Kerkorde GKN (1957) HII.

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

Kerkorde GKN (1957) HII.I.

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

I. Algemene bepalingen

Kerkorde GKN (1957) Art. 2

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
2 [7]

1. De ambten, waaraan in opdracht van Christus het dienstwerk in de kerk is toevertrouwd, zijn die van dienaar des Woords, van ouderling en van diaken.
2. Deze ambten zijn van elkander onderscheiden, niet in waardigheid of eer, maar in opdracht en werk.

Kerkorde GKN (1957) Art. 3

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
3 [8]

1. Niemand zal in de kerk enig ambt mogen vervullen zonder daartoe op wettige wijze geroepen en daarin bevestigd te zijn.
2. Voor de roeping tot enig ambt komen slechts in aanmerking belijdende leden, die voldoen aan de in de Heilige Schrift voor ambtsdragers gestelde eisen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 4

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
4 [9]

1. De roeping tot het vervullen van een ambt wordt uitgebracht door de kerkeraad.
2. De kerkeraad brengt deze roeping uit, in de regel op grond van een onder zijn leiding gehouden verkiezing door de gemeente. Deze verkiezing geschiedt uit een aantal door de kerkeraad voorgestelde candidaten, dat in de regel het dubbele is van het aantal te vervullen plaatsen. In geval in een vacature één candidaat wordt voorgesteld, zal de kerkeraad mededeling doen van de redenen, die hem tot afwijking van deze regel genoopt hebben.
3. De kerkeraad kan de leden der gemeente tevoren in de gelegenheid stellen de aandacht op voor het ambt geschikte personen te vestigen.
4. De verkiezing geschiedt, na voorafgaand gebed, door de stemgerechtigde leden der gemeente overeenkomstig een door de kerkeraad vastgestelde regeling.
5. De namen van de beroepen ambtsdragers zullen op twee achtereenvolgende zondagen aan de gemeente worden voorgedragen om haar goedkeuring te verkrijgen met het oog op hun bevestiging. Indien geen bezwaren zijn ingekomen, of de kerkeraad de ingebrachte bezwaren niet genoegzaam gegrond acht, zal de bevestiging in een kerkdienst, plaats hebben, met gebruikmaking van de daarvoor vastgestelde formulieren.

Kerkorde GKN (1957) HII.II.

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Kerkorde GKN (1957) Art. 5

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel
5 [10]

1. Voor de toelating tot het ambt van dienaar des Woords is een deugdelijke theologische opleiding vereist.
2. Zij die een zodanige opleiding ontvangen hebben, hetzij aan de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Kerken in Nederland, hetzij aan de theologische faculteit van de Vrije Universiteit, zullen zich, onder overlegging van de benodigde getuigschriften, aanmelden bij de classis, waartoe de kerk van hun woonplaats behoort, om na met goed gevolg praeparatoir geëxamineerd te zijn, door haar als proponenten beroepbaar gesteld te worden, een en ander overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen.
3. Ten aanzien van degenen, die elders een theologische opleiding ontvangen hebben en zich voor hetzelfde doel bij een classis vervoegen, zal deze handelen overeenkomstig de daartoe door de generale synode vastgestelde bepalingen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 6

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel
6 [11]

1. Van de regel, dat een deugdelijke theologische opleiding vereist is, kan alleen worden afgeweken, indien op overtuigende wijze blijkt, dat iemand in die mate de gaven bezit, welke voor een dienaar des Woords onmisbaar zijn, in het bijzonder de gaven van godsvrucht, ootmoed, wijsheid en geestelijk onderscheidingsvermogen, benevens het vermogen om op duidelijke en opbouwende wijze het evangelie te verkondigen, dat hij ondanks het gemis van genoemde opleiding geacht kan worden in staat te zijn de kerken met stichting te dienen.
2. De particuliere synode stelt, mede aan de hand van overgelegde getuigschriften van de kerkeraad van de kerk, waartoe de persoon, die zich heeft aangemeld, behoort, en van de classis, waaronder deze kerk ressorteert, een grondig onderzoek in, of hij de genoemde gaven bezit en spreekt daarna uit, of hij zich zal mogen onderwerpen aan het praeparatoir examen, een en ander met inachtneming van de daartoe door de generale synode vastgestelde bepalingen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 7

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel
7 [12]

