Kerkorde ELKKN (2001)

Ordeningen voor de Evangelisch-Luthersche Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden

[in opbouw]

Bron: 

losbladige uitgave [Woerden] [Bureau van de Evangelisch-Luthersche Kerken], stand van zaken 2001

Kerkorde ELKKN (2001) A

Prae-ambulaire artikelen

Kerkorde ELKKN (2001) A.I

Prae-ambulaire artikelen

Artikel
I

De Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden is de gemeenschap van de Evangelisch-Lutherse gemeenten in Nederland. Tot de Evangelisch-Lutherse Kerk behoren zij, die in de registers van een Evangelisch-Lutherse gemeente zijn ingeschreven.

Kerkorde ELKKN (2001) A.II

Prae-ambulaire artikelen

Artikel
II

De Evangelisch-Lutherse Kerk gelooft met de ganse Christenheid op aarde in God de Vader, Zoon en Heilige Geest. Zij leeft uit het Evangelie van Jezus Christus, zoals het in de Heilige Schrift van Oud- en Nieuw-Testament, de enige bron en norm van alle kerkelijke verkondiging en dienst gegeven is, en zoals het in haar Belijdenisgechriften, inzonderheid de onveranderde Augsburgse Confessie en Luther’s Catechismus, beleden wordt.

Kerkorde ELKKN (2001) A.III

Prae-ambulaire artikelen

Artikel
III

De dienst der Kerk, haar door Christus opgedragen, is de verkondiging van het Evangelie door Woord en Sacrament in de gehele wereld. Met deze wereld geheel zondig door de Wet Gods, is de Kerk in Christus uit genade geheel gerechtvaardigd door het geloof alleen en staat zij, vrijgemaakt van de vloek der Wet, in de vrijheid der kinderen Gods, die haar het recht geeft Zijn Woord te verkondigen.
De verkondiging der Kerk bestaat in de openbare prediking van het Evangelie en de bediening van Doop en Avondmaal. Zij roept tot verheerlijking van God, tot getuigen ook in de dienst der barmhartigheid aan de naaste.
Deze verkondiging strekt zich uit over de ambtshandelingen van ordinatie en confirmatie, huwelijksinzegening en begrafenis.
Zij zet zich voort in het bijeenvergaderen en leiden der gemeente door het Woord, de zorg over de zielen en over de leer, de onderwijzing in het Woord van God en de onderlinge samenspreking, welke begrepen is in het Ambt der Sleutelen.
Deze verkondiging is in het bijzonder opgedragen aan hen, die tot het predikambt geroepen zijn, onder bijstand van allen, die tot enigerlei dienst gesteld zijn. Op grond van het algemeen priesterschap der gelovigen zijn alle leden der Kerk mede verantwoordelijk voor haar getuigenis in woord en daad, opdat allen wandelen waardig de Heer en hem in alles behagen en vruchtbaar zijn in goede werken en wassen in de kennis Gods (Col. 1: 10).

Kerkorde ELKKN (2001) B

Algemene ordening

Kerkorde ELKKN (2001) B.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 1

Van de Kerk en haar leden.

Kerkorde ELKKN (2001) B.1.1.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 1

Van de Kerk en haar leden.

Artikel
1.1

De Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden wordt gevormd door de gezamenlijke Evangelisch-Lutherse gemeenten in Nederland, zoals deze genoemd worden in de Ordening betreffende het kerkelijk gebied der gemeenten.

Kerkorde ELKKN (2001) B.1.1.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 1

Van de Kerk en haar leden.

Artikel
1.2

Waar in deze en overige ordeningen der Kerk gesproken wordt over de Kerk, wordt daaronder verstaan de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden.

Kerkorde ELKKN (2001) B.1.2.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 1

Van de Kerk en haar leden.

Artikel
2.1

Tot een Evangelisch-Lutherse gemeente en daarmede tot de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden behoren:
a. als doopleden:
1. zij, die in de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden de H. Doop hebben ontvangen, voordat zij tot de jaren des onderscheids zijn gekomen;
2. zij, die in een andere Kerk gedoopt zijn en wier ouder(s) of verzorger(s), voordat deze kinderen tot de jaren des onderscheids zijn gekomen, tot de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden zijn overgekomen en verzocht hebben deze kinderen als doopleden in te schrijven;
b. als leden:
1. zij, die gedoopt zijn en op grond van hun belijdenis des geloofs, in de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden bevestigd zijn;
2. zij, die in andere kerken gedoopt en bevestigd zijn: door inwilliging van hun tot de kerkeraad van de Evangelisch-Lutherse gemeente, in wier kerkelijk gebied zij wonen, gericht verzoek, om tot de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden over te mogen komen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.1.2.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 1

Van de Kerk en haar leden.

Artikel
2.2

Men houdt op te behoren tot de Evangelisch-Lutherse Kerk door bij aangetekend schrijven, gericht aan de kerkeraad van zijn gemeente, de wens te kennen te geven, afgevoerd te worden van de doopleden- of ledenregisters.

Kerkorde ELKKN (2001) B.1.2.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 1

Van de Kerk en haar leden.

Artikel
2.3

In gevallen bedoeld in artikel 51 lid 5, danwel artikel 57 lid 4, kan een kerkeraad besluit tot afvoeren van doopleden- of ledenregisters.

Kerkorde ELKKN (2001) B.1.2.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 1

Van de Kerk en haar leden.

Artikel
2.4

Tot een Evangelisch-Lutherse gemeente kunnen tevens gastleden behoren. Zij, die zijn gedoopt, dan wel gedoopt en bevestigd in die Kerken, waarvan degenen, die in die Kerken gerechtigd zijn tot de verkondiging van het Woord, ook in de Evangelisch-Lutherse Kerk daartoe bevoegd zijn verklaard door de Synode, overeenkomstig artikel 42b, derde lid onder c. van deze Ordening, worden gastlid door inwilliging van hun verzoek door de kerkeraad van de Evangelisch-Lutherse gemeente tot welke zij geacht willen worden te behoren.

Kerkorde ELKKN (2001) B.1.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 1

Van de Kerk en haar leden.

Artikel
3

In deze en andere Ordeningen worden onder doopleden, leden en gastleden zowel mannelijke als vrouwelijke doopleden, leden en gastleden verstaan.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.4.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
4.1

Een gemeente wordt gevormd door doopleden en leden der Kerk alsmede gastleden, die in een door de Synode vastgesteld gebied, tot de bediening van Woord en Sacrament samenkomen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.4.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
4.2

Elke gemeente heeft een of meer predikantsplaatsen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.4.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
4.3

Elke gemeente wordt, onder toezicht van de Synode en de Synodale Commissie, bestuurd door een kerkeraad, overeenkomstig de artikelen 66 tot en met 106 van deze ordening.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.4.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
4.4

De gemeente heeft rechtspersoonlijkheid als bedoeld in artikel 2 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.5.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
5.1

Een wijkgemeente is een onderdeel van een gemeente welker kerkeraad besloten heeft, na verkregen goedkeuring van de Synodale Commissie, de gemeente voor de bearbeiding in twee of meer delen te splitsen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.5.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
5.2

Een wijkgemeente wordt bestuurd door een wijkkerkeraad. De wijze waarop de wijkkerkeraad wordt benoemd, alsmede de verdeling van taken en bevoegdheden tussen kerkeraad en wijkkerkeraad worden onder goedkeuring van de Synodale Commissie geregeld in het huishoudelijk reglement van de gemeente.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.6

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
6

Vervallen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.7.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
7.1

Een huisgemeente wordt gevormd door doopleden en leden der Kerk alsmede gastleden, die samenkomen tot de bediening van Woord en Sacrament op een andere plaats dan waar de gemeente gewoonlijk samenkomt, voor zolang dit wegens de geografische ligging dan wel wegens andere omstandigheden naar het oordeel van de kerkeraad van de betrokken gemeente gewenst is.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.7.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
7.2

De kerkeraad geeft van het vormen dan wel van het opheffen van een huisgemeente, onmiddellijk nadat hiertoe is besloten, kennis aan de Synodale Commissie.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.7.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
7.3

Voor het contact met de huisgemeente wijst de kerkeraad uit zijn midden tenminste een van zijn leden aan, die bij voorkeur deel uitmaakt van de huisgemeente.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.7.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
7.4

De herderlijke zorg over een huisgemeente berust bij de predikant van de betrokken gemeente of, na overleg met en onder goedkeuring van de daarbij betrokken kerkeraden bij een predikant van een aangrenzende gemeente.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.7.5

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
7.5

De kerkeraad van de gemeente, tot welke een huisgemeente behoort, heert er zorg voor te dragen, dat de statistische gegevens van de huisgemeente in een bijlage bij de staat van de Kerk worden vermeld.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.8.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
8.1

De grenzen van het kerkelijk gebied van een Evangelisch-Lutherse gemeente worden vastgesteld in de Ordening betreffende het kerkelijk gebied der gemeenten.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.8.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
8.2

Wijzigingen in de grenzen van het kerkelijk gebied kunnen worden aangebracht door de Synode, op verzoek van de betrokken kerkeraden, of op verzoek van de Synodale Commissie na overleg met de betrokken kerkeraden.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.8.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
8.3

