Kerkorde PKN (2013)

Bron: 

Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland inclusief de ordinanties, overgangsbepalingen en generale regelingen (bijgewerkt tot mei 2013), Zoetermeer: Uitgeverij Boekencentrum, 2013, aangevuld via www.pkn.nl.

De overgangsbepalingen zijn opgenomen bij de editie 2004 van deze kerkorde.

Kerkorde PKN (2013) KO

Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland

Kerkorde PKN (2013) KO-a

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Artikel
I-VI

Kerkorde PKN (2013) Art. I-1

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
1

De Protestantse Kerk in Nederland is
overeenkomstig haar belijden
gestalte van
de ene heilige apostolische en katholieke of algemene christelijke Kerk
die zich, delend in de aan Israël geschonken verwachting, uitstrekt naar de komst van het Koninkrijk van God.

Kerkorde PKN (2013) Art. I-2

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
2

Levend uit Gods genade in Jezus Christus vervult de kerk de opdracht van haar Heer om het Woord te horen en te verkondigen.

Kerkorde PKN (2013) Art. I-3

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
3

Betrokken in Gods toewending tot de wereld, belijdt de kerk in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als enige bron en norm van de kerkelijke verkondiging en dienst, de drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest.

Kerkorde PKN (2013) Art. I-4

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
4

Het belijden van de kerk geschiedt in gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht, zoals die is verwoord
in de Apostolische geloofsbelijdenis, de geloofsbelijdenis van Nicea en de geloofsbelijdenis van Athanasius — waardoor de kerk zich verbonden weet met de algemene christelijke Kerk —,
in de Onveranderde Augsburgse confessie en de catechismus van Luther — waardoor de kerk zich verbonden weet met de lutherse traditie —,
in de catechismus van Heidelberg, de catechismus van Genève en de Nederlandse geloofsbelijdenis met de Dordtse leerregels — waardoor de kerk zich verbonden weet met de gereformeerde traditie.

Kerkorde PKN (2013) Art. I-5

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
5

De kerk erkent de betekenis van de theologische verklaring van Barmen voor het belijden in het heden.
De kerk erkent met de Konkordie van Leuenberg dat de lutherse en gereformeerde tradities door een gemeenschappelijk verstaan van het Evangelie bijeenkomen.

Kerkorde PKN (2013) Art. I-6

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
6

De kerk belijdt telkens opnieuw in haar vieren, spreken en handelen Jezus Christus als Heer en Verlosser van de wereld en roept daarmee op tot vernieuwing van het leven in cultuur, maatschappij en staat.
De kerk getuigt voor mensen, machten en overheden van Gods beloften en geboden en zoekt daarbij de samenspraak met andere kerken.

Kerkorde PKN (2013) Art. I-7

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
7

De kerk is geroepen gestalte te geven aan haar onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël.
Als Christusbelijdende geloofsgemeenschap zoekt zij het gesprek met Israël inzake het verstaan van de Heilige Schrift, in het bijzonder betreffende de komst van het Koninkrijk van God.

Kerkorde PKN (2013) Art. I-8

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
8

Gezonden in de wereld en geroepen tot de bediening van de verzoening, getuigt de kerk in verkondiging en dienst aan alle mensen en aan alle volken van het heil in Jezus Christus.

Kerkorde PKN (2013) Art. I-9

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
9

De kerk is bij haar getuigenis in woord en daad gehouden om zich te bewegen in de weg van haar belijden.

Kerkorde PKN (2013) Art. I-10

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
10

De kerk en al haar leden zijn geroepen het belijden te toetsen bij het licht van de Heilige Schrift.

Kerkorde PKN (2013) Art. I-11

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel I

Lid
11

De kerk weert wat haar belijden weerspreekt.

Kerkorde PKN (2013) Art. II-1

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel II

Lid
1

De Protestantse Kerk in Nederland is de voortzetting van
de Nederlandse Hervormde Kerk,
de Gereformeerde Kerken in Nederland en
de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden.

Kerkorde PKN (2013) Art. II-2

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De kerk

Artikel II

Lid
2

De Protestantse Kerk in Nederland bestaat uit al de gemeenten, te weten
de protestantse gemeenten, de hervormde gemeenten, de gereformeerde kerken en de evangelisch-lutherse gemeenten.

Kerkorde PKN (2013) Art. III-1

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De gemeenten

Artikel III

Lid
1

Vanwege Gods genade
en krachtens zijn verbond
worden gemeenten vergaderd
rondom Woord en sacramenten.

Kerkorde PKN (2013) Art. III-2

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De gemeenten

Artikel III

Lid
2

Tot een gemeente
− en daarmee tot de Protestantse Kerk in Nederland −
behoren zij van wie de inlijving in de gemeenschap van de Kerk
is bekrachtigd door de heilige doop
en die als zodanig zijn ingeschreven als lid van de gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Art. III-3

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De gemeenten

Artikel III

Lid
3

Zij die de doop ontvangen,
worden geroepen tot belijden van Jezus Christus en tot verantwoordelijkheid in de gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Art. III-4

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De gemeenten

Artikel III

Lid
4

Gedachtig aan de trouw van de God van het verbond
rekent de gemeente voorts tot haar gemeenschap
de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden
alsmede degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Art. III-5

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De gemeenten

Artikel III

Lid
5

De kerk kent doopleden en belijdende leden.
Doopleden, belijdende leden, gastleden, de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden alsmede zij die blijk geven van verbondenheid met de gemeente, worden als zodanig ingeschreven in het register van de gemeente.
De evangelisch-lutherse leden worden bovendien ingeschreven in een register dat bijgehouden wordt door de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2013) Art. IV-1

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De gemeenten

Artikel IV

Lid
1

De gemeente, daartoe begenadigd door de Geest, is geroepen tot de dienst aan het Woord van God
in de prediking van het Evangelie en de viering van doop en avondmaal in de openbare eredienst,
in de dienst van de gebeden,
in de missionaire arbeid,
in het diaconaat,
in de herderlijke zorg,
in de geestelijke vorming
en ook in alle andere arbeid
tot opbouw van het lichaam van Christus.

Kerkorde PKN (2013) Art. IV-2

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De gemeenten

Artikel IV

Lid
2

Alle leden van de gemeente zijn geroepen en gerechtigd hun gaven aan te wenden tot vervulling van de opdracht die Christus aan de gemeente geeft.

Kerkorde PKN (2013) Art. IV-3

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

De gemeenten

Artikel IV

Lid
3

De gemeente geeft gehoor aan haar roeping door onder leiding van de kerkenraad de samenhang in haar leven en werken te bevorderen en alles te richten op de lofprijzing van de Naam des Heren en de dienst in de wereld.

Kerkorde PKN (2013) Art. V-1

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel V

Lid
1

Om de gemeente bij het heil te bepalen en bij haar roeping in de wereld te bewaren is van Christuswege het openbare ambt van Woord en Sacrament gegeven.
Met het oog op deze dienst onderscheidt de kerk
het ambt van predikant,
het ambt van ouderling,
het ambt van diaken
alsmede andere diensten in kerk en gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Art. V-2

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel V

Lid
2

De ambtsdragers zijn gemeenschappelijk verantwoordelijk voor de opbouw van de gemeente in de wereld door zorg te dragen voor
de dienst van Woord en sacramenten,
de missionaire, diaconale en pastorale arbeid,
de geestelijke vorming,
het opzicht,
het rentmeesterschap over de vermogensrechtelijke aangelegenheden
en andere arbeid tot opbouw van de gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Art. V-3

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel V

Lid
3

De predikanten zijn in het bijzonder geroepen tot
de bediening van Woord en sacramenten,
de verkondiging van het Woord in de wereld,
de herderlijke zorg en het opzicht
en het onderricht en de toerusting.

De ouderlingen zijn in het bijzonder geroepen tot
de zorg voor de gemeente als gemeenschap,
het dragen van medeverantwoordelijkheid voor de bediening van Woord en sacramenten,
de herderlijke zorg en het opzicht
en de toerusting van de gemeente tot het vervullen van haar pastorale en missionaire roeping
en zij die daartoe zijn aangewezen
bovendien tot de verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente van niet-diaconale aard.

De diakenen zijn in het bijzonder geroepen tot
de dienst aan de Tafel van de Heer en het inzamelen en uitdelen van de liefdegaven,
de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid in gemeente en wereld,
de toerusting van de gemeente tot het vervullen van haar diaconale roeping
en de verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente van diaconale aard.

Kerkorde PKN (2013) Art. V-4

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel V

Lid
4

De roeping tot het ambt geschiedt van Christuswege, plaatselijk door de gemeente en overigens door de kerk bij monde van de daartoe bevoegde vergaderingen.

Kerkorde PKN (2013) Art. V-5

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel V

Lid
5

Een ambt in de kerk kan uitsluitend worden vervuld door hen die daartoe naar de orde van de kerk geroepen zijn, belijdenis van het geloof hebben afgelegd en in het ambt bevestigd zijn, onder aanroeping van de Geest.
De bevestiging in het ambt vindt plaats in het midden van de gemeente, met gebruikmaking van een orde uit het dienstboek van de kerk.

