betreffen; maar omdat thans over zulke zaken nog niets kan worden vastgesteld, voordat de ondervinding zelve en het bevind van zaken zal geleerd hebben, welke plaatsen voor de onderscheiden zaken het meest geschikt zullen zijn; daarom oordeelen wij” enz.

De vertaler heeft dien uitermate langen zin in een aantal kleinere opgelost; ’t geen natuurlijk niet is af te keuren; maar den samenhang der gedachten heeft hij daarbij niet genoeg in het oog gehouden, en voorts ook de uitdrukking telkens veranderd. Want bij hem luidt die volzin aldus: „1. Vermits voornamelyk van node is tot welstand der Gemeynten, dat men voor al besorge, dat Godtsalige, geleerde, ende in de Heylige Schrift ervarene Mannen, over de selve worden gestelt tot Dienaren, ende Herders: so en kan niemand twyfelen, dat daar toe een noodig middel is kennisse der talen, ende discipline, ende gestadige oeffeningen in ’t uytleggen der Schrifture, die men Propositien, ofte Prophetiën noemt. Ende dat gedaan zynde, so is ook van node om een eenparige voet te beramen, ende t’ onderhouden in Leere, Ceremonien, ende Discipline; dat dikwils aangestelt worden Vergaderingen der naburige Kerken, om aldaar voor te brengen ’t gene dusdanige saken betreffen sal. — 2. Daerom meynen wy, dat men voor al moet arbeyden, dat Collegien der disciplinen worden aangestelt, waar inne de drie hooft-talen geleert worden, ende voornamelyk ook neerstelyk geoeffent de suyvere belydenisse van de Heilige waarheydt: ten andere, dat men bequamelyk afdeyle elke Nederlandsche Provincie in sekere Classen; opdat elke Gemeynte wete met wie zy sullen

|6|

beraatslagen, ende verhandelen allerhande voorvallende gewigtige saken, tot gemeyne nuttigheyt hares oordeels behoorende. — 3. Edog nademaal voor als nog van dusdanige saken niet en kan besloten worden, eer het gebruyk, ende de ervarentheyt daar in sal hebben geleert, welke plaatsen, ende tot wat voorvallende dingen, die meest bequaam sullen zyn; daaromme oordeelen wy” enz.

 

De oorspronkelijke tekst is voor het eerst openbaar gemaakt in 1834, toen L.J.F. Janssen hem liet afdrukken in het Archief voor Kerkelijke geschiedenis (5e dl., blzz. 426 vgg.). Die afdruk, in 1871 onveranderd overgenomen in de verzameling van A.L. Richter, die Evangelischen Kirchenordnungen des sechzehnten Jahrhunderts (2e dl., blzz. 310 vgg.), is echter niet gemaakt naar het in den Haag aanwezige autographon, maar naar een te Wezel gevonden afschrift dat, blijkens het daarin aangeteekende, in 1639 door J. Gijsius geschreven was. „Ne quaeras in via, quod tibi servatur in patria”, had men in dit geval den ijverigen doorzoeker van het Wezelsche Kerkarchief wel mogen toeroepen. Maar, hoe zonderling het ook schijne, zelfs de geleerde redacteuren van het Archief waren blijkbaar vergeten, dat het door zoo velen vermelde autographon nog aanwezig was. Inderdaad was dat zeer te betreuren; want de openbaarmaking heeft haar doel daardoor eenigszins gemist. De gegeven tekst is op vele plaatsen zoo foutief en gebrekkig, dat hij daardoor telkens niet te gebruiken is. Het kan zijn, dat dit voor een deel ook ten laste komt van den tweeden afschrijver en van den corrector der drukproeven. Maar indien het afschrift zelf nog nauwkeurig geweest was, zou er bij de uitgave toch niet zóóveel in bedorven zijn. Als men alle afwijkingen wil in rekening brengen, dan zijn er in den bedoelden tekst, die ruim 30 bladzijden druks inneemt, gemiddeld 50 fouten per bladzijde, dus omstreeks 1500 in het geheel. En nu zijn de meeste van die afwijkingen zeker niet zinstorend, daar zij slechts de spelling, de schrijfwijze of de interpunctie betreffen. Maar, behalve dat een afdruk ook te dien aanzien zoo nauwkeurig mogelijk zijn moet, blijven buitendien nog minstens een honderdtal fouten over, die den zin in de war brengen of wel geheel onverstaanbaar maken.

|7|

Zoo b.v. (om slechts uit de eerste twee bladzijden iets aan te halen) staat er in cap. I, art. 1, „omnino expedire”, terwijl er moest staan „omnino expediet”; en in art. 2 „Theologiae sincerae professio”, voor „theologiae syncera professio”; in art. 3 „ut ad cogendam Synodum Provincialen totius Belgii, Numinis nomine, conferantur”, terwijl in den authentieken tekst gelezen wordt „vt ad cogendam Synodum Provincialem totius Belgii nummi in commune conferantur”; in art. 4 „Ad eam putamus esse referendum …… Collegiorum institutionem”, in plaats van „Ad eam putamus esse referendum de Collegiorum institutione”; en twee regels verder „scholarum exercitiis Theologicis, professionibus propositionum prophetiarumque observationibus”, in plaats van (met andere interpunctie) „Scholarum exercitiis, Theologicis professionibus, propositionum prophetiarumque obseruationibus”; en wederom twee regels verder „omnium universium …… ratis conventibus”, in plaats van „omnium vniversim ratis conventibus”. En (om nog iets te noemen) ook in dezen afdruk, evenals in de Hollandsche vertaling, is het opschrift anders geworden: de drie woorden „Certa quaedam Capita” zijn eenvoudig uitgebreid tot de zeer onjuiste uitdrukking „Acta Synodi Wesaliensis, sive Certa quaedam capita”.

 

Met het oog op dien toestand van den gangbaren tekst, zoowel den Latijnschen als den Hollandschen, en ter wille van het groote belang dezer Wezelsche artikelen, zal dus zeker niemand onnoodig achten, dat het authentieke stuk nu eens worde uitgegeven. En gelukkig maakt de toestand van het handschrift zelf eene goede uitgave bijzonder gemakkelijk.

Inderdaad laat die toestand niets te wenschen over. Indien het stuk voor latere onderteekeningen nog heeft moeten reizen, is het blijkbaar altijd goed behandeld geworden. Het is nog volkomen gaaf; en het is bovendien met bijzondere netheid geschreven; zelfs zóó duidelijk, dat er geen enkel woord, ja geene enkele letter in voorkomt, die omtrent de ware lezing twijfel toelaat. Van de onderteekeningen kan dit uit den aard der zaak niet zoo onbepaald gezegd worden. Maar toch zijn ook deze in het algemeen duidelijk genoeg, en slechts bij enkele namen blijft

|8|

onzekerheid over. In zoodanig geval zal dit in eene noot vermeld worden, met bijvoeging van hetgeen anderen in zulk eene handteekening gelezen hebben. En volledigheidshalve zal dit laatste ook geschieden bij namen die toch duidelijk genoeg zijn; nl. voor zoover de afwijkende lezingen (in de reeds boven aangehaalde geschriften te vinden) afkomstig zijn van schrijvers, die ze niet eenvoudig van anderen overnamen, maar die mededeelden wat zij zelven of hunne zegslieden meenden gezien te hebben.

Voorts worden de onderteekeningen hier natuurlijk afgedrukt gelijk zij op het stuk zelf te lezen staan; dus met al wat er in het handschrift bijstaat, maar zonder de bijvoegingen van J. Gijsius, die de uitgever van het afschrift heeft overgenomen (Archief, l.l. blz. 457 vgg.). Immers, het is hier slechts te doen om nauwkeurige reproductie. Ook is hetgeen Gijsius omtrent sommige onderteekenaars mededeelt, op verre na niet zoo uitvoerig en belangrijk als de aanteekeningen van ’s Gravezande (l.l. blzz. 218 vgg.). En indien er bij de namen iets werd bijgevoegd, zou men thans met herhaling van die oude opgaven ook volstrekt niet meer kunnen volstaan.

In de acte zelve is slechts één ding bijgevoegd, nl. de cijfers der hoofdstukken en de cijfers der artikelen, waarin van Renesse de hoofdstukken nader afdeelde. Het is altijd met die cijfers dat iets uit den inhoud wordt aangehaald; en dus zou het lastig zijn, wanneer zij hier niet gevonden werden.

Eindelijk valt nog te vermelden, dat het geheele handschrift 26 bladzijden bevat, in Folio. De artikelen zelven vullen 22 en twee derden blzz.; onmiddellijk daaronder volgen de onderteekeningen, op het laatste derde deel van blz. 23, blz. 24 geheel, en blz. 26 voor drie vijfden; en na eene opene ruimte van twee vijfden blz. staat dan op blz. 26 bovenaan de laatste onderteekening, die nog twee namen aan de vorige toevoegde. Het stuk is ingebonden bij een aantal Synodale acten en bescheiden, reeds sedert den aanvang der 18e eeuw daarmede in één band vereenigd (volgens den, ook door ’s Gravezande, l.l. blz. 118, vermelden catalogus van het jaar 1737, die in den tegenwoordigen catalogus van het Oud-Archief onder Nr. I, 15, 3 vermeld staat).

F.L.R.

Schets Wezel (1571) Titel

Certa quaedam Capita seu articuli quos in ministerio ecclesiae Belgicae Ministri eiusdem ecclesiae partim necessarios partim vtiles esse iudicarunt.

= Een aantal hoofdzaken of artikelen die dienaren van de Nederlandse kerk voor de dienst van die kerk nodig of nuttig vonden.

Schets Wezel (1571) Opening

Praecipit Apostolus Paulus 1) vt in ecclesia Dei omnia fiant ordine et decenter: Quò non modò vnanimis ecclesiae in doctrina, verum etiam in ipso ordine et politica ministerii gubernatione constet ac habeatur consensus. Vt autem earum rerum consimilis ratio in omnibus Belgicis ecclesiis seruari possit, visum fuit haec subsquentia capita, de quibus apud optimè reformatas ecclesias consultatum est, ordine proponere, quò ad salutarem ecclesiae fructum à Belgii ministris vnanimi consensu et obsignentur et obseruentur.


1) Op den kant staat hier aangeteekend: 1 Cor. 14: 40.

= De apostel Paulus schrijft voor dat in de kerk van God alles op gepaste wijze en in goede orde moet gebeuren. Zo zal niet alleen in de leer, maar ook in de orde en de politieke regering van het ambt een eenparige consensus bestaan en onderhouden worden. Om nu in alle Nederlandse kerken een gelijke regeling van zaken in acht genomen te laten worden, is besloten de volgende hoofdzaken, waarover met de best gereformeerde kerken overleg is gepleegd, ordelijk voor te stellen om tot een voor de kerk heilzame vrucht door de dienaren van Nederland met eenparige overeenstemming bezegeld en nagekomen te worden.

Schets Wezel (1571) I.

[Cap. I.] De Collegiis ac Prouinciarum Classibus.

= De colleges en de classes van de provincies.

Schets Wezel (1571) I.1

[Cap. I.] De Collegiis ac Prouinciarum Classibus.

= De colleges en de classes van de provincies.

Artikel
[1.]

Quandoquidem et ad constituendas ritè ecclesias inprimis erit necessarium summam ac praecipuam adhiberi curam vt pii, docti et in Scripturarum cognitione praestantes viri qui verbum Dei rectè norint secare ecclesiis praeficiantur ministri ac pastores, ei rei linguarum disciplinarumque cognitionem, ac explicandarum Scripturarum assiduas exercitationes (quas propositiones siue prophetias vocant) maximè conducere nemo ambigit. Et illis porro constitutis ad vnum omnium consensum tum in doctrina, tum in ceremoniarum ac disciplinae ratione, quoad eius fieri potest, ineundum retinendumque, omnino expediet frequentes vicinarum ecclesiarum conuentus institui, ad quos de singulis rebus referatur.

= Om de kerken op een goede manier in te richten zal het vooreerst boven en voor alle dingen nodig zijn er zorg voor te dragen dat vrome, geleerde en in de kennis van de Schriften uitmuntende mannen, die het woord van God recht weten te snijden, als dienaars en herders over de kerken aangesteld worden. Niemand twijfelt er aan dat kennis van talen en wetenschappen en voortdurende oefening in het uitleggen van de Schriften (proposities of profetie genoemd) daar het meest aan bijdragen. Zijn zij [de kerken] eenmaal ingericht, dan zal het voor het, voor zover mogelijk, bereiken en bewaren van onderlinge overeenstemming in de leer, in de regeling van de ceremoniën en de tucht, alleszins dienstig zijn dat bij elkaar gelegen kerken geregeld bij elkaar komen om voorkomende zaken te behandelen.

Schets Wezel (1571) I.2

[Cap. I.] De Collegiis ac Prouinciarum Classibus.

= De colleges en de classes van de provincies.

Artikel
[2.]

Ideo putamus quidem ante omnia laborandum vt et Collegia disciplinarum instituantur, in quibus doceantur tres linguae, ac imprimis theologiae syncera professio diligensque exercitatio vigeat. Et simul Belgiae singulae prouinciae in certas ac ratas classes seu paroecias distribuantur: quò cuique ecclesiae constare possit, cum quibus grauiora quaeque negocia quae ad publicam vtilitatem spectare videbuntur ei sunt conferenda consultandaque.

= Daarom vinden wij dat er voor alles aan gewerkt moet worden dat er colleges van wetenschappen worden opgericht, waarin de drie talen worden onderwezen en vooral de zuivere voorstelling en de nauwkeurige beoefening van de theologie tot bloei kan komen. Tegelijk vinden wij dat de onderscheiden Nederlandse provincies in bepaalde vaste classes of parochies worden ingedeeld; zo kan elke kerk duidelijk zijn met welke andere zij bijeen heeft te komen en te beraadslagen over alle meer gewichtige zaken die haars inziens het algemeen belang betreffen.

Schets Wezel (1571) I.3

[Cap. I.] De Collegiis ac Prouinciarum Classibus.

= De colleges en de classes van de provincies.

Artikel
[3.]

Sed quia hoc tempore de istiusmodi rebus necdum quicquam decerni potest, antequam ipse vsus rerumque experientia docuerit quae loca quibusque rebus futura sint maximè accommoda, Propterea existimamus postea quam Dominus Euangelii praedicationi ianuam in Belgio aperuerit, tum primo quoque tempore omnibus ecclesiis ecclesiarumque Ministris omni studio fore enitendum vt ad cogendam Synodum prouincialem totius Belgii nummi in commune conferantur: quò possit legitima Synodo statui quid in iis aliisque rebus omnibus ad communem ecclesiarum constitutionem ordinisque quàm pulcherrimi obseruationem sequendum erit.

= Maar omdat op dit moment over zulke zaken nog niets kan worden beslist, totdat de ervaring en het bevind van zaken geleerd zal hebben, welke plaatsen voor de verschillende zaken het meest geschikt zullen zijn, daarom menen wij dat, nadat de Heer voor de prediking van het Evangelie de deur in Nederland geopend zal hebben, dan zo spoedig mogelijk alle kerken en dienaren der kerken met alle ijver er naar zullen hebben te streven, dat er geld wordt bijeengebracht voor het samenroepen van een provinciale synode van geheel Nederland; zo kan een wettige synode vaststellen wat in deze en andere zaken dient nagekomen te worden in het belang van de gemeenschappelijke inrichting van de kerken en de onderhouding van een zo goed mogelijke orde.

Schets Wezel (1571) I.4

[Cap. I.] De Collegiis ac Prouinciarum Classibus.

= De colleges en de classes van de provincies.

Artikel
[4.]

Ad eam putamus esse referendum de Collegiorum institutione, Doctorum honorariis, munere, authoritate, Scholarum exercitiis, Theologicis professionibus, propositionum prophetiarumque obseruationibus, coeterisque omnibus ad eam rem pertinentibus.

= Wij vinden dat aan haar [de synode] de beslissing moet worden gelaten over de oprichting van colleges, de bezoldiging, taak en gezag van de docenten, de oefeningen in de scholen, de theologische studie, het onderhouden van proposities en profetie, en al het overige wat op deze zaak betrekking heeft.

Schets Wezel (1571) I.5

[Cap. I.] De Collegiis ac Prouinciarum Classibus.

= De colleges en de classes van de provincies.

Artikel
[5.]