1. De beroeping van een dienaar des Woords geschiedt met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen omtrent de beroepbaarheid van degenen, die andere dan de Gereformeerde Kerken in Nederland gediend hebben, alsmede van de bepaling inzake het meer dan eenmaal beroepen van dezelfde dienaar des Woords in dezelfde vacature; voorts in geheel vacante kerken niet zonder het raadplegen van de consulent.
2. In geval de beroepene reeds als dienaar des Woords in een andere gemeente gediend heeft, zal zijn naam aan de gemeente worden voorgedragen. Voorts zal de bevestiging niet geschieden, dan nadat de classis op grond van het overgelegde wettige getuigenis van zijn vertrek uit de kerk en de classis, in welke de beroepene tevoren gediend heeft, en van de overgelegde goede kerkelijke attestatie van zijn leer en leven, haar approbatie verleend heeft.
3. Ingeval de beroepene tevoren niet in het ambt van dienaar des Woords gestaan heeft, zal de approbatie van de classis niet worden verleend dan na een met goed gevolg ingesteld onderzoek naar zijn leer en leven. Over de uitslag van dit peremptoir examen, dat afgenomen zal worden overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen, zal de classis beslissen met de medewerking en het goedvinden van de daartoe door de particuliere synode aangewezen deputaten, althans van de meerderheid van dezen. De bevestiging zal geschieden met oplegging der handen van de dienaar des Woords, die de beroepene in zijn ambt bevestigt.

Kerkorde GKN (1957) Art. 8

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel
8 [13]

1. Proponenten en dienaren des Woords, die beroepen worden voor het werk van de zending zullen zich, onder overlegging van een bewijs, dat zij de voor hen bestemde opleiding met goed gevolg hebben genoten, moeten onderwerpen aan een afzonderlijk onderzoek, dat voornamelijk betrekking heeft op de theorie van de zending naar gereformeerde beginselen, welk onderzoek bij proponenten ingesteld wordt terstond na het peremptoir examen.
2. Dit afzonderlijk onderzoek zal, overeenkomstig de hiervoor door de generale synode vastgestelde bepalingen, worden ingesteld door de classis, waartoe de beroepende kerk behoort, met de medewerking van de daartoe door de particuliere synode aangewezen deputaten. Bij dit onderzoek treden enige door de generale synode benoemde deputaten als examinatoren op.
3. Degenen die zich aan dit afzonderlijk onderzoek met goed gevolg onderworpen hebben en daarna in hun ambt bevestigd zijn, worden missionaire dienaren des Woord genoemd.

Kerkorde GKN (1957) Art. 9

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel
9 [14]

1. De taak van de dienaar des Woords is de bediening van het Woord aan de gemeente en al naar de gelegenheid eveneens de verkondiging van het evangelie aan hen, die vervreemd zijn van het evangelie, aan de Joden en de niet-gekerstende volken; de bediening van de sacramenten; het uitspreken van de zegen; de leiding van alle overige ambtelijke werkzaamheden in de kerkdiensten als in het bijzonder het afnemen van de openbare belijdenis des geloofs, het doen van bekendmakingen inzake vermaan en tucht, het bevestigen van ambtsdragers, en het bevestigen van huwelijken; en het catechetisch onderricht.
2. Voorts is het zijn taak, tezamen met de ouderlingen, over de gemeente de herderlijke zorg uit te oefenen alsook over haar en over de mede-ambtsdragers het opzicht te hebben en het vermaan en de tucht te oefenen, toe te zien dat alles in de gemeente met goede orde toegaat, de leden der gemeente trouw te bezoeken en tevens te trachten anderen ook op andere wijze dan door de openbare verkondiging van het evangelie voor Christus te winnen.
3. Aan een dienaar des Woords kunnen door een kerkeraad in het bijzonder bepaalde werkzaamheden worden opgedragen, waarbij hij van zijn overige werkzaamheden wordt vrijgesteld.

Kerkorde GKN (1957) Art. 10

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel
10 [14a]

Het zal geen dienaar des Woords vrijstaan binnen het ressort van enige kerk, zonder bewilliging van haar kerkeraad voor te gaan in een samenkomst, welke geacht moet worden in enigerlei vorm het karakter van een kerkdienst te dragen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 11

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel
11 [16]

1. Zolang een dienaar des Woords aan de gemeente, waarin hij beroepen is, verbonden is, zal zij in het onderhoud van hem en zijn gezin voorzien en zich van deze plicht niet ontslagen mogen rekenen, indien de dienaar des Woords, wegens ziekte of om een andere wettige reden, zijn werk tijdelijk niet kan verrichten.
2. Indien anderen dan de kerkeraad van de gemeente, waarin een dienaar des Woords beroepen is, mede de verantwoordelijkheid dragen voor de werkzaamheden, welke hem opgedragen zijn, kan met zijn bewilliging, geheel of gedeeltelijk op een andere dan de in lid 1 bedoelde wijze in het onderhoud van hem en zijn gezin worden voorzien.

