Kerkorde GKN (1957) HIV.

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

Kerkorde GKN (1957) HIV.I.

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

I. Kerkdiensten

Kerkorde GKN (1957) Art. 64

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

I. Kerkdiensten

a. Algemene bepalingen

Artikel
64 [70]

De kerkeraden zullen zorgen dat de gemeente, in het bijzonder op de dag des Heren wordt samengeroepen tot de dienst des Woords, de dienst der sacramenten, de dienst der gebeden en de dienst der barmhartigheid.

Kerkorde GKN (1957) Art. 65

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

I. Kerkdiensten

a. Algemene bepalingen

Artikel
65 [71]

1. De inrichting van de kerkdiensten wordt vastgesteld door de kerkeraad.
2. In deze kerkdiensten zullen gebruikt worden de Bijbelvertaling, het psalm- en gezangboek en de liturgische formulieren, welke door de generale synode zijn aangewezen of vastgesteld, en zal men zich zoveel mogelijk houden aan een orde van dienst, welke door de generale synode is vastgesteld.

Kerkorde GKN (1957) Art. 66

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

I. Kerkdiensten

a. Algemene bepalingen

Artikel
66 [72]

1. De leiding van de kerkdiensten berust bij de dienaar des Woords van de gemeente of bij een van haar dienaren, dan wel bij een andere, door de kerkeraad daartoe uitgenodigde bevoegde dienaar des Woords.
2. Indien een proponent voorgaat, zal de leiding bij deze berusten, met dien verstande, dat hij zich onthouden zal van alle verrichtingen, welke een ambtelijk karakter dragen.
3. Hetzelfde geldt, indien een lid van de gemeente voorgaat, aan wie de classis, in een zeer bijzonder geval, op verzoek van de kerkeraad, na ingesteld onderzoek, daartoe de bevoegdheid heeft verleend.
4. In de overige gevallen zal de leiding berusten bij een ouderling der gemeente en zal een naar het oordeel van de kerkeraad geschikte preek worden gelezen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 67

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

I. Kerkdiensten

a. Algemene bepalingen

Artikel
67 [73]

1. Op de dag des Heren zal de gemeente in kerkdiensten samenkomen en voorts tenminste eenmaal op het Kerstfeest, de Goede Vrijdag en de Hemelvaartsdag.
2. De kerkeraden zullen zoveel mogelijk zorg dragen, dat kerkdiensten worden gehouden op de Oudejaars- en Nieuwjaarsdag en op de bid- en dankdagen voor gewas en arbeid.
3. Het wordt in de vrijheid van de kerk gelaten kerkdiensten te houden op de tweede feestdagen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 68

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

I. Kerkdiensten

b. Dienst des Woords

Artikel
68 [75]

1. In de kerkdiensten zal steeds de Heilige Schrift worden verklaard en toegepast.
2. Op de dag des Heren zal zoveel mogelijk in één van de kerkdiensten het Woord worden bediend door ontvouwing van de christelijke leer, gelijk zij uit de Heilige Schrift is samengevat in de Heidelbergse Catechismus.
3. In de kerkdiensten zullen op het Kerstfeest, de Goede Vrijdag, het Paasfeest, de Hemelvaartsdag en het Pinksterfeest in het bijzonder de grote heilsfeiten herdacht worden en zal voorts bij de tekstkeuze ook rekening gehouden worden met de adventstijd en de lijdenstijd.

Kerkorde GKN (1957) Art. 69

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

I. Kerkdiensten

b. Dienst der sacramenten

Artikel
69 [77]

1. De heilige doop zal door de dienaren des Woords aan de kinderen des verbonds in een kerkdienst bediend worden met gebruikmaking van het hiervoor vastgestelde formulier.
2. De kerkeraad zal erop toezien, dat de doop zo spoedig mogelijk wordt aangevraagd en bediend.
3. Wanneer geen der ouders gerechtigd is de doopvragen te beantwoorden, zal de kerkeraad in overleg met de ouders omzien naar een of meer doopgetuigen, die genoegzame waarborg kunnen geven voor een christelijke opvoeding.

