Kerkorde GKN (1971) Art. 42

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
42

1. Wanneer in een plaats een kerkeraad moet worden ingesteld, zal dit niet gebeuren dan met medewerking en goedvinden van de classis.
2. Een zodanige kerkeraad zal ten minste uit drie leden bestaan.

Kerkorde GKN (1971) Ubp. Art. 42

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

bij Artikel
42

Er wordt van uitgegaan, dat de kerkeraad zelf aan de Hoge Overheid bericht doet van de instituering, met verzoek tot plaatsing op de lijst van De Gereformeerde Kerken in Nederland. De bevestiging van zulk een bericht geschiedt door de deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid, nadat hun gebleken is dat de desbetreffende classis haar goedkeuring heeft verleend.
Hetzelfde is van toepassing voor besluiten van een kerkeraad tot splitsing van de kerk, tot ineensmelting met een andere kerk, tot wijziging in de naam van de kerk en voor andere dergelijke besluiten.

Dordrecht 1893, art. 74;
Amsterdam 1967, art. 354

De aandacht van kerkeraden van pas geïnstitueerde of samengesmolten of uit combinatie getreden kerken wordt gevestigd op de noodzakelijkheid om spoedig na haar optreden of gewijzigd bestaan hiervan schriftelijk kennis te doen aan het dagelijks bestuur der burgerlijke gemeente.
Voorts van kerkeraden in het algemeen op de mogelijkheid dat zij voor kerkgebouwen en pastorieën welke op naam van hun kerken staan, overeenkomstig artikel 25 der Wet van 26 mei 1870, vrijdom van grondbelasting kunnen verkrijgen. Ook van kerkeraden en andere kerkelijke vergaderingen op de noodzakelijkheid, dat in adressen aan Hare Majesteit de Koningin, bij het bekendmaken van de geïnstitueerde kerk, wordt verwezen naar de kerkorde van De Gereformeerde Kerken in Nederland, gelijk zij herzien is en vastgesteld door de synode van Assen (1957).

Middelburg 1896, art. 178;
Amsterdam 1967, art. 354