Kerkorde PKN (2013) Art. V-6

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel V

Lid
6

De andere diensten omvatten in de orde van de kerk als zodanig aan te duiden bedieningen en functies, die in samenwerking met de ambtsdragers worden uitgeoefend tot vervulling van de roeping van kerk en gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Art. VI-1

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
1

Opdat niet het ene ambt over het andere, de ene ambtsdrager over de andere, noch de ene gemeente over de andere heerse, maar alles wordt gericht op de gehoorzaamheid aan Christus, het Hoofd van de Kerk, is de leiding in de kerk toevertrouwd aan ambtelijke vergaderingen.

Kerkorde PKN (2013) Art. VI-2

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
2

Deze vergaderingen zijn
voor de gemeente de kerkenraad;
voor de tot een classis behorende gemeenten de classicale vergadering;
voor de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen bovendien de evangelisch-lutherse synode;
voor alle gemeenten tezamen en mitsdien voor de gehele kerk de generale synode.

Kerkorde PKN (2013) Art. VI-3

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
3

De kerkenraad wordt gevormd door de bij de gemeente dienstdoende predikanten, de ouderlingen en de diakenen.
De classicale vergadering wordt gevormd door de afgevaardigde ambtsdragers van de kerkenraden van de tot de classis behorende gemeenten.
De samenstelling van de evangelisch-lutherse synode geschiedt volgens afzonderlijk daarvoor gestelde regels.
De generale synode wordt gevormd door de ambtsdragers afgevaardigd door de classicale vergaderingen en de afgevaardigden van de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2013) Art. VI-4

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
4

De kerkenraad geeft leiding aan het leven en werken van de gemeente.
De classicale vergadering geeft leiding aan het leven en werken van de classis en geeft daarin gestalte aan de verantwoordelijkheid van de gemeenten voor elkaar en voor de gehele kerk, alsmede aan de verantwoordelijkheid van de kerk voor de gemeenten.
De evangelisch-lutherse synode geeft leiding aan het leven en werken van de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen en draagt zorg voor het bewaren en aan de gehele kerk dienstbaar maken van de lutherse traditie.
De generale synode geeft leiding aan het leven en werken van de kerk in haar geheel.

Kerkorde PKN (2013) Art. VI-5

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
5

De kerkenraad neemt geen besluiten in aangelegenheden die voor het leven van de gemeente van wezenlijk belang zijn, zonder de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben.

Kerkorde PKN (2013) Art. VI-6

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
6

De kerkenraad kan, onder behoud van zijn uiteindelijke verantwoordelijkheid, de zorg voor de opbouw van de gemeente delen met door hem in te stellen werkgroepen.

Kerkorde PKN (2013) Art. VI-7

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
7

(vervallen)1


1 Wijziging kerkorde, artikel VI-7, besluit generale synode d.d. 20 april 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Art. VI-8

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
8

De ambtelijke vergaderingen laten zich met het oog op de vervulling van de roeping van de kerk en de gemeenten, bijstaan door organen van bijstand.
Een orgaan van bijstand wordt ingesteld door een ambtelijke vergadering en is, onder verantwoordelijkheid van die vergadering, belast met hetgeen dit orgaan op zijn arbeidsveld tot taak wordt gesteld.

Kerkorde PKN (2013) Art. VI-9

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
9

Een ambtelijke vergadering kan uit haar midden een aantal leden aanwijzen die tezamen een breed moderamen vormen waaraan de ambtelijke vergadering de uitoefening van bepaalde bevoegdheden kan delegeren, volgens regels bij ordinantie gesteld.

Kerkorde PKN (2013) Art. VI-10

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
10

Voor het verrichten van werkzaamheden die voor een classis, voor de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen of voor de kerk in haar geheel van algemeen belang zijn, kunnen door de betreffende ambtelijke vergaderingen predikanten in algemene dienst worden beroepen dan wel functionarissen worden benoemd, die verbonden worden aan respectievelijk de classis, de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen of de kerk in haar geheel.

Kerkorde PKN (2013) Art. VI-11

Kerkorde

 

De roeping van kerk en gemeente

Het ambt en de ambtelijke vergaderingen

Artikel VI

Lid
11

In de meerdere vergaderingen zullen alleen zaken worden behandeld die naar de orde van de kerk tot het werk van de meerdere vergaderingen behoren, dan wel die in de mindere vergaderingen niet kunnen worden afgedaan.

Kerkorde PKN (2013) KO-b

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Artikel
VII-XVI

Kerkorde PKN (2013) Art. VII-1

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De eredienst

Artikel VII

Lid
1

Geroepen door haar Heer komt de gemeente samen tot de lezing van de Heilige Schrift en de prediking van het Evangelie, de bediening en viering van de doop en het avondmaal, de dienst van lofzang en gebed en de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid.
De gemeente komt samen tot boete-, dank- en gebedsdiensten, leerdiensten, trouwdiensten en diensten van rouwdragen en gedenken.
Daarnaast kent de kerk dagelijkse getijdendiensten met lofprijzing en gebeden.

Kerkorde PKN (2013) Art. VII-2

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De eredienst

Artikel VII

Lid
2

De eredienst wordt geleid door hen die daartoe in de orde van de kerk zijn aangewezen.
De inrichting van de eredienst wordt vastgesteld door de kerkenraad met inachtneming van de bijzondere verantwoordelijkheid van de voorgangers en hen die zorgdragen voor de kerkmuziek.
Ten behoeve van de eredienst worden, naar regels bij ordinantie gegeven, door de generale synode aangewezen, aangeboden of vastgesteld
de bijbelvertaling,
het psalm- en gezangboek
en het dienstboek met orden van dienst.

Kerkorde PKN (2013) Art. VII-3

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De eredienst

Artikel VII

Lid
3

De kerk viert de dag des Heren.
De kerk viert en gedenkt op bijzondere dagen
de komst, de geboorte en de verschijning van Christus,
zijn lijden, sterven en opstanding,
zijn hemelvaart en
de uitstorting van de Heilige Geest.
De kerk viert de zondag van de Drie-eenheid.
De kerk gedenkt de dag van de kerkhervorming.

Kerkorde PKN (2013) Art. VIII-1

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De heilige doop

Artikel VIII

Lid
1

De heilige doop wordt bediend
in het midden van de gemeente
door een predikant,
met gebruikmaking van een van de orden uit het dienstboek van de kerk.

Kerkorde PKN (2013) Art. VIII-2

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De heilige doop

Artikel VIII

Lid
2

De doop wordt bediend aan hen
voor wie of door wie de doop begeerd wordt,
nadat het geloof door en met de gemeente beleden is.

Kerkorde PKN (2013) Art. VIII-3

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De heilige doop

Artikel VIII

Lid
3

De doop wordt bediend onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad, met inachtneming van de richtlijnen die de kerk daarvoor stelt.

Kerkorde PKN (2013) Art. IX-1

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het heilig avondmaal

Artikel IX

Lid
1

Het heilig avondmaal wordt door de gemeente gevierd
en door een predikant bediend,
met gebruikmaking van een van de orden uit het dienstboek van de kerk.

Kerkorde PKN (2013) Art. IX-2

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het heilig avondmaal

Artikel IX

Lid
2

Tot de maaltijd van de Heer zijn genodigd
zij die Jezus Christus belijden en instemmen met de lofprijzing
en door geloofsonderricht tot dit geheimenis zijn toegeleid.

Kerkorde PKN (2013) Art. IX-3

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het heilig avondmaal

Artikel IX

Lid
3

De kerkenraad bepaalt na beraad in de gemeente
op welke wijze de leden op de deelname aan het heilig avondmaal worden voorbereid
en tevens of de leden alleen na openbare geloofsbelijdenis aan de maaltijd kunnen deelnemen.

Kerkorde PKN (2013) Art. IX-4

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het heilig avondmaal

Artikel IX

Lid
4

De maaltijd van de Heer wordt gevierd onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad, met inachtneming van de richtlijnen die de kerk daarvoor stelt.

Kerkorde PKN (2013) Art. X-1

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De missionaire, diaconale en pastorale arbeid

Artikel X

Lid
1

De gemeente is vanwege haar missionaire opdracht, in heel haar bestaan gericht op getuigenis en dienst aan hen die het Evangelie niet kennen of daarvan vervreemd zijn, opdat ook zij delen in het heil in Jezus Christus.

Kerkorde PKN (2013) Art. X-2

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De missionaire, diaconale en pastorale arbeid

Artikel X

Lid
2

De gemeente vervult haar diaconale roeping in de kerk en in de wereld door in de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid te delen wat haar aan gaven geschonken is, te helpen waar geen helper is en te getuigen van de gerechtigheid van God waar onrecht geschiedt.

Kerkorde PKN (2013) Art. X-3

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De missionaire, diaconale en pastorale arbeid

Artikel X

Lid
3

De gemeente volbrengt haar pastorale taak in de herderlijke zorg aan de leden en anderen die deze zorg behoeven, opdat zij elkaar opbouwen in geloof, hoop en liefde.

Kerkorde PKN (2013) Art. X-4

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De missionaire, diaconale en pastorale arbeid

Artikel X

Lid
4

De gemeente zoekt bij de vervulling van haar missionaire, diaconale en pastorale roeping samenwerking met andere kerkelijke gemeenschappen ter plaatse.

Kerkorde PKN (2013) Art. X-5

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De missionaire, diaconale en pastorale arbeid

Artikel X

Lid
5

Met het oog op de vervulling van haar roeping maakt de gemeente in een relatie van wederkerigheid dankbaar gebruik van inzichten en ervaringen die haar worden aangereikt door gemeenten waarvan de leden uit andere culturen afkomstig zijn.