Indien een burgerlijke gemeente ophoudt te bestaan, dan wel van een burgerlijke gemeente de grenzen worden gewijzigd, zal de Synodale Commissie bepalen tot welk kerkelijk gebied het grondgebied van deze gemeente, dan wel het bij de grenswijziging betrokken gedeelte van de gemeente zal behoren; in geval hierbij meer dan één kerkelijke gemeente betrokken is, pleegt de Synodale Commissie overleg met de kerkeraden van die kerkelijke gemeenten.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.9.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
9.1

De Synode kan op voorstel van de Synodale Commissie besluiten tot oprichting van een nieuwe gemeente.
Het voorstel omvat:
a. een omschrijving van het kerkelijk gebied der op te  richten gemeente;
b. de aanstelling van een voorlopige kerkeraad;
c. een regeling van de herderlijke zorg over de gemeenteleden;
d. een regeling van de financiering der kosten gedurende het eerste jaar;
e. voor zover nodig: een regeling als bedoeld in artikel 14.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.9.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
9.2

Alvorens het in lid 1. bedoelde voorstel bij de Synode in te dienen, vraagt de Synodale Commissie advies aan de kerkeraad(-raden) van die gemeente(n) die ten behoeve van de nieuwe gemeente kerkelijk gebied zou (zouden) afstaan. Dit advies wordt bij het voorstel gevoegd.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.9.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
9.3

Binnen een half jaar na de oprichting der gemeente dient door de voorlopige kerkeraad een huishoudelijk reglement aan de Synodale Commissie ter goedkeuring te worden voorgelegd.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.9.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
9.4

Binnen een jaar na de oprichting der gemeente zal, zo nodig in overleg met de Synodale Commissie, door de gemeenteleden een kerkeraad worden gekozen in overeenstemming met het inmiddels goedgekeurde huishoudelijk reglement.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.10.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
10.1

Twee of meer kerkeraden kunnen besluiten gezamenlijk een combinatie van gemeenten te vormen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.10.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
10.2

Nadat tot het vormen van een combinatie van gemeenten is besloten, wordt zo spoedig mogelijk door de betrokken kerkeraden in overleg een overeenkomst opgesteld, waarin geformuleerd worden:
a. de overwegingen die tot de overeenkomst hebben geleid;
b. de inhoud van de overeenkomst;
c. de voorwaarden waarop de overeenkomst is gesloten;
d. de voorwaarden waarop de overeenkomst kan worden beëindigd.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.10.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
10.3

Het besluit bedoeld in lid 1. is eerst rechtsgeldig nadat de Synodale Commissie schriftelijk heeft bevestigd dat zij de overeenkomst bedoeld in lid 2. heeft goedgekeurd.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.10.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
10.4

De predikantsplaatsen gevestigd in elk der gemeenten die tezamen een combinatie van gemeenten vormen, worden voor de tijd van het bestaan van de combinatie van gemeenten geacht te zijn verbonden aan deze combinatie.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.10.5

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
10.5

De door een combinatie van gemeenten aan de Synodale Commissie voorgelegde beroepsvoorwaarden kunnen niet goedgekeurd worden alvorens de schriftelijke bevestiging, bedoeld in lid 3, is verzonden.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.11

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
11

Vervallen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.12

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
12

Vervallen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.13.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
13.1

Indien een gemeente naar het oordeel van de Synodale Commissie geen mogelijkheid meer heeft om zelfstandig te blijven bestaan, kan de Synode op een door de Synodale Commissie na overleg met de betrokken kerkeraad schriftelijk ingediend voorstel besluiten deze gemeente, alsmede de in deze gemeente gevestigde predikantsplaats, te voegen bij een aangrenzende gemeente.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.13.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
13.2

Het voorstel bevat tevens een regeling inzake het kerkelijk gebied. Dit wordt òf geheel gevoegd bij de in lid 1 bedoelde aangrenzende gemeente òf gedeeltelijk; in het laatste geval wordt het overige gedeelte gevoegd bij het kerkelijk gebied van een of meer andere aangrenzende gemeenten.
Voor zover nodig bevat het voorstel ook een regeling als bedoeld in artikel 14.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.13.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
13.3

Een afschrift van het voorstel wordt tegelijk met de indiening van het voorstel bij de Synode aan alle betrokken kerkeraden toegezonden.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.14.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
14.1

Alle besluiten tot oprichting of samenvoeging van gemeenten regelen, voor zover nodig, de uit de oprichting of samenvoeging voortvloeiende vermogensrechtelijke gevolgen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.14.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
14.2

In geval een gemeente overeenkomstig artikel 13 lid 1 gevoegd wordt bij een aangrenzende gemeente, geeft het besluit de bestemming aan van het vermogen van de eerstgenoemde gemeente en is artikel 23 en 24 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek uitgesloten.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.15

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
15

Vervallen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.16

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
16

Vervallen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.2.17

Algemene ordening

Hoofdstuk 2

Van de gemeenten, wijkgemeenten, huisgemeenten en combinaties van gemeenten.

Artikel
17

Vervallen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.I

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.18.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

Artikel
18.1

Zij die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament worden in deze en andere Ordeningen predikanten genoemd.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.18.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

Artikel
18.2

De predikanten worden onderscheiden in:
a. de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten;
b. de predikanten met bijzondere opdracht;
c. de beroepbare predikanten in algemene dienst;
d. de emeritus-predikanten.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.19

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

Artikel
19

De toelating tot het openbare ambt van Woord en Sacrament geschiedt volgens de bepalingen van de Ordening op de toelating tot het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.20

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

Artikel
20

Voor de predikanten gelden de Ordening op de kerkelijke tucht en de Ordening op de ongeschiktheid.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.20a

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
20a

Het verkiezen, beroepen en ontslaan van een predikant die in een gemeente het ambtswerk verricht, geschiedt volgens de bepalingen van de Ordening betreffende de vervulling van een predikantsvacature.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.21.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
21.1

Het ambtswerk van de predikant, bedoeld in art. 18 lid 2 sub a, omvat de volledige herderlijke zorg over zijn gemeente(n) met name door de bediening van Woord en Sacrament, zielszorg, onderwijzing in het Woord van God en in de leer der Kerk en verkondiging van het Woord in de wereld.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.21.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
21.2

Het ambtswerk kan in zijn volle omvang in een volledige dan wel in een gedeeltelijke dagtaak vervuld worden.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.22.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
22.1

De predikant zal de bediening van Woord en Sacrament verrichten getrouw aan de belofte, door hem afgelegd bij zijn ordinatie. Hij neemt daarbij in acht de ordeningen daarvoor door de Synode gesteld of nog te stellen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.22.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
22.2

De predikant bedient de Sacramenten bij voorkeur in een openbare eredienst der gemeente.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.22.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
22.3

De predikant bedient de Sacramenten buiten zijn gemeente slechts op uitnodiging van of met toestemming van de betrokken kerkeraad.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.23.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
23.1

De predikant bedient de Heilige Doop aan de kinderen van leden, benevens aan ouderen die nog niet gedoopt zijn alvorens over te gaan tot hun bevestiging.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.23.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
23.2

Wanneer de Heilige Doop begeerd wordt voor kinderen van wie geen van beide ouders lid of gastlid is, kan hij deze slechts bedienen indien de ouders of een van hen blijk geven van het ernstige voornemen, zulks ter beoordeling van de predikant, bevestigd te worden dan wel in de Kerk mee te leven en zij in het kerkelijk gebied van zijn gemeente woonachtig zijn.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.24

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
24

De predikant ziet erop toe, dat elk in het kerkelijk gebied van zijn gemeente gedoopte zo spoedig mogelijk in het doopboek en het doopledenregister wordt ingeschreven, overeenkomstig de artikelen 50, 51 en 52.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.25

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
25

Vervallen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.26

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
26

Vervallen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.27

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
27

Vervallen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.28

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
28

De predikant bevestigt nieuwe leden zoveel mogelijk in een openbare eredienst. Aan de bevestiging tot lid der gemeente gaat in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de kerkeraad de aanneming vooraf, waarbij de predikant verantwoording aflegt van de door hem gegeven catechese en waarbij de nieuwe leden gelegenheid krijgen te doen blijken van hun kennis van de Bijbel en van de leer der Kerk en getuigenis af te leggen van hun geloof.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.29

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
29

De predikant ziet erop toe, dat nieuwe leden na hun bevestiging zo spoedig mogelijk in het bevestigingsboek en het ledenregister worden ingeschreven, overeenkomstig de artikelen 55 t/m 58.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.30

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
30

Vervallen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.31

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
31

Vervallen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.32.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
32.1

De predikant zegent geen huwelijk in dan na zich ervan vergewist te hebben, dat het huwelijk burgerlijk voltrokken is.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.32.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
32.2

De predikant verricht een huwelijksinzegening slechts op verzoek van, dan wel in overleg met de kerkeraad van de gemeente in wier kerkelijk gebied de inzegening plaatsvindt.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.32.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
32.3

De predikant aan wie verzocht wordt een huwelijk in te zegenen buiten zijn (wijk)gemeente, pleegt vooraf collegiaal overleg met de predikant dan wel consulent van de (wij)gemeente waar de inzegening plaatsvindt.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.33

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
33

De predikant ziet erop toe, dat elke binnen het kerkelijk gebied zijner gemeente verrichte huwelijksinzegening zo spoedig mogelijk wordt ingeschreven in het trouwboek van zijn gemeente, overeenkomstig artikel 62.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.34

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
34

De predikant die een huwelijk ingezegend heeft, verstrekt de in artikel 62 bedoelde gegevens aan de secretaris van de kerkeraad in wiens kerkelijk gebied de huwelijksinzegening heeft plaatsgevonden.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.35

