Bos, F.L. (1950) Art. 87

Art. 87.

Deze artikelen, de wettelijke ordening der kerk aangaande, zijn alzo gesteld en aangenomen met gemeen accoord, dat zij — zo het profijt der kerken anders vereiste — veranderd, vermeerderd of verminderd mogen en behoren te worden.
Het zal nochtans geen bijzondere gemeente, classe of synode vrijstaan zulks te doen, maar zij zullen naarstigheid doen om die te onderhouden, totdat anders van de generale of nationale synode verordend worde.

De ordebepalingen der kerk zijn geen wetten van Meden en Perzen, maar kunnen indien het nut der kerk het gewenst maakt, veranderd worden.

|345|

“Omdat de Heere daarom niets uitdrukkelijks geleerd heeft, omdat deze dingen ook niet noodzakelijk zijn tot de zaligheid, en naar gelang van de zeden van ieder volk en iedere tijd op verschillende wijze moeten worden toegepast tot stichting der kerk, zal het passend zijn, al naarmate het nut der kerk het eist, zowel gebruikelijke inzettingen te veranderen en af te schaffen, als nieuwe in te stellen. Ik erken wel, dat men niet lichtvaardig en ook niet dikwijls en niet om geringe oorzaken tot vernieuwing moet komen. Maar wat schaadt of sticht, zal de liefde het best beoordelen: en indien wij haar bestuurster zullen laten, zal alles goed gaan” (Calvijn, Inst. IV.X.30).

“Men heeft de zaak zo geregeld, dat ... het geoorloofd is deze artikelen breder uit te meten, en naar tijdsomstandigheden hetzij te vermeerderen of te verminderen of wat in aanmerking komt te veranderen” (Wezel 1568).

Verandering mag echter niet eigenmachtig gebeuren, maar moet met gemeen accoord geschieden.

“Deze artikelen, die hier zijn vervat met betrekking tot de orde, zijn niet aldus onder ons vastgesteld, dat zij, als het nut van de kerk het vereist, niet kunnen worden veranderd. Maar het zal niet in de macht van een particulier staan om dit te doen, zonder het oordeel en de toestemming van de generale synode” (Parijs — de Franse K.O. — 1559).

“Deze artikelen betreffende de wettelijke ordening der kerk zijn aldus met gemeen accoord vastgesteld, dat zij indien het nut der kerken anders vereist, veranderd, vermeerderd en verminderd kunnen en moeten worden; het zal echter niet aan enige bijzondere kerk staan dit te doen, maar allen zullen hun best doen om die te onderhouden, totdat door een synode anders vastgesteld worde” (Emden 1571).

Niet geringe afwijkingen in de toepassing als zodanig stellen iemand schuldig, maar wel de verachting van de ordemaatregelen der kerk.

“Wanneer er door onverstand of vergeetachtigheid enige fout begaan is, dan heeft men nog geen zonde bedreven; is het echter uit verachting geschied, dan moet de wederspannigheid afgekeurd worden” (Calvijn, Inst. IV.X. 31).

|346|

“Dewijl de synode verstaat, in al datgene, wat N.N. had te bestraffen in de ordening welke door de gereformeerde nederlandse kerken wordt onderhouden, niets te wezen, wat tegen de substantie van de discipline of kerkenordening is strijdende, dan alleen de manier en toepassing aan te gaan, waarin elke kerk vrijheid heeft tot de meeste stichting te handelen, zo is de synode tevreden geweest” (Edam 1592).