Kerkorde PKN (2013) Art. XI-1

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De geestelijke vorming

Artikel XI

Lid
1

De gemeente is geroepen blijvend een lerende gemeenschap te zijn.

Kerkorde PKN (2013) Art. XI-2

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De geestelijke vorming

Artikel XI

Lid
2

De vorming en toerusting van haar leden krijgt gestalte in onderricht en bezinning, in meditatie en gebed, in beraad en daadwerkelijke inzet.

Kerkorde PKN (2013) Art. XI-3

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De geestelijke vorming

Artikel XI

Lid
3

De geestelijke vorming van de jonge gemeenteleden vindt plaats
in de geloofsopvoeding thuis en in de gemeente,
en in het werk met en ten behoeve van de jeugd.

Kerkorde PKN (2013) Art. XI-4

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De geestelijke vorming

Artikel XI

Lid
4

De gemeente heeft de opdracht mee te werken aan de geestelijke vorming van de jongeren op school en in andere instellingen waar zij worden gevormd en onderwezen, en zij zoekt naar mogelijkheden om het geloof tot uitdrukking te brengen in de sociale en culturele verbanden waarin de jeugd zich oriënteert.

Kerkorde PKN (2013) Art. XI-5

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De geestelijke vorming

Artikel XI

Lid
5

Door catechese wordt kerkelijk onderricht gegeven aan de jonge leden van de gemeente en verder aan allen die dit onderricht verlangen.

Kerkorde PKN (2013) Art. XI-6

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De geestelijke vorming

Artikel XI

Lid
6

Het doel van de catechese is
het leren leven uit Gods beloften en naar zijn geboden,
de toerusting tot het christelijk getuigenis in de wereld,
het ontdekken en leren aanwenden van de gaven voor de opbouw van de gemeente van Christus,
de toeleiding tot de viering van doop en avondmaal en
de voorbereiding op de openbare belijdenis van het geloof.

Kerkorde PKN (2013) Art. XI-7

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De geestelijke vorming

Artikel XI

Lid
7

De catechese betreft
het lezen en verstaan van de Heilige Schrift,
de eredienst, de liederen en gebeden,
de belijdenis en de geschiedenis van de kerk,
het leven als christen in de wereld.

Kerkorde PKN (2013) Art. XI-8

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De geestelijke vorming

Artikel XI

Lid
8

De openbare geloofsbelijdenis wordt afgelegd
om de doop te ontvangen of te beamen,
als blijk van de bereidheid om van de Heer te getuigen,
medeverantwoordelijkheid te dragen in de gemeente van Christus
en te blijven bij de gemeenschap van Woord en sacramenten.
De openbare geloofsbelijdenis vindt plaats in het midden van de gemeente, met gebruikmaking van een orde uit het dienstboek van de kerk.
De kerkenraad voert met hen die voornemens zijn belijdenis van het geloof af te leggen, een gesprek over hun motivatie en over de inhoud van hun geloof.

Kerkorde PKN (2013) Art. XI-9

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De geestelijke vorming

Artikel XI

Lid
9

De zorg voor de vorming, de toerusting en de catechese berust bij de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2013) Art. XII-1

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het opzicht

Artikel XII

Lid
1

De gemeente is geroepen te blijven in de weg van het belijden van de kerk.
Het opzicht, gegrond in de barmhartigheid van Jezus Christus, geschiedt tot eer van God, tot bewaring van de gemeente en tot behoud van hen die dwalen.

Kerkorde PKN (2013) Art. XII-2

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het opzicht

Artikel XII

Lid
2

In de gemeente zijn de leden geroepen pastoraal en liefdevol naar elkaar om te zien en elkaar op te bouwen in geloof, hoop en liefde.

Kerkorde PKN (2013) Art. XII-3

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het opzicht

Artikel XII

Lid
3

Het opzicht dat wordt uitgeoefend door of in opdracht van de ambtelijke vergaderingen, betreft
het geestelijk leven van de gemeenten, het gehoor geven aan haar roeping en de vervulling van ambten en andere diensten;
de belijdenis en wandel van leden en ambtsdragers en van hen, die een andere dienst vervullen; en
de verkondiging, de catechese en de opleiding en vorming van predikanten.

Kerkorde PKN (2013) Art. XII-4

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het opzicht

Artikel XII

Lid
4

Het opzicht over de gemeenten geschiedt in de visitatie en betreft haar geestelijk leven, het gehoor geven aan haar roeping en de vervulling van ambten en andere diensten en heeft ten doel de opbouw van de gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Art. XII-5

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het opzicht

Artikel XII

Lid
5

Het opzicht over belijdenis en wandel van leden en ambtsdragers en van hen die een andere dienst vervullen, wordt uitgeoefend door pastorale samenspreking en vermaan.

Kerkorde PKN (2013) Art. XII-6

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het opzicht

Artikel XII

Lid
6

Met het oog op de rechte bediening van Woord en sacramenten houdt de kerk opzicht over de verkondiging en de catechese, alsmede over de opleiding en vorming van predikanten.

Kerkorde PKN (2013) Art. XII-7

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Het opzicht

Artikel XII

Lid
7

Indien nodig gaat de kerk over tot toepassing van de middelen die met kerkelijke tucht gegeven zijn, volgens de regels bij ordinantie gesteld.

Kerkorde PKN (2013) Art. XIII-1

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden

Artikel XIII

Lid
1

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente berust bij de kerkenraad, die de verzorging van deze zaken toevertrouwt aan
het college van diakenen, voorzover het betreft de vermogensrechelijke aangelegenheden van diaconale aard en
de daartoe in het bijzonder aangewezen ouderlingen die − desgewenst aangevuld met andere leden van de gemeente − tezamen het college van kerkrentmeesters vormen, voorzover het betreft de andere vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Art. XIII-2

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden

Artikel XIII

Lid
2

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de classis berust bij de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2013) Art. XIII-3

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden

Artikel XIII

Lid
3

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de evangelisch-lutherse synode, waaronder de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de evangelisch-lutherse gemeenten gemeenschappelijk, berust bij de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2013) Art. XIII-4

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden

Artikel XIII

Lid
4

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de kerk berust bij de generale synode.

Kerkorde PKN (2013) Art. XIII-5

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden

Artikel XIII

Lid
5

Op de zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden wordt toegezien door de daartoe aangewezen organen van de kerk.

Kerkorde PKN (2013) Art. XIV-1

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Bezwaren en geschillen

Artikel XIV

Lid
1

Bezwaren en geschillen voor de behandeling waarvan in de orde van de kerk niet een afzonderlijk orgaan of een bijzondere wijze van behandeling is aangegeven, worden voorgelegd aan de daartoe aangewezen colleges.

Kerkorde PKN (2013) Art. XIV-2

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Bezwaren en geschillen

Artikel XIV

Lid
2

Onverminderd het in lid 1 bepaalde kan bij een kerkelijk lichaam een verzoek tot herziening van een door dit lichaam genomen besluit worden ingediend.

Kerkorde PKN (2013) Art. XV-1

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De opleiding en vorming van predikanten

Artikel XV

Lid
1

De zorg voor de opleiding en vorming van predikanten berust bij de generale synode.

Kerkorde PKN (2013) Art. XV-2

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De opleiding en vorming van predikanten

Artikel XV

Lid
2

De opleiding en vorming van predikanten vindt plaats bij of aan universiteiten en seminaria die door de kerk zijn gesticht of aangewezen.

Kerkorde PKN (2013) Art. XV-3

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De opleiding en vorming van predikanten

Artikel XV

Lid
3

De generale synode kan, in geval van een opleiding elders of bij singuliere gaven, een andere weg tot het ambt van predikant openen.

Kerkorde PKN (2013) Art. XV-4

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De opleiding en vorming van predikanten

Artikel XV

Lid
4

Wie toelating tot het ambt van predikant verlangen dienen mee te werken aan onderzoek naar geschiktheid, bekwaamheid en roeping tot het ambt.

Kerkorde PKN (2013) Art. XV-5

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

De opleiding en vorming van predikanten

Artikel XV

Lid
5

Indien er geen bezwaren bestaan, verkrijgen zij na het afleggen van de daartoe bestemde belofte het recht om als proponent te staan naar het ambt van predikant.

Kerkorde PKN (2013) Art. XVI-1

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Leven en werk van de kerk in oecumenisch perspectief

Artikel XVI

Lid
1

Als gestalte van de ene heilige apostolische en katholieke of algemene christelijke Kerk, is de kerk geroepen om de eenheid, de gemeenschap en de samenwerking met andere kerken van Jezus Christus te zoeken en te bevorderen.
De kerk neemt deel aan en stimuleert de oecumenische arbeid in Nederland en in de wereld.
Zij zoekt en onderhoudt nauwere betrekkingen met kerken waarmee zij door banden van belijdenis of van geschiedenis verbonden is.
Zij zoekt vereniging met kerken waarmee eenheid of verwantschap bestaat in geloof en kerkorde.

Kerkorde PKN (2013) Art. XVI-2

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Leven en werk van de kerk in oecumenisch perspectief

Artikel XVI

Lid
2

In de missionaire arbeid, in Nederland en in de wereld, vervult de kerk haar zendingsopdracht, samen met kerken en gemeenten ter plaatse, in ondersteuning van elkaar.