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
35

Vervallen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.36.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
36.1

De predikant is na behoorlijke kennisgeving aan zijn kerkeraad van de waarneming van zijn plaatselijke ambtsverrichtingen ontheven in de volgende gevallen:
a. bij ziekte of andere volstrekte verhindering;
b. bij werkzaamheden, rechtstreeks voortvloeiend uit synodale opdrachten;
c. tijdens vakantie in overeenstemming met de beroepsvoorwaarden;
d. tijdens studieverlof als bedoeld in de Ordening op de tractementen en de overige arbeidsvoorwaarden der predikanten.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.36.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
36.2

Onder synodale opdracht moet ook worden verstaan de uitvoering van de taak van een pastor pastorum benoemd volgens de Ordening op de visitatie en op het pastoraat over de predikanten en van de taak van een consulent.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.37

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de beroepen predikanten die in een gemeente, na een beroep aanvaard te hebben, het ambtswerk verrichten.
Artikel
37

Vervallen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.38

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

B. Van de predikanten met bijzondere opdracht.
Artikel
38

De predikanten met bijzondere opdracht worden onderscheiden in:
a. predikanten die gedurende een tevoren bepaalde tijd in een of meer gemeenten het ambtswerk geheel of gedeeltelijk verrichten;
b. predikanten, die het ambt van kerkelijk hoogleraar hebben aanvaard;
c. predikanten met een andere opdracht.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.39

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

B. Van de predikanten met bijzondere opdracht.
Artikel
39

Vervallen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.40.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

B. Van de predikanten met bijzondere opdracht.
Artikel
40.1

De predikanten bedoeld in artikel 38 sub a worden benoemd door de Synodale Commissie dan wel door een kerkeraad na door de Synodale Commissie verleende goedkeuring. De benoeming geschiedt volgens de bepalingen van de Ordening op de vervulling van een predikantsvacature.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.40.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

B. Van de predikanten met bijzondere opdracht.
Artikel
40.2

Voor de predikanten, bedoeld in artikel 38 sub b betekent hun benoeming door de Synode het ontvangen van een bijzondere opdracht overeenkomstig de Ordening op het Evangelisch-Luthers Seminarium.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.40.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

B. Van de predikanten met bijzondere opdracht.
Artikel
40.3

De taak van de predikanten met bijzondere opdracht bedoeld in artikel 38 sub c moet liggen binnen het Openbare Ambt van Woord en Sacrament, zulks ter beoordeling van de Synodale Commissie. De bijzondere opdracht wordt verleend door de Synodale Commissie. Wanneer een predikant een dienstverband aangaat met een werkgever buiten de Kerk, moet de benoemingsovereenkomst door de Synodale Commissie zijn goedgekeurd alvorens de bijzondere opdracht kan worden verleend.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.40.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

B. Van de predikanten met bijzondere opdracht.
Artikel
40.4

De predikanten met bijzondere opdracht hebben dezelfde rechten en plichten als aan de predikanten bedoeld in artikel 18 lid 2 sub a zijn toegekend of opgelegd, behoudens de in de ordeningen of in de in lid 1 bedoelde benoemingsvoorwaarden voorkomende afwijkingen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.40.5

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

B. Van de predikanten met bijzondere opdracht.
Artikel
40.5

Een predikant, die een benoeming tot een bijzondere opdracht aanvaardt, kan bij het beëindigen van deze opdracht geen andere aanspraken doen gelden dan die, welke in de benoemingsvoorwaarden zijn omschreven, behoudens het gestelde in de artikelen 41, 42 en 42a van deze ordening.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.41.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

C. Van de Beroepbare Predikanten in algemene dienst.
Artikel
41.1

De Synodale Commissie kan aan een predikant op zijn verzoek de status van beroepbaar predikant in algemene dienst verlenen in de volgende gevallen:
a. indien hij een bijzondere opdracht beëindigt;
b. indien zijn gemeente overeenkomstig artikel 13 van deze ordening gevoegd wordt bij een gemeente waarvan hij geen predikant is;
c. indien hij zijn ambt in een gemeente neerlegt in afwachting van een beroep naar een andere gemeente;
d. indien hij op grond van een bindende uitspraak van de Raad van Advies voor het Beroepingswerk van de arbeid in zijn gemeente wordt ontheven;
e. indien hij op grond van artikel 1 letter c van de Ordening op de ongeschiktheid van de arbeid in zijn gemeente is ontheven.
Deze status vervalt indien de predikant een beroep naar een andere gemeente aanneemt dan wel een werkkring aanvaardt, welke niet ligt in de lijn van het Openbare Ambt van Woord en Sacrament.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.41.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

C. Van de Beroepbare Predikanten in algemene dienst.
Artikel
41.2

De taak van de beroepbare predikant in algemene dienst blijft beperkt tot incidentele opdrachten van de Synodale Commissie dan wel van kerkeraden na verleende goedkeuring door de Synodale Commissie.
De artikelen 21 tot en met 36 van deze ordening zijn van overeenkomstige toepassing.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.41.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

C. Van de Beroepbare Predikanten in algemene dienst.
Artikel
41.3

Wanneer de Synodale Commissie bemerkt, dat een beroepbaar predikant in algemene dienst geen ernst maakt met de tot hem gerichte verzoeken tot tijdelijke dienstwaarneming, als bovengenoemd, of vermoedt, dat hij niet voornemens is een beroep te aanvaarden, kan zij hem verzoeken zich ter zake duidelijk uit te spreken. Wanneer zijn uitspraak dit gevoelen of dit vermoeden bevestigt, of de predikant medewerking tot zulk een uitspraak weigert, kan zij besluiten hem de status van beroepbaar predikant in algemene dienst, met inachtneming van een termijn van twee maanden, te ontnemen.
Zij geeft de betrokkene per aangetekend schrijven kennis van dit besluit. Deze kan dan, gedurende een maand na de verzending van dit schrijven, bij de Synode in beroep gaan van dit besluit.
Door zodanig beroep wordt de uitvoering van dit besluit door de Synodale Commissie opgeschort tot de uitspraak der Synode die gehoord de predikant, het besluit der Synodale Commissie bekrachtigt of vernietigt.
Wanneer de predikant niet in beroep gaat bij de Synode, wordt het besluit tot het ontnemen van de status van beroepbaar predikant in algemene dienst na twee maanden van kracht. Zulks geschiedt eveneens en wel met onmiddellijke ingang, wanneer de Synode, na beroep, het besluit der Synodale Commissie bekrachtigt. Met het van kracht worden van dit besluit houdt de betrokkene op predikant te zijn van de Kerk.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.42.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

D. Van de Emeritus-predikanten.
Artikel
42.1

De status van emeritus-predikant wordt door de Synodale Commissie verleend aan predikanten die eervol ontslag hebben gekregen:
a. wegens pensionering dan wel vervroegde uittreding uit hoofde van een daartoe strekkende regeling;
b. wegens het aanvaarden van een werkkring, die naar het oordeel van de Synodale Commissie in de lijn van het Openbare Ambt van Woord en Sacrament ligt, voor zover zij niet zijn benoemd tot predikant met bijzondere opdracht;
c. wegens gezondheidsredenen vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.42.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

D. Van de Emeritus-predikanten.
Artikel
42.2

De emeritus-predikant die daartoe aan de President der Synode de wens te kennen geeft, kan zolang hij de 65-jarige leeftijd niet bereikt heeft, in een gemeente beroepen worden, dan wel benoemd worden tot predikant met bijzondere opdracht. Met het aannemen van een beroep of benoeming vervalt de status van emeritus-predikant.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.42.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

D. Van de Emeritus-predikanten.
Artikel
42.3

Wanneer een emeritus-predikant, die nog niet de 65-jarige leeftijd heeft bereikt, een werkkring aanvaard heeft, welke naar het oordeel van de Synodale Commissie niet ligt in de lijn van het Openbare Ambt van Woord en Sacrament, kan de Synodale Commissie de predikant, na hem gehoord te hebben, de status van emeritus-predikant ontnemen. Indien de emeritus-predikant weigert de gevraagde inlichtingen te verstrekken, dan wel onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt, kan de Synodale Commissie handelen op grond van elders verkregen inlichtingen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.42.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

D. Van de Emeritus-predikanten.
Artikel
42.4

De emeritus-predikant verliest deze status wanneer hij uit de Evangelisch-Lutherse Kerk treedt.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.42a

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling I

Van hen, die geordend zijn tot het openbare ambt van Woord en Sacrament

D. Van de Emeritus-predikanten.
Artikel
42a

De emeritus-predikant behoudt de rechten en plichten die aan de predikanten, als bedoeld in artikel 18 lid 2 sub a van deze ordening, zijn toegekend respectievelijk opgelegd, behoudens die, welke in de ordeningen der kerk hem zijn ontnomen, respectievelijk waarvan hij is ontheven.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.IA

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling IA

Van hen, die bevoegd zijn voor te gaan in de eredienst

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.42b.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling IA

Van hen, die bevoegd zijn voor te gaan in de eredienst

Artikel
42b.1

Tot de bediening van Woord en Sacrament, alsmede tot inzegening van een huwelijk zijn bevoegd:
a. de predikanten bedoeld in artikel 18 lid 2 van de ordening;
b. predikanten van een buitenlandse kerk die lid is van de Lutherse Wereld Federatie; voor het voorgaan van een predikant van een buitenlandse Lutherse Kerk die geen lid is van de Lutherse Wereld Federatie, is de toestemming van de Synodale Commissie vereist;
c. degenen die in een andere Kerk gerechtigd zijn tot de bediening van Woord en Sacrament, zulks met inachtneming van de richtlijnen door de Synode te stellen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.42b.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling IA

