Kerkorde GKN (1971) H2.II.

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Kerkorde GKN (1971) Art. 35

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
35

1. In elke gemeente zal een kerkeraad zijn, die gevormd wordt door haar ambtsdragers.
2. Indien het getal der ouderlingen meer dan drie bedraagt, zal het vrij staan onderscheid te maken tussen de brede kerkeraad, waartoe alle ambtsdragers behoren, en de smalle kerkeraad, waarvan de diakenen geen deel uitmaken.

Kerkorde GKN (1971) Art. 36

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
36

1. De kerkeraad heeft de leiding der gemeente, in het bijzonder het opzicht over en de tucht in de gemeente, alsmede de zorg voor de dienst der barmhartigheid in het algemeen.
2. Indien er onderscheid gemaakt wordt tussen de brede en de smalle kerkeraad, zal het opzicht over en de tucht in de gemeente bij de smalle kerkeraad berusten.
3. In het in lid 2 bedoelde geval zullen de diakenen onder leiding van één van hen afzonderlijk bijeenkomen om de zaken, die tot hun taak behoren, te behandelen.
4. De diakenen doen verantwoording van hun beleid en beheer in de kerkeraad.

Kerkorde GKN (1971) Art. 37

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
37

1. Het praesidium van de kerkeraad berust bij de dienaar des Woords of, indien er in een gemeente meer dienaren zijn, in de regel beurtelings bij ieder van hen.
2. In geval een gemeente geen dienaar des Woords heeft, berust het praesidium bij een van de ouderlingen, daartoe door de kerkeraad aangewezen.

Kerkorde GKN (1971) Art. 38

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
38

1. De kerkeraad zal in de regel ten minste éénmaal per maand bijeenkomen.
2. De kerkeraad zal in een bijeenkomst, voorafgaande aan het heilig Avondmaal en met het oog op de viering daarvan, aan zijn leden de vraag voorleggen, of er reden is elkander onderling te vermanen, in het bijzonder in verband met de vervulling van hun ambten.
3. De kerkeraad bepaalt in zijn regeling van werkzaamheden de wijze van samenroeping van een buitengewone bijeenkomst.

Kerkorde GKN (1971) Art. 39

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
39

1. In geval een kerk ten minste drie dienaren des Woords heeft, op geen van wie het in artikel 9, lid 3 bepaalde van toepassing is, kan de kerkeraad zijn taak ten dele toevertrouwen aan een aantal in te stellen wijkkerkeraden; zelf zal hij dan als kerkeraad voor algemene zaken optreden.
2. De kerkeraad voor algemene zaken zal worden gevormd door de dienaren des Woords alsmede een aantal ouderlingen en diakenen, die in de regel door de gemeente zijn verkozen en die tevens deel uitmaken van een der wijkkerkeraden, zulks met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen.
3. De aanwijzing van de aan de kerkeraad voor algemene zaken voor te behouden en van de aan de wijkkerkeraden toe te vertrouwen zaken zal geschieden bij plaatselijke regeling, zulks met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen.
4. Voor wat de aan hem toevertrouwde zaken betreft is op de wijkkerkeraad van toepassing hetgeen voor de kerkeraad is bepaald.

Kerkorde GKN (1971) Ubp. Art. 39

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

bij Artikel
39

Richtlijnen voor de verhouding van de kerkeraad voor algemene zaken en de wijkkerkeraden.