Kerkorde PKN (2013) Art. XVI-3

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Leven en werk van de kerk in oecumenisch perspectief

Artikel XVI

Lid
3

In de diaconale arbeid, in Nederland en in de wereld, vervult de kerk haar opdracht om zich in te zetten voor wie lijden en hen bij te staan in het zoeken naar vertroosting en gerechtigheid, in samenwerking met kerken en gemeenten ter plaatse en met verwante instanties.

Kerkorde PKN (2013) Art. XVI-4

Kerkorde

 

Het leven van gemeente en kerk

Leven en werk van de kerk in oecumenisch perspectief

Artikel XVI

Lid
4

De kerk verricht haar arbeid van getuigenis en dienst in respectvolle omgang met andere godsdiensten.

Kerkorde PKN (2013) KO-c

Kerkorde

 

De orde van de kerk

Artikel
XVII-XIX

Kerkorde PKN (2013) Art. XIX-1

Kerkorde

 

De orde van de kerk

De orde van de kerk in tijden van nood

Artikel XIX

Lid
1

Indien en voor zover buitengewone omstandigheden van land en volk het normaal functioneren van het leven van de kerk onmogelijk maken, treffen de daarvoor in aanmerking komende lichamen van de kerk of hun leden de door de omstandigheden tijdelijk geboden, van de orde van de kerk afwijkende maatregelen.

Kerkorde PKN (2013) Art. XVII-1

Kerkorde

 

De orde van de kerk

De ordinanties

Artikel XVII

Lid
1

De orde van de kerk wordt nader geregeld bij of krachtens ordinantie.

Kerkorde PKN (2013) Art. XVII-2

Kerkorde

 

De orde van de kerk

De ordinanties

Artikel XVII

Lid
2

Een ordinantie wordt vastgesteld of gewijzigd door de generale synode.

Kerkorde PKN (2013) Art. XVII-3

Kerkorde

 

De orde van de kerk

De ordinanties

Artikel XVII

Lid
3

Een voorstel tot vaststelling van of wijziging in een ordinantie kan worden ingediend, hetzij door een classicale vergadering, door de evangelisch-lutherse synode of door een orgaan van bijstand van de generale synode, hetzij in de generale synode zelf.
Tot het indienen van een dergelijk voorstel kan door de classicale vergadering, de evangelisch-lutherse synode of het orgaan van bijstand van de generale synode echter niet worden besloten in dezelfde bijeenkomst als die waarin het voorstel werd gedaan.

Kerkorde PKN (2013) Art. XVII-4

Kerkorde

 

De orde van de kerk

De ordinanties

Artikel XVII

Lid
4

Nadat de generale synode een ordinantie of een wijziging in een ordinantie in eerste lezing heeft vastgesteld, legt zij deze voor aan de kerkenraden ter consideratie door de classicale vergaderingen en door de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2013) Art. XVII-5

Kerkorde

 

De orde van de kerk

De ordinanties

Artikel XVII

Lid
5

Daarna kan de generale synode de desbetreffende ordinantie of wijziging in een ordinantie definitief vaststellen.

Kerkorde PKN (2013) Art. XVIII-1

Kerkorde

 

De orde van de kerk

Wijziging in de kerkorde

Artikel XVIII

Lid
1

Wijzigingen in de kerkorde worden aangebracht door de generale synode.

Kerkorde PKN (2013) Art. XVIII-2

Kerkorde

 

De orde van de kerk

Wijziging in de kerkorde

Artikel XVIII

Lid
2

Een voorstel tot een wijziging in de kerkorde kan worden ingediend, hetzij door een classicale vergadering of door de evangelisch-lutherse synode, hetzij door de generale synode zelf.
Tot het indienen van een dergelijk voorstel kan door de classicale vergadering of de evangelisch-lutherse synode echter niet worden besloten in dezelfde bijeenkomst als die waarin het voorstel werd gedaan.

Kerkorde PKN (2013) Art. XVIII-3

Kerkorde

 

De orde van de kerk

Wijziging in de kerkorde

Artikel XVIII

Lid
3

Een wijziging in de kerkorde betreffende de evangelisch-lutherse gemeenten en de evangelisch-lutherse synode kan eerst in eerste lezing worden vastgesteld na instemmend advies van de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2013) Art. XVIII-4

Kerkorde

 

De orde van de kerk

Wijziging in de kerkorde

Artikel XVIII

Lid
4

Nadat de generale synode een wijziging in de kerkorde in eerste lezing heeft vastgesteld, legt zij deze voor aan de kerkenraden ter consideratie door de classicale vergaderingen en door de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2013) Art. XVIII-5

Kerkorde

 

De orde van de kerk

Wijziging in de kerkorde

Artikel XVIII

Lid
5

Daarna kan de generale synode de wijziging in de kerkorde definitief vaststellen, waartoe een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte geldige stemmen vereist is.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1

Ordinantie 1 Het belijden

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-1-1

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 1.

Het belijden van kerk en gemeenten

Lid
1

In het belijden van de kerk zijn de gemeenten verbonden met de belijdenis van het voorgeslacht, waarbij de hervormde gemeenten en de gereformeerde kerken zich in het bijzonder verbonden weten met de belijdenisgeschriften van de gereformeerde traditie en de evangelisch-lutherse gemeenten in het bijzonder met de belijdenisgeschriften van de lutherse traditie.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-1-2

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 1.

Het belijden van kerk en gemeenten

Lid
2

De kerk erkent en respecteert deze bijzondere verbondenheid van de gemeenten.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-1-3

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 1.

Het belijden van kerk en gemeenten

Lid
3

De gemeenten erkennen en respecteren de (bijzondere) verbondenheid van andere gemeenten ten aanzien van de belijdenisgeschriften en zijn geroepen om in gehoorzaamheid aan het Woord van God te volharden en te groeien in het gemeenschappelijk belijden van de kerk.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-1-4

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 1.

Het belijden van kerk en gemeenten

Lid
4

Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de wijkgemeenten.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-2-1

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 2.

Het gesprek met Israël

Lid
1

De kerk is geroepen in al haar geledingen het gesprek met Israël te zoeken en gestalte te geven aan de verbondenheid met het volk Israël.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-2-2

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 2.

Het gesprek met Israël

Lid
2

De generale synode − daarin bijgestaan door organen van de kerk die op dit terrein werkzaam zijn − heeft hierbij in het bijzonder tot taak:
- het onderzoek van de Heilige Schrift ten aanzien van de vragen met betrekking tot Israël te bevorderen,
- leiding te geven aan
  - de verdieping en verbreding van het inzicht van de kerk in de weg van God met Israël en
  - het gesprek met Israël,
- het inzicht in en bestrijding van antisemitisme te bevorderen,
- de gemeenten toe te rusten tot de ontmoeting met Israël,
- de aandacht voor de plaats van joodse leden van de kerk te bevorderen,
- de arbeid ten behoeve van Israël in de verschillende geledingen van de kerk te coördineren.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-2-3

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 2.

Het gesprek met Israël

Lid
3

De arbeid met en ten behoeve van Israël wordt zoveel mogelijk verricht in samenwerking met organen van andere kerken die in deze arbeid werkzaam zijn.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-3-1

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 3.

Het spreken van de kerk

Lid
1

Door haar belijden van Jezus Christus als Heer en Verlosser van de wereld roept de kerk in al haar geledingen op tot vernieuwing van het leven in cultuur, maatschappij en staat.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-3-2

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 3.

Het spreken van de kerk

Lid
2

Op grond van dit belijden bevordert de kerk de meningsvorming in de gemeenten over maatschappelijke vragen, in de eigen omgeving en wereldwijd.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-3-3

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 3.

Het spreken van de kerk

Lid
3

Met het oog op de vernieuwing van het leven in cultuur, maatschappij en staat kan de kerk zich uitspreken over maatschappelijke vragen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-3-4

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 3.

Het spreken van de kerk

Lid
4

Gehoor gevend aan haar opdracht te getuigen van Gods beloften en geboden kan de kerk een getuigenis doen uitgaan terzake van maatschappelijke vragen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-3-5

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 3.

Het spreken van de kerk

Lid
5

De ambtelijke vergaderingen kunnen zich uitspreken over dan wel een getuigenis doen uitgaan terzake van maatschappelijke vragen die hun ressort betreffen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-3-6

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 3.

Het spreken van de kerk

Lid
6

De generale synode laat zich in de regel, wanneer zij een getuigenis tot overheid en volk doet uitgaan, bijstaan door de organen van de kerk die op het desbetreffende terrein werkzaam zijn. Zij zoekt daarbij naar mogelijkheden dit getuigenis samen met andere kerken te doen uitgaan.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-4-1

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 4.

Uitdrukking van het belijden van de kerk

Lid
1

De generale synode bepaalt welke uitingen van de kerk naast de in artikel I-4 van de kerkorde genoemde belijdenisgeschriften als uitdrukking van het belijden van de kerk worden aangemerkt.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-4-2

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 4.

Uitdrukking van het belijden van de kerk

Lid
2

Het besluit om een uiting van de kerk aan te merken als uitdrukking van het belijden van de kerk kan door de generale synode eerst genomen worden, nadat de classicale vergaderingen − de kerkenraden in hun ressort gehoord − en de evangelisch-lutherse synode de gelegenheid hebben gekregen daarover te considereren. In de regel treedt zij daarover ook in overleg met andere daarvoor in aanmerking komende kerken.
Een besluit als bedoeld in dit lid behoeft een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte geldige stemmen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-5-1

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 5.

