Kerkorde CGK (2010) Art. 31

Van de kerkelijke vergaderingen

Artikel
31

Recht van appel

De besluiten van de vergaderingen worden genomen na gemeenschappelijk overleg en zo mogelijk met eenparige stemmen. Wat bij meerderheid van stemmen uitgesproken is, zal voor vast en bondig worden gehouden, tenzij bewezen wordt, dat dit in strijd is met het Woord van God, de belijdenis of de kerkorde.
Wanneer iemand van mening is, dat hij door het besluit van een mindere vergadering bezwaard is, kan hij zich op een meerdere vergadering beroepen. Hij dient dan te bewijzen dat het bedoelde besluit in strijd is met de Heilige Schrift, de belijdenis van de kerk en/of de aanvaarde kerkorde.
Onverminderd het recht van appel zoals hierboven omschreven, heeft ieder het recht om, wanneer hij door het besluit van een kerkelijke vergadering bezwaard is, zijn bezwaren in te dienen bij de eerstvolgende gelijksoortige vergadering. Voor de indiening van een dergelijk bezwaar, verzoek tot revisie genaamd, dienen de volgende regels:
1. bij indiening bij de generale synode dient het op dezelfde wijze met redenen omkleed te zijn als een appel of dient het anderszins een element te bevatten dat bij het doen van de uitspraak buiten beschouwing was gebleven of onvoldoende was overwogen;
2. bij indiening bij een andere kerkelijke vergadering dient het een element te bevatten dat bij het doen van de uitspraak buiten beschouwing was gebleven of onvoldoende was overwogen.