1.a. Het zal niet geoorloofd zijn aan niet-ambtsdragers zitting te geven in de kerkeraad voor algemene zaken noch om deze samen te stellen door afvaardiging door en uit de wijkkerkeraden; de leden van beide college zullen hun opdracht ontvangen rechtstreeks door verkiezing en benoeming.
b. Candidering, verkiezing en benoeming van ambtsdragers, die uitsluitend zitting zullen hebben in één van de wijkkerkeraden, zal binnen de wijken geschieden.
c. De leden van de kerkeraad voor algemene zaken zullen worden gecandideerd door deze kerkeraad zelf na overleg met de wijkkerkeraden, waarin zij tevens zitting (zullen) hebben; zij zullen worden verkozen door de gemeente en benoemd door de kerkeraad voor algemene zaken. Van de regel dat zij verkozen zullen worden door de gehele gemeente mag alleen worden afgeweken, indien deze wijze van verkiezing naar het oordeel van de kerkeraad voor algemene zaken — na gunstig advies van de meerderheid van de wijkkerkeraden — niet op verantwoorde wijze kan plaats vinden. Zij zullen dan worden verkozen binnen de wijken, met dien verstande, dat toch de gehele gemeente de gelegenheid behoudt haar goedkeuring te hechten aan de bevestiging van de aldus verkozen ambtsdragers naar artikel 4, lid 5 der kerkorde.

2.a. De kerkeraad voor algemene zaken en de wijkkerkeraden zullen ieder voor zich zelfstandige bevoegdheid en een eigen verantwoordelijkheid hebben in de zaken, die aan hen zijn toevertrouwd.
b. Behoudens dat reeds in de namen „kerkeraad voor algemene zaken” en „wijkkerkeraad” een zekere algemene richtlijn is gelegen voor de verdeling van de werkzaamheden over deze beide, zullen de kerken zelf deze werkzaamheden kunnen verdelen naar plaatselijke behoefte, met dien verstande, dat de werkzaamheden van elk van beide in een plaatselijke regeling zo nauwkeurig mogelijk zullen worden omgeschreven en vastgesteld, waarbij niet mag ontbreken een bepaling, hoe te handelen in alles, waarin niet is voorzien.
c. In belangrijke zaken, anders dan die genoemd worden in artikel 43, lid 2 K.O., zal de kerkeraad voor algemene zaken geen besluit kunnen nemen dan met gunstig advies van de meerderheid van de wijkkerkeraden; de plaatselijke regeling zal een omschrijving bevatten van wat tot deze belangrijke zaken gerekend wordt.
d. Beroeping van predikanten zal plaats vinden door de kerkeraad voor algemene zaken in overleg met de betrokken wijkkerkeraad.
e. De diakenen van de respectieve wijkkerkeraden kunnen voor het behandelen van zaken van algemene aard, voorzover deze niet behoren tot de bevoegdheid van de kerkeraad voor algemene zaken, een algemene diaconale vergadering vormen, welker bevoegdheid in de plaatselijke regeling omschreven zal worden.

3.a. In alle zaken van opzicht en tucht binnen de wijken, met inbegrip van de tucht over ambtsdragers, die alleen in de wijkkerkeraad zitting hebben, zullen de wijkkerkeraden bevoegd zijn; wat betreft de tucht over ambtsdragers evenwel niet dan na overleg met de kerkeraad voor algemene zaken.
b. De tucht over ouderlingen en diakenen, die zitting hebben in de kerkeraad voor algemene zaken, zal worden geoefend door deze kerkeraad in overleg met de wijkkerkeraad, waarin zij  tevens zitting hebben; de tucht over predikanten door de kerkeraad voor algemene zaken eveneens in overleg met hun wijkkerkeraden en bovendien na overleg met de andere wijkkerkeraden.

4.a. De afvaardiging naar de classis zal geschieden door en uit de kerkeraad voor algemene zaken; deze afgevaardigden zullen naar behoefte kunnen worden bijgestaan door adviseurs uit de wijkkerkeraden die dan in de classicale vergadering voor de hen regarderende zaken een adviserende stem zullen hebben.
b. Zaken, die vallen binnen het raam van hun bevoegdheden, zullen de kerkeraad voor algemene zaken en de wijkkerkeraden zelfstandig aan de orde kunnen stellen op de meerdere vergadering en een eventueel beroep tegen door hen genomen besluiten zal niet bij één van de andere colleges van dezelfde kerk kunnen worden ingesteld, maar rechtstreeks bij de classis.

