Kerkorde GKN (1971) H2.III.

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

Kerkorde GKN (1971) Art. 44

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

a. Algemene bepalingen

Artikel
44

1. Elke meerdere vergadering bestaat uit ambtsdragers, die afgevaardigd zijn door de in haar bijeenkomende mindere vergaderingen.
2. De mindere vergaderingen zullen zorg dragen, dat haar afgevaardigden in het bezit zijn van deugdelijke credentiebrieven, op vertoon waarvan zij stemrecht hebben, met dien verstande dat dit recht hun niet toekomt in zaken, welke hen persoonlijk of de vergaderingen door welke zij afgevaardigd zijn, in het bijzonder aangaan.

Kerkorde GKN (1971) Art. 45

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

a. Algemene bepalingen

Artikel
45

De diakenen, die afgevaardigd zijn naar een meerdere vergadering, zullen niet deelnemen aan de behandeling van zaken welke betrekking hebben op het opzicht en op de tucht.

Kerkorde GKN (1971) Art. 46

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

a. Algemene bepalingen

Artikel
46

1. Elke meerdere vergadering zal worden samengeroepen door de kerk, welke daartoe in haar laatstgehouden bijeenkomst is aangewezen.
2. Op de kerkeraad van de samenroepende kerk rust de zorg voor de voorbereiding van de desbetreffende bijeenkomst. Hij kan daarbij advies vragen aan de classis, indien de particuliere synode, en aan de particuliere synode, indien de generale synode moet worden samengeroepen.

Kerkorde GKN (1971) Art. 47

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

a. Algemene bepalingen

Artikel
47

1. De mindere vergaderingen zullen aan de samenroepende kerk zoveel mogelijk tijdig mededeling doen van de zaken, die zij wensen behandeld te zien.
2. De samenroepende kerk stelt uit de in lid 1 bedoelde gegevens, uit opgave van deputaten en uit andere bij haar ingekomen stukken een voorlopig agendum samen.
3. De meerdere vergadering zelf stelt het definitief agendum vast, mede aan de hand van instructies, bezwaarschriften, vragen en mededelingen, die aan de afgevaardigden zijn medegegeven. Zij zal op het agendum geen stukken plaatsen, ingezonden door leden van de gemeenten, wanneer niet blijkt dat dit stukken tevoren aan het oordeel van een mindere vergadering onderworpen zijn.

Kerkorde GKN (1971) Art. 48

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

a. Algemene bepalingen

Artikel
48

1. De meerdere vergaderingen zullen, naast de praeses en de scriba, één of meer leden aanwijzen, die met hen het moderamen vormen.
2. De leden van het moderamen van de particuliere en de generale synode zullen door vrije verkiezing worden aangewezen.
3. De leden van het moderamen van de classis zullen naar de huishoudelijke regeling worden aangewezen, met dien verstande dat beurtelings alle dienaren des Woords als praeses zullen optreden.

Kerkorde GKN (1971) Art. 49

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

b. De classis

Artikel
49

1. Het ressort van een classis wordt gevormd tenminste door zes in elkanders nabijheid gelegen kerken.
2. Indien het aantal kerken meer dan twintig bedraagt, zal, en indien het meer dan twaalf bedraagt, kan tot splitsing van het ressort van een classis worden overgegaan.
3. Splitsing van het ressort van een classis en wijziging in zijn omvang kunnen niet tot stand komen zonder medewerking en goedvinden van de particuliere synode.

Kerkorde GKN (1971) Ubp. Art. 49

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

b. De classis

bij Artikel
49

Aan particuliere synoden en classes, in welker ressort grote steden voorkomen, wordt geadviseerd om, zo mogelijk in nauw contact met andere kerkgenootschappen en met advies van deputaten voor „Kerkopbouw” een zodanige correctie in de begrenzing aan te brengen dat het classicaal ressort zoveel mogelijk met de grootsteedse agglomeratie samenvalt.