Ac item de prouinciarum rata et aequabili per classes seu paroecias distributione, de singularum classium sigillatim atque omnium vniversim ratis conuentibus, eorundemque ordine, ratione, authoritate, censura:

= En net zo [de beslissing] over de vaste en billijke indeling van de provincies in classes of parochies, de geregelde bijeenkomsten van elke classis afzonderlijk en van alle classes in het algemeen, hun orde, regeling, gezag, opzicht.

Schets Wezel (1571) I.6

[Cap. I.] De Collegiis ac Prouinciarum Classibus.

= De colleges en de classes van de provincies.

Artikel
[6.]

ac deinceps de causis matrimoniorum, de rationibus diuortiorum, ac denique de omnibus omnino rebus, quae ad omnes ecclesias et commune ministerium generatim spectant.
Nam quae omnes pariter attingunt, ea vel hoc tempore vel posthac per vnam aliquam aut alteram statui ecclesiam non adhibito coeterarum ecclesiarum, ad quas peraequè spectant calculo, neque authoritati Scripturae, nec aequitati legum est consentaneum.

= Vervolgens ook [de beslissing] over zaken van huwelijk en echtscheiding, en tenslotte over alle mogelijke zaken die alle kerken en de gemeenschappelijke dienst als zodanig betreffen.
Dat zaken die allen gelijk raken nu of later door de een of andere kerk alleen zouden worden vastgesteld zonder dat de overige kerken waarop zij evengoed betrekking hebben gehoord zijn, past immers noch bij het gezag van de Schrift noch bij de billijkheid van de wetten.

Schets Wezel (1571) I.7

[Cap. I.] De Collegiis ac Prouinciarum Classibus.

= De colleges en de classes van de provincies.

Artikel
[7.]

Sin autem eiusmodi Synodus vel rerum vel temporum difficultate iniri omnino non poterit, tum censemus ex praecipuis quibusque prouinciarum ecclesiis praestantissimos aliquot viros fore deligendos, qui tum distribuendarum Classium tum Collegii instituendi, coeterorumque difficilium negociorum explicandorum, ac totius denique ecclesiae constituendae rationem quam optimam, primum quidem pro se singuli, aut si videbitur bini, aut terni quique perscribant: deinde vero in commune conferant, et certam aliquam ex omnibus formulam concipiant, quae singularum atque omnium ecclesiarum calculo vel approbetur, vel si quid erit correctione dignum, communi consensu corrigatur, ac in meliorem formam reducatur.

= Mocht echter zo’n synode onder de huidige moeilijke omstandigheden niet gehouden kunnen worden, dan zijn wij van mening dat uit de voornaamste kerken van de provincies een aantal uitmuntende mannen gekozen moet worden, die voor de indeling in classes en de oprichting van een college, en voor de oplossing van andere moeilijke zaken, kortom voor de inrichting van de hele kerk de best mogelijke regeling opstellen; dat kunnen ze eerst voor zich alleen of met zijn tweeën of drieën doen, maar daarna moeten ze gemeenschappelijk overleggen en uit al die [concepten] een formulering ontwerpen die of door de stem van iedere kerk afzonderlijk en van alle kerken samen zal worden goedgekeurd, of, als iets verbetering behoefde, met eenparige instemming verbeterd en in een betere vorm gebracht zal worden.

Schets Wezel (1571) I.8

[Cap. I.] De Collegiis ac Prouinciarum Classibus.

= De colleges en de classes van de provincies.

Artikel
[8.]

Interea autem temporis quandoquidem patefacta Dei beneficio Euangelii ianua cunctationi locus non erit, et tamen ordo aliquis ac decor in commune debebit obseruari quo tanquam vinculo ecclesiarum communis consensus retineatur, videtur aliqua esse ineunda ac certis capitibus consignanda ratio; quam pro se quisque in ea cui praefectus erit ecclesia tantisper sequatur, donec coacta Synodo rectius aliquid atque perfectius constitutum fuerit.

= In de tussentijd evenwel mag er niet getreuzeld worden wanneer Gods goedheid de deur van het evangelie opent; er moet wel enige orde en recht tot algemeen welzijn worden onderhouden, waardoor als door een band de eenparige overeenstemming van de kerken bewaard kan worden; dus moet onzes inziens een begin worden gemaakt met een regeling door bepaalde punten vast te stellen. Die heeft ieder voor zich in de kerk waarover hij gesteld is zolang te volgen tot na het samenroepen van een synode iets beters en volkomeners zal zijn vastgesteld.

Schets Wezel (1571) I.9

[Cap. I.] De Collegiis ac Prouinciarum Classibus.

= De colleges en de classes van de provincies.

Artikel
[9.]

Haec autem visa est nobis quàm proximè accedere tum ad Apostolorum doctrinam constitutionemque, tum ad vetustiores puriorisque ecclesiae exemplar inculpatum: vt primum quidem in iis omnibus rerum circumstantiis quae cum natura sint adiaphorae, neque in Apostolorum doctrina exemploue aliquam atque ineuitabilem rationem, tum ad declinandam conscientiarum tyrannidem, tum ad omnes dissentionum ansas praecidendas, nulla praescripta formula ecclesiarum libertas constringatur; sed liceat id cuique sequi quod res et vsus quemque docuerit esse conuenientissimum. Atque id quidem donec Synodo prouinciali certi quippiam in huiusmodi rebus sancitum fuerit.

= Nu zijn wij van oordeel dat het volgende zo na mogelijk overeen komt zowel met de leer en de verordening van de apostelen, als met het onberispelijke voorbeeld van de oudste en zuiverste kerk, dat namelijk vooreerst in al die omstandigheden die — omdat zij naar hun aard middelmatig zijn — noch in de leer noch in het voorbeeld van de apostelen een vaste grondslag hebben, noch in het algemeen een noodzakelijke en onvermijdelijke reden hebben, door geen voorgeschreven reglement de de vrijheid van de kerken aan banden mag worden gelegd; we wijzen elke tirannie over de gewetens af en willen alle aanleiding tot twist afsnijden. Het staat aan ieder vrij de regel te volgen die de omstandigheden of ervaring hem geleerd heeft het meest passend te zijn. En dat wel zolang, totdat door de provinciale synode in dergelijke zaken iets zekers vastgesteld zal zijn.

Schets Wezel (1571) I.10

[Cap. I.] De Collegiis ac Prouinciarum Classibus.

= De colleges en de classes van de provincies.

Artikel
[10.]

Eiusmodi videntur esse, in baptismi quidem administratione semel aut bis aut ter tingendi baptizati discrimen, Idque num vel ante concionem vel post fiat, Ascitisue certis testibus an commissa parentibus ac toti ecclesiae baptizatorum cura. In coenae vero celebratione num mensae accumbatur, an stando eundoue panis calixque porrigantur. An lectio Scripturarum an psalmorum cantus dum coena fit instituatur, et si quae alia sunt eiusmodi (de quorum libero vsu populum rudiorem diligenter, si ita res postulat, instituent) quae nisi certis et grauissimis de causis, iisque totius prouinciae consensu approbatis, à cuiusque ecclesiae arbitrio remoueri minimè debent.

= [Voorbeelden van dit soort middelmatige dingen] lijken ons, of men bij de bediening van de doop de dopeling één, twee of drie maal besprengt, of [de doop] vóór of na de preek bediend wordt, of de zorg voor de gedoopten aan bepaalde erbij geroepen getuigen dan wel aan de ouders en de gehele kerk wordt opgedragen. Verder of men bij de viering van de maaltijd aan tafel zit of dat staande of gaande brood en beker worden uitgereikt, of men tijdens de maaltijd uit de Schrift zal lezen of psalmen zingen, en meer dergelijke dingen (van het vrij gebruik waarvan men het minder ervaren volk zo nodig onderwijs zal geven). Deze zaken mogen zeker niet aan de vrije beslissing van iedere kerk onttrokken worden, tenzij om duidelijke en zwaarwegende redenen en nadat deze door de hele provincie zijn goedgekeurd.

Schets Wezel (1571) I.11

[Cap. I.] De Collegiis ac Prouinciarum Classibus.

= De colleges en de classes van de provincies.

Artikel
[11.]

Quae verò alterius sunt generis vt vel in Dei verbo vel in Apostolorum vsu atque exemplo, vel in ecclesiarum perpertua, eaque grauibus ac necessariis rationibus subnixa consuetudine fundata sunt, in iis non temerè a communi ecclesiarum consensu ac inueterato vsu recedatur.
Ea autem propemodum omnia sequentibus hisce capitibus quàm potuimus et absolutissimè et compendiosissimè complexi sumus.
Cum enim quatuor potissimum ministerii ordines in ecclesia authoribus Apostolis proponantur, Ministrorum nimirum, Doctorum, Seniorum, et Diaconorum, ad quos et verbi diuini sincerè administrandi et honestatis ac morum pauperorumque 1) cura pertineat: quibus deinde adiicitur Sacramentorum ac disciplinae ecclesiasticae consideratio, quae coniuncta verbo Dei legitima sunt ecclesiae testimonia, Sane iis ritè constitutis nihil esse amplius putamus quod in ecclesiae constitutione possit magnopere desiderari.


1) Dit woord staat boven den regel; blijkbaar bij het in het net overschrijven eerst overgeslagen, en daarna met dezelfde hand bijgevoegd.

= Zaken echter die van andere aard zijn, omdat zij of in Gods woord of in de praktijk en het voorbeeld van de apostelen, of in de duurzame, en op ernstige en noodzakelijke redenen steunende gewoonte van de kerken gefundeerd zijn, daarin zal men niet lichtvaardig van de gemeenschappelijke overeenstemming van de kerken en de ingewortelde praktijk van de kerken afwijken.
Deze zaken nu hebben wij ongeveer allemaal in de navolgende punten zo goed en beknopt mogelijk samengevat.
Op gezag van de apostelen worden er immers hoofdzakelijk vier soorten van dienst in de kerk voorgesteld, te weten de dienaren, de docenten, de ouderlingen en de diakenen, aan wie de zorg toekomt voor de zuivere bediening van het woord, voor de eerbaarheid en de goede zeden en voor de armen. Daaraan wordt nog toegevoegd de beschouwing van de sacramenten en de kerkelijke tucht, die samen met het woord van God de wettige kenmerken van de kerk zijn. Dus menen wij met reden dat, als deze zaken op de goede manier geregeld zijn, er niets meer is wat van de inrichting van de kerk nog meer verlangd kan worden.

Schets Wezel (1571) II.

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Schets Wezel (1571) II.1

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[1.]

Ac primum, vt ad verbi Dei ministerium ecclesiaeque qualemcunque ordinem, sine legitima vocatione, electione, ratihabitione, iustoque examine, et ordine legitimo nemo admittatur est prorsus necessarium.

= In de eerste plaats is het volstrekt nodig dat niemand tot de dienst van Gods woord of welk kerkelijk ambt ook wordt toegelaten zonder wettige roeping, verkiezing, approbatie en behoorlijk onderzoek, kortom zonder wettige orde.

Schets Wezel (1571) II.2

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[2.]

Vocatio autem electioque legitima censeri nullo iure potest, nisi in qua et vocati ambitus, et plebis impotentes ac temerariae inclinationes, et Seniorum praefectorumque ambitiosum imperium, quoad eius fieri potest, excludantur.

= Nu kan een roeping en verkiezing met geen enkel recht voor wettig gehouden worden, tenzij daarbij zoveel mogelijk èn verkeerde verkiezingspraktijken van de beroepene, èn de ongerichte en onbezonnen wispelturigheid van het volk, èn de eerzuchtige heerschappij van ouderlingen en voorgangers uitgesloten worden.

Schets Wezel (1571) II.3

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[3.]

Quod vt fieri rectè possit, optandum sanè fuerit, vt pius magistratus maturo Seniorum iudicio ac prudenti delectui mutuam praebere velit operam. Ea enim ratione tutò possit plebis omne arbitrium in eorum coniuncta authoritate acquiescere. Quod cum sperari vix posse videatur, non putamus meliorem institui rationem posse, quam vt ecclesiae communis calculus ad Seniorum accedat authoritatem, Idque in vnaquaque ecclesia tantisper obseruetur, donec distributis classibus, Synodus censuerit plurium ecclesiarum ministros ac Seniores ad vnius electionem explorationemque debere convenire. Id enim si fiat, non magnopere videntur plebis suffragia debere desiderari, cum Seniorum impotentiam (si quae fortasse, quod Deus auertat, irrepsisset) frenare possit plurium ecclesiarum authoritas.

= Om dit op de rechte wijze te laten gebeuren zou het zeker te wensen zijn geweest dat een vrome overheid aan het rijp beraad en de afgewogen keuze van de ouderlingen hulp wilde verlenen. Op die manier zou immers elke keuze van het volk veilig kunnen berusten in hun gecombineerd gezag. Daar dit echter nauwelijks te verwachten is, menen wij dat geen betere regeling ingesteld kan worden dan dat de algemene bewilliging van de kerk gevoegd wordt bij het gezag van de ouderlingen. Dat zal in elke kerk onderhouden worden totdat de synode, na de indeling van de classes, geoordeeld zal hebben dat voor iemands verkiezing en onderzoek de dienaren en ouderlingen van meerdere kerken bij elkaar moeten komen. Wanneer het zo gebeurt is de toestemming van het volk niet erg meer nodig, daar het gezag van meerdere kerken immers voldoende is om de overmoed van de ouderlingen te beteugelen (mocht die, wat God verhoede, ingeslopen zijn).

Schets Wezel (1571) II.4

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[4.]

Interea autem dum id confici nondum potest, ne iusto amplius imperium ac licentia Senioribus in plebem concedatur, censemus maturo eorum delectu probatos exploratosque duplo plures (si omnino haberi possint) esse plebi nominatim consignandos, ex quibus deinde per singulorum suffragia media pars electa in ministerii functionem adhibeatur.

= Zoolang dit echter nog niet zo gedaan kan worden en het niet billijk is aan de ouderlingen meer macht en vrijheid tegenover het volk te gunnen, zijn wij van mening dat na rijp beraad en onderzoek een dubbel getal van geschikte mensen (als die er tenminste zijn) aan het volk zullen worden bekend gemaakt, waarvan er dan één door stemming gekozen kan worden en tot de uitoefening van de dienst toegelaten.

Schets Wezel (1571) II.5

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[5.]

Quibus tamen locis plebs ad electionem minus erit idonea, vel propter fidelium infrequentiam vel propter hominum doctorum expertorumque inopiam, vel propter contraria partium studia: vel denique propterea quod nulli ante hac Ministri, nullaque ecclesiae constitutio iis locis fuerit, non putamus nisi accedente alterius, eiusque praecipuae alicuius, et si fieri potest, vicinae ecclesiae authoritate ac iudicio in ministerium ascisci quemquam posse.

= In plaatsen echter waar het volk nog minder geschikt is om ambtsdragers te verkiezen, hetzij vanwege het kleine aantal gelovigen, hetzij vanwege het gebrek aan onderlegde en ervaren mannen, hetzij vanwege onderlinge partijstrijd, of ook wel omdat op die plaatsen nog niet eerder een dienaar of enige kerkelijke orde geweest is, zijn wij van mening dat men daar niemand in het ambt behoort te zetten, tenzij met behulp van het gezag en advies van een andere, liefst wat betekenende en zo mogelijk naburige kerk.

Schets Wezel (1571) II.6

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[6.]

Interea censemus exemplo Apostolorum instituendum esse ieiunio precibusque solennibus diem: quò plebis iudicio ac suffragiis, simul et Seniorum delectui atque explorationi, Spiritus sancti aspiret auxilium.

= Intussen zijn wij van mening dat men naar het voorbeeld van de apostelen een dag moet bepalen voor vasten en plechtige gebeden om de hulp van de heilige Geest bij het oordeel en de stemming van het volk en de keuze en het onderzoek van de ouderlingen.

Schets Wezel (1571) II.7

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[7.]

Examen iustum partim doctrinam spectat, partim mores.

= Een behoorlijk onderzoek gaat deels over de leer, deels over de levenswandel.

Schets Wezel (1571) II.8

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[8.]