Gravamen

Lid
1

Bezwaren inzake het belijden van de kerk kunnen door leden van de kerk − onder beroep op de Heilige Schrift − worden voorgelegd aan het oordeel van de kerk, die zich daarover uitspreekt.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-5-2

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 5.

Gravamen

Lid
2

Een gravamen als bedoeld in lid 1 kan alleen worden ingediend tegen de in artikel I-4 van de kerkorde genoemde belijdenisgeschriften alsmede tegen uitingen van de kerk die overeenkomstig het in het vorige artikel bepaalde door de generale synode zijn aangemerkt als uitdrukking van het belijden van de kerk.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-5-3

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 5.

Gravamen

Lid
3

Een gravamen wordt schriftelijk en met redenen omkleed ingediend bij de classicale vergadering van de classis waartoe de gemeente waarbij de bezwaarde als lid is ingeschreven, behoort.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-5-4

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 5.

Gravamen

Lid
4

De classicale vergadering vraagt advies aan de kerkenraad van bezwaarde en benoemt uit haar midden een commissie die de bezwaarde hoort. De bezwaarde kan zich daarbij laten bijstaan door een raadsman of -vrouw.
Bij de behandeling van het gravamen in de classicale vergadering wordt een aantal deskundigen op het terrein van kerk en theologie betrokken die door de classicale vergadering worden aangewezen in overleg met het orgaan van de kerk dat op het terrein van kerk en theologie werkzaam is, maar die geen deel uitmaken van dat orgaan.
Bij de behandeling in de classicale vergadering wordt de bezwaarde als toehoorder uitgenodigd.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-5-5

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 5.

Gravamen

Lid
5

De classicale vergadering beslist of het bezwaar van voldoende gewicht is om het als gravamen door te zenden naar de generale synode, teneinde te komen tot een eindoordeel van de kerk. De classicale vergadering brengt haar besluit ter kennis van de generale synode en van de bezwaarde.1


1 Wijziging kerkorde, ord 1-5-5, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-5-6

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 5.

Gravamen

Lid
6

De generale synode benoemt − na ontvangst van het door de classicale vergadering doorgezonden gravamen − uit haar midden een commissie van voorbereiding, die de bezwaarde hoort en het advies vraagt van het orgaan van de kerk dat op het terrein van kerk en theologie werkzaam is.
Indien het gravamen de belijdenisgeschriften waardoor de kerk zich verbonden weet met de lutherse traditie betreft vraagt deze commisie tevens advies aan de evangelisch-lutherse synode.
Indien het gravamen de belijdenisgeschriften waardoor de kerk zich verbonden weet met de gereformeerde traditie betreft vraagt deze commissie tevens advies aan de raad van advies voor het gereformeerde belijden.
Zo nodig vraagt deze commissie het oordeel van daarvoor in aanmerking komende andere kerken.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-5-7

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 5.

Gravamen

Lid
7

De generale synode geeft vervolgens een eindoordeel over het gravamen, zendt daarvan een afschrift toe aan de indiener, de betrokken kerkenraad en classicale vergadering en brengt het eindoordeel ter kennis van de kerk.
Een besluit waarin de synode erkent dat een bezwaar grond vindt in de Heilige Schrift behoeft een meerderheid van twee derde van uitgebrachte geldige stemmen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 1-5-8

Ordinantie 1 Het belijden

 

Artikel 5.

Gravamen

Lid
8

Is de generale synode van oordeel dat het ingediende bezwaar niet als een gravamen kan worden aangemerkt, dan wordt het bezwaar ter behandeling doorgezonden naar het bevoegde college voor de behandeling van bezwaren en geschillen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2

Ordinantie 2 De gemeenten

Artikel

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2.I.

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel
1-5

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-1-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 1.

Algemeen

Lid
1

Een gemeente is de gemeenschap die, geroepen tot eenheid, getuigenis en dienst, samenkomt rondom Woord en sacramenten.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-2-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 2.

De leden van de gemeente

Lid
1

Tot een gemeente behoren
als doopleden:
- zij die in een gemeente van de kerk de doop hebben ontvangen of die in een andere kerk de doop hebben ontvangen en naar de Protestantse Kerk in Nederland zijn overgekomen
- en die als zodanig zijn ingeschreven in het register van deze gemeente;
als belijdende leden:
- zij die in een gemeente van de kerk belijdenis van het geloof hebben gedaan of die de doop hebben ontvangen, belijdenis van het geloof hebben gedaan in een andere kerk en naar de Protestantse Kerk in Nederland zijn overgekomen
- en die als zodanig zijn ingeschreven in het register van deze gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-2-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 2.

De leden van de gemeente

Lid
2

De leden zijn — behoudens toepassing van het in artikel 5-3 bepaalde — ingeschreven in het register van de gemeente, binnen welker grondgebied zij hun vaste woonplaats hebben.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-3-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 3.

Gastleden

Lid
1

Tot een gemeente behoren — naast de in artikel 2 bedoelde leden van de gemeente — tevens zij die in het register van deze gemeente als gastlid zijn ingeschreven.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-3-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 3.

Gastleden

Lid
2

In het register van een gemeente kunnen als gastlid worden ingeschreven leden van kerken waarmee de Protestantse Kerk in Nederland bijzondere betrekkingen onderhoudt, alsmede van andere kerken ten aanzien waarvan de generale synode dit heeft bepaald, onder overeenkomstige toepassing van artikel 2-2.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-3-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 3.

Gastleden

Lid
3

Het gastlidmaatschap wordt nader geregeld bij generale regeling.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-4-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 4.

Zij die met de gemeente verbonden zijn

Lid
1

Tot de gemeenschap van een gemeente worden — naast de in artikel 2 bedoelde leden van de gemeente en de in artikel 3 bedoelde gastleden — voorts gerekend de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden alsmede degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-5-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 5.

Verhuizing en overschrijving

Lid
1

Bij verhuizing worden de leden ingeschreven in het register van een gemeente binnen welker grondgebied zij hun vaste woonplaats hebben, een en ander met inachtneming van het hierna bepaalde:
a. Zij die ingeschreven waren in het register van een protestantse gemeente, worden ingeschreven in het register van de protestantse gemeente in de plaats van vestiging.
Is in de plaats van vestiging geen protestantse gemeente, dan ontvangen zij bericht vanwege de generale synode dat zij zullen worden ingeschreven in het register van de daartoe — volgens een door het breed moderamen van de classicale vergadering te maken regeling — aangewezen gemeente in de plaats van vestiging, onder vermelding van de andere tot de kerk behorende gemeenten ter plaatse.
Indien betrokkenen binnen een maand geen voorkeur kenbaar maken, worden zij ingeschreven in de door het breed moderamen van de classicale vergadering aangewezen gemeente.1
b. Zij die ingeschreven waren in het register van een hervormde gemeente respectievelijk een gereformeerde kerk, worden ingeschreven in het register van de hervormde gemeente respectievelijk de gereformeerde kerk in de plaats van vestiging.
Is in de plaats van vestiging geen hervormde gemeente respectievelijk gereformeerde kerk, dan vindt de inschrijving plaats in het register van de protestantse gemeente in de plaats van vestiging, dan wel in het register van de daartoe — volgens een door het breed moderamen van de classicale vergadering te maken regeling — aangewezen gemeente in de plaats van vestiging.
c. Zij die ingeschreven zijn in het register van de evangelisch-lutherse leden als bedoeld in artikel 10, worden ingeschreven in het register van de evangelisch-lutherse gemeente in de plaats van vestiging dan wel van de protestantse gemeente die door vereniging met een evangelisch-lutherse gemeente is ontstaan.
d. Indien er in een plaats van vestiging meer dan één protestantse gemeente respectievelijk hervormde gemeente respectievelijk gereformeerde kerk respectievelijk evangelisch-lutherse gemeente is, dan ontvangen betrokkenen bericht vanwege de generale synode dat zij zullen worden ingeschreven in het register van de daartoe — volgens een door het breed moderamen van de classicale vergadering te maken regeling — aangewezen gemeente in de plaats van vestiging, onder vermelding van de andere tot de kerk behorende gemeenten ter plaatse.
Indien betrokkenen binnen een maand geen voorkeur kenbaar maken, worden zij ingeschreven in de door het breed moderamen van de classicale vergadering aangewezen gemeente.2,3


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-5-1-a, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.
2 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-5-1-d, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.
3 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-5-1, besluit generale synode d.d. 12 november 2010, ingegaan 1 december 2010.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-5-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 5.

Verhuizing en overschrijving

Lid
2

Indien er op een bepaald grondgebied meer dan een tot de kerk behorende gemeente is, kunnen de leden die in het register van een van deze gemeenten zijn ingeschreven zich op hun verzoek laten overschrijven naar het register van een van de andere in hetzelfde gebied gelegen gemeenten.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-5-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 5.