Amsterdam 1967, art. 310

Kerkorde GKN (1971) Art. 50

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

b. De classis

Artikel
50

1. Naar de classis zal de kerkeraad van elke kerk een dienaar des Woords, een ouderling en een diaken afvaardigen, of indien de kerk vacant is, twee ouderlingen en een diaken.
2. Ambtsdragers, die niet afgevaardigd zijn, kunnen door de vergadering worden toegelaten als adviserende leden.

Kerkorde GKN (1971) Art. 51

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

b. De classis

Artikel
51

1. De classis zal ten minste eens in het kwartaal samenkomen ter behandeling van de voorkomende zaken.
2. Het behoort met name tot haar taak toe te zien, dat de kerken haar roeping en taak nakomen, zoals die in de kerkorde staan omschreven; advies en hulp te bieden aan de kerkeraden, in het bijzonder deze bij gebleken behoefte in staat te stellen een dienaar des Woords te beroepen; en de grenzen tussen de kerken van haar ressort vast te stellen.
3. De taak van het afgeven en het in ontvangst nemen van het getuigenis van vertrek alsmede van het verlenen van approbatie met betrekking tot dienaren des Woords kan de classis, voor de periode tussen haar gewone bijeenkomsten, toevertrouwen aan twee of meer kerken. Deze kerken zullen van de daartoe te houden bijeenkomst kennis geven aan de overige kerken, in geval van ingebrachte wettige bezwaren geen beslissing nemen en voorts van haar handelingen op de eerstvolgende bijeenkomst der classis verantwoording afleggen.

Kerkorde GKN (1971) Ubp. Art. 51

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

b. De classis

bij Artikel
51

Richtlijnen voor de steunverlening aan hulpbehoevende kerken

1. Geen steun wordt verleend aan kerken, welker ledental minder dan 300 zielen bedraagt, tenzij de betrokken kerk een combinatie heeft aangegaan of een regeling heeft getroffen, waarbij haar predikant voor een gedeelte van zijn tijd aan een naburige gemeente of voor een bijzondere taak wordt afgestaan.

2. Geen steun wordt verleend, wanneer de gemiddelde bijdragen der leden van de desbetreffende kerk voor de kerkelijke arbeid lager liggen dan het landelijk gemiddelde, zoals dit blijkt uit de laatst bekende gegevens van het Algemeen Kerkelijk Bureau.

3. Van het onder 1 bepaalde kan worden afgeweken, wanneer de classis en de particuliere synode hebben uitgesproken dat een combinatie of regeling als aldaar bedoeld (nog) niet mogelijk is, met dien verstande dat generale deputaten de bevoegdheid hebben te bepalen dat deze uitzondering voor de desbetreffende kerk slechts zal gelden voor een door hen te bepalen aantal jaren. Wanneer er in die kerk een vacature bestaat, zal de steunverlening slechts worden voortgezet, indien classis, particuliere synode en generale deputaten als hun oordeel hebben uitgesproken, dat daartoe genoegzame aanleiding bestaat.

4. Bij de aanvraag om steun aan classis en particuliere synode moet worden gevoegd een door de kerkeraad, onder goedkeuring van de classis, vastgestelde taakomschrijving voor de desbetreffende predikant. Door de generale deputaten kan slechts steun worden verstrekt, wanneer uit deze taakomschrijving blijkt dat de omvang van de te verrichten werkzaamheden voldoet aan de door deputaten in acht te nemen normen, waarbij gelet zal worden zowel op het zielental der kerk als op taken buiten deze kerk, zoals met betrekking tot de evangelisatie, geestelijke verzorging in inrichtingen en dergelijke.

