Nauta, D. (1971) Art. 1

|41|

Verklaring van de kerkorde

|42||43|

Inleiding (Art. 1)

 

Artikel 1
1. Naar het apostolisch voorschrift van I Corinthe 14: 40, dat in de gemeente van Christus alles betamelijk en in goede orde behoort te geschieden, wordt in deze kerkorde een aantal regelen gegeven voor het leven en werken van de kerk, met het oog op het volbrengen van de taak, waartoe zij naar de Heilige Schrift en haar belijdenis geroepen is.
2. De voornaamste onderwerpen, die in de kerkorde achtereen volgens ter sprake gebracht worden, zijn: de ambten van de kerk, de vergaderingen van de kerk, het werk van de kerk, het vermaan en de tucht van de kerk, en de betrekkingen van de kerk naar buiten.

 

Strekking en indeling

Dit eerste artikel draagt een inleidend karakter. In dit opzicht vertoont het geen onderscheid met het eerste artikel van de oude kerkorde. Bij alle verschil in formulering sluit het zich daarbij naar de inhoud geheel aan. De vraag kan rijzen, of het in een inleiding niet noodzakelijk is een omschrijving te bieden van wat onder de Gereformeerde Kerken verstaan moet worden en welke plaats zij pretenderen in te nemen ten opzichte van andere kerken in de wereld.

Evenmin als zulks in Dordrecht (1618/’19) is gedaan, is men er thans toe overgegaan een dergelijke omschrijving in de kerkorde op te nemen. Over de redenen welke er haar van teruggehouden hebben, heeft de synode zich niet uitgesproken. Toch kan men wel vermoeden, waarom de synode het heeft nagelaten. In de eerste plaats is het nog niet zo eenvoudig een omschrijving als bedoeld, op te stellen. In de kerk krijgen wij met een heel ander verschijnsel te maken dan in een willekeurige vereniging, welke door de wilsdaad van een aantal personen is opgericht om een of ander doelwit na te streven. Maar veel belangrijker is een tweede overweging. De kerken worden niet gekend aan de door haar opgestelde kerkorde, maar aan haar belijdenis. In haar geloofsbelijdenis spreekt de kerk zich onder meer ook uit over haarzelf en over wat zij, overeenkomstig Gods bestel en de wil van haar Heer Jezus Christus, in en voor de wereld betekent. Het zou dus denkbaar zijn, dat een kerkorde in aansluiting bij wat de belijdenis der kerk betuigt, opzettelijk het een en ander zegt over het bedoelde punt.

|44|

Zo luidt het eerste artikel van de huidige kerkorde der Nederlandse Hervormde Kerk: „De Nederlandse Hervormde Kerk, overeenkomstig haar belijdenis openbaring van de ene heilige katholieke of algemene Christelijke Kerk, bestaat uit al de Hervormde gemeenten …”. Maar men zal begrijpen dat een omschrijving als deze heel goed gemist kan worden, zonder dat daardoor, ten aanzien van het wezen en het karakter van de Gereformeerde Kerken, ook maar iets in het onzekere zou worden gelaten of voor enige onduidelijkheid over haar positie in de wereld gevreesd behoeft te worden. Gegronde aanleiding om zakelijk zich van de formulering van het oude eerste artikel los te maken, bestond er niet. De formulering zelf heeft nog al ingrijpende wijzigingen ondergaan.

Ik begin met het begrip „kerkorde”. Dit begrip komt in het oude artikel niet voor, maar het wordt wel aangetroffen in het opschrift van de gehele orde, echter als: kerkenordening. Dit woord zou thans, bij handhaving in de herziene orde, gemakkelijk aanleiding geven tot misverstand en moest daarom vervangen worden. Dat er tussen de woorden „ordening” en „orde” geen verschil bestaat, zal waarschijnlijk bij niemand bestrijding ontmoeten. De voorkeur voor het woord „orde” boven „ordening” zal men kunnen billijken: het is korter en eenvoudiger. Meer moeilijkheid zullen sommigen echter hebben met het eerste deel van het samengestelde woord. Dit wordt dan opgevat als een meervoud. De aangebrachte wijziging zou bij die opvatting dan kunnen betekenen, dat tekort wordt gedaan aan het recht van de zelfstandigheid der plaatselijke kerken en dat er in het spel zou zijn een overwaardering van het kerkverband. Maar het in die opvatting vervatte bezwaar gaat in elk geval hier niet op. Want er is in het bedoelde woord sprake niet van een meervoudsvorm, doch van een tweede naamval van het enkelvoud „kerk”.

De synode van Rotterdam (1952) heeft, nog voordat de verdere herziening aan de orde was geweest, besloten, juist ter vermijding van het hier bedoelde misverstand, voortaan niet meer van kerkenorde, doch van kerkorde te spreken (Acta, art. 150).