Verhuizing en overschrijving

Lid
3

a. Als lid van een gemeente kunnen in het register van een gemeente ook worden ingeschreven de in artikel 2-2 bedoelde leden van de kerk die hun vaste woonplaats hebben binnen een andere tot de kerk behorende gemeente.
Deze inschrijving geschiedt op een schriftelijk en gemotiveerd verzoek aan de kerkenraad van deze gemeente die eerst tot inschrijving overgaat nadat de kerkenraad van de gemeente waartoe betrokkene behoort van dit verzoek schriftelijk op de hoogte is gesteld en daartegen binnen 30 dagen geen bezwaar heeft gemaakt.
Voor de gedoopte en niet-gedoopte kinderen beneden de leeftijd van 18 jaar wordt het verzoek tot inschrijving in een andere gemeente dan de woongemeente ingediend door de ouders of verzorgers.
b. Weigert de kerkenraad de gevraagde inschrijving of maakt de kerkenraad van de gemeente waartoe betrokkene behoort bezwaar, dan kunnen betrokkenen een beslissing ter zake vragen aan het breed moderamen van de classicale vergadering van de classis, waartoe de gemeente waarbinnen zij hun vaste woonplaats hebben, behoort.
Alvorens een beslissing te nemen, hoort dit breed moderamen — indien de gemeente waarbij de inschrijving wordt verzocht, tot een andere classis behoort — het breed moderamen van de classicale vergadering van die andere classis.
c. Bij verhuizing van hen die door toepassing van deze bepaling in het register van een gemeente zijn ingeschreven, blijft deze inschrijving van kracht en worden zij niet ingeschreven in het register van de gemeente binnen welker grondgebied zij hun vaste woonplaats hebben, tenzij betrokkenen of de kerkenraad van de gemeente schriftelijk meedelen deze inschrijving niet te willen handhaven.
In het laatste geval kunnen betrokkenen een beslissing ter zake vragen aan het breed moderamen van de classicale vergadering van de classis, waartoe de gemeente van inschrijving behoort.
d. In afwijking van het bepaalde in artikel 7-2 kunnen als lid van de gemeente — op hun schriftelijk en gemotiveerd verzoek en ter beoordeling van de kerkenraad van deze gemeente — in het register van een gemeente ook worden ingeschreven zij die een vaste woonplaats hebben in het buitenland.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-5-3, besluit generale synode d.d. 12 november 2010, ingegaan 1 december 2010.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-5-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 5.

Verhuizing en overschrijving

Lid
4

Bij verhuizing naar het buitenland kan een verklaring van lidmaatschap of een attestatie als bedoeld in ordinantie 14-4-3 worden afgegeven, met inachtneming van het bepaalde in ordinantie 6-4-3.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2.II.

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel
6-10

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-6-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 6.

De registers van gemeente en kerk

Lid
1

Ten behoeve van het leven en werken van gemeenten en kerk worden de volgende registers bijgehouden:
a. het register van de gemeente dat bestaat uit
 - het register van de gemeenteleden
 - het register van de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden en van degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente;
b. het register van de leden van alle gemeenten van de Protestantse Kerk in Nederland;
c. het register van de evangelisch-lutherse leden.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-6-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 6.

De registers van gemeente en kerk

Lid
2

Het doel van de registratie is het kunnen beschikken over persoonsgegevens ten behoeve van het functioneren van het kerkelijk leven en werken in de ruimste zin van het woord.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-6-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 6.

De registers van gemeente en kerk

Lid
3

De in lid 1 bedoelde registers worden ingericht en bijgehouden naar regels bij generale regeling vastgesteld.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-6-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 6.

De registers van gemeente en kerk

Lid
4

Ieder die in een register als bedoeld in lid 1 is opgenomen heeft recht op inzage van hetgeen omtrent betrokkene is geregistreerd en op correctie van onjuistheden in de geregistreerde gegevens.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-6-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 6.

De registers van gemeente en kerk

Lid
5

Van de gegevens van de registers wordt geen gebruik gemaakt dan met voorafgaande toestemming van de houder van het register, behalve voor het verstrekken van gegevens voor de kerkvisitatie of voor de tenuitvoerlegging van andere bij of krachtens ordinantie voorgeschreven werkzaamheden. Ten aanzien van het gebruik van gegevens van de door of vanwege de kerkenraad bijgehouden registers kan de in dit lid bedoelde toestemming alleen worden gegeven door deze kerkenraad.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-7-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 7.

Het register van gemeenteleden

Lid
1

Ten behoeve van het leven en werken van de gemeente wordt door of vanwege de kerkenraad een register van gemeenteleden ingericht en bijgehouden, alsmede in een gemeente met wijkgemeenten een register van de leden van de wijkgemeente. In deze registers worden ingeschreven de doopleden en de belijdende leden die tot de (wijk)gemeente behoren.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-7-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 7.

Het register van gemeenteleden

Lid
2

Allen die als leden zijn ingeschreven in het register van een gemeente blijven tot haar behoren zolang zij niet
- in een andere gemeente worden opgenomen door verandering van woonplaats,
- ingeschreven worden in een andere gemeente van de kerk,
- metterwoon zich vestigen in het buitenland,
- tot een andere kerkgemeenschap overgaan,
- zichzelf onttrekken aan de gemeenschap van de kerk door middel van een uitdrukkelijke verklaring aan de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-7-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 7.

Het register van gemeenteleden

Lid
3

Bij vertrek dan wel overschrijving van een lid van een gemeente naar een andere gemeente worden de desbetreffende gegevens uit het register van gemeenteleden toegezonden aan de gemeente van inschrijving.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-7-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 7.

Het register van gemeenteleden

Lid
4

Op hun verzoek kunnen leden van een andere kerk door of vanwege de kerkenraad in het register van gemeenteleden als gastlid worden ingeschreven, een en ander naar regels bij generale regeling vastgesteld.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-8-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 8.

Het register van de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden en van degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente

Lid
1

Ten behoeve van het leven en werken van de gemeente wordt voorts door of vanwege de kerkenraad een register bijgehouden van degenen die de gemeente tot haar gemeenschap rekent.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-8-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 8.

Het register van de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden en van degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente

Lid
2

In dit register worden ingeschreven de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden en zij die blijk geven van verbondenheid met de gemeente, tenzij daartegen door of namens betrokkenen of hun wettelijke vertegenwoordigers bezwaar wordt gemaakt.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-8-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 8.

Het register van de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden en van degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente

Lid
3

Van de inschrijving van niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden en van degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente worden betrokkenen of hun wettelijke vertegenwoordigers binnen vier weken op de hoogte gesteld. Voor deze ingeschrevenen is het bepaalde in artikel 7-3 van toepassing.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-9-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 9.

De landelijke ledenregistratie

Lid
1

Ten behoeve van de continuïteit van de registratie van de leden van de gemeenten en van de onderlinge uitwisselbaarheid van de verzamelde gegevens doet de generale synode een registratie onderhouden van de leden van alle gemeenten van de Protestantse Kerk in Nederland.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-9-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 9.

De landelijke ledenregistratie

Lid
2

De gemeenten zijn gehouden ten behoeve van de landelijke ledenregistratie alle mutaties op het ledenbestand van de gemeente die haar ter kennis komen, aan de generale synode ter beschikking te stellen, terwijl de gemeenten een opgave ontvangen van de in de landelijke ledenregistratie aangebrachte mutaties die hun gemeente betreffen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-9-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 9.

De landelijke ledenregistratie

Lid
3

Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het register als bedoeld in artikel 8 van deze ordinantie.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-10-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 10.

Het register van evangelisch-lutherse leden

Lid
1

De evangelisch-lutherse leden van de kerk worden tevens ingeschreven in een daartoe door de evangelisch-lutherse synode bijgehouden register.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-10-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 10.

Het register van evangelisch-lutherse leden

Lid
2

In het register van de evangelisch-lutherse leden worden opgenomen
- zij die als dooplid of belijdend lid zijn ingeschreven in het register van een evangelisch-lutherse gemeente en
- zij die als dooplid of belijdend lid in het register van een andere tot de kerk behorende gemeente zijn ingeschreven en − op een daartoe strekkend verzoek − zijn ingeschreven door de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2.III.

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel
11-19

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-11-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
1

Elke gemeente heeft haar door de kerk vastgestelde grenzen en wordt aangeduid als respectievelijk de Protestantse gemeente te ...., de Hervormde gemeente te ...., de Gereformeerde kerk te ...., de Evangelisch-Lutherse gemeente te ....,
waar nodig met een bijzondere aanduiding om haar kerkordelijk, postaal en in het rechtsverkeer te onderscheiden van de andere plaatselijke gemeente(n).