Groningen 1963, art. 468;
Amsterdam 1967, art. 245

Kerkorde GKN (1971) Art. 52

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

b. De classis

Artikel
52

1. De classis zal ieder jaar in een van haar bijeenkomsten ten minste twee van de meest ervaren en geschikte dienaren des Woords aanwijzen, om in alle kerken visitatie te verrichten. Zij kan naast deze dienaren des Woords een voor die taak bekwame ouderling aanwijzen.
2. De visitatoren zullen onderzoeken, of de ambtsdragers zowel persoonlijk als gezamenlijk hun taak getrouw vervullen, zich aan de zuivere leer houden, de bepalingen van de kerkorde en de overige besluiten der meerdere vergaderingen onderhouden en naar vermogen het hunne doen om met woord en daad de opbouw en de uitbreiding der gemeente te bevorderen. Voorts zullen zij nalatigen broederlijk vermanen, en allen met raad en daad bijstaan.
3. De visitatoren zullen van hun bevindingen schriftelijk rapport uitbrengen aan de classis.

Kerkorde GKN (1971) Art. 53

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

c. De particuliere synode

Artikel
53

1. Het ressort van een particuliere synode wordt gevormd door de kerken van ten minste drie in elkanders nabijheid gelegen classes.
2. Indien het aantal classicale ressorten meer dan zes bedraagt, kan tot splitsing van het ressort van een particuliere synode worden overgegaan.
3. Splitsing van het ressort van een particuliere synode en wijziging in zijn omvang kunnen niet tot stand komen zonder medewerking en goedvinden van de generale synode.

Kerkorde GKN (1971) Art. 54

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

c. De particuliere synode

Artikel
54

Naar de particuliere synode zal elke classis twee dienaren des Woords, twee ouderlingen en een diaken afvaardigen, of indien er niet meer dan vier classes zijn en zulks door die synode bepaald is, drie dienaren des Woords, drie ouderlingen en twee diakenen.

Kerkorde GKN (1971) Art. 55

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

c. De particuliere synode

Artikel
55

1. De particuliere synode zal ieder jaar eenmaal worden samengeroepen in gewone bijeenkomst ter behandeling van de voorkomende zaken.
2. Zij kan ook in buitengewone bijeenkomst worden samengeroepen.

Kerkorde GKN (1971) Art. 56

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

c. De particuliere synode

Artikel
56

1. De particuliere synode zal enige dienaren des Woords, uit elke classis één, aanwijzen als deputaten, met de opdracht:
a. de classes desgevraagd in moeilijkheden bij te staan en van advies te dienen;
b. de vereiste medewerking te verlenen bij het afnemen van de peremptoire examens;
c. de vereiste medewerking te verlenen bij alles wat betrekking heeft op elke vorm van ontslag uit de dienst, overgang tot een andere staat des levens, emeritusverklaring, en afzetting van dienaren des Woords.
2. Deze en alle overige door de particuliere synode met wel omschreven opdrachten benoemde deputaten zullen van hun handelingen rapport uitbrengen aan de eerstvolgende particuliere synode en zijn aan deze ook overigens verantwoording schuldig.

Kerkorde GKN (1971) Art. 57

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

c. De particuliere synode

Artikel
57

1. Het zal aan elke particuliere synode vrij staan, samen te werken met andere particuliere synoden of met classes van andere particuliere synoden, zulks evenwel niet zonder goedvinden van deze synoden, ter behartiging van belangen, die deze vergaderingen in het bijzonder aangaan, of tot het verrichten van gezamenlijke arbeid van evangelisatie, zending of anderszins.
2. Van een dergelijke samenwerking zal steeds aan de eerstvolgende generale synode kennis worden gegeven.
3. Geschillen ter zake zullen aan de beslissing van de generale synode onderworpen worden.

Kerkorde GKN (1971) Art. 58

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
58

Het ressort van de generale synode wordt gevormd door de gezamenlijke kerken van de particuliere synoden.

Kerkorde GKN (1971) Art. 59

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
59

1. Naar de generale synode zal elke particuliere synode twee dienaren des Woords, twee ouderlingen en een diaken afvaardigen.
2. De hoogleraren van de Theologische Hogeschool en van de Faculteit der godgeleerdheid van de Vrije Universiteit zullen, overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen, zitting hebben als praeadviserende leden.