Van hen, die bevoegd zijn voor te gaan in de eredienst

Artikel
42b.2

Tot de bediening van Woord en Sacrament zijn tevens bevoegd de oud-predikanten van de Evangelisch-Lutherse Kerk, voor zover en voor zo lang de Synode hun deze bevoegdheid heeft verleend.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.42b.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling IA

Van hen, die bevoegd zijn voor te gaan in de eredienst

Artikel
42b.3

Vervallen per 1 januari 2001.


tekst tot dan toe:

Tot verkondiging van het Woord zijn eveneens bevoegd voor zolang de Synode hun deze bevoegdheid niet heeft ontnomen:
a. proponenten der Evangelisch-Lutherse Kerk;
b. degenen die hun tweede voorstel hebben gehouden als bedoeld in artikel 3, lid 3 van de Ordening op de toelating tot het openbare ambt van Woord en Sacrament;
c. degenen die in een andere Kerk gerechtigd zijn tot de verkondiging van het Woord, zulks met inachtneming van de richtlijnen door de Synode te stellen;
d. degenen aan wie door de Synode deze bevoegdheid is verleend;
e. degenen die overeenkomstig artikel 35 lid 1 van de Ordening op het Evangelisch-Luthers Seminarium van de Synodale Commissie toestemming hebben gekregen in kerkdiensten voor te gaan, zolang de Synodale Commissie deze toestemming niet heeft ingetrokken.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.42b.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling IA

Van hen, die bevoegd zijn voor te gaan in de eredienst

Artikel
42b.4

Tot het bevestigen van nieuwe leden en van nieuw-gekozen kerkeraadsleden zijn gerechtigd de in lid 1 onder a genoemden. De in lid 1 onder b en c genoemden zijn hiertoe slechts bevoegd indien zij als geestelijk verzorger verbonden zijn aan de gemeente waarin deze bevestiging plaatsvindt, dan wel na toestemming van de Synodale Commissie.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.II

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling II

Van hen, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.43.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling II

Van hen, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament

Artikel
43.1

Zij, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament, worden onderscheiden in:
a. ouderlingen;
b. kerkrentmeesters;
c. diakenen;
d. kerkmusici;
e. pastorale medewerkers;
f. alle anderen, die tot enige kerkelijke dienst gesteld zijn.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.43.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling II

Van hen, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament

Artikel
43.2

Het ambt van diaken kan niet worden gecombineerd met dat van ouderling of kerkrentmeester.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.43.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling II

Van hen, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament

Artikel
43.3

Vervallen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.44.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling II

Van hen, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de taak der ouderlingen.
Artikel
44.1

Ouderlingen staan in overleg met de predikant hem terzijde bij de vervulling van zijn taak.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.44.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling II

Van hen, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament

A. Van de taak der ouderlingen.
Artikel
44.2

Bij verhindering van de predikant en in geval van vacature bevorderen zij, dat de kerkeraad voorziet in de behoorlijke waarneming van zijn dienst en zijn zij inzonderheid belast met het huis- en ziekenbezoek.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.45

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling II

Van hen, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament

B. Van de taak der kerkrentmeesters.
Artikel
45

De kerkrentmeesters hebben het beheer over het aan hen toevertrouwde deel van het vermogen der gemeente en de regeling van de daarop betrekking hebbende inkomsten en uitgaven der gemeente. Zij verschaffen en besteden de geldmiddelen, benodigd voor de vervulling van de overeenkomstig artikel 77 aan de kerkeraad opgelegde taak.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.46.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling II

Van hen, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament

C. Van de taak der diakenen.
Artikel
46.1

De diakenen bevorderen door hun voorlichting en leiding, dat de gemeenteleden gehoor kunnen geven aan hun diakonale roeping in de ruimste zin des woords.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.46.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling II

Van hen, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament

C. Van de taak der diakenen.
Artikel
46.2

Zij voorzien naar mogelijkheden in de maatschappelijke noden van die doopleden, leden en gastleden van de gemeente en van anderen, die daarvoor naar het oordeel van diakenen in aanmerking komen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.46.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling II

Van hen, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament

C. Van de taak der diakenen.
Artikel
46.3

Zij kunnen daartoe ook deelnemen aan gezamenlijke projecten en acties in breder verband, waarbij voor deelneming aan niet-kerkelijke acties en het aangaan van vormen van blijvende samenwerking de voorafgaande instemming van de kerkeraad is vereist.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.46.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling II

Van hen, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament

C. Van de taak der diakenen.
Artikel
46.4

De diakenen hebben het beheer over het aan hen toevertrouwde deel van het vermogen der gemeente en de regeling van de daarop betrekking hebbende inkomsten en uitgaven.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.47.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling II

Van hen, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament

D. Van de taak der kerkmusici.
Artikel
47.1

De kerkmusici dragen zorg voor het functioneren en in stand houden van de kerkmuziek in de gemeente. Hun taak krijgt in het bijzonder gestalte in de eredienst en de onderwijzing.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.47.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling II

Van hen, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament

D. Van de taak der kerkmusici.
Artikel
47.2

Aan de kerkmusici is opgedragen de verzorging van het kantoraat, de bespeling van het orgel en het leiding geven aan vocale en instrumentale groepen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.47.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling II

Van hen, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament

D. Van de taak der kerkmusici.
Artikel
47.3

De onderwijzing kan bestaan uit het bijdragen aan catechetische programma’s, oefeningen in de liturgische muziek en het opleiden van kerkmusici.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.47.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling II

Van hen, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament

D. Van de taak der kerkmusici.
Artikel
47.4

De toelating tot het ambt van kerkmusicus geschiedt volgens de bepalingen van de Ordening betreffende de kerkmusici.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.47.5

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling II

Van hen, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament

D. Van de taak der kerkmusici.
Artikel
47.5

De kerkmusici kunnen tot hun dienst in het midden der gemeente worden ingeleid.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.47a

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling II

Van hen, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament

E. Van de taak van alle anderen, die tot enige kerkelijke dienst gesteld zijn.
Artikel
47a

De taak van alle anderen, die tot enige kerkelijke dienst gesteld zijn, wordt geregeld naar plaatselijk gebruik en behoefte. Zij kunnen tot hun dienst in het midden der gemeente worden ingeleid.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.47a.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling II

Van hen, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament

E. Van de taak der pastorale medewerkers.
Artikel
47a.1

Vervallen.


oude tekst:
Pastorale medewerkers verrichten in een gemeente taken in overeenstemming met artikel 34 van de Ordening op het Evangelisch-Luthers Seminarium.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.47a.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling II

Van hen, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament

E. Van de taak der pastorale medewerkers.
Artikel
47a.2

Vervallen.


oude tekst:
Zij ontvangen van de kerkeraad een schriftelijke aanstelling voor de duur van ten hoogste een jaar, op grond van benoemingsvoorwaarden waarin ook een eventuele honorering wordt geregeld. De benoemingsvoorwaarden moeten vooraf door de Synodale Commissie worden goedgekeurd. Voor verlenging van de benoeming, telkens voor een jaar, is toestemming van de Synodale Commissie vereist.

Kerkorde ELKKN (2001) B.3.47a.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 3

Van het openbare ambt van Woord en Sacrament.

Afdeling II

Van hen, die geroepen zijn tot bijstand in het openbare ambt van Woord en Sacrament

E. Van de taak der pastorale medewerkers.
Artikel
47a.3

Vervallen.


oude tekst:
Zij kunnen tot hun dienst in het midden der gemeente worden ingeleid.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.48.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
48.1

Er bestaat in iedere gemeente:
a. het doopboek;
b. het bevestigingsboek;
c. het trouwboek;
en voorts de volgende registers als bedoeld in de Prae-ambulaire artikelen:
d. het doopledenregister;
e. het ledenregister;
f. het gastledenregister.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.48.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
48.2

De modellen dezer boeken en registers worden door de Synode bij een afzonderlijke ordening vastgesteld. De in lid 1 onder a, b en c genoemde boeken mogen niet losbladig zijn.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.48.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
48.3

Deze boeken en registers worden in duplo gehouden en aan twee verschillende door de kerkeraad te stellen adressen bewaard.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.48.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
48.4

De kerkeraad is ervoor verantwoordelijk dat deze boeken en registers nauwkeurig worden bijgehouden.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.48.5

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
48.5

De in lid 1 onder a, b en c genoemde boeken die vol zijn, alsmede de gegevens van de doopleden of leden die zijn afgevoerd van de registers bedoeld in lid 1 onder d en e, worden bewaard in het archief van de gemeente.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.48.6

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
48.6

De gegevens uit de boeken en registers mogen door de kerkeraad slechts ter beschikking worden gesteld aan de Kerk en haar organen. Voor ter beschikkingstelling voor alle andere doeleinden dient de kerkeraad vooraf schriftelijk toestemming aan de Synodale Commissie te vragen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.49

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
49

In het doopboek worden ingeschreven de doopbedieningen die in de gemeente hebben plaatsgevonden.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.50.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
50.1