In doctrina quatuor obseruari erit vtile, primum vt requiratur testimonium siue ecclesiae siue Scholae aut etiam Ciuitatis in qua ante hac vixit: vt certò constare possit an cuipiam haeresi addictus fuerit, an exoticis et curiosis quaestionibus speculationibusque otiosis plus aequo se oblectarit, an hereticorum libros studiosius quam par est legerit, hominumque fanaticorum et suis somniis indulgentium consuetudine multa vsus fuerit. Deinde quaeratur ecquid per omnia consentiat cum ea doctrina quae in ecclesia publicè retinetur secundum ea quae Confessione fidei primum Galliarum Regi per ecclesiarum illius regni ministros oblata, deinde etiam in vernaculam linguam conuersa Hispaniarum regi, coeterisque inferioris Germaniae magistratibus inscripta exhibitaque fuit, denique etiam Catechesi continentur.  Tertio interrogetur de primariis quibusque religionis Capitibus. Ac postremo proponantur ei vt minimum bis terue aliquot Scripturae loca coram Ministris si adfuerint ac Prophetis seu Doctoribus, vel (sin minus aderint) coram Senioribus in prophetiae morem explicanda.

= Wat de leer betreft zal het nuttig zijn vier dingen in acht te nemen. In de eerste plaats moet een getuigenis gevraagd worden hetzij van de kerk hetzij van de school of ook van de stad waar [de examinandus] tevoren geleefd heeft. Zo zal zeker vastgesteld kunnen worden of hij een of andere ketterij toegedaan is geweest, of hij meer dan goed is zich vermaakt heeft met vreemde en nieuwsgierige vragen en ijdele bespiegelingen, of hij ijveriger dan past boeken van ketters gelezen heeft en of hij veel omgang gehad heeft met dweepzieke en waanwijze mensen. Vervolgens moet worden gevraagd of hij in alles instemt met de leer die in de kerk publiek wordt onderhouden naar de geloofsbelijdenis die eerst aan de koning van Frankrijk door de dienaren van de kerken aldaar is aangeboden, daarna, in de landstaal overgezet, ook aan de koning van Spanje en de overige overheden van Neder-Duitsland opgedragen en overhandigd is, en die tenslotte ook in de catechismus vervat is. Ten derde moet hij ondervraagd worden over de voornaamste hoofdstukken van de religie. Tenslotte moeten hem tenminste twee of drie maal enige Schriftplaatsen worden voorgelegd, die hij voor de dienaren (indien aanwezig) en de profeten of leraars, of (indien deze niet aanwezig mochten zijn) voor de ouderlingen op de wijze van de profetie moet uitleggen.

Schets Wezel (1571) II.9

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[9.]

In morum exploratione, testimonio eorum apud quos vixerit est acquiescendum.

= Wat het onderzoek naar de levenswandel betreft zal men moeten berusten in het getuigenis van degenen bij wie hij geleefd heeft.

Schets Wezel (1571) II.10

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[10.]

Haec autem omnia (si ita a Synodo statutum fuerit) posthac in Classis seu paroeciae conuenta Classibus distributis erunt peragenda. Ante id tempus vero non possunt nisi in cuiusque ecclesiae Consistorio confici. Tamen quibuscunque erit commodum, ii quos cupiunt sibi asciscere Ministros, in exteras ecclesias reformatas primum mittent: vt earum incorrupto iudicio, et non suspectae examinationi, tutius possint incumbere.

= Dit alles zal later (wanneer het door de synode zo bepaald zal zijn), na de indeling van de classes, in de classicale vergadering of regionale bijeenkomst van classiskerken afgehandeld worden. Vóór die  tijd kan het niet anders dan in de kerkenraad van elke kerk gebeuren. Dat neemt niet weg dat kerken er verstandig aan doen mensen die zij tot hun dienaren willen benoemen eerst naar buitenlandse gereformeerde kerken te sturen; zo kunnen zij gerust afgaan op het onpartijdig oordeel en het onverdachte onderzoek van deze kerken.

Schets Wezel (1571) II.11

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[11.]

Iam ita exploratos populique suffragiis comprobatos Ministros, censemus vel solis solennibus precibus, vel manuum etiam impositione (quam liberam relinquimus) coram tota ecclesia, more Apostolorum, esse confirmandos.  Ea confirmatio fiet vel ab eiusdem ecclesiae (si quis est) vel a vicinae ecclesiae (si nemo in illa superest) Ministro cuius authoritas in electione examinationeque fuerit interposita.

= Als dan de dienaren zo onderzocht en door de stemming van het volk mede goedgekeurd zijn, vinden wij dat zij òf alleen onder plechtige gebeden, òf ook met handoplegging (wat wij vrij laten) voor de hele gemeente bevestigd moeten worden, naar de gewoonte van de apostelen. Deze bevestiging zal gebeuren door een dienaar van dezelfde gemeente (zo die er is) of anders (als er niemand is overgebleven) door de dienaar van de naburige kerk die bij de verkiezing en het onderzoek betrokken is geweest.

Schets Wezel (1571) II.12

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[12.]

Nec tamen antequam illi ipsi, à quo manus imponendae sint, coram vniversa ecclesia sanctè sese obstrinxerit Dei dumtaxat gloriae propagandae, eiusque verbo syncerè administrando, ecclesiaeque aedificandae daturum operam: neque ad suas priuatas cupiditates Spiritus sancti oracula esse detorturum, neque à veritate, vel gratia vel pretio, vel metu ne tantillum declinaturum, ac simul religiosè obseruaturum receptas ecclesiae constitutiones, quaecunque ad ordinem et tranquillitatem ecclesiarum spectant, ac denique officio pro virili functurum in exhortando, increpando, consolandoque, ac docendo, ubicunque opus fuerit omni gratia ac personarum respectu procul excluso.

= Dit zal echter niet gebeuren dan nadat hij tegenover degene die hem de handen zal opleggen voor de hele gemeente heilig zich verplicht heeft, zich alleen te zullen toeleggen op de verbreiding van Gods eer, de zuivere bediening van Gods woord en de opbouw van de kerk; de uitspraken van de heilige Geest niet naar eigen begeerte te verdraaien en van de waarheid niet uit gunst of om geld of uit vrees geen haarbreed af te wijken, en nauwgezet de aangenomen verordeningen van de kerk te onderhouden die op de orde en rust van de kerk gericht zijn; en tenslotte met al zijn kracht zijn ambt uit te oefenen in het vermanen, bestraffen, vertroosten en onderwijzen, overal waar dit nodig zal zijn, zonder enige gerichtheid op de gunst of het aanzien van personen.

Schets Wezel (1571) II.13

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[13.]

Ministrorum enim, quos et Pastores et Episcopos, nonnunquam etiam Seniores seu presbyteros vocat Scriptura, munus potissimum versari in verbo Dei annunciando, ac ritè sedando, et ad doctrinam, exhortationem, consolationem, increpationemque, prout res fert, tum publicè tum priuatim accommodando, atque in administrandis Sacramentis ac disciplina obseruanda, est extra controuersiam.

= Want het staat buiten kijf dat het ambt der dienaren, die de Schrift herders en opzieners, soms ook ouderlingen of oudsten noemt, voornamelijk bestaat in het verkondigen van het woord van God, het recht te snijden en toe te passen, zowel in het openbaar als in de huizen, tot lering, vermaning, vertroosting en berisping, al naar de omstandigheden, en voorts in het bedienen van de sacramenten en het onderhouden van de tucht.

Schets Wezel ([1568]:1571) II.14

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[14.]

Ministris adiuncti sunt Doctores ac Prophetae, quorum vnum quidem est docendi munus, sed diuersa functionis ratio.

= Aan de dienaren zijn toegevoegd de leraren en profeten, die wel dezelfde taak van onderwijzen hebben, maar op onderscheiden manier.

Schets Wezel (1571) II.15

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[15.]

De Doctoribus hoc quidem tempore nihildum potest statui, donec ipsa res ac tempus quid e re ecclesiarum sit, eos qui Synodo aderunt plenius edocuerit.

= Over de leraren kan op dit moment nog niets bepaald worden, tot de omstandigheden en de tijd de ter synode aanwezigen vollediger geleerd zullen hebben wat in het belang van de kerken is.

Schets Wezel (1571) II.16

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[16.]

Prophetas vocamus hoc loco eos, qui in coetu ecclesiae propositum Scripturae locum ordine exponunt, prout est a Paulo institutum: eosque a Ministris distinguimus, quod his propriè, ac potissimum explicandi Scripturas docendique munus, illis multa praeterea alia, vt ante declarauimus, sunt imposita.

= Onder profeten verstaan wij hier degenen die in de samenkomst van de kerk een vooraf opgegeven Schriftplaats ordelijk uitleggen, zoals dit door Paulus is ingesteld. Wij onderscheiden hen van de dienaren daardoor dat hun eigenlijke en voornaamste taak is de Schriften te verklaren en te onderwijzen, terwijl aan genen bovendien vele andere dingen zijn opgedragen, zoals we hiervoor hebben verklaard.

Schets Wezel (1571) II.17

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[17.]

Quare iudicamus in omnibus ecclesiis, siue nascentibus, siue vegetis, vbi qua ratione fieri poterit, prophetiae ordinem ex Pauli instituto esse obseruandum eoque instituendum Collegium prophetarum: qui quidme constituto aliquo die, singulis septimanis, vel certè binis quibusque, vel à concione vel quouis commodissimo tempore coram ecclesia conveniant, vbi ad omnium aedificationem librum aliquem Scripturarum, rato ordine vicissim explicent. Vbi autem is, cuius erunt partes, suas vices expleuerit, licebit et iis, qui subselliis eum insequuntur, si quid visum erit, adiicere, quod ad aedificationem pertineat, Ac tum demum concepta precatione ab eo cuius sunt praecipuae partes, coetum claudere.

= Daarom zijn wij van oordeel dat in alle kerken, pas ontstaan of al tot krachtige ontwikkeling gekomen, waar dit maar enigszins kan naar Paulus' voorschrift de profetie ingesteld moet worden en een college van profeten opgericht. Zij zullen op een vastgestelde dag, elke week of in ieder geval elke twee weken, hetzij na de preek hetzij op een ander, meer geschikt tijdstip bijeenkomen in aanwezigheid van de gemeente, en tot aller opbouw een bijbelboek uitleggen, om de beurt naar vaste volgorde. Wanneer hij wiens beurt het is zijn taak volbracht heeft, zal het hen die later aan de beurt zijn vrijstaan toe te voegen wat huns inziens tot opbouw kan dienen. Tenslotte zal men de samenkomst, na gebed door de voorzitter, sluiten.

Schets Wezel (1571) II.18

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[18.]

Illam autem nuper exortam prophetandi formam, quae quaestionibus constat et responsionibus, vt et à Pauli instituto alienam, et simultatum contentionumque persaepe occasionem omnino deuitandam, censemus.

= Die vorm van profetie echter die pas onlangs is opgekomen en die bestaat in vragen en antwoorden, moet naar onze mening in alle gevallen worden vermeden, omdat ze afwijkt van Paulus’ instelling en dikwijls aanleiding geeft tot twist en onenigheid.

Schets Wezel (1571) II.19

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[19.]

In hoc Prophetarum Collegium coaptabuntur non modo Ministri sed etiam Doctores ac ex Senioribus et Diaconis atque adeo ex ipsa plebe, si qui erunt qui cupient donum prophetiae à Domino acceptum in ecclesiae communem vtilitatem conferre: Ita tamen vt prius habitis identidem propositionibus, Ministrorum ac coeterorum Prophetarum iudicio sese probarint, et simul in vniversae ecclesiae conspectu, vel saltem apud eos, penes quos est ius explorandi, promiserint Scripturam minimè detorsuros: sed ad Dei gloriam et ecclesiae aedificationem quam syncerissimè explicaturos, et ecclesiae censuram quae in Classium conuentu futura sit non grauatè subituros.

= In dit college van profeten zullen niet alleen de dienaren worden opgenomen, maar ook de leraren en diegenen uit de ouderlingen en diakenen en zelfs uit het volk, die de gave van de profetie, door de Heer verleend, in het algemeen belang der kerk willen uitoefenen. Onder deze voorwaarde echter dat zij eerst door herhaaldelijk gehouden proposities zich de goedkeuring van de dienaren en de overige profeten hebben verworden, en tevens ten overstaan van de hele kerk, of tenminste aan hen die het recht van onderzoek hebben, beloofd hebben de Schrift in genen dele te zullen verdraaien, maar haar tot Gods eer en tot opbouw der kerk zo getrouw mogelijk te zullen verklaren en zich zonder tegenspraak te zullen onderwerpen aan de censuur der kerk die in de classicale vergadering zal plaatsvinden.

Schets Wezel (1571) II.20

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[20.]

Prophetis autem et Doctoribus in Consistorio seu Senatu ecclesiastico, locus erit, quoties de doctrina vel ceremoniis aliqua inciderit controuersia: cum spirituum ac doctrinarum probatio ad eos vel maximè pertineat.

= De profeten en leraren zullen in de kerkenraad of kerkelijke senaat zitting hebben zo vaak er een geschil mocht zijn over de leer of de cermoniën, omdat de beproeving der geesten en leerstellingen hun bovenal toekomt.

Schets Wezel (1571) II.21

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[21.]

Ad eosdem etiam, vel certè vbi eorum non erit potestas, ad Ministrum vel ad Seniores censemus esse referenda dubia singulorum in ecclesia fidelium, si quae occurent. Et si ii nequeant satisfacere, scripto comprehendatur, atque ad Ministrum, vel si ne ille quidem satisfacere poterit, ad Classis conuentum deferantur. Plebis autem aures variis quaestionibus exagitandas turbandasque, neque publicè neque priuatim censemus.

= Aan hen, of waar er voor hen geen mogelijkheid is, aan de dienaar of de ouderlingen, moeten volgens ons worden voorgelegd alle voorkomende vragen van de afzonderlijke gelovigen in de kerk. En wanneer zij geen bevredigend antwoord hebben moeten die kwesties op schrift gesteld worden en aan de dienaar, of wanneer hij ook geen bevredigend antwoord heeft, aan de classicale vergadering worden voorgelegd. Het volk mag in ieder geval niet door allerlei vragen, openbaar of particulier, verontrust of in verwarring gebracht worden.

Schets Wezel (1571) II.22

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[22.]

Porro in ratione tum concionandi tum prophetandi nihil potest cuiquam peculiare praescribi, nisi vt quisque pro dono Spiritus sancti accepto, conetur Scriptutam quam planissimè explicare, et ad auditorum captum stylo quàm accommodatissimo. Fugiat autem omnem odiosam ac putidam affectationem, in quam multi multa ociosè speculando, extra propositum Scripturae scopum diuagando, variis et acutis allegoriis ludendo: ethnicis testibus ac persaepe etiam profanis fabulosisque historiis ad ostentationem producendis, patrum testimoniis studiosius, quàm par est, conquirendis laudandisque, obscuritate, vel sententiarum vel verborum, affectanda, vel alia denique quapiam arte simili1) ad inanem ostentationem potius quam ad aedificationem comparata, non rarò indicunt.


1) Dit woord is met dezelfde hand boven den regel bijgevoegd.

= Wat verder zowel de manier van preken als van profeteren betreft kan niemand iets bijzonders worden voorgeschreven dan dat ieder naar de mate van de ontvangen gave van de heilige Geest zal trachten de Schrift zo duidelijk mogelijk uit te leggen, in een stijl die zo goed mogelijk past bij de bevatting van de hoorders. Vermeden moet worden alle hatelijke en stinkende hoogdravendheid, waarin velen niet zelden vervallen doordat zij over vele dingen ijdele bespiegelingen houden, buiten de bedoeling van de Schrift om dwalen, een spel drijven met allerlei spitsvondige allegorieën, heidense getuigen, ja dikwijls zelfs profane en fabelachtige geschiedenissen tot een pralende vertoning tevoorschijn brengen, getuigenissen van de kerkvaders ijveriger dan te pas komt bij elkaar zoeken en aanhalen, jacht maken op duistere uitdrukkingen en moeilijke woorden, kortom, door welke andere dergelijke gekunsteldheid ook, die meer tot ijdele vertoning dan tot opbouw dient.

Schets Wezel (1571) II.23

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[23.]

Referat verò omnia ad illa duo praecipua Euangilii capita, fidem nimirum et poenitentiam: In illa Christi cognitionem, in hac veram vitae mortificationem viuificationemque tanquam vnicum sibi scopum proponat. Et conetur quàm poterit maximè omnes humani cordis sinus atque abdita inuolucra, tum in falsis opinionibus atque haeresibus, tum in prauis moribus redarguendis, explicare. Neque crassa tantum scelera et manifesta flagitia insectetur, sed occultam etiam animorum hypocrisin conetur excutere, et impietatis, superbiae, ac ingratitudinis seminarium, vel in optimis quibusque delitescens, in lucem trahere, et quàm poterit aptissimè extirpare.