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-11-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
2

De protestantse gemeenten, de hervormde gemeenten — waartoe ook gerekend worden de Waalse, de Presbyteriaans-Engelse en Schotse gemeenten in Nederland —, de gereformeerde kerken en de evangelisch-lutherse gemeenten, alsmede de hervormde, de gereformeerde en de evangelisch-lutherse wijkgemeenten van een protestantse gemeente worden opgenomen in een door de generale synode bijgehouden register van de gemeenten van de Protestantse Kerk in Nederland.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-11-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
3

De aanduiding en de naam van de gemeente worden door de kerkenraad niet gewijzigd dan nadat de leden van de gemeente daarin gekend en hierover gehoord zijn. Bedoelde wijziging kan alleen plaatsvinden met medewerking en goedvinden van het breed moderamen van de classicale vergadering, die in daarvoor in aanmerking komende gevallen de evangelisch-lutherse synode hoort.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-11-3, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-11-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
4

De grenzen van de gemeenten worden vastgesteld en gewijzigd door het breed moderamen van de classicale vergadering, dat de kerkenraden van de betrokken gemeenten en — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — de evangelisch-lutherse synode hoort en de betrokken leden van de kerk in de gelegenheid stelt hun oordeel kenbaar te maken.
Indien het grenzen betreft met een gemeente die behoort tot een andere classis geschiedt deze vaststelling en wijziging in overleg met het breed moderamen van de betreffende classicale vergadering.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-11-4, besluit generale synode, d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-11-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
5

De kerkenraden van gemeenten waarvan het gebied geheel of gedeeltelijk samenvalt zijn gehouden elkaar op de hoogte te stellen van de werkzaamheden die door of vanwege de gemeente worden verricht, met name waar deze werkzaamheden de missionaire, diaconale en pastorale arbeid en het jeugdwerk van de gemeente betreffen, en op deze terreinen te zoeken naar samenwerking.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-11-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
6

De in het vorige lid bedoelde gemeenten kunnen op verschillende terreinen van het kerkelijk leven nauw samenwerken.
Een besluit tot zulk een samenwerking, waarin vastgelegd dient te worden welke arbeid geheel of gedeeltelijk onder gemeenschappelijke verantwoordelijkheid zal worden verricht, wordt genomen door de kerkenraden van de betrokken gemeenten, nadat de leden van de gemeenten daarin gekend en daarover gehoord zijn.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-11-7

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
7

Op de samenwerking als bedoeld in lid 5 en 6 zijn de bepalingen van de generale regeling voor samenwerking en federatie van toepassing.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-11-8

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
8

Waar in de ordinanties of generale regelingen sprake is van gemeente respectievelijk kerkenraad wordt in het geval van een gemeente met wijkgemeenten steeds de wijkgemeente respectievelijk de wijkkerkenraad bedoeld, tenzij nadrukkelijk anders wordt vermeld of uit de bepaling blijkt dat kennelijk de gemeente als geheel respectievelijk de algemene kerkenraad wordt bedoeld.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-12-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
1

Een protestantse gemeente wordt gevormd door vereniging van twee of meer tot de kerk behorende gemeenten waarvan het gebied geheel of gedeeltelijk samenvalt.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-12-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
2

Een besluit tot vereniging wordt genomen door de kerkenraden van de betrokken gemeenten, nadat de leden van de gemeenten daarin gekend en daarover gehoord zijn.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-12-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
3

Een besluit tot vereniging kan, indien het betreft de vereniging van gemeenten waartoe een of meer wijkgemeenten behoren, niet genomen worden dan nadat
- de wijkkerkenraden zijn gehoord en
- de leden van de wijkgemeenten daarin gekend en door de wijkkerkenraden daarover gehoord zijn.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-12-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
4

Vereniging van twee of meer gemeenten tot een protestantse gemeente kan alleen plaatsvinden met medewerking en goedvinden van het breed moderamen van de classicale vergadering.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-12-4, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-12-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
5

Een voorstel tot vereniging gaat gepaard met een voorstel voor de vaststelling van de grenzen van de te vormen protestantse gemeente respectievelijk voor de wijziging van de grenzen van de andere betrokken gemeenten.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-12-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
6

Indien het voor een gemeente niet mogelijk is door vereniging een protestantse gemeente te vormen, hetzij omdat er geen andere tot de kerk behorende gemeente ter plaatse is, hetzij omdat door de andere gemeente(n) te kennen is gegeven niet bereid te zijn tot vereniging te komen, kan het breed moderamen van de classicale vergadering, gehoord de kerkenraad van de andere gemeente, de eerstgenoemde gemeente op haar verzoek aanmerken als protestantse gemeente.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-12-6, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-12-7

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
7

Het bepaalde in de leden 1 tot en met 6 is van overeenkomstige toepassing op wijkgemeenten die deel uitmaken van een protestantse gemeente, met dien verstande dat in dat geval de vereniging plaatsvindt met medewerking en goedvinden van de algemene kerkenraad.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-12-8

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
8

Indien er bij de vereniging van gemeenten die tezamen een protestantse gemeente gaan vormen op hetzelfde gebied een hervormde gemeente, een gereformeerde kerk of een evangelisch-lutherse gemeente blijft bestaan kan het breed moderamen van de classicale vergadering op verzoek van de kerkenraden van de betrokken gemeenten besluiten de grenzen van de op hetzelfde gebied naast elkaar bestaande gemeenten te wijzigen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-12-8, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-12-9

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
9

Indien de vorming van een protestantse gemeente betreft een vereniging van gemeenten waartoe een of meer wijkgemeenten behoren die redenen hebben om niet zelf tot zulk een vereniging met een andere wijkgemeente over te gaan, worden de betrokken wijkgemeenten op verzoek van de desbetreffende wijkkerkenraden aangemerkt als respectievelijk hervormde, gereformeerde of evangelisch-lutherse wijkgemeente van de protestantse gemeente.
Voor zulke wijkgemeenten gelden — voorzover in de orde van de kerk niet anders is bepaald — dezelfde bepalingen als voor andere wijkgemeenten.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-12-10

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
10

Indien de vorming van een protestantse gemeente betreft een vereniging van gemeenten waartoe een of meer wijkgemeenten behoren die zwaarwegende bezwaren hebben tegen de vorming van de desbetreffende protestantse gemeente, kan het breed moderamen van de classicale vergadering — met inachtneming van het bepaalde in artikel 13 — ten behoeve van de tot deze wijkgemeente behorende gemeenteleden overgaan tot de vorming van respectievelijk een hervormde gemeente, een gereformeerde kerk of een evangelisch-lutherse gemeente naast de protestantse gemeente.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-12-10, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-13-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 13.

De vorming van nieuwe gemeenten

Lid
1

De vorming van een nieuwe gemeente geschiedt — hetzij op verzoek van belanghebbende leden van de kerk die in een bepaald gebied woonachtig zijn, hetzij op verzoek van een of meer kerkenraden van de betrokken gemeenten — door het breed moderamen van de classicale vergadering.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-13-1, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-13-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 13.

De vorming van nieuwe gemeenten

Lid
2

Een daartoe strekkend verzoek dient, als het wordt gedaan door leden van de betrokken gemeenten, ingediend te worden bij de kerkenraad van hun gemeente, die het verzoek met een advies ter zake doorzendt naar het breed moderamen van de classicale vergadering.
Is het verzoek afkomstig van een kerkenraad van een van de betrokken gemeenten, dan wordt het verzoek ingediend bij het breed moderamen van de classicale vergadering.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-13-2, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-13-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 13.

De vorming van nieuwe gemeenten

Lid
3

Voordat een besluit tot vorming van een nieuwe gemeente wordt genomen, wordt het advies ingewonnen van de betrokken kerkenraden, voorzover het verzoek daartoe niet van zulk een kerkenraad zelf afkomstig is, en worden de betrokken leden van de kerk in de gelegenheid gesteld hun oordeel kenbaar te maken.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-13-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 13.

De vorming van nieuwe gemeenten

Lid
4

Het breed moderamen van de classicale vergadering kan tot vorming van een nieuwe gemeente besluiten als daartoe een zodanig aantal gemeenteleden zal behoren, dat de te vormen gemeente in staat geacht mag worden een kerkenraad te vormen en de in de orde van de kerk aangegeven taken van een gemeente te verrichten.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-13-4, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-13-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 13.

De vorming van nieuwe gemeenten

Lid
5

Het breed moderamen van de classicale vergadering kan — op verzoek en ten behoeve van leden van de kerk die in een bijzondere situatie verkeren en gehoord de kerkenraden van de betrokken gemeenten — deze leden samenbrengen in een gemeente van bijzondere aard. Een besluit tot vorming van een gemeente van bijzondere aard behoeft de goedkeuring van de generale synode, die daarover het advies inwint van het generale college voor de visitatie en — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — van de evangelisch-lutherse synode.
In deze gemeente worden leden uitsluitend ingeschreven op hun eigen verzoek.
Voor deze gemeente gelden — voorzover in de orde van de kerk niet anders is bepaald — dezelfde regels als voor andere gemeenten.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-13-5, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-13-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 13.

De vorming van nieuwe gemeenten

Lid
6

Indien het verzoek tot vorming van een nieuwe gemeente betreft de vorming van een nieuwe gemeente naast een ter plaatse reeds bestaande gemeente dan wel de vorming van een nieuwe hervormde gemeente, gereformeerde kerk of evangelisch-lutherse gemeente, kan het breed moderamen van een classicale vergadering daartoe eerst besluiten na tevens het advies ingewonnen te hebben van het regionale college voor de visitatie en — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — van de evangelisch-lutherse synode.
Dit besluit behoeft de goedkeuring van de generale synode.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-13-6, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-14-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 14.

Samenvoeging van gemeenten

Lid
1

Twee of meer aangrenzende gemeenten dan wel twee of meer gemeenten die in een zelfde gebied gelegen zijn, waaronder ten minste een gemeente van bijzondere aard, kunnen — op verzoek van de kerkenraden van de betrokken gemeenten en nadat de leden van de betreffende gemeenten de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel kenbaar te maken — door het breed moderamen van de classicale vergadering worden samengevoegd tot een nieuwe gemeente.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-14, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-14-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 14.