In het doopboek worden van elke doopsbediening de gegevens vermeld, genoemd in artikel 1 van de Ordening op de modellen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.50.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
50.2

Direct na iedere doop ontvangt de gedoopte of zijn wettelijke vertegenwoordiger van de kerkeraad van de gemeente waar de doopsbediening plaatsvond een doopbewijs, ondertekend door de predikant die de doop verrichtte en tenminste vermeldende hetgeen genoemd wordt in artikel 6 van de Ordening op de modellen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.50.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
50.3

Indien een gedoopte niet woonachtig is in de gemeente waar de doopsbediening plaatsvond, draagt de kerkeraad van deze gemeente er zorg voor:
a. dat de doop wordt ingeschreven in het doopboek van deze gemeente;
b. dat aan de kerkeraad van de gemeente waar de gedoopte woonachtig is, zo spoedig mogelijk een mededeling wordt toegezonden volgens het model genoemd in artikel 7 van de Ordening op de modellen;
c. dat een afschrift van deze mededeling wordt toegezonden aan de gedoopte of aan zijn wettelijke vertegenwoordiger.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.51.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
51.1

In het doopledenregister worden ingeschreven de in de gemeente woonachtige doopleden:
a. die in de gemeente zijn gedoopt;
b. die uit een andere gemeente zijn overgekomen;
c. op wie artikel 50 lid 3 van toepassing is;
d. op wie artikel 2 lid 1 sub a 2 van toepassing is;
e. op wie artikel 53 lid 3 van toepassing is.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.51.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
51.2

Alvorens inschrijving van de in lid 1 onder b, c of d bedoelden kan plaatsvinden, dient ten genoegen van de kerkeraad aannemelijk te worden gemaakt, dat en waar de doop heeft plaatsgevonden.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.51.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
51.3

Indien een gedoopte in dezelfde dienst waarin hij gedoopt is tevens wordt bevestigd tot lid, wordt hij niet ingeschreven in het doopledenregister, doch zijn ten aanzien van de inschrijving in de registers van toepassing de artikelen 49 en 50, 55 en 56, alsmede 57 en 58.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.51.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
51.4

Van het doopledenregister worden afgevoerd met vermelding van reden en datum:
a. de doopleden die, na bevestigd te zijn als lid, in het ledenregister zijn ingeschreven;
b. de doopleden die overeenkomstig artikel 53 lid 1 zijn overgeschreven naar een andere gemeente;
c. de doopleden op wie artikel 53 lid 2 van toepassing is;
d. de doopleden op wie artikel 2 lid 2 of 3 van toepassing is;
e. de doopleden die zijn overleden.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.51.5

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
51.5

Wanneer een dooplid uitdrukkelijk schriftelijk aan de kerkeraad, dan wel mondeling heeft verklaard niet meer als dooplid van de Kerk geregistreerd te willen staan, kan de kerkeraad overeenkomstig artikel 2 en 3 besluiten zijn gegevens af te voeren van het doopledenregister.
In geval van een mondelinge verklaring wordt in de notulen vastgelegd de naam van degene tegenover wie deze verklaring werd gedaan en de datum waarop dat is geschied. Indien de kerkeraad tot afvoeren besluit, ontvangt het betrokken dooplid hiervan een schriftelijke mededeling overeenkomstig artikel 8 van de Ordening op de modellen.
Tot afvoeren van het doopledenregister wordt eerst vier weken na het verzenden van de vorenbedoelde mededeling overgegaan, tenzij de betrokkene binnen deze termijn zijn verklaring herroept.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.52.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
52.1

In het doopledenregister worden van elk dooplid de gegevens vermeld, genoemd in artikel 2 van de Ordening op de modellen en wijzigingen daarin bijgehouden.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.52.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
52.2

Van de inschrijving in het doopledenregister verstrekt de kerkeraad aan het dooplid of zijn wettelijke vertegenwoordiger een schriftelijke mededeling overeenkomstig artikel 9 van de Ordening op de modellen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.53.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
53.1

Wanneer een dooplid de gemeente metterwoon gaat of heeft verlaten om zich elders in Nederland te vestigen, zendt de kerkeraad een verzoek tot overschrijving overeenkomstig artikel 10 van de Ordening op de modellen aan de kerkeraad van de gemeente waar het dooplid zich gaat vestigen of heeft gevestigd. Een afschrift van het verzoek tot overschrijving wordt gezonden aan het betrokken dooplid of zijn wettelijke vertegenwoordiger.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.53.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
53.2

Wanneer een dooplid de gemeente metterwoon heeft verlaten, en zich in het buitenland heeft gevestigd, zendt de kerkeraad een mededeling overeenkomstig artikel 11 van de Ordening op de modellen aan de Synodale Commissie.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.53.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
53.3

De mededelingen bedoeld in lid 2 blijven onder berusting van de Synodale Commissie, totdat het aan deze bekend is in welke gemeente het dooplid zich na terugkeer in Nederland heeft gevestigd. De Synodale Commissie zendt dan de op het dooplid betrekking hebbende gegevens aan de kerkeraad van deze gemeente, ter inschrijving in het doopledenregister.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.53.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
53.4

Ingeval het op een andere wijze dan door een verzoek bedoeld in lid 1 of lid 3 aan een kerkeraad ter kennis komt dat zich een dooplid in zijn gemeente heeft gevestigd, verzoekt deze kerkeraad aan de kerkeraad van de gemeente waar het dooplid uit afkomstig is, alsnog te handelen overeenkomstig artikel 53 lid 1.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.54

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
54

Vervallen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.55

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
55

In het bevestigingsboek worden ingeschreven de bevestigingen tot lid van de Kerk, die in de gemeente hebben plaatsgevonden.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.56.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
56.1

In het bevestigingsboek worden van elk nieuw lid de gegevens vermeld, genoemd in artikel 3 van de Ordening op de modellen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.56.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
56.2

Indien een nieuw lid niet woonachtig is in de gemeente waar de bevestiging plaatsvond, draagt de kerkeraad van deze gemeente er zorg voor:
a. dat de bevestiging wordt ingeschreven in het bevestigingsboek van deze gemeente;
b. dat aan de kerkeraad van de gemeente waar het nieuwe lid woonachtig is, zo spoedig mogelijk een mededeling wordt toegezonden volgens het model genoemd in artikel 7 van de Ordenig op de modellen;
c. dat een afschrift van deze mededeling wordt toegezonden aan het nieuwe lid.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.57.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
57.1

In het ledenregister worden ingeschreven de in de gemeente woonachtige leden:
a. die in de gemeente zijn aangenomen en bevestigd;
b. die uit een andere gemeente zijn overgekomen;
c. op wie artikel 56, lid 2 van toepassing is;
d. op wie artikel 2 lid 1 sub 1b 2 van toepassing is;
e. op wie artikel 53 lid 3 van overeenkomstige toepassing is.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.57.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
57.2

Alvorens inschrijving van de in lid 1 onder b, c en d bedoelden kan plaatsvinden, dient ten genoegen van de kerkeraad aannemelijk te worden gemaakt dat men in een andere gemeente als lid is bevestigd, dan wel dat men tot dusver lid was van een andere Kerk.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.57.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
57.3

Van het ledenregister worden afgevoerd met vermelding van reden en datum:
a. de leden op wie artikel 53 lid 1 of lid 2 van overeenkomstige toepassing is;
b. de leden op wie artikel 2 lid 2 of lid 3 van toepassing is;
c. de leden die zijn overleden.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.57.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
57.4

Artikel 51 lid 5 is van overeenkomstige toepassing.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.58.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
58.1

In het ledenregister worden van elk nieuw lid de gegevens vermeld, genoemd in artikel 4 van de Ordening op de modellen en wijzigingen daarin bijgehouden.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.58.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
58.2

Van de inschrijving in het ledenregister verstrekt de kerkeraad aan het lid een schriftelijke mededeling overeenkomstig artikel 9 van de Ordening op de modellen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.58.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
58.3

Tegen een lid genomen tuchtmaatregelen bedoeld in de Ordening op de kerkelijke tucht, artikel 4 sub c t/m h, alsmede de opheffing daarvan, worden in het ledenregister vermeld.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.59

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
59

Ten aanzien van vertrek van leden uit een gemeente en vestiging van leden in een gemeente is artikel 53 van overeenkomstige toepassing.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.60.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
60.1

In het gastledenregister worden ingeschreven zij:
a. die zijn gedoopt dan wel gedoopt en bevestigd in die Kerken, waarvan degenen, die in die Kerken gerechtigd zijn tot de verkondiging van het Woord ook in de Evangelisch-Lutherse Kerk daartoe bevoegd zijn verklaard door de Synode overeenkomstig artikel 42b, derde lid, onder c van deze Ordening, en
b. wier verzoek daartoe, ingediend volgens het model genoemd in artikel 12.a van de Ordening op de Modellen, door de kerkeraad van de gemeente, tot welke zij gedacht willen worden te behoren, in ingewilligd.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.60.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
60.2

In het gastledenregister worden alle — sub b — ingewilligde verzoeken ingeschreven alsmede de doop van kinderen van gastleden, indien deze gastleden de wens hiertoe te kennen hebben gegeven. Tevens worden van elk gastlid de gegevens vermeld, genoemd in artikel 4.a van de Ordening op de Modellen en worden wijzigingen daarin bijgehouden.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.60.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
60.3