= [De prediker] zal alles terugbrengen tot deze twee voornaamste stukken van het Evangelie, namelijk het geloof en de bekering. Bij het eerste moet hij zich als enig doel de kennis van Christus voor ogen stellen, bij het tweede de ware afsterving en levendmaking. Hij zal zoveel hij kan proberen alle schuilhoeken en verborgen omhulsels van het menselijk hart bloot te leggen, zowel door de verkeerde meningen en ketterijen als door de slechte gewoonten te bestraffen. Niet alleen de grove misdaden en evidente schanddaden zal hij bespreken, maar ook proberen de verborgen hypocrisie van de zielen uit te schudden en het broeinest van goddeloosheid, hoogmoed en ondankbaarheid, dat zelfs bij de allerbesten schuilt, in het licht te stellen en op de best mogelijke wijze uit te roeien.

Schets Wezel (1571) II.24

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[24.]

Cauebit etiam ne nimis prolixis concionibus auditoris et memoriam oneret, et zelum obtundat fastidioque stomachum afficiat, et quidem maximè iis diebus quibus est ad operas manuarias plebi concedendum quibusque prophetiae locus est dandus. Quare studebit ad vnius horae spatium orationem temperare.

= Hij zal zich er ook voor wachten door al te wijdlopige preken het geheugen van de hoorder te belasten, zijn ijver af te stompen, kortom, hem te overvoeren. Dit vooral niet op die dagen waarop aan het volk vrijheid moet worden gegund tot handarbeid en op die waarop gelegenheid moet worden gegeven voor de profetie. Daarom zal hij zich beijveren zijn rede tot de duur van één uur te beperken.

Schets Wezel (1571) II.25

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[25.]

Haec tamen omnia in cuiusque arbitrio, et Spiritus sancti mensura ita relinquimus, vt sciant interea et Pastores et Prophetae, lenem ac modestam censuram in Classium conuentu, vltro ac libenter super hisce rebus sibi esse admittendam.

= Dit alles laten wij echter over aan ieders goeddunken en de mate van de heilige Geest, met dien verstande dat zowel de herders als de profeten zullen bedenken dat zij zich gaarne en gewillig te onderwerpen hebben aan de zachte en bescheiden censuur in de classicale vergadering.

Schets Wezel (1571) II.26

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[26.]

Sicubi autem in maioribus oppidis atque ecclesiis frequentioribus erit commodum, omnino suademus priuatas propositiones haberi, quibus se intra domesticos parietes exerceant ii, de quibus bona spes est posse aliquando ecclesiae Dei inseruire, publicaque munia capescere: Idque praeside ac moderatore vno aliquo ex Ministris vel certè Prophetis ac Doctoribus.

= Overal echter in de grotere steden en goedbevolkte kerken waar dit gelegen komt, raden wij beslist aan dat men particuliere proposities zal houden, waarin degenen van wie er goede verwachting bestaat dat zij te zijner tijd Gods kerk kunnen dienen en naar openbare ambten dingen, binnen eigen kring zich kunnen oefenen, en dat onder bestuur en leiding van één der dienaren of tenminste van de profeten of leraren.

Schets Wezel (1571) II.27

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[27.]

Vnus vt minimum in hebdomade dies, pro cuiusque ecclesiae commodo, solennibus precationibus consecrabitur, quo vel ante vel post concionem peccatorum publica atque solennis confessio ac submissa deprecatio pro populo habeatur: quam quisque Minister vel dictante Spiritu, vel si volet formula ecclesiae Geneuensis alteriusue cuiuspiam sibi proposita concipiet.

= Op zijn minst één dag in de week zal men, al naar gelegenheid van iedere kerk, afzonderen voor plechtige gebeden. Vóór of na de preek zal men dan een openbare en plechtige schuldbelijdenis en ootmoedige bede om vergeving voor het volk doen. Elke dienaar zal dit gebed uitspreken hetzij naar ingeving van de heilige Geest, hetzij desgewenst met gebruikmaking van het formulier van de kerk van Genève of van enige andere kerk.

Schets Wezel (1571) II.28

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[28.]

Quae autem sub finem concionis prophetiaeque ordinariae fient preces, eae vel a Ministro, vel Propheta, quàm aptissimè ad argumentum, in concione propositum, accommodabuntur, et si fieri potest, praecipua quaeque in concione explicata capita hic attingentur: vt ea reatione res ipsa in auditorum animis altius haerere possit, et simul quis sit Scripturarum in precando vsus, a rudibus intelligi.

= De gewone gebeden echter, die tegen het einde van de predikatie en de profetie gehouden worden, zullen door de dienaar of de profeet zo goed mogelijk in verband gebracht worden met het onderwerp dat in de preek is voorgesteld en zo mogelijk zullen alle voornaamste stukken die in de preek behandeld zijn daarbij aangeroerd worden. Zo zal langs deze weg de zaak dieper in het gemoed van de hoorders beklijven en tegelijk door de minder ervarenen begrepen worden welk gebruik bij het bidden van de Schriften te maken is.

Schets Wezel (1571) II.29

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[29.]

Tantisper dum in concionem conueniunt, ne inanibus confabulationibus et animi distrahantur, et verbi Dei ministerium afficiatur contumelia, non erit inutile primum quidem à Seniorum vel Diaconorum quopiam, vel quouis denique alio ad hanc rem constituto, vnum aut alterum ex Scriptura caput ad populum legi, ac deinde pro more, psalmos decantari.

= Wanneer men tot de prediking bijeenkomt zal het niet ondienstig zijn dat eerst door één van de ouderlingen of diakenen of door een ander tot dat werk aangewezen, het een of andere hoofdstuk uit de Schrift voor het volk gelezen wordt en vervolgens naar gewoonte psalmen worden gezongen. Zo wordt niet door ijdele gesprekken de aandacht afgeleid en de bediening van het woord van God smaadheid aangedaan.

Schets Wezel (1571) II.30

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[30.]

Meminerint tamen lectores sui haud esse muneris Scripturam explicare: Quare ab omni interpretatione abstineant: ne et falcem in alienam messem immittant, et intempestiuis explicationibus, ordinarium ecclesiae ritum interturbent.

= De voorlezers zullen echter bedenken dat het beslist niet hun taak is de Schrift uit te leggen. Zij zullen zich daarom van alle verklaring te onthouden hebben, om niet de sikkel te slaan in de oogst van een ander en het gewone gebruik van de kerk niet door ontijdige verklaringen te verstoren.

Schets Wezel (1571) II.31

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[31.]

In cantu ecclesiastico retinebuntur per omnes Belgii ecclesias psalmi à Petro Datheno conuersi: ne varietate versionum quicquam minus concinnum minusque ad aedificationem pertinens, interueniat.

= Bij het kerkelijk gezang zal men in alle Nederlandse kerken de psalmen gebruiken die door Petrus Datheen vertaald zijn, om niet door verscheidenheid aan vertalingen iets dat minder geschikt is en minder tot opbouw werkt storend te laten werken.

Schets Wezel (1571) II.32

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[32.]

In quibus ecclesiis erunt Scholae quibus sit Musices peritus aliquis Scholarcha, is in psalmodia pueris praeibit, ac pueros coetera deinceps turba insequetur. Vbi verò vel non erunt Scholae vel propter musices imperitiam Scholarchis praeire non erit integrum, ibi erit vtile vnum vt minimum aliquem Cantorem adhiberi, qui populli cantum moderetur, et in psalmodia praeeat, et quidem maximè si est musices ignarus verbi minister.

= In de kerken waar scholen zijn die een schoolmeester hebben die ervaren is in de muziek, zal deze bij het psalmgezang de kinderen voorgaan en de rest van de menigte zal daarna de kinderen volgen. Waar echter geen scholen zijn of waar in de muziek onervaren schoolmeesters niet in staat zijn voor te gaan, zal het dienstig zijn dat er tenminste één voorzanger is die het gezang van het volk zal leiden en bij het psalmgezang voorgaan, en dat vooral als de dienaar des Woords muzikaal onkundig is.

Schets Wezel (1571) II.33

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[33.]

Nec erit alienum in ecclesiis habere tabellas suspensas, quibus breuiter et dilucidè perscripta sit psalmorum decantandorum ratio, et vulgaris canendi ars compendiosè explicata: ne plebis canentis disphonia, vel scandalum infidelibus, vel ridentdi argumentum praebeat.

= Ook zal het niet vreemd zijn in de kerken borden op te hangen waarop kort en duidelijk de manier waarop de psalmen gezongen worden beschreven is en de gewone wijze van zingen in beknopte vorm wordt uitgelegd. Zo wordt vermeden dat door de wanklank van het zingende volk de ongelovigen ergernis of stof tot lachen geboden wordt.

Schets Wezel (1571) II.34

[Cap. II.] De Ministris et Doctoribus.

= De dienaren en leraren.

Artikel
[34.]

His adiungentur aliae tabellae, quibus significabitur qui quoque die psalmi cantabuntur: vt possint, si qui volent, ante meditari quod erit canendum: nisi fortè ab initio, deinceps ordine continuo psalmos omnes canere videbitur commodius. Quo enim ordine psalmi decantentur, in cuiusque ecclesiae arbitrio stare debere existimamus.

= Hier kunnen nog andere borden bij gevoegd worden waarop wordt aangegeven welke psalmen op een bepaalde dag zullen gezongen worden. Zo kunnen degenen die dat willen tevoren overdenken wat er zal gezongen worden. Dat is niet nodig als het passender gevonden wordt alle psalmen van de eerste af op volgorde door te zingen. De volgorde waarin de psalmen gezongen worden hoort in ieder geval in de vrije beslissing van elke kerk te staan.

Schets Wezel (1571) III.

[Cap. III.] De Catechismo.

= De catechese

Schets Wezel (1571) III.1

[Cap. III.] De Catechismo.

= De catechese

Artikel
[1.]

Ministerii ac prophetae muneri non abs re coniungimus catechisandi consuetudinem, quam ab Apostolis eorumque discipulis acceptam, in omnibus ecclesiis obseruandam esse planè censemus.

= Tot de taak van de dienaren en profeten behoort volgens ons de gewoonte van het catechiseren. Dat is niet zonder reden omdat die gewoonte van de apostelen en hun leerlingen af in gebruik is en naar ons oordeel door alle kerken stellig te onderhouden.

Schets Wezel (1571) III.2

[Cap. III.] De Catechismo.

= De catechese

Artikel
[2.]

Catechismi autem formulam, in ecclesiis quidem Gallicanis, Geneuensem, in Teutonicis verò Heydelbergensem, potissimum sequendam ducimus: Quam tamen vsque ad futuram Synodum liberam relinquimus.

= Wij houden het erop dat men het beste in de Waalse kerken de formuleringen van de Geneefse Catechismus en in de Duitse die van de Heidelbergse Catechismus kan aanhouden. Maar tot de komende synode laten wij dit vrij.

Schets Wezel (1571) III.3

[Cap. III.] De Catechismo.

= De catechese

Artikel
[3.]

Tempus Catechisandi, quibusque ecclesiis pro loci ac rerum opportunitate sit liberum. Ratio hactenus vsitata retineatur: omnisque adhibeatur diligentia, vt pueri quibus per aetatem licet Catechismi verba, non ad numerum syllabarum tantum discant recitare, sed etiam rem ipsam intelligere, eamque non modo memoriae, sed intimis etiam praecordiis mandare. Quare non verba modo recitata, sed ipsam etiam rei substantiam à Catechista planè ac dilucidè expositam, interrogabuntur. Eritque ante omnia opus in explicando Catechismo sermone vti quam familiarissimo, et vel ad puerorum captum accommodato: ac serio etiam commonefacere Catechumenorum parentes et Ludimagistros, vt eos domi et in Scholis diligenter instituant, et quae in ecclesia proposita sunt assuescant etiam sua sponte ruminare, et Scripturarum appositis testimoniis corroborare.

= De tijd van catechiseren staat aan iedere kerk naar de gelegenheid van plaats en omstandigheden vrij. De tot nu toe gevolgde regeling worde aangehouden. De inzet moet zijn dat de kinderen die oud genoeg zijn niet alleen leren de woorden van de catechismus letterlijk op te zeggen, maar ook de inhoud leren begrijpen en die niet alleen in hun geheugen, maar ook in hun hart op te nemen. Daarom zullen zij niet alleen gevraagd worden naar de woorden die hun voorgezegd zijn, maar ook naar de kern van de inhoud ervan, nadat hun die door de catecheet helder en duidelijk is uitgelegd. Verder zal het voor alles nodig zijn zich bij het uitleggen van de catechismus te bedienen van gewone spreektaal die bij het begrip van de kinderen past. De ouders van de catechisanten en de schoolmeesters moeten vermaand worden dat zij hen thuis en op school vlijtig onderwijzen en hen er aan wennen wat in de kerk hun voorgesteld is uit eigen beweging te herkauwen en met de daarbij gevoegde getuigenissen uit de Schriften te onderbouwen.

Schets Wezel (1571) III.4

[Cap. III.] De Catechismo.

= De catechese

Artikel
[4.]

Imprimis autem ad modestiam in Templis et conuentibus obseruandam eos instruant.
Sanè quicunque haberi se membra ecclesiae volunt, ii liberos suos, quam primum aetas patietur, catechisandos offerant: vt ab ineunte aetate in vera religione ac pietate possint institui. Qui recusabunt, ecclesiae censurae procul dubio subiacebunt.

= Vooral echter moeten zij hen leren zich zedig te gedragen in de kerken en in de samenkomsten.
Iedereen die voor een lidmaat der kerk gehouden wil worden zal zeker zijn kinderen, zo snel als hun leeftijd dit toelaat, aanbieden om catechese te ontvangen, om zo van jongs af aan in de ware religie en vroomheid onderwezen te worden. Wie dit weigeren zullen zonder twijfel onder de censuur van de kerk vallen.

Schets Wezel (1571) IV.

[Cap. IV.] De Senioribus.

= De ouderlingen

Schets Wezel (1571) IV.1

[Cap. IV.] De Senioribus.

= De ouderlingen

Artikel
[1.]

Sequitur ordo Seniorum siue presbyterorum qui a Paulo 1) κυβερνήσεων i.e. gubernatorum vel τῶν προϊσταμένων i.e. eorum qui praesunt, nomine censentur: eoque Senatum ecclesiasticum siue Consistorium vna cum Ministris constituunt.


1) Op den kant staat hier aangeteekend: 1 Cor. 12. 28. Rom. 12. 8.

= Volgt de orde van de ouderlingen of oudsten die door Paulus als regeerders of voorgangers worden aangeduid en daarom samen met de dienaren de kerkelijke senaat of kerkenraad vormen.

Schets Wezel (1571) IV.2

[Cap. IV.] De Senioribus.

= De ouderlingen

Artikel
[2.]

Quare est extra omnem controuersiam, eorum munus in hoc versari, vt singuli suis paroeciis sedulò inuigilent, et domatim sibi commissos semel ad minimum in hebdomade et quoties pro singularum ecclesiarum ratione ex vsu erit inuisant, maximè autem sub tempus coenae celebrandae, deque eorum vitae ac morum integritate pietatisque exercitiis, fideli familiae institutione, ac pro familia mane ac vesperi concipiendis precationibus, et de eius generis similibus diligenter inquirant: placidè et tamen seriò moneant, et pro rei vsu ac opportunitate vel ad constantiam hortentur, vel ad patientiam confirment, vel ad serium Dei timorem incitent: quique vel consolatione vel increpatrione indigebunt consolentur atque increpent, et sicubi opus fuerit ad eos referant, qui secum fraternis correctionibus praeerunt: quibuscum vnà correctionem pro ratione delicti instituant. Meminerint etiam omnes ac singulos in sua paroecia hortari, vt liberos suos ad Catechismum mittant.

= Het staat daarom buiten kijf, dat hun taak hierin bestaat dat zij, een ieder over zijn eigen wijk, naarstig de wacht houden en de hun toevertrouwde gemeenteleden thuis bezoeken, minstens eenmaal per week en voorts zo dikwijls als het de gewoonte is naar de regeling van elke kerk, vooral echter tegen de tijd van de avondmaalsviering. Zij moeten naar de zuiverheid van hun levenswandel en gewoonten, naar de trouw van hun onderwijzing van hun huisgenoten, naar de gebeden die zij ’s morgens en ’s avonds voor hun huisgenoten doen, en naar dergelijke dingen nauwkeurig onderzoek doen. Zij moeten hen kalm en toch ernstig vermanen en naar gelegenheid en bevind der zaken hetzij tot standvastigheid man, hetzij tot lijdzaamheid versterken, hetzij tot de ernstige vreze Gods hen opwekken. Wie hetzij troost hetzij bestraffing nodig heeft moeten zij vertroosten en bestraffen en overal waar dit nodig is moeten zij de zaak ter behandelen brengen bij hen die met hen gesteld zijn over de broederlijke vermaningen, om samen met hen de terechtwijzing die bij de overtreding past vast te stellen. Zij zulen er ook aan denken iedereen in hun wijk aan te sporen hun kinderen naar catechisatie te sturen.