Voorts is het van belang te letten op de opzettelijke verwijzing naar een bepaalde plaats in de Heilige Schrift. In het oude artikel ontbreekt een dergelijke verwijzing. De aanvang ervan luidt: om goede orde in de gemeente van Christus te onderhouden. Er kan echter geen twijfel over bestaan, of men heeft bij deze formulering de nu uitdrukkelijk genoemde plaats in 1 Corinthe 14 op het oog gehad.

Op het voetspoor van Calvijn, die, in zijn „Institutie” de noodzakelijkheid en het belang van een orde voor de kerk uitvoerig bepleit met een beroep op deze plaats der Heilige Schrift, hebben de Gereformeerden in de zestiende eeuw steeds weer daarin het uitgangspunt gekozen bij het opstellen en het rechtvaardigen van hun kerkordeningen. In de Nederlanden is men niet anders te werk gegaan.

Thans is het bedoelde apostolische voorschrift met zovele woorden

|45|

opgenomen. En het spreekt vanzelf, dat het gebeurd is in de weergave, welke aangetroffen wordt in de nieuwe Bijbelvertaling. De tekst in 1 Corinthe 14: 40 luidt daar: Laat alles betamelijk en in goede orde geschieden.

De opmerking dat in dit hoofdstuk door de apostel bepaaldelijk gehandeld wordt over de orde in de bijeenkomsten der gemeente naar aanleiding van het profeteren en het spreken in tongen dat er geschiedde, behoeft niet als een bezwaar te worden beschouwd tegen het aanhalen van dezelfde tekst in een verband van meer algemene aard. Het regelen van de gang van zaken in de bijeenkomsten der gemeente, wij zouden ook kunnen zeggen het regelen van liturgische aangelegenheden, vormt niet het minst gewichtige onderdeel van elke kerkorde. Een kerkorde welke geen liturgisch recht bevat en brengt, zal men moeilijk kunnen aanwijzen. Welnu, een beginsel dat geldt voor een zo gewichtig onderdeel der kerkorde, moet van toepassing worden geacht ook voor de gehele kerkorde. Niet uitsluitend in de bijeenkomsten der gemeente, maar op heel het terrein van het kerkelijk samenstel behoort het betamelijk en in goede orde toe te gaan. Het is bij volkomen wettige conclusie, dat het apostolische voorschrift aan het hoofd van de gehele kerkorde wordt gesteld.

De herziene kerkorde tracht, in onderscheiding van de oude, van haar inhoud een algemene omschrijving te geven. Zij doet dit door te spreken van een aantal regelen voor het leven en werken van de kerk, met het oog op het volbrengen van de taak waartoe zij naar de Heilige Schrift en haar belijdenis geroepen is. Men kan wellicht verschillen over de vraag, of de opname van een dergelijke omschrijving noodzakelijk is. Maar tegen haar juistheid laten zich moeilijk gegronde bezwaren inbrengen. Dat in deze omschrijving gewezen wordt op de taak van de kerk, die vastligt in de Heilige Schrift alsook in de eigen belijdenis der kerk als een gehoorzaam antwoord op wat zij uit de Heilige Schrift heeft gehoord, moet van uitnemend belang worden geacht. Want hiermede is nadrukkelijk uitgesproken, dat wat in de kerkorde wordt bepaald ten opzichte van de taak der kerk, niet in strijd mag komen met de Heilige Schrift of met de belijdenis der kerk. Niet bij elk onderdeel der kerkorde behoeft nog eens afzonderlijk de schriftuurlijkheid en het kerkelijk verantwoord karakter der opgenomen bepalingen te worden aangetoond. De kerkorde gaat er echter van uit, dat zij voor heel haar inhoud zichzelf die maatstaf heeft aangelegd. Wanneer men, met andere woorden, op deugdelijke gronden zou aantonen, dat een of andere bepaling in de kerkorde niet in overeenstemming is met wat de Heilige Schrift en de belijdenis der kerk als haar taak aangeven, dan vloeit uit de omschrijving in het onderhavige artikel voort, dat de bestreden bepaling geoordeeld is om te verdwijnen of te worden gewijzigd.

De onderwerpen welke in de herziene kerkorde ter sprake gebracht worden, en waarnaar haar indeling zich regelen laat, hebben een andere formulering ontvangen dan in de oude kerkorde wordt aangetroffen, en daarbij ook nog een kleine uitbreiding. Voorzover dit nodig mocht blijken, hoop ik op

|46|

dit punt terug te komen ter plaatse waar de respectieve hoofdstukken beginnen. In de herziene kerkorde is namelijk een indeling in hoofdstukken aangebracht. Tezamen met de verdere onderverdeling die in de respectieve hoofdstukken wordt doorgevoerd, draagt zij bij tot het overzichtelijk karakter er van.