Bos, F.L. (1950) Art. 60

Art. 60.

De namen der gedoopten, mitsgaders der ouders en getuigen, en desgelijks de tijd des doops, zullen opgetekend worden.

|222|

Al doen de doopboeken niet meer dienst als registers van de burgerlijke stand, niettemin blijft nauwkeurige aantekening van belang.

“De namen der gedoopte kinderen en der ouders en getuigen noch de dag van hun doop worden in vele kerken niet opgeschreven. Nochtans wordt dat raadzaam geacht…,
opdat de gedoopten, opgewassen, van hun doop verzekerd zijn mogen;
dat men op dezelve ook te beter opzicht hebbe en die verzorge;
dat men de getuigen moge van hun ambt vermanen; opdat namaals geen ongedoopten ten avondmaal toegelaten worden;
opdat degenen die de doop nalaten, als verachters van het verbond Gods ter gelegenheid vermaand mogen worden zo het behoort;
en, behalve het vorengenoemde, opdat de ouderdom der kinderen, de namen van hun ouders en hun burgerrecht, alles van belang voor burgerlijke aangelegenheden, uit de opschrijving van de gedoopte kinderen bewezen moge worden.
’t Is daarom nodig dat hierop orde gesteld wordt” (Rotterdam 1581).