Schets Wezel (1571) IV.3

[Cap. IV.] De Senioribus.

= De ouderlingen

Artikel
[3.]

Ad eam rem exequendam necesse erit primo quoque tempore singulas ecclesias in certas paroecias pro multitudine et commodo fidelium ea loca incolentium dispertire: singulis paroeciis singulos praeficere Seniores, qui singulis septimanis die constituto in commune Consistorium referant, ecquid omnia in suis paroeciis rectè gerantur et ex sententia. Et sese ita gerant, vt meminerint sibi non modo coram ecclesia, sed coram ipso Deo animarum sibi commissarum reddendam fore rationem.

= Om dit in het werk te stellen is het nodig zo snel mogelijk elke kerk in vaste wijken te verdelen naar gelang van het aantal en het gemak van de gelovigen die in deze plaatsen wonen. Aan het hoofd van elke wijk moeten enkele ouderlingen staan, die elke week op een vastgestelde dag in de gemeenschappelijke kerkenraadsvergadering zullen meedelen of alles in hun wijk recht en naar bedoeling toegaat. En zij zelf moeten zich zo gedagen dat zij bedenken dat zij niet alleen voor de kerk, maar ook voor God zelf rekenschap zullen moeten geven vna de zielen die hun toevertrouwd zijn.

Schets Wezel (1571) IV.4

[Cap. IV.] De Senioribus.

= De ouderlingen

Artikel
[4.]

In partitione autem paroeciarum non tam consanguinitatis affinitatis aut mutuae consuetudinis, quàm habitationis ac vicinitatis rationem haberi et Senioribus commodum et eorum functioni est accommodatum.

= Het is zowel voor de ouderlingen prettig als voor hun functioneren gepast dat men bij de verdeling van de wijken niet zozeer rekening houdt met hun bloedverwantschap, zwagerschap of onderlinge omgang, dan wel met hun woonplaats en nabuurschap.

Schets Wezel (1571) IV.5

[Cap. IV.] De Senioribus.

= De ouderlingen

Artikel
[5.]

Seniorum eligendorum confirmandorumque eadem quae Ministrorum est ratio: nisi quod in examine non magna habetur ratio eorum quae propriè ad ministerium verbi pertinent, neque in confirmatione exterorum Ministrorum praesentia opus sit.

= De manier waarop de ouderlingen gekozen en bevestigd moeten worden is dezelfde als bij de dienaren, behalve dat men bij hun onderzoek niet zozeer zal letten op wat eigenlijk tot de dienst des Woords behoort en dat er bij hun bevestiging geen dienaar van buiten aanwezig hoeft te zijn.

Schets Wezel (1571) IV.6

[Cap. IV.] De Senioribus.

= De ouderlingen

Artikel
[6.]

Summopere autem erit enitendum vt adsint ea quae Paulus requirit: Vita nimirum inculpata, religio syncera, pietas eximia, prudentia spiritualis, ad quam rerum etiam ciuilium nonnullam cognitionem accedere erit apprime vtile. Sed sint ante omnia ab omni ambitione gloriaeque cupiditate, adeoque ab omni ambitus suspicione quàm remotissimi.

= Men zal er alle mogelijke moeite voor doen dat [in de ouderlingen] die dingen aanwezig zijn die Paulus vereist, namelijk een onberispelijk leven, oprechte godsdienst, uitstekende vroomheid, geestelijke wijsheid, waarbij het ook nuttig zal zijn dat er enige kennis van burgerlijke zaken is. Voor alles echter zullen zij zo ver mogelijk verwijderd zijn van alle eerzucht en begeerte naar roem, ja van alle vermoeden van eerzucht.

Schets Wezel (1571) IV.7

[Cap. IV.] De Senioribus.

= De ouderlingen

Artikel
[7.]

Electi spondebunt in Ministri manus coram coeteris Senioribus vel etiam si commodum fuerit coram tota ecclesiae sese pro suo officio impugnaturos omnem idololatriam, blasphemiam, haereses, luxum, coeteraque omnia quae cum Dei gloria ecclesiaeque reformatione manifestè pugnant: moniturosque diligenter ac fideliter eos qui curae suae commissi erunt, pro quauis rerum occasione et oportunitate. Et si quae digna videbuntur ad Consistorium relaturos, suoque officio functuros quàm fidelissimè: nulla vel gratia vel pretio inductos iri, sed solius ecclesiae nominisque diuini habituros rationem. Neque vllum imperium dominandique licentiam vsurpaturos, siue erga Ministros siue erga ecclesiam, neque vllas nouas leges pro suo arbitrio introducturos, sed staturos constitutionibus ecclesiasticis ac Synodalibus. Et si quid noui exortum fuerit quod accuratiore disquisitione indigeat, ad Classis seu provincialis paroeciae conuentum relaturos: vt ibi quod ex re ecclesiarum erit communibus suffragiis statuatur. Ac tum demum praeeuntibus solennibus precibus 1) (nam hic quoque manuum impositionem liberam relinquimus) in Ministerii functionem admittentur.


1) Dit woord is met dezelfde hand boven den regel bijgevoegd.

= Zij die gekozen zijn beloven in handen van de dienaar in tegenwoordigheid van de overige ouderlingen of ook, als dit passend kan, van de gehele kerk, dat zij, zoals hun ambt dit eist, alle afgoderij, godslastering, ketterij, overdadige weelde en alle overige dingen die met Gods eer en de reformatie der kerk duidelijk in strijd zijn, zullen bestrijden en stipt en trouw hen die aan hun zorg zijn toevertrouwd naar ieders situatie en gelegenheid van zaken zullen vermanen. Voorts dat zij, als hun iets van belang schijnt, dit voor de kerkenraad zullen brengen en hun ambt zo getrouw mogelijk zullen vervullen. Dat zij zich ook geenszins zullen laten verleiden hetzij door gunst, hetzij door geld, maar alleen rekening zullen houden met de kerk en de naam van God. Dat zij verder zich niet het minste gezag of vrijheid om te heersen zullen aanmatigen, hetzij over de dienaren, hetzij over de kerk, en dat zij geen nieuwe wetten naar eigen willekeur zullen invoeren, maar zich houden aan de verordeningen van de kerken en synodes. En als er iets nieuws zou voorkomen dat nauwkeuriger onderzoek vereist, dat zij dit dan voor de classicale vergadering of de provinciale synode zullen brengen, opdat daar met algemene stem wordt vastgesteld wat in het belang van de kerken zal zijn. Dan pas zullen zij na voorafgaande plechtige gebeden (want de handoplegging laten wij ook hier vrij) tot het uitoefenen van hun dienst toegelaten worden.

Schets Wezel (1571) IV.8

[Cap. IV.] De Senioribus.

= De ouderlingen

Artikel
[8.]

Sciant autem Seniores munus suum etiam ad aegros inuisendos consolandosque pertinere. Quanquam et Diaconis pro sua vocatione ea cura incumbit, vt aegros non modò rebus ad victum necessariis refocillent, sed etiam reficiant consolatione. Quare necessum erit a Senioribus aegrorum ac praesertim inopum nomina Diaconis consignari, quò possint illi suo officio rectius fungi.

= De ouderlingen behoren te weten dat het ook tot hun taak behoort de zieken te bezoeken en te troosten. Het is zo dat deze zorg ook aan de diakenen naar hun roeping is opgelegd, namelijk dat zij de zieken niet alleen verkwikken met wat nodig is tot levensonderhoud, maar hen ook opbeuren door vertroosting. Het zal daarom nodig zijn dat door de ouderlingen de namen van de zieken en vooral van hen die behoeftig zijn aan de diakenen schriftelijk worden meegedeeld, opdat die hun ambt beter kunnen vervullen.

Schets Wezel (1571) IV.9

[Cap. IV.] De Senioribus.

= De ouderlingen

Artikel
[9.]

Leges autem condere vel imperium exercere siue erga Ministros Collegasque siue erga ecclesiam: Ac vel Consistorium seu Senatum ecclesiasticum pro suo arbitratu cogere, Ministris ignorantibus vel absentibus, sciant a suo munere esse quàm alienissimum.

= Ze horen echter te weten dat het wel het minst tot hun taak behoort wetten te maken of gezag te oefenen, hetzij over de dienaren en hun ambtgenoten, hetzij over de kerk. Net zo min past het houden van kerkenraadsvergaderingen naar eigen welgevallen zonder dat de dienaren dit weten of erbij zijn.

Schets Wezel (1571) IV.10

[Cap. IV.] De Senioribus.

= De ouderlingen

Artikel
[10.]

Quod si autem Ministris absentibus erit cogendum Consistorium, debebunt certè Seniores et occasionem indicti Senatus, et quid in eo gestum sid fideliter illis aperire.

= Mocht er echter een kerkenraadsvergadering gehouden moeten worden in afwezigheid van de dienaren, dan zijn de ouderlingen verplicht aan hen opening van zaken te geven zowel over de reden waarom de vergadering belegd is als over wat er in behandeld is.

Schets Wezel (1571) IV.11

[Cap. IV.] De Senioribus.

= De ouderlingen

Artikel
[11.]

Si etiam erit aliquo Minister ablegandus non debebit illud a Senioribus nisi conuocato altero ministro vel certè doctoribus ac prophetis decerni: eo quod illo absente in hos vel inscios vel inuitos non debeat ecclesiae solicitudo cadere.

= Ook als de dienaar ergens heen moet worden afgevaardigd past het niet dat de ouderlingen daarover een besluit nemen dan na de andere dienaar of tenminste de leraren en profeten erbij geroepen te hebben. Het is immers niet behoorlijk dat gedurende zijn afwezigheid de zorg voor de kerk buiten hun weten of tegen hun wil op hen komt te liggen.

Schets Wezel (1571) IV.12

[Cap. IV.] De Senioribus.

= De ouderlingen

Artikel
[12.]

Quoties autem communi consensu vel verbi Minister vel alius quis publicum munus gerens aliquo ablegatus fuerit, alioue quopiam munere, quod sit ex vsu ecclesiae, oneratus, debet hoc ipsum libenter et non grauatè in se recipere ac promptissima voluntate exequi; cogitans in Domini nostri Iesu Christi negocio se minimè esse sui iuris. Alioqui si fratrum vel Classis vel Consistorio iudicio stare renuerit, forma disciplinae ecclesiasticae cum eo agendum erit.

= Zovaak echter met algemene instemming of een dienaar of iemand anders die een publieke functie bekleedt ergens heen gezonden of met een andere taak ten bate van de kerk belast zal zijn, behoort hij dit gewillig en zonder bezwaar te maken op zich te nemen en met de grootste bereidwilligheid uit te voeren, bedenkende dat hiij in de dienst van onze Heer Jezus Christus is en allerminst eigen meester. Mocht hij weigeren zich te onderwerpen aan het oordeel van de broeders, hetzij van de classis, hetzij van de kerkeraad, zal men met hem te handelen hebben naar het formulier van de kerkelijke tucht.

Schets Wezel (1571) IV.13

[Cap. IV.] De Senioribus.

= De ouderlingen

Artikel
[13.]

Quemadmodum verò multis de causis non vtile tantum sed necessarium prorsus esse censemus, vt peculiari quodam libro acta Consistorii omnia per vnum quempiam ex Seniorum numero ad hoc deputatum diligenter annotentur, Ita etiam Diaconos recepta dispensataque omnia sedulo adscribere Consistorioque singulis mensibus, vel quoties alioqui videbitur, rationes reddere verbo Domini omnino consentaneum est.

= Wij zijn van oordeel dat het niet alleen nuttig, maar volstrekt noodzakelijk is, dat alle handelingen van de kerkenraad in een afzonderlijk boek nauwkeurig worden aangetekend door één persoon, uit de ouderlingen hiertoe afgevaardigd. Net zo komt het ook alleszins met Gods woord overeen dat de diakenen alle ontvangsten en uitgaven naarstig aantekenen en aan de kerkenraad elke maand, of zo vaak dit verder nodig zal schijnen, rekening en verantwoording doen.

Schets Wezel (1571) V.

[Cap. V.] De Diaconis.

= De diakenen

Schets Wezel (1571) V.1

[Cap. V.] De Diaconis.

= De diakenen

Artikel
[1.]

Diaconorum officium in eo esse, vt mensae inseruiant i.e. pauperum inopiis succurrant, et collectis eleemosynis necessaria administrent, Scriptura teste certissimum est.

= Op getuigenis van de Schrift is het volkomen zeker dat het de taak van de diakenen is om de tafels te bedienen, dat is, dat zij de armen in hun behoeften te hulp komen en het nodige verstrekken uit de verzamelde aalmoezen.

Schets Wezel (1571) V.2

[Cap. V.] De Diaconis.

= De diakenen

Artikel
[2.]

Eorum electionem confirmationemque non alio ritu debere fieri quam qui in Senioribus est supra declaratus consentaneum est, nisi quod in examine maxima habebitur ratio fidelitatis atque industriae, et potissimum cauebitur auaritiae nota. Per omnia autem obseruabitur ratio a Paulo praescripta 1 Timot. 3.

= Hun verkiezing en bevestiging hoort op geen andere wijze te gebeuren dan hierboven bij de ouderlingen gesteld is, alleen moet bij het onderzoek vooral gelet worden op trouw en ijver en opgepast worden voor signalen van gierigheid. In alles zal de regel gevolgd worden die door Paulus is voorgeschreven in 1 Tim. 3.

Schets Wezel (1571) V.3

[Cap. V.] De Diaconis.

= De diakenen

Artikel
[3.]

Debent etiam diligenter commonefacere eos quibus per facultates licet vt ecclesiae inopiae et necessitati pauperum subueniant.

= Zij behoren ook naarstig hen te vermanen van wie het vermogen het toelaat dat zij aan de behoefte der kerk en het gebrek der armen te hulp komen.

Schets Wezel (1571) V.4

[Cap. V.] De Diaconis.

= De diakenen

Artikel
[4.]

Eorum numerum in singulis ecclesiis non posse hoc tempore praescribi, cum circumstantiarum sit habenda maximè ratio, existimamus.

= Wij zijn van mening dat het aantal diakenen in elke kerk op dit moment niet kan worden voorgeschreven, daar hierbij vooral met de omstandigheden gerekend moet worden.

Schets Wezel (1571) V.5

[Cap. V.] De Diaconis.

= De diakenen

Artikel
[5.]

Atqui in maioribus praesertim Civitatibus Diaconorum duo genera institui non erit alienum, quorum alii eleemosynis colligendis distribuendisque operam dabunt, et simul pauperis bona legata si quae fuerit ea curae habebunt, vt ritè ab haeredibus erogentur, et legatariis fideliter distribuantur.

= Het zal niet vreemd zijn dat vooral in de grotere plaatsen twee soorten diakenen worden ingesteld. De eerste soort zal zich toeleggen op het verzamelen en uitreiken van de aalmoezen en tegelijk zorg dragen dat, wanneer er goederen aan de armen vermaakt worden, deze op wettige wijze van de erfgenamen afgevorderd worden en getrouw aan de gelegateerden worden uitgedeeld.

Schets Wezel (1571) V.6

[Cap. V.] De Diaconis.

= De diakenen

Artikel
[6.]

Alii potissimum aegrorum, sauciorum, captiuorumque curam gerent: quos erit necesse praeter fidelitatem atque industriam etiam dono consolationis et verbi cognitione non vulgari esse praeditos; Et sedulo a Senioribus inquirere num qui sint in paroeciis aegri atque infirmi qui consolatione sustentatione indigeant.

= De andere soort diakenen zal voornamelijk zorg dragen voor de zieken, gewonden en gevangenen. Deze diakenen behoren begaafd te zijn behalve met trouw en ijver ook met de gave der vertroosting en een bijzondere kennis van het Woord. Zij zullen naarstig bij de ouderlingen navragen of er in hun wijk soms ook zieken en zwakken zijn, die vertroosting en opbeuring nodig hebben.

Schets Wezel (1571) V.7

[Cap. V.] De Diaconis.