Kerkorde GKN (1957) Art. 70

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

I. Kerkdiensten

b. Dienst der sacramenten

Artikel
70 [78]

Degenen, die niet als kind gedoopt zijn, ontvangen de heilige doop eerst nadat zij door beantwoording van de in het hiervoor vastgestelde formulier opgenomen vragen openbare belijdenis des geloofs hebben afgelegd.

Kerkorde GKN (1957) Art. 71

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

I. Kerkdiensten

b. Dienst der sacramenten

Artikel
71 [79]

Ten aanzien van degenen, die uit een andere dan een gereformeerde kerk in de gemeente opgenomen worden, zal de doop slechts erkenning vinden, indien komt vast te staan, dat deze in of vanwege een christelijke kerk of een kring van christenen door een aldaar bevoegd geachte persoon, alsook in de naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes, bediend werd.

Kerkorde GKN (1957) Art. 72

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

I. Kerkdiensten

b. Dienst der sacramenten

Artikel
72 [80]

1. Tot het heilig avondmaal wordt toelating verkregen door het afleggen van openbare belijdenis des geloofs, waarbij het daarvoor vastgestelde formulier zal worden gebruikt.
2. Alvorens iemand toe te laten tot het afleggen van openbare belijdenis des geloofs zal de kerkeraad een onderzoek instellen naar de beweegreden voor het doen van belijdenis alsook naar de gezonde leer en de godvrezende wandel en voorts de namen van degenen, die toegang verlangen, aan de gemeente mededelen.
3. Degenen, die uit een andere gemeente overkomen, zullen tot het heilig avondmaal toegelaten worden op grond van een overgelegde attestatie, voorzover deze genoegzame waarborg biedt van een gezonde leer en godvrezende wandel.
4. Degenen, die uit een andere dan een gereformeerde kerk daartoe het verlangen kenbaar maken, zullen toegelaten worden, nadat zij op grond van een door de kerkeraad ingesteld onderzoek naar hun gezonde leer en godvrezende wandel en na goedkeuring van de gemeente, in de gemeente zijn opgenomen. De kerkeraad kan daarbij bepalen, dat eerst openbare belijdenis des geloofs moet afgelegd worden.

Kerkorde GKN (1957) Art. 73

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

I. Kerkdiensten

b. Dienst der sacramenten

Artikel
73 [81]

1. Het heilig avondmaal zal, tenminste eens in de twee of drie maanden, in een kerkdienst met gebruikmaking van één der hiervoor vastgestelde formulieren bediend worden, en op zodanige wijze als de kerkeraad, met inachtneming van hetgeen in Gods Woord voorgeschreven is, oordeelt het meest stichtelijk te zijn.
2. Het staat in de vrijheid van de kerken in ziekenhuizen, huizen voor bejaarden en andere dergelijke inrichtingen het heilig avondmaal in een afzonderlijke kerkdienst te bedienen voor degenen, die tot die avondmaalsviering gerechtigd zijn of daartoe naar het oordeel van de kerkeraad kunnen worden toegelaten.

Kerkorde GKN (1957) Art. 74

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

I. Kerkdiensten

d. Dienst der gebeden

Artikel
74 [82]

Voor de dienst der gebeden kan gebruik gemaakt worden van de door de generale synode vastgestelde gebeden.

Kerkorde GKN (1957) Art. 75

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

I. Kerkdiensten

e. Dienst der barmhartigheid

Artikel
75 [83]

1. Voor de dienst der barmhartigheid zullen in elke kerkdienst gaven worden ingezameld.
2. De ingezamelde gaven kunnen worden besteed voor diakonale hulpverlening aan andere kerken, alsmede voor instellingen, welke de leniging of bestrijding van bepaalde maatschappelijke noden nastreven.

Kerkorde GKN (1957) HIV.II.

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

II. Catechese

Kerkorde GKN (1957) Art. 76

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

II. Catechese

Artikel
76 [84]

1. Aan de kinderen der gemeente en aan anderen, die dit begeren, wordt in de leer der kerk onderricht gegeven om hen voor te bereiden tot de openbare belijdenis des geloofs en tot het vervullen van hun roeping ten opzichte van de kerk en de wereld.
2. Dit onderricht betreft het verstaan van de Heilige Schrift, de belijdenis en geschiedenis van de kerk alsmede de hedendaagse openbaring van het kerkelijk leven, inzonderheid in het werk van evangelisatie en zending.