Kerkorde GKN (1957) Art. 12

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel
12 [17]

1. Indien een dienaar des Woords zijn gemeente niet langer met stichting kan dienen, terwijl er geen reden bestaat tot het oefenen van kerkelijke tucht, zal de kerkeraad hem van zijn dienst niet kunnen ontslaan zonder de goedkeuring van de classis, die daarbij met de medewerking en het goedvinden van de daartoe door de particuliere synode aangewezen deputaten handelt.
2. Zolang hij niet door een andere kerk beroepen is, blijft de kerkeraad, die hem ontsloeg, binnen de door de generale synode bepaalde grenzen, verantwoordelijk voor de voorziening in het onderhoud van hem en zijn gezin.

Kerkorde GKN (1957) Art. 13

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel
13 [18]

1. Indien de kerkeraad en de classis, met de medewerking en het goedvinden van deputaten van de particuliere synode, oordelen, dat een dienaar des Woords, zonder dat er goede grond is voor het verlenen van emeritaat of voor het oefenen van kerkelijke tucht, de bekwaamheid mist om enige gemeente met stichting te dienen, zal een volledig ontslag uit de dienst in de kerken slechts kunnen volgen, wanneer de particuliere synode met een meerderheid van tenminste twee derde der uitgebracht stemmen dat oordeel bevestigd en, in geval van appèl, de generale synode deze beslissing bekrachtigd heeft.
2. Ten behoeve van het onderhoud van de ontslagene en zijn gezin zal ook hangende het appèl, de kerkeraad hem een uitkering doen overeenkomstig een regeling, die bij de in lid 1 bedoelde beslissing wordt vastgesteld.

Kerkorde GKN (1957) Art. 14

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel
14 [19]

Het zal aan een dienaar des Woords niet vrijstaan zijn ambt neer te leggen. Hij kan slechts van zijn ambt ontheven worden, om zich tot een andere staat des levens te begeven, indien de kerkeraad, en de classis, met de medewerking en het goedvinden van de daartoe door de particuliere synode aangewezen deputaten, oordelen dat daarvoor bijzondere en gewichtige redenen aanwezig zijn.

Kerkorde GKN (1957) Art. 15

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel
15 [20]

Een dienaar des Woords, die, met bewilliging van de kerkeraad en met goedkeuring van de classis en met de medewerking en het goedvinden van de daartoe door de particuliere synode aangewezen deputaten, een arbeid aanvaardt, die weliswaar een geestelijk karakter draagt en met de roeping tot de verkondiging van het evangelie in rechtstreeks verband staat, maar waardoor hij zijn taak in de gemeente niet langer kan verrichten, zal toch de eer en de naam van een dienaar behouden en ten aanzien van zijn ambtelijke positie aan de kerk, welke hij het laatst diende, verbonden blijven.

Kerkorde GKN (1957) Art. 16

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel
16 [21]

Een dienaar des Woords, die door de generale synode of in overeenstemming met door haar goedgekeurde bepalingen geroepen wordt tot een zodanige arbeid in opdracht van of ten behoeve van de gezamenlijke kerken, die weliswaar een geestelijk karakter draagt en met de roeping tot de verkondiging van het evangelie in rechtstreeks verband staat, maar waardoor hij zijn taak in de gemeente niet langer kan verrichten, zal geacht worden in dienst te staan van de gezamenlijke kerken en als zodanig de eer en de naam van een dienaar behouden.

Kerkorde GKN (1957) Art. 17

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel
17 [22]

1. Indien een dienaar des Woords tenminste veertig jaar zijn ambt vervuld heeft dan wel de zeventigjarige leeftijd bereikt heeft, of door ziekte of invaliditeit niet langer in staat is zijn taak te verrichten, en hij of zijn kerkeraad een aanvrage bij de classis indient zal hij, overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen, door de classis met de medewerking en het goedvinden van de daartoe door de particuliere synode aangewezen deputaten emeritus verklaard worden en als zodanig de eer en de naam van een dienaar behouden.
2. De kerk waaraan hij verbonden is, zal, overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen, in zijn onderhoud blijven voorzien en na zijn overlijden ook in het onderhoud van de door hem nagelaten weduwe en wezen.
3. Het in lid 2 bepaalde geldt eveneens voor het onderhoud van de weduwe en wezen van een dienaar des Woords, die vóór het verkrijgen van zijn emeritaat is overleden.

Kerkorde GKN (1957) HII.III.

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

III. De opleiding tot de dienst des Woords

Kerkorde GKN (1957) Art. 18

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

III. De opleiding tot de dienst des Woords

Artikel
18 [23]

1. Voor de opleiding tot de dienst des Woords onderhouden de gezamenlijke kerken een Theologische Hogeschool.
2. Voor de verzorging van deze Hogeschool benoemt de generale synode een aantal deputaten, namelijk één uit elk van de in haar bijeenkomende particuliere synoden in Nederland, en wel op voordracht van deze synoden. Zij worden curatoren genoemd.
3. Alles wat betrekking heeft op de inrichting en leiding van deze Hogeschool, wordt geregeld in een afzonderlijk reglement en in verdere bepalingen, welke door de generale synode zijn vastgesteld.