= De diakenen

Artikel
[7.]

Quicunque lecto aegri decubuerint ii suam valetudinem per Diaconos siue Seniores Ministro verbi indicent: vt si opus fuerit vel accedat ipse, aegrumque verbo Dei consoletur, vel eam prouinciam Senioribus vel Diaconis mandet, vbi ei per alia publica et maioris momenti negocia minus erit integrum.

= Wie ziek te bed ligt zal via de diakenen of ouderlingen aan de dienaar des Woords zijn ziekte melden, opdat zo nodig deze òf zelf komt en de zieke met Gods woord vertroost, òf deze taak overdraagt aan de ouderlingen en diakenen, wanneer dit hem minder gelegen komt wegens andere bezigheden die het algemeen belang raken en van groter gewicht zijn.

Schets Wezel (1571) V.8

[Cap. V.] De Diaconis.

= De diakenen

Artikel
[8.]

Aduenarum etiam ac peregrinorum rationem haberi iubet charitatis ratio.

= De plicht der liefde gebiedt dat men ook acht zal geven op degenen die van buiten komen en de vreemdelingen.

Schets Wezel (1571) V.9

[Cap. V.] De Diaconis.

= De diakenen

Artikel
[9.]

Quare Diaconorum erit diligenter de Senioribus aliisque ecclesiae membris exquirere, num qui fideles aduenae seu peregrini in ea loca venerint: vt eis hospitalitatis beneficium et reliqua fidelis ac Christiana opera praestari possit. Et si sint inopes etiam necessaria subministrentur. Eorum autem curam ad prius Diaconorum genus pertinere est extra dubium.

= Daarom is het de roeping van de diakenen nauwkeurig onderzoek te doen bij de ouderlingen en andere leden van de kerk, of er wellicht ook gelovige reizigers of vreemdelingen in die plaats gekomen zijn, opdat men hun de weldaad der gastvrijheid en verdere trouwe en christelijke dienst kan bewijzen. Als zij behoeftig zijn zal ook het nodige hun verstrekt worden. Het staat buiten twijfel dat hun verzorging behoort tot de eerste soort van diakenen.

Schets Wezel (1571) V.10

[Cap. V.] De Diaconis.

= De diakenen

Artikel
[10.]

Quibus locis erit oportunum existimamus etiam mulieres spectata fide ac probitate et aetate prouectas ad hoc munus Apostolorum exemplo rectè ascisci posse.

= Op die plaatsen waar dit uitkomt, vinden wij, dat ook vrouwen van beproefd geloof en eerbare levenswandel die van gevorderde leeftijd zijn, naar het voorbeeld van de apostelen terecht tot deze taak aangenomen kunnen worden.

Schets Wezel (1571) V.11

[Cap. V.] De Diaconis.

= De diakenen

Artikel
[11.]

Prouidebunt etiam Diaconi an ecclesiae viuis pupillisque alicunde vis vel iniuria sit illata: Et si quid resciuerint, referent ad Consistorium: quò statim certi aliquot deligantur qui pro rei qualitate curent à magistratu ius reddi.

= De diakenen zullen ook toezien, of aan de weduwen en wezen der kerk door iemand geweld of onrecht wordt aangedaan. Indien zij zoiets vernemen zullen zij het overbrengen aan de kerkenraad, opdat terstond een paar personen gekozen worden die naar gelang van de zaak zullen zorgen dat door de overheid recht gedaan wordt.

Schets Wezel (1571) V.12

[Cap. V.] De Diaconis.

= De diakenen

Artikel
[12.]

Iam porro necessarium erit praeter hos Diaconos alios etiam viros bonos ac spectatae fidei ac probitatis magno delectu conquiri qui colligant Ministrorum stipendia, coeteraque quae ad vsum ministerii erunt necessaria.

= Verder zal het nodig zijn behalve deze diakenen nog andere goede mannen, die van beproefd geloof en levenswandel zijn, met voorzichtige keuze bijeen te zoeken, die de bezoldigingen der dienaren en wat voorts tot het gebruik van de dienst (des Woords) nodig zal zijn zullen verzamelen.

Schets Wezel (1571) V.13

[Cap. V.] De Diaconis.

= De diakenen

Artikel
[13.]

In quibus numeramus etiam ea quae ad congregandas Synodos, ad ablegandos vbi erit necesse vel Ministros vel quosuis alios ad necessaria ecclesiae negocia, et simul quaecunque ad templorum siue basilicarum structuram pertinebunt.

= Hieronder rekenen wij ook wat betrekking zal hebben op de bijeenroeping van synodes, de afvaardiging hetzij van de dienaren hetzij van enig ander persoon, waar dit nodig zal zijn, tot noodzakelijke kerkelijke bezigheden, evenals alles wat behoren zal tot de bouw van tempels of kerken.

Schets Wezel (1571) V.14

[Cap. V.] De Diaconis.

= De diakenen

Artikel
[14.]

Quanquam in maioribus Civitatibus, vbi omnino poterit, haec munia etiam distingui satius esse ducimus: ac Ministrorum curam a coeterarum rerum solicitudine disiungi. Verum haec in Synodo commodissimè decerni poterunt, Cui etiam Scholarum curam constitutionemque relinquimus.

= Hoewel wij het voor dienstiger houden dat in de grotere plaatsen, waar dit maar enigszins mogelijk is, ook deze ambten onderscheiden worden en de zorg voor de dienaren afgescheiden wordt van de zorg voor de overige dingen. Deze zaken zullen echter het best in de synode besloten worden, aan welke wij ook de zorg voor de scholen en haar inrichting overlaten.

Schets Wezel (1571) V.15

[Cap. V.] De Diaconis.

= De diakenen

Artikel
[15.]

De constituendo porro Argentario aliquo siue Quaestore, de reddendis Consistorio tum accepti tum expensi rationibus, deque iis quae ad hanc rem pertinebunt debet à singulis ecclesiis pro cuiusque ratione et modo posthac statui, vel certè a Synodo in genere aliquid decerni.

= Wat verder de aanstelling van een penningmeester of quaestor aangaat, het doen van rekening van ontvangsten en uitgaven aan de kerkeraad en dat wat verder op deze zaak betrekking zal hebben, zo behoort iedere kerk naar ieders gelegenheid en wijze daarover voortaan te beslissen, tenzij de synode in het algemeen hierover iets vaststelt.

Schets Wezel (1571) V.16

[Cap. V.] De Diaconis.

= De diakenen

Artikel
[16.]

Senioribus autem ecclesiae facultatum qualescunque tandem sint, aut vndecunque obuenerint erogationem administrationemque ab eorum munere ducimus esse penitus alienam.

= Wij houden het er echter voor dat het uitdelen en bezorgen van de kerkelijke goederen, van welke aard zij ook mogen zijn of waar zij ook vandaan komen, in het geheel niet overeenkomst met de taak van ouderlingen.

Schets Wezel (1571) V.17

[Cap. V.] De Diaconis.

= De diakenen

Artikel
[17.]

Praeter eas quae quotidie accidunt difficultates, ipsa etiam res clamat Seniores et Diaconos qui in vocatione sua aliquandiu fidi extiterunt, non nisi magno rei domesticae dispendio hoc ipsum facere: proinde vtile censemus vt quotannis noua eorum fiat electio: ita vt exacto anno vel sex mensibus (prout res et oportunitas postulabunt) dimidia pars ab officio relaxetur, atque alii in eorum locum deligantur qui cum reliquis adhuc remanentibus ecclesiae praeficiantur. Ita tamen vt liberum sit Consistorio Seniores et Diaconos maximè idoneos et promptae voluntatis rogare et precari vt dimidium vel integrum subsequentem annum (prout Consistorio videbitur) ecclesiae in sua vocatione inseruiant.

= Nog afgedacht van de dagelijkse beslommeringen van het leven volgt het uit de aard der zaak, dat ouderlingen en diakenen die zich in hun roeping een tijd lang getrouw hebben betoond, dit niet hebben gedaan zonder groot nadeel van hun huiselijke zaken. Daarom achten wij het nuttig dat jaarlijks nieuwe worden gekozen, op deze wijze, dat na verloop van één jaar of van zes maanden (naar de zaak en de omstandigheden dit eisen) het halve deel van zijn dienst wordt ontslagen en anderen in hun plaats worden gekozen, die met de overige nog blijvende ambtsdragers over de kerk zullen gesteld worden. Met dien verstande echter dat het de kerkeraad vrij staat de meest geschikte ouderlingen en diakenen, die daartoe bereid zijn, te verzoeken en te bidden dat zij het halve of hele volgende jaar (naar dit de kerkenraad goeddunkt) de kerk in hunne roeping willen dienen.

Schets Wezel (1571) V.18

[Cap. V.] De Diaconis.

= De diakenen

Artikel
[18.]

Publica persona vt Minister seu Pastor, Doctor, Senior, Ludimagister, aut Diaconos etcet. ecclesiam cui inseruit minimè deseret sine legitima causae cognitione, et interposito totius Classis seu paroeciae (postquam in paroecias diuisae erunt prouinciae) iudicio. Neque vicissim ecclesiis erit liberum suum vel Ministrum vel Doctorem Senioremue etcet. destituere, nisi paroeciae classisue prouincialis consensus intercesserit.

= Wie een openbaar ambt bekleedt zoals de dienaar of herder, de leraar, de ouderling, de schoolmeester of de diaken enz. mag de kerk die hij dient geenszins verlaten zonder dat van zijn zaak wettig kennis is genomen en het oordeel van de gehele classis of regio (nadat de provincies in classes zullen zijn verdeeld) daarover is ingewonnen. En anderzijds zal het ook de kerken niet vrij staan hetzij haar dienaar, hetzij haar leraar, hetzij haar ouderling enz., los te maken zonder de toestemming van de regio of provinciale classis verkregen te hebben.

Schets Wezel (1571) V.19

[Cap. V.] De Diaconis.

= De diakenen

Artikel
[19.]

Nec tamen Classium conuentibus quicquam iuris hac in re concedendum putamus in vllam ecclesiam, eiusue Ministros, nisi illa vltro consentiente: ne suo iure et authoritate inuita priuetur ecclesia.

= Nochtans menen wij niet dat aan de classicale vergadering enig recht in deze zaak over een kerk of haar dienaren toe te kennen is, tenzij deze kerk hierin uit eigen beweging toestemt, opdat de kerk niet tegen haar wil beroofd wordt van haar recht en gezag.

Schets Wezel (1571) VI.

[Cap. VI.] De Sacramentis.

= De sacramenten

Schets Wezel (1571) VI.1

[Cap. VI.] De Sacramentis.

Ac primum de Baptismo.

= De sacramenten
Allereerst: de Doop

Artikel
[1.]

Sacramenta quia sunt cum verbi administratione indiuiduo nexo copulata ad Ministrorum officium pertinere nemo ambigit. Quare non censemus ab alio quam à verbi Ministro Baptismum ritè conferri posse.

= Daar de sacramenten met de bediening des Woords door een onlosmakelijke band zijn verbonden, zo betwijfeld niemand dat zij tot het ambt der dienaren behoren. Wij oordelen daarom dat de doop door niemand anders dan door de dienaar des Woords op rechte wijze kan worden bediend.

Schets Wezel (1571) VI.2

[Cap. VI.] De Sacramentis.

Ac primum de Baptismo.

= De sacramenten
Allereerst: de Doop

Artikel
[2.]

Administretur autem Baptismus forma vsitata, et in ecclesiasticis constitutionibus expressa. Et quidem non alibi neque alias quam in ecclesiae conuentu sub concione et catechismo. Nisi fortasse initio nascentis ecclesiae infirmorum quorundam rationem haberi erit necesse, et in eorum gratiam ad euitandum scandalum pueros valetudine afflictos domi baptizare. Quod ipsum tamen non conceditur, nisi praesentibus vt minimum quatuor vel quinque fidelibus. Et quidem tantisper donec Synodi decreto aliter cautum fuerit.

= De doop zal bediend worden met het gebruikelijke formulier dat in de kerkelijke verordeningen voorgeschreven is. En dat wel nergens anders of op enige andere wijze dan in de samenkomsten der gemeente bij de prediking en de catechismus. Het kan zijn dat het nodig is in het begin bij een kerk die pas ontstaan is rekening te houden met enkele zwakken en hun ter wille en om ergernis te vermijden de kinderen die met ziekte bezocht zijn aan huis te dopen. Maar zelfs dit wordt niet toegestaan dan in tegenwoordigheid van ten minste vier of vijf gelovigen en slechts zolang totdat door een besluit der synode hierin op andere wijze zal voorzien zijn.

Schets Wezel (1571) VI.3

[Cap. VI.] De Sacramentis.

Ac primum de Baptismo.

= De sacramenten
Allereerst: de Doop

Artikel
[3.]

Testium autem particularium (quos Compatres vulgus vocat) vsum et tingendi formam libera relinqui debere iam ante diximus.

= Wij laten echter het gebruik van bijzondere getuigen (die men gewoonlijk peters noemt) en de wijze van dopen vrij, zoals we eerder zeiden.

Schets Wezel (1571) VI.4

[Cap. VI.] De Sacramentis.

Ac primum de Baptismo.

= De sacramenten
Allereerst: de Doop

Artikel
[4.]

Atqui parentes et testes qui ad Baptismum pueros adferent iis verbis quae in forma baptismi expressa sunt interrogabuntur.

= De ouders en de getuigen die de kinderen ten doop aanbieden zullen met die woorden worden ondervraagd die in het formulier van de doop staan uitgedrukt.

Schets Wezel (1571) VI.5

[Cap. VI.] De Sacramentis.

Ac primum de Baptismo.

= De sacramenten
Allereerst: de Doop

Artikel
[5.]

Nomina infantium parentum ac Testium publicis tabulis consignari tum ecclesiae tum reipublicae maximè conducere in confesso est. Quibus etiam seorsim eorum nomina adscribi poterunt, qui post editam in ecclesia confessionem in Christo moriuntur.

= Ongetwijfeld is het ten hoogste dienstig, zowel voor de kerk als voor de staat, dat de namen van de kinderen, ouders en getuigen in publieke registers worden opgetekend. Ook zullen daarbij afzonderlijk kunnen worden opgeschreven de namen van hen, die na in de kerk belijdenis des geloofs afgelegd te hebben, in Christus sterven.

Schets Wezel (1571) VI.6

[Cap. VI.] De Sacramentis.

De Coena Domini.

= De sacramenten
De tafel van de Heer

Artikel
[6.]

Coenae celebrandae tempus ad populum referri ante quartumdecimum diem putamus esse perutile: tum vt singula ecclesiarum membra sese maturè praeparare, tum vt Seniores in obeundis paroeciis officio suo ritè fungi possint.

= Wij achten het zeer nuttig veertien dagen van tevoren de tijd waarop het avondmaal gevierd zal worden aan het volk bekend te maken. Zo kunnen de afzonderlijke leden van de kerk zich bijtijds voorbereiden en kunnen de ouderlingen hun ambt in het bezoeken der wijken op de juiste wijze volbrengen.

Schets Wezel (1571) VI.7

[Cap. VI.] De Sacramentis.

De Coena Domini.

= De sacramenten
De tafel van de Heer

Artikel
[7.]

Nemo autem ad coenam dominicam admittatur, nisi qui fidei confessionem ante ediderit et se disciplinae ecclesiasticae subiecerit.

= Niemand wordt echter tot de maaltijd van de Heer toegelaten dan wie vooraf belijdenis van het geloof afgelegd heeft en aan de kerkelijke tucht zich onderworpen.

Schets Wezel (1571) VI.8

[Cap. VI.] De Sacramentis.

De Coena Domini.

= De sacramenten
De tafel van de Heer

Artikel
[8.]

Qui ad Coenam admitti cupient, octiduo ante praestitutum coenae diem nomina apud Ministrum edent, et mox Seniorum vni aut pluribus pro ratione paroeciae ac numero personarum negocium à Consistorio dabitur, vt sedulò ac diligenter de eorum anteacta vita inquirant, et ad Consistorii cognitionem quod acceperint referant: vt si quid obstet quo minus recipi debeant maturè intercedatur, Sin minus, ad  fidei examinationem procedatur.

= Zij die begeren tot het avondmaal toegelaten te worden zullen acht dagen vóór de voor het avondmaal bepaalde dag hun namen bij de dienaar inleveren en de kerkeraad zal dan meteen aan één of meer ouderlingen, naar gelang van de wijk en het aantal personen, de opdracht geven om ijverig en nauwkeurig onderzoek te doen naar hun vroeger leven en wat zij vernomen hebben ter kennis van de kerkenraad te brengen. Wanneer iets in de weg staat waarom zij liever niet horen toegelaten te worden kan men zo bijtijds tussenbeide komen, of zo niet, kan men voortgaan tot het onderzoek van het geloof.