Kerkorde GKN (1957) Art. 77

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

II. Catechese

Artikel
77 [85]

De catechese wordt gegeven in opdracht en onder toezicht van de kerkeraad, in de regel door een dienaar des Woords.

Kerkorde GKN (1957) Art. 78

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

II. Catechese

Artikel
78 [86]

1. De catechese wordt gegeven in directe aansluiting aan de Heilige Schrift; als voornaamste leerboek zal daarbij dienst doen de Heidelbergse Catechismus.
2. Voor het overige is de keuze van de leerboeken en de andere leermiddelen toevertrouwd aan de dienaar des Woords, die daarover met de kerkeraad overleg pleegt.

Kerkorde GKN (1957) HIV.III.

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

III. Herderlijke zorg

Kerkorde GKN (1957) Art. 79

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

III. Herderlijke zorg

Artikel
79 [87]

De dienaren des Woords en ouderlingen zullen hun herderlijke zorg uitstrekken tot alle leden van de gemeente, door hen en in het bijzonder de zieken en bejaarden, die verhinderd zijn de kerkdiensten bij te wonen, en ook de afdwalenden, trouw te bezoeken; door hen op te wekken tot een leven in het geloof en hen in tegenspoed te troosten; en door hen te waarschuwen tegen valse leringen en dwalingen evenals tegen alle wereldse wandel en goddeloze praktijken.

Kerkorde GKN (1957) Art. 80

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

III. Herderlijke zorg

Artikel
80 [88]

1. De kerkeraden zullen aan degenen, die uit de gemeente vertrekken, op hun verzoek een attestatie of getuigenis aangaande hun belijdenis en wandel medegeven, met dien verstande dat, indien zij voorwerp van vermaan of tucht zijn, daarvan in de attestatie mededeling wordt gedaan. Van deze afgifte wordt bericht gezonden aan de kerkeraad van de gemeente, waartoe de vertrekkenden in het vervolg zullen behoren. Aan de desbetreffende kerkeraad zal eveneens opgave verstrekt worden van degenen, die zonder attestatie aan te vragen vertrokken zijn.
2. Indien degenen, die uit de gemeente vertrekken, nog geen openbare belijdenis des geloofs afgelegd hebben, zullen de kerkeraden een doopattest toezenden aan de kerkeraad van de gemeente, waartoe de vertrekkenden in het vervolg zullen behoren, met dien verstande dat, indien zij reeds de volwassen leeftijd bereikt hebben, gehandeld zal worden overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde richtlijnen inzake de tucht over doopleden.
3. Deze attestatie en attesten zullen, namens de kerkeraad, door twee van zijn leden ondertekend worden.

Kerkorde GKN (1957) Art. 81

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

III. Herderlijke zorg

Artikel
81 [88a]

1. De namen van hen, die gedoopt worden, die belijdenis des geloofs afleggen, die na afsnijding weder in de gemeente worden opgenomen, die met attestatie of doopattest uit een andere gemeente overkomen, en van hen, die uit een andere dan een gereformeerde kerk in de gemeente worden opgenomen, zullen met nadere bijzonderheden in daarvoor aangelegde registers zorgvuldig worden opgetekend.
2. Hetzelfde zal worden gedaan met de namen van hen, die met attestatie of doopattest vertrekken, die zijn overleden, die afgesneden worden en die zich onttrekken.

Kerkorde GKN (1957) Art. 82

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

III. Herderlijke zorg

Artikel
82 [89]

Indien degenen, die vertrekken naar een andere gemeente bijstand ontvangen van de diakenen, zullen dezen op vertrouwelijke wijze de diakenen van die gemeente daarover inlichten en, zo de omstandigheden daartoe nopen en het onderling overleg daartoe leidt, hetzij voorgoed hetzij voor een bepaalde periode verdere bijstand verlenen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 83

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

III. Herderlijke zorg

Artikel
83 [90]

De kerkeraden zullen erop toezien, dat de leden der gemeente hun huwelijk aangaan met inachtneming van de geboden Gods, en het ten overstaan van de overheid voltrokken huwelijk in een kerkdienst laten bevestigen, waarbij het daarvoor vastgestelde formulier zal worden gebruikt.