Van de inschrijving in het gastledenregister verstrekt de kerkeraad aan het gastlid een schriftelijke mededeling overeenkomstig artikel 9 van de Ordening op de Modellen. Er wordt van de inschrijving mededeling gedaan aan de gemeente, waarvan hij (doop)lid is, volgens artikel 7.a van de Ordening op de Modellen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.60.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
60.4

Van het gastledenregister worden afgevoerd met vermelding van reden en datum:
a. de gastleden, die schriftelijk aan de kerkeraad te kennen hebben gegeven de gemeente te verlaten;
b. de gastleden, waarvan meermalen aanhoudende desinteresse is geconstateerd, waarbij artikel 51, lid 5 naar analogie wordt gevolgd;
c. de gastleden, die zijn overleden;
d. de gastleden, die in strijd handelen met de kerkelijke orde en de christelijke zeden, dan wel waarmee aanhoudende meningsverschillen bestaan, waarbij een procedure wordt gevolgd naar analogie van die in de Ordening op de Kerkelijke Tucht of de Ordening op de Kerkelijke Geschillen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.61

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
61

In het trouwboek worden ingeschreven de huwelijksinzegeningen die binnen het kerkelijk gebied van de gemeente hebben plaatsgevonden, voor zover op deze huwelijksinzegeningen het bepaalde in artikel 32 lid 2 en/of 3 van toepassing was.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.62.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
62.1

In het trouwboek worden van elke huwelijksinzegening de gegevens vermeld, genoemd in artikel 5 van de Ordening op de modellen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.62.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
62.2

Indien de gemeente waar de gehuwden zich gaan vestigen of zijn gevestigd niet dezelfde is als de gemeente waar de huwelijksinzegening plaatsvond, draagt, nadat het bepaalde in artikel 34 is in acht genomen, de kerkeraad van laatstegenoemde gemeente er zorg voor dat aan de kerkeraad van eerstgenoemde gemeente zo spoedig mogelijk een mededeling wordt toegezonden volgens het model genoemd in artikel 12 van de Ordening op de modellen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.4.63

Algemene ordening

Hoofdstuk 4

Van de registers.

Artikel
63

In iedere gemeente worden, naast de boeken en registers bedoeld in artikel 48, registers aangelegd en bijgehouden ten behoeve van het pastoraat en de administratie. De kerkeraad bepaalt hoe deze registers worden ingericht en stelt regels voor het bijhouden ervan; de Synodale Commissie kan hiervoor aanwijzingen geven.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.64.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Algemene bepaling

Artikel
64.1

Elke Evangelisch-Lutherse gemeente in haar geheel wordt bestuurd door een kerkeraad onder toezicht van de Synode en de Synodale Commissie op de wijze als in deze ordening omschreven.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.64.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Algemene bepaling

Artikel
64.2

De Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden in haar geheel wordt bestuurd door de Synode en de Synodale Commissie op de wijze als in deze Ordening omschreven.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.I

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.65.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
65.1

Vervallen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.66.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
66.1

De kerkeraad van een gemeente bestaat uit de dienstdoende predikant(en) en de ouderlingen, kerkrentmeesters en diakenen, behoudens het bepaalde in artikel 5 lid 2.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.66.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
66.2

Onverminderd het bepaalde in lid 1 moet een kerkeraad tenminste bestaan uit één ouderling, één kerkrentmeester en één diaken. Indien en zolang dit niet het geval is, treedt de Synodale Commissie als kerkeraad op, dan wel benoemt zij een kerkeraad.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.66.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
66.3

Overigens wordt het aantal ouderlingen, kerkrentmeesters en diakenen naar behoefte bepaald.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.66.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
66.4

De kerkeraad bestaat — indien daarin gastleden worden gekozen — altijd uit een meerderheid van leden van de Evangelisch-Lutherse Kerk, terwijl het bij Huishoudelijk Reglement te bepalen maximum aantal gastleden in de kerkeraad evenmin mag worden overschreden.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.66.5

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
66.5

De Synodale Commissie is bevoegd dispensatie te verlenen van het bepaalde in lid 4 als daarvoor bijzondere redenen aanwezig zijn.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.67.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
67.1

Ouderlingen, kerkrentmeester en diakenen worden jaarlijks tijdig vóór 31 december gekozen door de leden en gastleden der gemeente, alsmede door die (gast-)doopleden, die de jaren des onderscheids hebben bereikt en die tevens op hun schriftelijk verzoek van de kerkeraad van hun gemeente blijkens een door hen ontvangen kennisgeving het aktief kiesrecht hebben verkregen, uit hen die:
a. op 1 januari daaraanvolgende de 21-jarige leeftijd hebben bereikt;
b. als lid in het lden-, resp. gastledenregister der gemeente zijn ingeschreven;
c. niet ingevolgde de Ordening op de kerkelijke tucht dan wel ingevolge de Ordening op de Raad voor het Beroepingswerk uit enig kerkelijk ambt of enige kerkelijke functie oneervol zijn ontslagen of ontheven (behoudens wedertoelating) of vervallen zijn verklaard van de bevoegdheid tot het aanvaarden van een kerkelijk ambt of een kerkelijke functie (behoudens opheffing daarvan);
d. niet ten tijde van de verkiezing ingevolge de onder c. genoemde Ordening zijn geschorst in de waarneming of in de bevoegdheid tot het aanvaarden van een kerkelijk ambt of een kerkelijke functie;
e. niet onder curatele staan;
f. niet bij de gemeente in dienstbetrekking zijn.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.67.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
67.2

Met goedkeuring van de Synodale Commissie kan een lid gekozen worden dat woont in het kerkelijk gebied van een aangrenzende gemeente.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.67.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
67.3

Aan een huwelijk wordt gelijkgesteld de ongehuwde man of vrouw, die een gemeenschappelijke huishouding voert met een partner.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.67.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
67.4

Opkomende aanverwantschap of huwelijk gedurende de dienstperiode doet niet aftreden, maar belet herverkiezing.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.67.5

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
67.5

De wijze van verkiezing wordt geregeld bij huishoudelijk reglement, met dien verstande dat alle leden stemrecht hebben.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.67.6

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
67.6

De uitslag der gehouden verkeizingen wordt ten spoedigste aan de gemeente bekend gemaakt.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.68.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
68.1

Jaarlijks op de eerste januari treedt één derde of althans zo nu mogelijk één derde van het aantal ouderlingen, kerkrentmeesters en diakenen af.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.68.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
68.2

De aftredenden zijn terstond herkiesbaar, met dien verstande, dat niemand meer dan drie keer als kerkeraadslid herkozen kan worden en dat tussen het aftreden na vier volbrachte zittingsperioden en een eventueel daarop volgende nieuwe verkiezing tenminste één jaar verloopt.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.68.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
68.3

De Synodale Commissie is bevoegd dispensatie te verlenen van het bepaalde in lid 2, als daarvoor bijzondere redenen aanwezig zijn. Deze dispensatie geldt telkens voor één ambtsperiode van de betrokkene.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.68.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
68.4

De aftredenden, die niet zijn herkozen, zijn verplicht hun ambt te blijven waarnemen tot het optreden van de kerkeraad in nieuwe samenstelling.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.68.5

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
68.5

Ouderlingen, kerkrentmeesters en diakenen treden pas in functie nadat zij hebben beloofd de hun toevertrouwde taak te zullen waarnemen overeenkomstig de ordeningen van onze Kerk, en in het midden van de gemeente in hun ambt zijn ingezegend en/of bevestigd.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.69.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
69.1

Men houdt op lid van de kerkeraad te zijn:
a. door overlijden;
b. door aftreden ingevolge het bepaalde in artikel 68 lid 1;
c. door op schriftelijk verzoek verleend ontslag;
d. door het niet meer voldoen aan de vereisten, vermeld in artikel 67 lid 1;
e. door ontslag bij besluit van de Synodale Commissie, ingeval de kerkeraad daartoe om een oordeel heeft verzocht, wegens:
- gebleken ongeschiktheid als lid van de kerkeraad;
- het zich gedragen in strijd met de waardigheid van het zijn van lid van de kerkeraad;
- een tot zijn last komend, onterend, in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest;
f. door zonder schriftelijke kennisgeving gedurende een jaar de vergaderingen niet bij te wonen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.69.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
69.2

In geval een kerkeraadslid om welke reden ook ophoudt dit te zijn, wordt door de kerkeraad binnen drie maanden met inachtneming van het huishoudelijk reglement als bedoeld in artikel 67 lid 5 een nieuw kerkeraadslid benoemd, dat de diensttijd vervult van het eerstgenoemde kerkeraadslid.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.69.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
69.3

Ingeval een kerkeraadslid wordt geschorst, kan door de kerkeraad binnen drie maanden met inachtneming van het huishoudelijk reglement als bedoeld in artikel 67 lid 5 een nieuw kerkeraadslid worden benoemd, dat gedurende de schorsingsperiode het eerstgenoemde kerkeraadslid vervangt of wel de diensttijd van laatstgenoemde vervult.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.69.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
69.4

Dit kerkeraadslid treedt pas in funktie nadat hij heeft beloofd de hem toevertrouwde taak te zullen waarnemen overeenkomstig de ordeningen van onze Kerk, en in het midden van de gemeente in zijn ambt is ingezegend en/of bevestigd.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.69.5

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van zijn samenstelling
Artikel
69.5