Schets Wezel (1571) VI.9

[Cap. VI.] De Sacramentis.

De Coena Domini.

= De sacramenten
De tafel van de Heer

Artikel
[9.]

Eam autem propter multas causas publicè fieri debere haud necesse ac ne vtile quidem iudicamus: sed priuatim coram ministro et doctoribus ac prophetis, vel si minus eorum potestas fuerit, coram aliquot Senioribus et Ministro instituatur secundum ea quae in constitutionibus ecclesiasticis proponuntur.

= Wij zijn echter van oordeel dat het om vele oorzaken niet nodig, ja zelfs niet nuttig is, dat dit onderzoek in het openbaar geschiedt, maar het worde ingesteld privaat in tegenwoordigheid van de dienaar en de leraren en profeten, of indien men deze niet zal kunnen krijgen, van enige ouderlingen en de dienaar volgens wat in de kerkelijke verordeningen wordt voorgesteld.

Schets Wezel (1571) VI.10

[Cap. VI.] De Sacramentis.

De Coena Domini.

= De sacramenten
De tafel van de Heer

Artikel
[10.]

Pueros autem qui ex catechumenis excesserunt non erit alienum coram vniversa ecclesia examinari, secundum breuioris catechismi formam, cui etiam adiungentur maioris catechismi summa capita: idque octiduo ante constitutum coenae diem.

= Het zal echter niet ongepast zijn de kinderen, die de catechisatie doorlopen hebben, in tegenwoordigheid van de gehele gemeente te onderzoeken, volgens het formulier van de kortere catechismus, waaraan nog toegevoegd zullen worden de voornaamste stukken van de grotere catechismus. Dit zal geschieden acht dagen vóór de vastgestelde dag van het avondmaal.

Schets Wezel (1571) VI.11

[Cap. VI.] De Sacramentis.

De Coena Domini.

= De sacramenten
De tafel van de Heer

Artikel
[11.]

Qui autem erunt ritè examinati, siue pueri sunt, siue adulti, ii sistent sese ecclesiae pridie eius diei quo celebranda est coena, et propositis fidei ac religionis primariis capitibus,  eorum assensio postulabitur; et simul subiicent sese ecclesiasticae disciplinae, eorumque nomina publicis tabulis adscribentur: atque tum demum ad plebem referentur, vt si nihil causae obstet possint postridie ad mensam dominicam admitti.

= Wie behoorlijk onderzocht zijn, kinderen of volwassenen, zullen zich de dag vóór de dag waarop het avondmaal gevierd zal worden voor de kerk stellen en hun zal, nadat de voornaamste stukken van het geloof en de religie hun voorgesteld zijn, naar hun instemming daarmee gevraagd worden. Tegelijk zullen zij zich ook onderwerpen aan het kerkelijk opzicht en hun namen laten opschrijven in de kerkelijke registers. Dan eindelijk zullen zij aan het volk worden voorgesteld, opdat zij, indien geen wettige verhindering voorkomt, de volgende dag tot de tafel van de Heer toegelaten kunnen worden.

Schets Wezel (1571) VI.12

[Cap. VI.] De Sacramentis.

De Coena Domini.

= De sacramenten
De tafel van de Heer

Artikel
[12.]

Panis fractionem, quia est a Christo manifestè instituta, et ab Apostolis totaque vetustiori ecclesia non sine grauissimis causis obseruata, necessariam esse omnino censemus.

= Wij zijn van mening dat het breken van het brood alleszins noodzakelijk is, omdat dit door Christus duidelijk ingesteld is en door de apostelen en de gehele oudere kerk niet zonder de gewichtigste redenen is onderhouden.

Schets Wezel (1571) VI.13

[Cap. VI.] De Sacramentis.

De Coena Domini.

= De sacramenten
De tafel van de Heer

Artikel
[13.]

Verba coenae quae in Constitutionibus ecclesiasticis proponuntur, quia sunt et cum institutione, et cum manifesto Christi praecepto, et denique cum Pauli declaratione quam maximè consentanea, putamus planè esse retinenda.

= Wij vinden dat de avondmaalsformule die in de kerkelijke verordeningen wordt voorgesteld zeker behouden moet worden, omdat zij het meest overeenkomt met de instelling en met het duidelijke voorschrift van Christus en tenslotte met de verklaring van Paulus.

Schets Wezel (1571) VI.14

[Cap. VI.] De Sacramentis.

De Coena Domini.

= De sacramenten
De tafel van de Heer

Artikel
[14.]

Communem verè panem non peculiarem aliquem aut azymum aut aliud quid superstitionis resipientem putamus in omnibus ecclesiis esse vsurpandum.

= In alle kerken zal gewoon brood gebruikt worden en niet een bijzonder soort of ongezuurd brood of iets anders dat naar bijgelovigheid smaakt.

Schets Wezel (1571) VI.15

[Cap. VI.] De Sacramentis.

De Coena Domini.

= De sacramenten
De tafel van de Heer

Artikel
[15.]

Sedendo verò an stando Coenam celebrari, et dum ea celebratur, vel Scripturam legi vel psalmos decantari indiscriminatim posse existimamus.

= Men kan het avondmaal even goed zittend als staand vieren, en terwijl het gevierd wordt de Schrift lezen of psalmen zingen.

Schets Wezel (1571) VI.16

[Cap. VI.] De Sacramentis.

De Coena Domini.

= De sacramenten
De tafel van de Heer

Artikel
[16.]

Tempus autem celebrandae Coenae vnum aliquod omnibus ecclesiis praescribi nondum potest, donec in Synodo quid ex communi vsu ecclesiarum sit dispectum fuerit.

= Voorlopig kan nog niet één bepaalde tijd om het avondmaal te vieren voor alle kerken voorgeschreven worden, totdat in een synode overwogen zal zijn wat in het algemeen belang der kerken is.

Schets Wezel (1571) VI.17

[Cap. VI.] De Sacramentis.

De Coena Domini.

= De sacramenten
De tafel van de Heer

Artikel
[17.]

Prouidendam autem est, ne tempore celebrandae Coenae conciones in eas horas extrahantur quae coenae conficiendae dari debent: vt habeatur populi ac praesertim mulierum praegnantium coeterorumque valetudine affectorum ratio.

= Er moet voor gezorgd worden dat de preken in avondmaalsdiensten niet worden uitgerekt tot die uren die aan de bediening van het avondmaal moeten gegeven worden. Er moet rekening gehouden worden met het volk en in het bijzonder met de zwangere vrouwen en de overigen die zwak van gezondheid zijn.

Schets Wezel (1571) VII.

[Cap. VII.] De Matrimonio.

= Het huwelijk

Schets Wezel (1571) VII.1

[Cap. VII.] De Matrimonio.

= Het huwelijk

Artikel
[1.]

Matrimonio copulandorum nomina ternis diebus dominicis pro suggesto ad populum edi, et vsus rerum et experientia quotidiana debere, testatur.

= Zowel de gewoonte als de dagelijkse ervaring getuigt dat het nodig is de namen van hen die door het huwelijk verbonden zullen worden op drie zondagen van de kansel voor het volk af te kondigen.

Schets Wezel (1571) VII.2

[Cap. VII.] De Matrimonio.

= Het huwelijk

Artikel
[2.]

Antea verò quam haec nominum editio fiat, sistent se vnà cum parentibus aut Curatoribus Ministro et duobus suae Classis Senioribus: vt de iis quae necessaria esse existimabuntur possint interrogari. Quo facta eorum nomina tabulis publicis consignabuntur.

= Voordat echter de afkondiging van de namen gebeurt, zullen zij samen met hun ouders of voogden zich stellen voor de dienaar en twee ouderlingen van hun wijk, opdat men hen kan ondervragen naar wat nodig zal schijnen. Na afloop hiervan zullen hun namen in de kerkelijke registers worden opgetekend.

Schets Wezel (1571) VII.3

[Cap. VII.] De Matrimonio.

= Het huwelijk

Artikel
[3.]

Quouis die indiscriminatim Matrimonia celebrari possunt, modo eodem die concio ad populum habeatur. Exceptis tantum ieiunio sacratis diebus quibus est potissimum precationi et luctui incumbendum.

= De huwelijken kunnen op elke dag zonder onderscheid gesloten worden, mits op diezelfde dag een preek voor het volk gehouden wordt. Uitgezonderd zullen slechts die dagen zijn die aan het vasten gewijd zijn, omdat men op deze dagen zich voornamelijk heeft toe te leggen op gebed en treurigheid.

Schets Wezel (1571) VII.4

[Cap. VII.] De Matrimonio.

= Het huwelijk

Artikel
[4.]

Coetera quae ad Matrinoniorum rationem et considerationem Diuortiorum spectare possunt putamus in Synodo esse sigillatim discutienda.

= Het overige wat betrekking heeft op de regeling van de huwelijken en de behandeling van de echtscheidingen moet in een synode punt voor punt behandeld worden.

Schets Wezel (1571) VIII.

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Schets Wezel (1571) VIII.1

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[1.]

Omnino vigilandum est ne vlla nascens ecclesia neglecta disciplina ecclesiastica instituatur. Quam enim illa sit et salutaris et necessaria ipsa Christi domini, et Apostolorum tum institutio tum doctrina, atque etiam apostolicae totiusque vetustioris ecclesiae vsus, et ipsa denique quotidiana rerum experientia luculenter docet.

= Men moet er beslist voor waken dat bij de inrichting van een pas ontstaande kerk nergens de kerkelijke tucht wordt veronachtzaamd. Want hoe heilzaam en noodzakelijk zij is, leert terdege zowel de instelling als de onderwijzing zelf van de Heer Christus en de apostelen, alsook de praktijk van de apostolische en heel de oudere kerk, en eindelijk de dagelijkse ervaring van de zaken zelf.

Schets Wezel (1571) VIII.2

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[2.]

Ac proinde neminem ad verbi ministerium admitti debere aequum est, nisi hanc disciplinae rationem tueri retinereque paratus fuerit.

= Daarom is het ook billijk dat niemand tot de dienst des Woords mag toegelaten worden dan die bereid is om deze regel der tucht te handhaven en te bewaren.

Schets Wezel (1571) VIII.3

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[3.]

Disciplinam censemus constare tum censura doctrinae siue religionis ac morum tum correctione legitima, tum etiam excommunicatione, in qua potissimum versatur potestas clauium à Domino ecclesiae data.

= De tucht bestaat naar ons oordeel zowel in de censuur over de leer of religie en de levenswandel, als in de wettige bestraffing, alsook in de excommunicatie, waarin voornamelijk de sleutelmacht is gelegen, welke door de Heer aan de kerk is gegeven.

Schets Wezel (1571) VIII.4

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[4.]

Religionis ac morum censuram quod ad singula ecclesiae membra attinet debere ad Senatum ecclesiasticum, Seniorum inquam conuentum adhibitis Ministris Doctoribus ac Prophetis, si qui fuerint, spectare, est extra controuersiam.

= Het staat buiten kijf dat de censuur over de religie en de levenswandel wat betreft de afzonderlijke leden der kerk behoort toe te komen aan de kerkelijke senaat, te weten de vergadering van de ouderlingen, met toevoeging, indien er mochten zijn, van de dienaren, leraren en profeten.

Schets Wezel (1571) VIII.5

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[5.]

Ad quos enim cuiusque rei cognitio pertinet eosdem à iudicio et censura excludi praeter omne ius et fas esse omnes vident. Quare propriè quidem doctrinae censura ad Ministros et Doctores, morum vero ad Seniores videtur pertinere. Sed debent procul dubio vtrobique mutuas praestare operas.

= Want iedereen ziet dat het tegen alle recht en billijkheid zou indruisen degenen aan wie het toekomt van alle mogelijke zaken kennis te nemen van het oordeel en de censuur uit te sluiten. Daarom schijnt de censuur over de leer eigenlijk aan de dienaren en de leraren, maar die over de levenswandel aan de ouderlingen toe te komen. Maar ongetwijfeld moeten zij over en weer elkaar de helpende hand bieden.

Schets Wezel (1571) VIII.6

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[6.]

Iam cui censura relinquitur apud eum correctionis arbitrium stare, est procul dubio rationi et aequitati consentaneum.  Quare ad Consistorii iudicium hanc causam pertinere putamus esse quam conuenientissimum.

= Nu stemt het ongetwijfeld met rede en billijkheid overeen, dat degene aan wie de censuur wordt overgelaten ook de beslissing heeft om te bestraffen. Daarom zijn wij van mening dat deze zaak op de meest passende wijze toekomt aan het oordeel van de kerkenraad.

Schets Wezel (1571) VIII.7

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[7.]

Proinde si quis aliena dogmata et haereses clam palamue sparserit, eius nomen à Senioribus ad Consistorium referatur: eò vocatus moneatur, et si se ecclesiae iudicio submiserit, in gratiam recipiatur: Sin autem iterum ac tertiò monitus animum pertinaciter obfirmarit, à fidelium communione arceatur.

= Indien iemand derhalve heimelijk of openbaar vreemde leerstellingen en ketterijen rondgestrooid heeft, zal zijn naam door de ouderlingen bij de kerkenraad worden aangebracht. Na daar geroepen te zijn zal hij vermaand worden en indien hij aan dit oordeel der kerk zich onderwerpt zal hij in weer genade worden aangenomen. Zo hij echter na twee- of driemaal vermaand te zijn hardnekkig zich verhard heeft, zal hij van de gemeenschap der gelovigen geweerd worden.

Schets Wezel (1571) VIII.8

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[8.]

Eodemque modi si quis ecclesiae ordinem conuentumque superbe fastidierit ac identidem monitus minimè resipuerit, huic ecclesiae communio interdicatur.

= Op dezelfde manier zal iemand die de orde en samenkomst van de kerk hoogmoedig veracht en na veelvuldig vermaan in het minst geen berouw heeft getoond de gemeenschap van de kerk ontzegd worden.

Schets Wezel (1571) VIII.9

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[9.]

In morum autem censura correctioneque Christi institutio per omnia obseruetur, vt in criminibus occultis, et à publico scandalo remotis nemo ad ecclesiae iudicium trahatur nisi obstinato animo saepius repetitas monitiones fastidiosè reiecerit. Delatus autem ad Consistorium seriò moneatur: et nisi resipuerit tanquam putre membrum abscindatur.

= Wat de censuur en de bestraffing over de levenswandel aangaat zal men in alles de instelling van Christus volgen. Bij geheime zonden die geen openbare ergernis gegeven hebben wordt niemand voor de vierschaar van de kerkenraad gebracht, tenzij hij hardnekkig de zeer dikwijls herhaalde vermaningen verachtelijk verworpen heeft. Is hij aangeklaagd bij de kerkenraad dan zal hij ernstig vermaand worden en, indien hij geen berouw heeft, als een verrot lid worden afgesneden.

Schets Wezel (1571) VIII.10

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[10.]

In publicis autem et cum aperto scandalo coniunctis criminibus Consistorii Senatusque ecclesiastici authoritas primo quoque tempore interponatur, monendo primum et placidè in gratiam recipiendo si paruerit: Sin minus excommunicatione feriendo.
In atrocibus porro flagitiis ac sceleribus, etiam si monitioni obtemperauerint, tamen à communione in certum aliquod tempus suspendantur, donec resipiscentiae specimen ac testimonium luculentum praebuerint.

= Maar bij openbare zonden en zonden die openlijke ergernis gegeven hebben zal het gezag van de kerkenraad of kerkelijke senaat zich meteen doen gelden; vooreerst door hem te vermanen en indien hij gehoorzaamt door hem zachtmoedig weer in genade aan te nemen; in het tegenovergestelde geval door hem met de ban te slaan.
Wat voorts de afschuwelijke schanddaden en schelmstukken aangaat zullen de schuldigen, zelfs indien zij aan de vermaning gehoor geven toch voor een bepaalde tijd van de gemeenschap worden geschorst, totdat zij een duidelijke proeven en bewijs van boetvaardigheid zullen geleverd hebben.

Schets Wezel (1571) VIII.11

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[11.]

Liceat autem si quis se hac via, vel alia quauis ratione iniuria affectum putet, à Consistorii sententia ad Classium (postquàm erunt institutae) iudicium appellare, et rursus à Classium decisione Synodi auxilium implorare. Etsi 1) eiusmodi tergiuersatio ac recusatio agnoscendae culpae peruicatiae nota non carebit.