Kerkorde GKN (1957) Art. 84

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

III. Herderlijke zorg

Artikel
84 [91]

De kerkeraden zullen er toe medewerken, dat de leden der gemeente, die gestorven zijn, op christelijke wijze begraven worden.

Kerkorde GKN (1957) Art. 85

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

III. Herderlijke zorg

Artikel
85 [92]

De generale synode zal, voor zoveel dat naar haar oordeel nodig is, de arbeid onder schippers, zeevarenden, militairen, in het buitenland verstrooiden, in ziekenhuizen verpleegden, doofstommen, en anderen, die door de mindere vergaderingen niet of niet genoegzaam bearbeid kunnen worden, aan afzonderlijke deputaten en dienaren des Woords toevertrouwen.

Kerkorde GKN (1957) HIV.IV.

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

IV. Evangelisatie en zending

Kerkorde GKN (1957) Art. 86

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

IV. Evangelisatie en zending

Artikel
86 [93]

1. De kerken richten zich tot degenen, die vervreemd zijn van het evangelie, door middel van de arbeid der evangelisatie om hen zo mogelijk te brengen tot de gemeenschap met Christus en zijn kerk.
2. Deze arbeid geschiedt onder leiding van de kerkeraad, die de leden der gemeente ook zal opwekken Jezus Christus in het midden der wereld met woord en daad te belijden.

Kerkorde GKN (1957) Art. 87

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

IV. Evangelisatie en zending

Artikel
87 [94]

1. In het belang van de arbeid der evangelisatie zal de generale synode een aantal deputaten benoemen, aan wie wordt opgedragen de kerken met adviezen te dienen en het nodige te verrichten tot bevordering van de opleiding van krachten voor de arbeid der evangelisatie.
2. Ten behoeve van de in lid 1 bedoelde arbeid kan de generale synode een dienaar des Woords benoemen, die geacht wordt in dienst te staan van de gezamenlijke kerken.

Kerkorde GKN (1957) Art. 88

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

IV. Evangelisatie en zending

Artikel
88 [95]

Voor bepaalde takken van het werk der evangelisatie kan de generale synode deputaten benoemen ten dienste van de kerken, die daarvoor in aanmerking komen en zo nodig de kerken opwekken dit werk naar vermogen te steunen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 89

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

IV. Evangelisatie en zending

Artikel
89 [96]

Samenwerking in het werk van de evangelisatie met andere dan gereformeerde kerken en personen zal uitsluitend plaats vinden overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde richtlijnen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 90

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

IV. Evangelisatie en zending

Artikel
90 [97]

1. De kerken zullen zich richten tot de Joden in en zo mogelijk ook buiten Nederland om hun uit de Heilige Schrift te betuigen, dat Jezus de Christus is.
2. Dit werk zal ter hand genomen worden door de daarvoor in aanmerking komende kerken, die het, met steun van de overige kerken, verrichten in overleg met daartoe door de generale synode benoemde deputaten en overeenkomstig de door haar vastgestelde bepalingen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 91

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

IV. Evangelisatie en zending

Artikel
91 [98]

1. De kerken zullen zich richten tot de niet-gekerstende volken in het bijzonder in Indonesië, om hun in gehoorzaamheid aan het bevel van Christus, het evangelie te verkondigen en om degenen, die tot het geloof gekomen zijn en de heilige doop ontvangen hebben, bijeen te brengen in zelfstandige gemeenten onder de bediening des Woords en der sacramenten.
2. Zolang dit nodig blijkt, zullen de kerken naar vermogen aan deze zelfstandige gemeenten hulp bewijzen bij het inrichten en opbouwen van een eigen kerkelijk leven.

Kerkorde GKN (1957) Art. 92

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

IV. Evangelisatie en zending

Artikel
92 [99]

1. De kerken zullen, om de zendingsopdracht van Christus uit te voeren, zoveel mogelijk daartoe met elkaar samenwerken met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen, op een door die kerken vast te stellen wijze. Deze wijze van samenwerking behoeft de goedkeuring van de generale synode.
2. De toewijzing van de verschillende zendingsterreinen geschiedt door de generale synode, zoveel mogelijk in overeenstemming met de daartoe door de kerken kenbaar gemaakte wensen.
3. De beroeping van een missionaire dienaar des Woords zal geschieden door de kerk, die daartoe door de voor een bepaald zendingsterrein samenwerkende kerken is aangewezen, niet zonder overleg met de andere samenwerkende kerken.