Utrecht 1959, art. 452;
Apeldoorn 1961, art. 92;
Groningen 1963, art. 167;
Middelburg 1965, art. 441

Kerkorde GKN (1971) Art. 40

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
40

Het zal aan een kerkeraad vrij staan de voorbereiding of afdoening van bepaalde zaken in handen te leggen van commissies of van wijkraden; hij zal er echter op toezien, dat aan dergelijke colleges niet het gezag wordt toegekend, hetwelk aan de gehele kerkeraad toekomt.

Kerkorde GKN (1971) Art. 41

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
41

1. Wanneer een kerk geen dienaar des Woords heeft, zal de kerkeraad aan de classis verzoeken, volgens de door haar vastgestelde regeling, een dienaar des Woords uit een der naburige kerken als consulent aan te wijzen, om voorzover nodig aan de kerkeraad leidign en raad te verschaffen.
2. De kerkeraad zal in belangrijke aangelegenheden, met name in wat betrekking heeft op de beroeping van een dienaar des Woords, de consulent raadplegen.
3. De consulent woont, indien hij daartoe is uitgenodigd, de bijeenkomsten van de kerkeraad bij; aan hem kan dan het praesidium worden opgedragen.
4. De consulent is van zijn arbeid verantwoording schuldig aan de classis.

Kerkorde GKN (1971) Art. 42

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
42

1. Wanneer in een plaats een kerkeraad moet worden ingesteld, zal dit niet gebeuren dan met medewerking en goedvinden van de classis.
2. Een zodanige kerkeraad zal ten minste uit drie leden bestaan.

Kerkorde GKN (1971) Ubp. Art. 42

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

bij Artikel
42

Er wordt van uitgegaan, dat de kerkeraad zelf aan de Hoge Overheid bericht doet van de instituering, met verzoek tot plaatsing op de lijst van De Gereformeerde Kerken in Nederland. De bevestiging van zulk een bericht geschiedt door de deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid, nadat hun gebleken is dat de desbetreffende classis haar goedkeuring heeft verleend.
Hetzelfde is van toepassing voor besluiten van een kerkeraad tot splitsing van de kerk, tot ineensmelting met een andere kerk, tot wijziging in de naam van de kerk en voor andere dergelijke besluiten.

Dordrecht 1893, art. 74;
Amsterdam 1967, art. 354

De aandacht van kerkeraden van pas geïnstitueerde of samengesmolten of uit combinatie getreden kerken wordt gevestigd op de noodzakelijkheid om spoedig na haar optreden of gewijzigd bestaan hiervan schriftelijk kennis te doen aan het dagelijks bestuur der burgerlijke gemeente.
Voorts van kerkeraden in het algemeen op de mogelijkheid dat zij voor kerkgebouwen en pastorieën welke op naam van hun kerken staan, overeenkomstig artikel 25 der Wet van 26 mei 1870, vrijdom van grondbelasting kunnen verkrijgen. Ook van kerkeraden en andere kerkelijke vergaderingen op de noodzakelijkheid, dat in adressen aan Hare Majesteit de Koningin, bij het bekendmaken van de geïnstitueerde kerk, wordt verwezen naar de kerkorde van De Gereformeerde Kerken in Nederland, gelijk zij herzien is en vastgesteld door de synode van Assen (1957).

Middelburg 1896, art. 178;
Amsterdam 1967, art. 354

Kerkorde GKN (1971) Art. 43

Hoofdstuk 2

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
43

1. In belangrijke zaken, die niet vallen onder het opzicht over en de tucht in de gemeente, met name in zaken, waarmede het bestaan zelf van de kerk of haar plaats in het kerkverband gemoeid kan zijn, zal de kerkeraad geen besluiten nemen zonder vooraf de gemeente er in gekend en er over gehoord te hebben.
2. Onverminderd het in lid 1 bepaalde zal in kerken, waar wijkkerkeraden zijn ingesteld, in zaken waarmede het bestaan zelf van de kerk of haar plaats in het kerkverband gemoeid kan zijn, de kerkeraad voor algemene zaken geen besluit nemen zonder gunstig advies van alle wijkkerkeraden.