1) In het stuk zelf is dit door eene andere hand veranderd in Et sane.

= Indien iemand echter meent dat hem op deze wijze of op enige andere manier onrecht is aangedaan, zal het hem vrijstaan van de uitspraak van de kerkenraad zich te beroepen op het oordeel van de classes (nadat deze ingesteld zullen zijn) en opnieuw van de beslissing van de classes zal hij hulp mogen verzoeken bij de synode. Het blijft wel staan dat zo tegenspartelen en weigeren schuld te erkennen het schandmerk van de hardnekkigheid niet zal kunnen ontgaan.

Schets Wezel (1571) VIII.12

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[12.]

Atqui in Ministris ac Senioribus paulo aliam obseruari rationem aequum est: ne facile pateant calumniis. Nisi forte (quod auertat Deus) publico aliquo scelere ac flagitio sese contaminarint. Tum enim quàm primum non expectato Classis iudicio cum ignominia et dedecore ab officio mouendos esse nemo dubitat.

= Maar ten opzichte van de dienaren en de ouderlingen is het goed een licht gewijzigde regel te volgen, anders zouden zij gemakkelijk aan laster blootgesteld worden. Natuurlijk niet wanneer zij (wat God verhoede) zich bezondigd hebben aan een of andere publieke misdaad of schanddaad. Niemand twijfelt er aan dat zij dan zo snel mogelijk, zonder het oordeel van de classis af te wachten, met schande en oneer uit het ambt verwijderd moeten worden.

Schets Wezel (1571) VIII.13

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[13.]

Sin autem crimine aliquo occulto tenebuntur referatur ad conuentum Classis censura: in quo singulorum Ministrorum Seniorumque diligens exploratio habeatur et quomodo se quisque in officio gesserit, iis egredi iussis, sumptoque à coeteris iureiurando neminem proditurum quid aut à quo quicquam dictum sit, diligenter inquiratur. Et si monitione videbitur indigere, reuocatus in conuentum moneatur, sin reprehensione castigationeque reprehendatur et pro criminis magnitudine vel leuitate castigetur.

= Zijn zij echter in de greep van een privé-zonde, dan wordt het vermaan overgelaten aan de classicale vergadering. Daarin zal nauwkeurig onderzoek worden gedaan naar de dienaren en ouderlingen afzonderlijk en hoe ieder zich in zijn ambt gedragen heeft. De betrokkene wordt daarbij opgedragen de zaal de verlaten en de anderen zweren aan niemand iets te vertellen van wat of door wie iets gezegd is. En als iemand een vermaning verdient krijgt hij die na weer te zijn binnengeroepen, of een berisping of een straf, net naar de grootte of lichtheid van zijn misdrijf.

Schets Wezel (1571) VIII.14

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[14.]

Porro crimina quae in Ministris tolerari nequaquàm debent ea fere sunt istiusmodi. Haeresis. Schisma. Manifestus ordinis ecclesiastici contemptus. Blasphemia manifesta et animaduersione ciuili digna. Simonia. Inhonestus ambitus ad alterius locum inuadendum. Desertio sui muneris suaeque ecclesiae sine legitimo consensu ac vocatione. Crimen falsi. Periurium. Scortatio. Furtum. Ebriositas. Vis armata omnisque vis correctione ciuili digna. Foenus illicitum. Alea, coeterique ludi inhonesti ac legibus interdicti. Manifesta affectatio tyrannidis in ecclesiam et Collegas. Coeteraque alia eiusmodi quae vel inurunt infamiam, vel separationem ab ecclesia in aliis merentur.

= Misdaden die bij dienaren zeker niet te dulden zijn, zijn bijvoorbeeld: ketterij, scheurmakerij, openlijke verachting van de kerkelijke orde, openlijke godslastering die ook de burgerlijke straf verdient, simonie, onbetamelijke pogingen om zich in een andere plaats in te dringen, verlating van zijn dienst en zijn kerk zonder wettige toestemming of roeping, vervalsing, meineed, hoererij, diefstal, dronkenschap, wapengeweld en alle geweld dat burgerlijk strafwaardig is, ongeoorloofde woeker, dobbelspel en andere onbetamelijke en door de wet verboden spelen, openlijke heerszucht over de kerk en over collega's, en alle overige dergelijke misdaden, die iemand te schande maken of bij anderen de afsnijding van de kerk zouden verdienen.

Schets Wezel (1571) VIII.15

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[15.]

Alterius vero generis crimina sunt quae tolerantur quidem, sed tamen reprehensioni ac censurae sunt obnoxia. Qualia sunt Inanis quaestionum inutilium curiositas. Aliena et affectata Scripturas pertractandi ratio quae scandalum pariat auditoribus: qualis est eorum qui vel suis speculationibus plus aequo indulgent, vel allegoriis intempestiuis ludunt, vel denique aliena vel a scopo vel a dignitate Scripturarum ad ostentationem ingerunt. Noui quippiam et quod sit prorsus inusitatum in ecclesiam pro libidine inuehere. In studiis et Scripturarum lectione manifestè negligentem esse. In vitiis castigandis plus aequo remissum se praebere et adulationi quam proximum esse. In coeteris denique rebus quae officii sui sint nimis esse lentum ac socordem. Scurrilitas seu facetiae indecorae. Mendacium. Detractio siue maledicentia. Sermones impuri. Verba contumeliosa. Temeritas. Dolus malus. Manifesta auaritia. Ambitio et inanis glorae cupiditas. Praeceps ac immoderata iracundia. Dissidium in familia. Odia et rixae. Obiurgationes plus aequo acres ac immoderatae. Omnis immoderatus luxus in habitu mensa coeterisque rebus qui verbi Divini Ministrum dedeceat. Occulta affectatio imperandi ac tyrannidem in ecclesiam vel Collegas exercendi.

= Van een andere orde echter zijn die misdaden die weliswaar geduld worden, maar toch vragen om berisping en vermaning. Van dien aard zijn: ijdele nieuwsgierigheid naar nutteloze vragen; een vreemde en gezochte manier om de Schriften te behandelen die aan de hoorders aanstoot geeft, zoals bij hen die grenzeloos aan hun bespiegelingen toegeven of spelen met eindeloze vergelijkingen of, kortom, er een vertoning van maken door er van alles bij te halen dat niet overeenkomt met het doel en de waardigheid van de Schriften; naar willekeur invoeren in de kerk van wat nieuw en volstrekt ongebruikelijk is; klaarblijkelijke nalatigheid in de studie en het lezen van de Schriften; zich al te toegeeflijk tonen bij het bestraffen van zonden en al te genegen zijn tot vleierij; al te traag en zorgeloos zijn in de overige zaken die tot hun taak behoren; platte geestigheden of onbetamelijke scherts; liegen; laster of kwaadsprekerij; smerige praat; beledigende woorden; vermetelheid; opzettelijk bedrog; kennelijke gierigheid; eerzucht en begeerte naar ijdele roem; plotseling opkomende en onbeheerste woede; huiselijke onenigheid; haat en twist; te scherpe en onbeheerste verwijten; alle overdadige luxe qua kleding, maaltijden en verder die een dienaar van het woord van God niet betaamt; heimelijk streven om te gebieden en te heersen over de kerk of collega’s.

Schets Wezel (1571) VIII.16

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[16.]

In prioris generis criminibus qui conuictus erit, ab officio in consessu Classis remouebitur.

= Wie veroordeeld wordt op de eerste vorm van misdaden zal in de classicale vergadering uit het ambt worden verwijderd.

Schets Wezel (1571) VIII.17

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[17.]

In coeteris verò fraterna admonitio ac lenis castigatio adhibebitur, ab iis qui in classis conuentum erunt vocati. Quam si iterum ac tertio repetitam respuerit, referatur ad Classium comitia siue ad Synodi iudicium, atque ibi quod erit e re et commodo ecclesiae constituatur.

= Voor het overige echter zal een broederlijke vermaning en een zachte kastijding worden toegepast door hen die in de classicale vergadering zijn geroepen. Maar als iemand die, twee of driemaal achter elkaar, veracht, zal de zaak voor de vergadering van de classis of het oordeel van de synode gebracht worden, en daar zal besloten worden wat tot voordeel en nut van de kerk zal zijn.

Schets Wezel (1571) VIII.18

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[18.]

In leuiores porro vitiis quae ne iudicio quidem consessus digna videbuntur, seruetur ea quae est in coeteris omnibus à Christo praescripta ratio.

= Wat verder de lichtere fouten betreft, die zelfs het oordeel van de vergadering niet lijken te verdienen, daarin zal men de regel volgen die Christus voor alle overige gevallen heeft voorgeschreven.

Schets Wezel (1571) VIII.19

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[19.]

Vt autem hic ordo censurae commodius obseruetur, putamus fore vtile vt in binos vel vt minimum in ternos menses Classis cuiusque conuentus habeatur in quibus de huiusmodi rebus diligens fiat exploratio. Totius autem prouinciae Classes semestri interuallo conuenire non foret inutile. Ac in singulos denique annos totius Belgii prouincialem Synodum institui. Sed de iis quia nihil constitui potest, in arbitrio Synodi censemus esse relinquenda.

= Om deze orde van vermaan des te makkelijker te kunnen volgen, menen wij dat het nuttig is dat elke classis om de twee of tenminste drie maanden een vergadering houdt waarin dergelijke zaken nauwkeurig onderzocht worden. Ook zou het niet ondienstig zijn dat de classes van een hele provincie elk half jaar bij elkaar kwamen, en dat tenslotte elk jaar een provinciale synode van heel Nederland gehouden werd. Maar omdat over deze dingen niets vastgesteld kan worden, menen wij dat zij aan het oordeel van de synode moeten overgelaten worden.

Schets Wezel (1571) VIII.20

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[20.]

Videtur etiam fore vtile, ne hi singularum Classium conuentus ad censuram instituti vno semper loco habeantur: sed potius vt persaepe loca varientur: Tum vt ecclesiarum alterius in alteram dominatio impediatur, tum verò vel maximè vt singularum ecclesiarum explorationi eo diligentius qui conveniunt possint inuigilare, et qualis cuiusque sit ordo tum in verbi doctrina tum in ceremoniarum et disciplinae ratione, et denique an Seniores ac Ministri suo officio probè ac sedulo fungantur sigillatim exquirere.

= Het lijkt verder nuttig dat deze vergaderingen van de diverse classes ingesteld voor het vermaan niet steeds op één plaats gehouden worden, maar liever zo vaak mogelijk op verschillende plaatsen. Dat helpt om de heerschappij van de ene kerk over de andere tegen te gaan en verder — en dat voornamelijk — om degenen die samenkomen zich des te nauwkeuriger te laten richten op het onderzoek van elke individuele kerk: welke orde gevolgd wordt bij de verkondiging van het woord, de ceremoniën en de tucht, en of de ouderlingen en dienaren hun taak goed en ijverig waarnemen.

Schets Wezel (1571) VIII.21

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[21.]

Postremo si quid singulare in ecclesia aliqua sit quod ad ordinem et rectam ecclesiae constitutionem pertineat, liberum erit vnicuique ecclesiae id sequi quod maximè ad aedificationem erit accommodum: Habita semper circumstantiarum diligenti ratione vt ipsum ecclesiae corpus in vnitate spiritus ac vinculo pacis continuo cursu retineatur.

= Tenslotte, als er in een kerk iets bijzonders is met betrekking tot de orde en de rechte inrichting van de kerk, zal het aan iedere kerk vrijstaan te volgen wat het best past bij de opbouw van de gemeente. Daarbij moet steeds nauwkeurig gelet worden op de omstandigheden; dan kan het lichaam van de kerk zelf blijvend in eenheid van geest en in de band van de vrede gehouden worden.

Schets Wezel (1571) VIII.22

[Cap. VIII.] De Disciplina.

= De tucht

Artikel
[22.]

In his autem capitibus constituendis quae pro ecclesiarum Belgicarum incolumitate, et vniformi atque aequabili constitutione hactenus perscripta sunt, publicè, et coram Deo ac hominibus testatum volunt esse qui his colligendis operam dederunt Ministri, nullo aliarum ecclesiarum praeiudicio id a se factum esse, sed tantum habuisse rationem temporis, locorum, personarum ac coeterarum circumstantiarum pro quibus quid ecclesiis Belgicis conducat vel non conducat summa cura ac diligentia (implorato prius diuino auxilio) exquisiuerunt. Et ita rem temperarunt vt si contingat Dominum nostrum Iesum Christum vberiorem gratiae suae fructum Belgiae posthac aliquando concedere, tam quod ad magistratus piam reformationem attinet, quàm quod ad ecclesiae prouentum spectat, haec ipsa capita latius extendere, et pro re ac tempore vel augere vel minuere vel quae videbuntur immutare liceat.

= Wat nu betreft het vaststellen van deze punten die ten bate van de welstand van de Nederlandse kerken en hun uniforme en evenwichtige inrichting hierboven opgeschreven zijn, willen de dienaren die de moeite hebben genomen ze bijeen te brengen hier openlijk en voor God en mensen betuigd hebben, dat zij het in geen enkel opzicht tot nadeel van andere kerken gedaan hebben, maar alleen rekening gehouden hebben met tijd, plaatsen, personen en overige omstandigheden, en met de grootste zorg en ijver onderzocht hebben (na eerst de hulp van God te hebben afgebeden) wat voor de Nederlandse kerken al dan niet dienstig zou zijn. En zij hebben de zaak zo vorm gegeven dat — mocht het gebeuren dat onze Heer Jezus christus later een meer overvloedige vrucht van zijn genade aan Nederland verleende, zowel wat betreft een godvruchtige hervorming van de overheid als wat betreft de groei van de kerk — het vrij staat deze punten breder uit te werken en naar gelegenheid van zaken en tijden uit te breiden of te verminderen of, zo nodig, te veranderen.

Schets Wezel (1571) Ondertekening

Actum Wesaliae 3º Nouembris anni 1568.

= Aldus gedaan te Wezel, 3 november 1568

Petrus Dathenus subscripsit.
Hermanus Moded.
Cornelius Walrauen.
Herm. Moded noie Jacobi Michaelis.
Johannes Lippius.
Godefridus Pistorius.
Guilelmus Zulenus Nijeueldius.
Petrus de Rycke.
Joannes Asperensis.
Joannes noie Hermanni Millenii.
Ita est Joannes Masius.
Joannes Wicodurstadius.
Hermannus Vander Meere.
Gerardus Larenius.
Joannes Woudanus.
Cornelius de Vos.
Gerardus Culenborganus.
Gerhardus Venradius.
Adrianus Vossius.
Jacobus Richoboscus.
Ego Johannes Lippius subsequentium noie signo ad hoc requisitus.
Casparus Coelaes.
Philippus Raesuelt.
Hermannus Rachemius.
Cornelius Egidii.
Petrus Dathenus Jois Ostendorpii noie subscripsit.
Leonardus Panhusius.
Albertus Goudrianus.
Christianus Sinapius Venlo.
Ludouicus Sanarii Eecloniensis.
Georgius Octauius Syluanus.
Joannes Cubus.
Henricus Michael.
Johannes Pistorius.
Franciscus Franckennus.
Philippus Marnixius.
Hubertus Busseurs.
Cornelius Poppius.
Simeon van Habosch.
Joannes Houe Bergensis.
Jacobus Pontifortius alias Sterckenbrugge.
Jacobus Laubegeois.
Christophorus Becanus.
Cornelius Rhetius.
Gaspar van Bygaerden Bruxellensis.
  Dese naervolghende persoonen de lecture der ouerghezette copie hen ghedaan zynde hebben ooc onderteeckent.
Reynier de Pestere.
Gooris vanden Bogaerde.
Lieven de Somere.
Jan van Winghene vuer mij seluen ende
Mathijs vander Loo.
Pieter van Hoorebeke.
Crystoffels wut Waes.
Jacobus Miggrodius.
Cornelius Spirinxus.
Abraham Roussau.
Jan Morell.
Joos Faes.
Pieter Bauters.
Corneles Francken.
Joannes Castercomius.
Noie Anthonii Algoet, Ministri ecclae belgicae, et
noie Caroli Rijcwart, eiusdem ecclae Ministri apud Noruicenses,
Herm. Moded, requisitus, subscripsit.

Joannes Cubus, noie Laurentii Bruninck, alias Bruxellensis,
et Christophori Lantsochtii Brugensis.