Kerkorde GKN (1957) Art. 93

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

IV. Evangelisatie en zending

Artikel
93 [100]

Wanneer zich op een zendingsterrein zelfstandige kerken gevormd hebben, zal de arbeid, indien deze kerken dat wensen, in nauwe samenwerking met haar worden voortgezet. De samenwerkende kerken zullen daarna, naar een in overleg tot stand gebrachte overeenkomst, welke de goedkeuring van de generale synode behoeft, voor de verkondiging van het evangelie op dat terrein gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 94

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

IV. Evangelisatie en zending

Artikel
94 [101]

1. De kerken, aan welke de verschillende zendingsterreinen zijn toevertrouwd, kunnen ter bespreking en afdoening van zaken, waarbij zij gezamenlijk betrokken zijn, een raad van samenwerking instellen overeenkomstig een door haar op te stellen accoord, welk accoord de goedkeuring van de generale synode behoeft.
2. In deze raad zullen tenminste twee van de deputaten der generale synode voor de zending met adviserende stem zitting hebben.

Kerkorde GKN (1957) Art. 95

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

IV. Evangelisatie en zending

Artikel
95 [102]

1. Voor de behandeling van de algemene zaken van de zending zal de generale synode een aantal deputaten benoemen, namelijk één uit elk van de in haar bijeenkomende particuliere synoden in Nederland, en wel op voordracht van deze synoden.
2. De taak van deze deputaten omvat naast de behandeling van andere zaken van algemene aard, die door de generale synode in de desbetreffende bepalingen zijn vastgesteld, het instandhouden en leiden van een zendingscentrum met een daaraan verbonden seminarie, aan welk seminarie de aanstaande missionaire dienaren des Woords in de regel de in artikel 13 bedoelde opleiding ontvangen.
3. Ten behoeve van de arbeid aan dit zendingscentrum en seminarie kunnen door de generale synode een of meer dienaren des Woords worden benoemd, die dan geacht zullen worden in dienst te staan van de gezamenlijke kerken.

Kerkorde GKN (1957) HIV.V.

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

V. Stoffelijke aangelegenheden en vertegenwoordiging

Kerkorde GKN (1957) Art. 96

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

V. Stoffelijke aangelegenheden en vertegenwoordiging

Artikel
96 [104]

1. Elke kerkeraad zal de nodige voorzieningen treffen voor een zorgvuldig beheer van de stoffelijke aangelegenheden der kerk.
2. De kerkeraad kan de zorg voor deze aangelegenheden toevertrouwen aan een commissie van administratie of beheer, die aan hem verantwoording schuldig is.
3. Ten aanzien van deze aangelegenheden wordt de kerk in en buiten rechte vertegenwoordigd door de praeses en de scriba van de kerkeraad, mits daartoe door deze gemachtigd.

Kerkorde GKN (1957) Art. 97

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

V. Stoffelijke aangelegenheden en vertegenwoordiging

Artikel
97 [105]

1. De kerken, die in de verschillende meerdere vergaderingen bijeenkomen, vormen tezamen even zovele vermogensrechtelijke eenheden ten aanzien van de stoffelijke aangelegenheden, die haar respectievelijk binnen het ressort van een classis, van een particuliere synode en van de generale synode gemeen zijn.
2. Deze eenheden worden in en buiten rechte vertegenwoordigd zowel door de verschillende meerdere vergaderingen als door deputaten, die door deze vergaderingen benoemd, geïnstrueerd en ontslagen worden en die in al hun handelingen door hun instructie gebonden zijn.

Kerkorde GKN (1957) HIV.VI.

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

VI. Stichtingen

Kerkorde GKN (1957) Art. 98

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

VI. Stichtingen

Artikel
98 [105a]

Bij het in leven roepen van nieuwe of het deelnemen aan bestaande stichtingen zullen de vergaderingen der kerk zich gedragen naar de daarvoor door de generale synode gegeven richtlijnen.