Kerkorde GKN (1957) Art. 19

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

III. De opleiding tot de dienst des Woords

Artikel
19 [24]

Het verband met de theologische faculteit van de Vrije Universiteit wordt door deputaten van de generale synode onderhouden volgens de overeenkomst, aangegaan met de Directeuren van de Vereniging voor Hoger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag, in welke overeenkomst de wederzijdse rechten en verplichtingen omschreven zijn.

Kerkorde GKN (1957) Art. 20

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

III. De opleiding tot de dienst des Woords

Artikel
20 [26]

1. Ter verkrijging van dienaren des Woords zullen de kerken, voor zoveel nodig, aan daarvoor in aanmerking komende studenten financiële steun verlenen.
2. De nadere regeling van deze zaak is aan de particuliere synoden toevertrouwd. Elke synode zal te dien einde enige ambtsdragers, en wel uit elk van de in haar bijeenkomende classes één, aanwijzen als haar deputaten.

Kerkorde GKN (1957) HII.IV.

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

IV. De ouderlingen en de diakenen

Kerkorde GKN (1957) Art. 21

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

IV. De ouderlingen en de diakenen

Artikel
21 [27]

1. De ouderlingen en de diakenen zullen gedurende een door de kerkeraad vast te stellen periode zitting hebben. Deze periode kan door de kerkeraad, indien hij daarvoor dringende redenen aanwezig acht, onder mededeling daarvan aan de gemeente, voor éénmaal met één jaar worden verlengd.
2. In de regel zal ieder jaar een deel van hen aftreden. De aftredenden zullen niet terstond herkiesbaar zijn, tenzij naar het oordeel van de kerkeraad het welzijn van de gemeente en de omstandigheden het raadzaam maken een of meer hunner opnieuw aan de gemeente ter verkiezing voor te stellen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 22

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

IV. De ouderlingen en de diakenen

Artikel
22 [28]

De taak van de ouderlingen is, tezamen met de dienaar des Woords over de gemeente de herderlijke zorg uit te oefenen alsook over haar en over de mede-ambtsdragers het opzicht te hebben en het vermaan en de tucht te oefenen, toe te zien dat alles in de gemeente met goede orde toegaat, de leden der gemeente trouw te bezoeken en tevens ook te trachten anderen voor Christus te winnen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 23

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

IV. De ouderlingen en de diakenen

Artikel
23 [29]

1. De taak van de diakenen is aan de leden der gemeente, die in stoffelijke of maatschappelijke nood verkeren of daarin dreigen te geraken, de christelijke barmhartigheid te bewijzen, hen met raad en daad bij te staan en tevens aan anderen in dergelijke omstandigheden zo mogelijk deze barmhartigheid te bewijzen.
2. Zij zullen tot dat doel de gaven der gemeente inzamelen en beheren en voorts andere goede middelen zoeken en aanwenden.

Kerkorde GKN (1957) HII.V.

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

V. De ondertekening van de belijdenis

Kerkorde GKN (1957) Art. 24

Hoofdstuk II

De ambten van de kerk

V. De ondertekening van de belijdenis

Artikel
24 [30]

1. De ouderlingen en de diakenen zullen, in de eerste bijeenkomst van de kerkeraad, welke zij na hun bevestiging in het ambt bijwonen, ten bewijze van hun volledige instemming met de belijdenis van de kerken, de Drie Formulieren van Enigheid van de Gereformeerde Kerken in Nederland ondertekenen.
2. Degenen, die met goed gevolg het praeparatoir examen hebben afgelegd, zullen in de bijeenkomst van de classis, welke dat examen afgenomen heeft, van diezelfde instemming blijk geven door ondertekening van een afzonderlijk formulier, dat door de generale synode is vastgesteld.
3. De dienaren des Woords zullen van diezelfde instemming blijk geven niet alleen door in de eerste bijeenkomst van de kerkeraad, welke zij na hun bevestiging in het ambt bijwonen, de Formulieren van Enigheid te ondertekenen, maar bovendien door in de eerste bijeenkomst van de desbetreffende classis een afzonderlijk formulier te ondertekenen, dat door de generale synode is vastgesteld. Degenen, die tevoren niet in het ambt van dienaar des Woords gestaan hebben, zullen dit doen in de bijeenkomst, waarin zij het peremptoir examen met goed gevolg afgelegd hebben.
4. De hoogleraren in de theologie en de overige in artikel 16 bedoelde dienaren des Woords zullen, bij de aanvaarding van hun taak, van diezelfde instemming blijk geven door ondertekening van een afzonderlijk formulier, dat door de generale synode is vastgesteld.