Indien een kerkeraadslid ophoudt lid van de kerkeraad te zijn, dan wel wordt geschorst, moet al hetgeen hij als lid van de kerkeraad onder zijn berusting had zo spoedig mogelijk, in elk geval binnen een week, door hemzelf, zijn wettelijke vertegenwoordiger of zijn erfgenamen tegen ontvangstbewijs worden afgegeven aan de voorzitter van de kerkeraad of diens plaatsvervanger.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.70.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van het dagelijks bestuur
Artikel
70.1

In januari van ieder jaar, zo spoedig mogelijk na de inzegening van de nieuwe kerkeraadsleden, kiest de kerkeraad uit zijn midden een voorzitter, een vice-voorzitter en een secretaris als leden van het dagelijks bestuur. Zo nodig kan ook een tweede secretaris worden gekozen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.70.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van het dagelijks bestuur
Artikel
70.2

In geval één van deze bestuursleden ophoudt lid van de kerkeraad te zijn, dan wel zijn functie neerlegt, voorziet de kerkeraad voor de duur van het lopende jaar in de vacature.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.70.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van het dagelijks bestuur
Artikel
70.3

Alle van de kerkeraad uitgaande stukken worden door de secretaris of de tweede secretaris ondertekend.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.70.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van het dagelijks bestuur
Artikel
70.4

De voorzitter en de secretaris vertegenwoordigen de gemeente in en buiten rechte, behoudens het bepaalde in de artikelen 80, 81 (leden 4 en 5) en 98.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.71.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van het dagelijks bestuur
Artikel
71.1

Het dagelijks bestuur is tegenover de kerkeraad verantwoordelijk voor de behandeling van alle zaken welke na een kerkeraadsvergadering behandeld moeten worden voordat de volgende vergadering plaatsvindt.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.71.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van het dagelijks bestuur
Artikel
71.2

De kerkeraad kan het dagelijks bestuur uitbreiden met één of meer leden van de kerkeraad, met of zonder aanwijzing van een plaatsvervanger.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.72.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de vergaderingen
Artikel
72.1

De kerkeraad vergadert op de in het huishoudelijk reglement bepaalde tijden en voorts zo dikwijls dit door hem nodig wordt geoordeeld. In het huishoudelijk reglement dient tevens te worden bepaald of de vergaderingen van de kerkeraad openbaar dan wel besloten zijn.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.72.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de vergaderingen
Artikel
72.2

In elke vergadering wordt, voor zover daaromtrent in het huishoudelijk reglement geen regeling is getroffen, de datum en plaats der eerstvolgende vergadering vastgesteld.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.72.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de vergaderingen
Artikel
72.3

De secretaris stelt voor elke vergadering de agenda vast.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.72.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de vergaderingen
Artikel
72.4

De uitnodiging voor de vergadering mét de agenda wordt door de secretaris ten minste vijf dagen vóór de dag der vergadering aan de kerkeraadsleden toegezonden. De ingekomen stukken worden op de dag waarop de agenda wordt verzonden, op de in de agenda vermelde plaats ter inzage gelegd.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.73.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de vergaderingen
Artikel
73.1

In de vergadering mogen slechts besluiten worden genomen omtrent die aangelegenheden welke op de agenda staan vermeld of de ingekomen stukken betreffen. Voor het nemen van wettige besluiten is de aanwezigheid vereist van ten minste de helft van het aantal zittende kerkeraadsleden, met dien verstande dat niet minder dan drie kerkeraadsleden aanwezig moeten zijn.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.73.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de vergaderingen
Artikel
73.2

Omtrent niet onder het vorige lid vallende, aan de orde gestelde aangelegenheden kunnen slechts besluiten worden genomen, wanneer ten minste drie vierde van het aantal der kerkeraadsleden aanwezig is en met algemene stemmen wordt besloten die aangelegenheden in behandeling te nemen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.73.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de vergaderingen
Artikel
73.3

Wordt een aangelegenheid voor de eerste maal in behandeling genomen en daaromtrent beslist, dan zal, wanneer minder dan twee derde van het aantal der kerkeraadsleden aanwezig is, tenminste een vijfde van het aantal der aanwezige kerkeraadsleden het recht hebben te verlangen, dat het ter zake van deze aangelegenheid genomen besluit eerst rechtsgeldig zal zijn, wanneer het in de eerstvolgende vergadering, welke binnen 14 dagen zal moeten worden gehouden, zal zijn bekrachtigd.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.74.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de vergaderingen
Artikel
74.1

De voorzitter — en bij zijn afwezigheid of verhindering de vice-voorzitter of waarnemend-voorzitter — is bevoegd, een buitengewone vergadering te doen plaats vinden. Hij is daartoe verplicht, indien ten minste een derde van het aantal kerkeraadsleden zulks met opgave van redenen verlangt.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.74.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de vergaderingen
Artikel
74.2

Ten aanzien van de buitengewone vergaderingen zijn artikel 72 leden 3 en 4 en artikel 73 van toepassing. In spoedeisende gevallen kan van artikel 72 leden 3 en 4 worden afgeweken.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.75.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de vergaderingen
Artikel
75.1

Tenzij in deze of in andere ordeningen anders is bepaald, worden de besluiten van de kerkeraad over personen bij volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen genomen. Onder volstrekte meerderheid wordt verstaan meer dan de helft van het aantal uitgebrachte geldige stemmen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.75.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de vergaderingen
Artikel
75.2

Over elk te nemen besluit wordt afzonderlijk gestemd.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.75.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de vergaderingen
Artikel
75.3

De stemming geschiedt met gesloten briefjes.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.75.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de vergaderingen
Artikel
75.4

Blanco en ongeldige stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.75.5

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de vergaderingen
Artikel
75.5

Wordt in geval van benoeming of verkiezing bij de eerste stemming de vereiste meerderheid niet bereikt, dan wordt tot een tweede stemming overgegaan. Wordt ook bij de tweede stemming de vereiste meerderheid niet verkregen, dan vindt een derde stemming plaats over die voorgestelde personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich verenigd hebben. De derde stemming geschiedt met meerderheid der uitgebrachte stemmen. Ingeval bij de derde stemming de stemmen staken beslist het lot.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.75.6

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de vergaderingen
Artikel
75.6

Behoudens het geval als bedoeld in het slot van het vorige lid wordt bij staking van stemmen het voorstel geacht te zijn verworpen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.76.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de vergaderingen
Artikel
76.1

Tenzij in deze of andere ordeningen anders is bepaald, worden de besluiten van de kerkeraad over zaken met meerderheid van de uitgebrachte stemmen genomen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.76.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de vergaderingen
Artikel
76.2

De stemming geschiedt mondeling.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.76.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de vergaderingen
Artikel
76.3

Blanco stemmen is niet geoorloofd.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.76.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de vergaderingen
Artikel
76.4

Bij staking van stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.77.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkeraad
Artikel
77.1

Aan de kerkeraad is opgedragen:
a. de zorg voor de bediening van Woord en Sacrament en voor al hetgeen samenhangt met het belijden van de Kerk;
b. het bevorderen en waar nodig leiding geven aan het werk in de gemeente;
c. het besturen van de gemeente.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.77.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkeraad
Artikel
77.2

Hiertoe behoren onder andere:
a. het toezicht op en de zorg voor de naleving door de ambtsdragers der gemeente van het bepaalde in de Prae-ambulaire artikelen;
b. het plegen van broederlijk overleg met elkaar omtrent het uitoefenen van de in hoofdstuk 3 genoemde ambten;
c. het toezicht op het houden van openbare erediensten;
d. de zorg voor en het toezicht op wijkgemeenten en huisgemeenten voor zover in het kerkelijk gebied aanwezig;
e. het verkiezen dan wel het leiden van de verkiezing van de predikant(en), het op grond van de verkiezing beroepen, het ontslaan van de predikant(en), alsmede het leiden van de verkiezing van de kerkeraadsleden, met inachtneming van de bepalingen van deze en andere ordeningen en overeenkomstig de huishoudelijke reglementen;
f. het stichten van nieuwe dan wel het samenvoegen van bestaande predikantsplaatsen, zulks na verkregen toestemming van de Synodale Commissie;
g. het zorgdragen voor de vervanging of waarneming van de predikant indien deze zijn werkzaamheden als gevolg van het bepaalde in artikel 36 niet of niet geheel kan vervullen, met dien verstande dat in geval een verhindering langer dan twee maanden zal kunnen duren, een consulent wordt benoemd;
h. het medewerken aan de kandidaatstelling en verkiezing van leden der Synode;
i. het benoemen van een of meer kerkmusici, pastorale medewerkers en anderen die in de gemeente geroepen zijn tot bijstand in het Openbare Ambt van Woord en Sacrament, alsmede het aanstellen, schorsen en ontslaan van medewerkers die een dienstbetrekking in de gemeente vervullen;
j. de zorg voor en het toezicht op de stipte bijhouding en het bewaren van de boeken en registers als bedoeld in hoofdstuk 4, het stellen van regels voor het inrichten en bijhouden van de registers bedoeld in artikel 63 en het nemen van besluiten tot afvoeren van het (doop)ledenregister overeenkomstig de artikelen 51 lid 5, of 57 lid 4 en het nemen van besluiten tot het toelaten en afvoeren van gastleden overeenkomstig artikel 60;
k. het aan nieuwe doopleden en leden der gemeente na hun doop of bevestiging uitreiken van het bewijs van dooplidmaatschap of lidmaatschap als bedoeld in de artikelen 50 en 57, alsmede het verstrekken aan doopleden of hun wettelijke vertegenwoordigers respectievelijk aan leden of gastleden van de gemeente na hun inschrijving in het doopledenregister respectievelijk in het ledenregister of het gastledenregister van de gegevens die betreffende hen in deze registers staan vermeld;
l. het zorgdragen dat bij vertrek van een dooplid of een lid naar het kerkelijk gebied van een andere gemeente respectievelijk naar het buitenland, de gegevens die van hen zijn vermeld in het doopleden register of in het ledenregister, zo spoedig mogelijk worden toegezonden aan de kerkeraad van de nieuwe woongemeente respectievelijk aan de Synodale Commissie;
m. het vaststellen en wijzigen van (huishoudelijke) reglement als bedoeld in artikel 78 A;
n. het toezicht op het vermogen van de  gemeente als bedoeld in artikel 79;
o. de zorg voor de aan de gemeente toebehorende voorwerpen die geschiedkundige of oudheidkundige waarde dan wel kunstwaarde hebben, overeenkomstig de richtlijnen van de Kunstschattencommissie;
p. de zorg voor de archivalia overeenkomstig de richtlijnen van de Archiefcommissie;
q. de zorg voor het uitbrengen aan de Synodale Commissie van een jaarlijks verslag betreffende de staat der gemeente met inbegrip van in het kerkelijk gebied aanwezige wijkgemeenten en huisgemeenten, alsmede voor het toezenden van de jaarstukken als bedoeld in artikel 91 lid 2, een en ander in een door de Synodale Commissie aan te geven vorm;
r. de zorg voor het tenminste eenmaal per jaar houden van een gemeentevergadering als bedoeld in de artikelen 165 t/m 168;
s. het erop toezien dat zowel de voorzitter als de secretaris beschikken over een bijgewerkt exemplaar van de Kerkorde en dat deze bij aftreden van voorzitter of secretaris aan de nieuw benoemde wordt overgedragen;
t. het onderhouden van interkerkelijke contacten in het kerkelijk gebied van de gemeente;
u. het uitvoeren van alle overige werkzaamheden die in deze of andere ordeningen aan de kerkeraad zijn opgedragen;
v. het behartigen van al hetgeen verder nodig is voor de instandhouding van de gemeente, voor zover dit niet in deze of andere ordeningen uitdrukkelijk aan andere colleges of aan bepaalde ambtsdragers is opgedragen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.77.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkeraad
Artikel
77.3