Kerkorde GKN (1971) Art. 60

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
60

1. De generale synode zal om de twee jaar samenkomen.
2. Als samenroepende kerk wordt in de regel beurtelings uit elk van de particuliere ressorten der particuliere synoden in Nederland een kerk aangewezen.
3. De synode kan haar zittingen verdagen, met dien verstande, dat de voortgezette zittingen zich niet mogen uitstrekken over een periode, welke verder gaat dan de tijd, waarop de particuliere synoden, die de afgevaardigden benoemd hebben, opnieuw haar gewone bijeenkomst plegen te houden.

Zie Bijlage X

Kerkorde GKN (1971) Art. 61

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
61

1. Het oordeel over de vraag, of het nodig is de generale synode te doen samenkomen binnen de twee jaren, zal staan aan de particuliere synode, tot welke de samenroepende kerk behoort.
2. De samenroepende kerk is evenwel tot samenroeping verplicht, indien het verzoek daartoe ingediend wordt ten minste door vijf classes, welke behoren ten minste tot twee particuliere synoden, of door een deputaatschap, dat daartoe door de synode gemachtigd is.

Kerkorde GKN (1971) Art. 62

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
62

1. Tot de taak van de generale synode behoort met name de aanwijzing van de door de kerken te gebruiken Bijbelvertaling alsook de vaststelling van de belijdenisgeschriften, van de kerkorde, van het psalm- en gezangboek, van de liturgische formulieren en van de orde van dienst.
2. De generale synode zal ten aanzien van deze zaken geen definitieve beslissingen nemen, zonder de mindere vergaderingen in de gelegenheid te hebben gesteld van haar gevoelen blijk te geven. Voorts zal een dergelijke belissing een meerderheid van twee derden der uitgebrachte stemmen behoeven.

Kerkorde GKN (1971) Art. 63

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
63

De leden van het moderamen van de generale synode zullen, na de sluiting van haar zitting, als haar deputaten de kerken vertegenwoordigen of doen vertegenwoordigen in alle gevallen, waarvoor geen andere deputaten aangewezen zijn, en waarin zij dit wenselijk achten, en voorts alles verrichten, wat in de huishoudelijke regeling van de generale synode ten aanzien van hun taak is bepaald. Zij zijn verantwoording schuldig aan de eerstvolgende synode.

Kerkorde GKN (1971) Art. 64

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
64

De taak om onder buitengewone omstandigheden, als in tijden van oorlog, van algemene volksrampen en van grote druk voor de kerk alsook in tijden van grote zegen voor kerk, volk en land, dagen of uren van boete, gebed of dankzegging uit te schrijven, alsook om getuigenissen op te stellen, zal de generale synode toevertrouwen aan deputaten die door haar worden benoemd.

Kerkorde GKN (1971) Art. 65

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
65

1. De generale synode kan deputaten benoemen voor het uitvoeren van besluiten en het uitbrengen van adviezen.
2. Deze deputaten zullen welomschreven opdrachten ontvangen, waaraan zij gebonden zijn. Zij zullen van hun handelingen rapport uitbrengen aan de eerstvolgende synode, tenzij anders bepaald wordt. Zij zijn verplicht hun uitgaven te houden binnen de grenzen van de hun toegestane bedragen.

Kerkorde GKN (1971) Art. 66

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

e. De oecumenische synode

Artikel
66

1. De kerken zullen met andere kerken van gereformeerde belijdenis, die deze belijdenis handhaven, in gemeenschap treden door op geregelde tijden samen te komen in vergaderingen, die gereformeerde oecumenische synoden worden genoemd.
2. De afgevaardigden naar deze synoden worden benoemd door de generale synode.
3. De generale synode kan zaken van algemene aard, met name die waarbij het belang van Gods koninkrijk in de gehele wereld gemoeid is, aan de oecumenische synode voorleggen.
4. Uitspraken van de oecumenische synode zullen door de kerken binnen door de generale synode vast te stellen grenzen, als bindend aanvaard worden.

Zie Bijlage XI