Voorts heeft de kerkeraad tot taak:
a. wanneer personen verzoeken te worden aangenomen en bevestigd, hoewel zij iin het kerkelijk gebied van een andere gemeente wonen, de kerkeraad van deze gemeente tenminste vier weken tevoren daarvan in kennis te stellen;
b. wanneer personen die in de gemeente zulen worden aangenomen, in een andere gemeente willen worden bevestigd, de kerkeraad van deze gemeente tenminste vier weken tevoren daarvan in kennis te stellen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.78.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkeraad
Artikel
78.1

De kerkeraad is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid voor de behartiging van bepaalde onderdelen van zijn taak (een) aan hem ondergeschikte commissie(s) in te stellen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.78.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkeraad
Artikel
78.2

Bij de instelling van een zodanige commissie worden taak en bevoegdheid bepaald en in de notulen opgenomen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.78.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkeraad
Artikel
78.3

De commissie is aan de kerkeraad verantwoording verschuldigd.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.78.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkeraad
Artikel
78.4

De kerkeraad is te allen tijde bevoegd een door hem ingestelde commissie op te heffen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.78a.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkeraad
Artikel
78a.1

De kerkeraad is bevoegd al zodanige reglementen vast te stellen als hij gewenst acht; hij is daartoe verplicht, indien zulks door deze of andere ordeningen wordt voorgeschreven.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.78a.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkeraad
Artikel
78a.2

De kerkeraad kan bij huishoudelijk reglement:
a. kerkelijke stichtingen met rechtspersoonlijkheid formeren;
b. een vermogen afzonderen in een civielrechtelijke rechtspersoon.
De rechtspersonen bedoeld onder a. en b. zijn rekenplichtig aan de kerkeraad respectievelijk aan de Synodale Commissie.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.78a.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkeraad
Artikel
78a.3

De reglementen en reglementswijzigingen moeten door de Synodale Commissie worden goedgekeurd en treden eerst na die goedkeuring in werking.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.78a.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkeraad
Artikel
78a.4

De door de kerkeraad ontworpen reglementen en reglementswijzigingen worden in duplo aan de Synodale Commissie ter goedkeuring toegezonden. Na de goedkeuring wordt door de Synodale Commissie één der exemplaren, vermeldende de goedkeuring, aan de kerkeraad teruggezonden, terwijl het tweede exemplaar door de Synodale Commissie wordt behouden.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.78a.5

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkeraad
Artikel
78a.5

De reglementen en reglementswijzigingen mogen geen bepalingen bevatten in strijd met de bepalingen in deze en andere ordeningen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.79.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkeraad
Artikel
79.1

De kerkeraad heeft het toezicht op het vermogen der gemeente, alsmede het uiteindelijk beheer en de beschikking over dat deel van het vermogen der gemeente, dat niet voor de diakonale taak bestemd is, een en ander met inachtnemiing van de bevoegdheden ten aanzien van dit toezicht, dit beheer en deze beschikking in deze ordening aan de Synode en de Synodale Commissie toegekend.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.79.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkeraad
Artikel
79.2

De goedkeuring van de Synodale Commissie is, buiten het geen is bepaald in artikel 82, vereist voor:
a. het verkrijgen, vervreemden of met hypotheek dan wel anderszins bezwaren van onroerende zaken;
b. het vestigen, wijzigen of afstand doen van zakelijke rechten op onroerende zaken;
c. het vervreemden, met enig zakelijk recht bezwaren of het in bruikleen of huur afstaan van roerende zaken, die geschiedkundige of oudheidkundige waarde, dan wel kunstwaarde bezitten;
d. het ter leen opnemen van gelden;
e. het zuiver of beneficiair aanvaarden of verwerpen van nalatenschappen;
f. het aanvaarden van legaten of schenkingen, waaraan lasten zijn verbonden;
g. het aangaan van dadingen en akkoorden;
h. het voeren van processen, zo eisende als verwerende, met uitzondering van het nemen van conservatoire maatregelen;
i. het opdragen van geschillen aan scheidslieden;
j. het berusten in rechtsvorderingen;
k. in het algemeen voor alle handelingen waarvan het belang een bedrag van ƒ 5.000,— te boven gaat, met dien verstande dat de Synodale Commissie bevoegd is op verzoek van de kerkeraad een hoger bedrag vast te stellen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.79.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkeraad
Artikel
79.3

De kerkeraad is verplicht de Archiefcommissie respectievelijk de Kunstschattencommissie omgaand alle gewenste inlichtingen te verschaffen en haar toegang te verlenen tot de plaatsen, waar de archieven worden bewaard respectievelijk de voorwerpen, die geschiedkundige of oudheidkundige dan wel kunstwaarde hebben, zich bevinden en deze niet zonder toestemming van de Archiefcommissie respectievelijk de Kunstschattencommissie naar elders over te brengen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.80

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkeraad
Artikel
80

Bij elk te nemen besluit als bedoeld in artikel 79 kan de kerkeraad in afwijking van het bepaalde in artikel 70 lid 4, uit zijn midden twee personen aanwijzen die voor de uitvoering van dat besluit de gemeente in en buiten rechte vertegenwoordigen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.81.1

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkrentmeesters
Artikel
81.1

De kerkrentmeesters zijn onder toezicht van de kerkeraad belast met het beheer van dat deel van het vermogen der gemeente, dat niet voor de diakonale taak bestemd is en de regeling der inkomsten en uitgaven als bedoeld in artikel 88 op de wijze als in dit artikel en de artikelen 82 tot en met 94 omschreven.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.81.2

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkrentmeesters
Artikel
81.2

De kerkrentmeesters geven adviezen ten aanzien van financiële aangelegenheden der gemeente, indien dit door de kerkeraad wordt verzocht.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.81.3

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkrentmeesters
Artikel
81.3

De kerkrentmeesters zijn bevoegd tot het nemen van conservatoire maatregelen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.81.4

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkrentmeesters
Artikel
81.4

Bij de vervulling van hun taak als omschreven in de leden 1 en 3 van dit artikel vertegenwoordigen een of meer door kerkrentmeesters uit hun midden aangewezen personen de gemeente in en buiten rechte.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.81.5

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkrentmeesters
Artikel
81.5

De kerkrentmeesters zijn bevoegd, bepaalde onderdelen van hun taak aan één of meer hunner op te dragen, die ten aanzien van die onderdelen onder hun verantwoordelijkheid de gemeente in en buiten rechte vertegenwoordigen.

Kerkorde ELKKN (2001) B.5.81.6

Algemene ordening

Hoofdstuk 5

Van de bestuursorganen der Kerk.

Afdeling I

Van de Kerkeraad.

Van de werkzaamheden van de kerkrentmeesters
Artikel
81.6

Voor het beschikken over de saldi der rekeningen bij banken en bij de Postcheque- en girodienst zijn de handtekeningen vereist van twee kerkrentmeesters, onder wie de penningmeester, bedoeld in artikel 86 lid 1, of, indien er slechts één kerkrentmeester is, van deze en een ander lid van de kerkeraad. De kerkeraad kan bij huishoudelijk reglement bepalen dat beneden een in het huishoudelijk reglement te noemen bedrag, volstaan kan worden met één handtekening.