Samenvoeging van gemeenten

Lid
2

In bijzondere omstandigheden kan het breed moderamen van de classicale vergadering een gemeente, indien aan het regionale college voor de visitatie en — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — aan de evangelisch-lutherse synode is gebleken dat deze gemeente geen mogelijkheid meer heeft om zelfstandig te blijven bestaan, samenvoegen met een andere gemeente. Het besluit daartoe kan eerst genomen worden nadat de betrokken kerkenraden zijn gehord en de betrokken gemeenteleden de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel kenbaar te maken.
Dit besluit behoeft de goedkeuring van de generale synode.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-14, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-15-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
1

Twee of meer gemeenten kunnen een combinatie van gemeenten vormen. In een combinatie van gemeenten is de predikant verbonden aan de gemeenten gezamenlijk.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-15-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
2

Een combinatie komt tot stand door een daartoe strekkend besluit van het breed moderamen van de classicale vergadering op verzoek van de kerkenraden van de betrokken gemeenten.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-15-2, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-15-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
3

Bij de vorming van een combinatie worden de betrokken gemeenten, zo dit nog niet het geval is, ingedeeld bij een zelfde classis.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-15-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
4

In bijzondere omstandigheden kan het breed moderamen van de classicale vergadering een gemeente, indien aan het regionale college voor de visitatie en — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — aan de evangelisch-lutherse synode is gebleken dat deze gemeente geen mogelijkheid meer heeft om zelfstandig te blijven bestaan, samenbrengen in een combinatie met een of meer andere gemeenten.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-15-4, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-15-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
5

Een besluit tot samenbrengen van gemeenten in een combinatie bevat tevens de voorzieningen die zijn getroffen ten aanzien van de verdeling van de kerkdiensten, de indeling van het pastorale werk, het aandeel van elke gemeente in de keuze van de predikant en het aandeel van elke gemeente in de kosten, die uit de combinatie voortvloeien,
en kan eerst genomen worden nadat
- de kerkenraden van de betrokken gemeenten en de betrokken predikant daarover zijn gehoord en
- de leden van de betrokken gemeenten de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel daaromtrent kenbaar te maken.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-15-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
6

De kerkenraden van de gemeenten die met elkaar een combinatie vormen komen ten minste eenmaal per jaar bijeen om de zaken te bespreken die hen gezamenlijk raken.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-15-7

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
7

Wijzigingen in de in lid 5 bedoelde voorzieningen kunnen worden aangebracht onder overeenkomstige toepassing van het in dat lid bepaalde.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-15-8

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
8

Een combinatie kan worden beëindigd op verzoek van een of meer betrokken kerkenraden, indien naar het oordeel van het breed moderamen van de classicale vergadering daartoe gegronde redenen bestaan en een redelijke oplossing is gevonden ten aanzien van de pastorale verzorging van de betrokken gemeenten en ten aanzien van de predikant die aan de combinatie van gemeenten is verbonden.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-15-8, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-16-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
1

Indien aan een gemeente meer dan twee predikanten voor gewone werkzaamheden zijn verbonden wordt de gemeente in de regel ingedeeld in wijkgemeenten.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-16-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
2

Een gemeente met wijkgemeenten heeft een algemene kerkenraad; de wijkgemeenten hebben elk een wijkkerkenraad.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-16-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
3

Indien in een niet in wijkgemeenten ingedeelde gemeente de behoefte bestaat tot vorming van wijkgemeenten, kan de kerkenraad daartoe besluiten met inachtneming van het in lid 4 bepaalde ten aanzien van elk van de te vormen wijkgemeenten.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-16-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
4

De algemene kerkenraad kan — hetzij op verzoek van belanghebbende leden van de gemeente, hetzij op verzoek van een of meer kerkenraden van de betrokken wijkgemeenten — tot vorming van een nieuwe wijkgemeente besluiten, als daartoe een zodanig aantal gemeenteleden zal behoren dat de te vormen wijkgemeente in staat geacht mag worden een wijkkerkenraad te vormen en de in de orde van de kerk aangegeven taken van een wijkgemeente te verrichten.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-16-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
5

De algemene kerkenraad kan ten behoeve van een goede vervulling van de missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente — nadat de betrokken wijkkerkenraden zijn gehoord en de leden van de betrokken wijkgemeenten de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel daarover kenbaar te maken — ook eigener beweging overgaan tot de vorming van (nieuwe) wijkgemeenten.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-16-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
6

Het aantal en de grenzen van de wijkgemeenten worden, nadat de betrokken wijkkerkenraden zijn gehoord en de leden van de betrokken wijkgemeenten de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel kenbaar te maken, vastgesteld en gewijzigd door de algemene kerkenraad.
Vaststelling en wijziging van het aantal wijkgemeenten kan alleen plaatsvinden met medewerking en goedvinden van het breed moderamen van de classicale vergadering.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-16-6, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-16-7

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
7

De algemene kerkenraad kan eigener beweging, en gehoord de betrokken wijkkerkenraden, dan wel op verzoek van de betrokken wijkkerkenraden twee of meer wijkgemeenten samenbrengen in een combinatie van wijkgemeenten ten behoeve waarvan een predikant verbonden wordt of is aan de gemeente.
De algemene kerkenraad treft daarbij in overleg met de betrokken wijkkerkenraden een regeling ten aanzien van de kerkdiensten, de indeling van het pastorale werk en het aandeel van elke wijkgemeente in de keuze van de predikant.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-16-7, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-16-8

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
8

De algemene kerkenraad kan — op verzoek en ten behoeve van leden van de gemeente die in een bijzondere situatie verkeren en gehoord de kerkenraden van de betrokken wijkgemeenten — deze leden samen brengen in een wijkgemeente van bijzondere aard. Een besluit tot vorming van een wijkgemeente van bijzondere aard behoeft de goedkeuring van het breed moderamen van de classicale vergadering, die daarover het advies inwint van het regionale college voor de visitatie.
In deze wijkgemeente worden leden uitsluitend ingeschreven op hun eigen verzoek.
Voor deze gemeente gelden — voorzover in de orde van de kerk niet anders is bepaald — dezelfde regels als voor andere wijkgemeenten.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-16-8, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-16-9

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
9

a. Tot een wijkgemeente behoren zij die in het ten behoeve van de wijkgemeente bij te houden register van leden van de wijkgemeente zijn ingeschreven.
b. In het register van de wijkgemeente worden — behoudens toepassing van het in artikel 5-3 bepaalde — ingeschreven de leden van de gemeente die binnen het grondgebied van de wijkgemeente hun vaste woonplaats hebben.
c. Als lid van een wijkgemeente kunnen in het register van de wijkgemeente ook worden ingeschreven de in artikel 2-2 bedoelde leden van de kerk die hun vaste woonplaats hebben binnen een andere tot dezelfde gemeente behorende wijkgemeente.
Deze inschrijving geschiedt op een schriftelijk en gemotiveerd verzoek aan de kerkenraad van deze wijkgemeente en vindt eerst plaats nadat de kerkenraad van de wijkgemeente waartoe betrokkene behoort van dit verzoek schriftelijk op de hoogte is gesteld en daartegen binnen 30 dagen geen bezwaar heeft gemaakt.
Weigert de wijkkerkenraad de gevraagde inschrijving of maakt de wijkkerkenraad van de wijkgemeente waartoe betrokkene behoort bezwaar, dan kunnen betrokkenen een beslissing ter zake vragen aan de algemene kerkenraad.
Bij verhuizing van hen die door toepassing van deze bepaling in het register van een wijkgemeente zijn ingeschreven, blijft deze inschrijving van kracht en worden zij niet ingeschreven in het register van de (wijk)gemeente binnen welker grondgebied zij hun vaste woonplaats hebben, tenzij betrokkenen of de kerkenraad van de wijkgemeente schriftelijk meedelen deze inschrijving niet te willen handhaven.1
d. Tot de gemeenschap van een wijkgemeente worden gerekend — naast de onder b en c bedoelde leden van de wijkgemeente en de in artikel 3 bedoelde gastleden — de niet-gedoopte kinderen van de leden van de wijkgemeente alsmede degenen die blijk geven van verbondenheid met de wijkgemeente. Het bepaalde in artikel 8 is van overeenkomstige toepassing.
e. Het bepaalde in artikel 5-1 en 2 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in lid 1 sub a en d genoemde mededeling vanwege de generale synode achterwege blijft.2


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-16-9-c, besluit generale synode d.d. 12 november 2010, ingegaan 1 december 2010.
2 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-16-9-e, besluit generale synode d.d. 12 november 2010, ingegaan 1 december 2010.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-16-10

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
10

De vorming en inrichting van een gemeente met wijkgemeenten wordt verder geregeld in een door de algemene kerkenraad na overleg met de wijkkerkenraden vast te stellen regeling.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-17-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
1

Een streekgemeente is een gemeente bestaande uit twee of meer binnen een classis gelegen gemeenten,
waarin de verzorging van de gemeenschappelijke belangen is opgedragen aan een streekkerkenraad, een streekcollege van kerkrentmeesters en een streekcollege van diakenen.
De predikanten zijn verbonden aan de streekgemeente.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-17-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
2

Bij de vorming van een streekgemeente worden de betrokken gemeenten, zo dit nog niet het geval is, ingedeeld in eenzelfde classis.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-17-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
3

De tot een streekgemeente behorende gemeenten behouden een beperkte zelfstandigheid.
Tot de door de streekgemeente te verzorgen aangelegenheden behoort in elk geval het coördineren van de missionaire, diaconale en pastorale arbeid in de gemeenten.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-17-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
4

a. Een huisgemeente is een tot een streekgemeente behorende gemeente die niet in staat is alle in de orde van de kerk aangegeven taken van een gemeente te verrichten.
b. Een huisgemeente wordt gevormd door de kerkenraad van een streekgemeente op verzoek van de kerkenraad van de betreffende gemeente nadat de leden van deze laatstgenoemde gemeente de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel kenbaar te maken.
c. In bijzondere omstandigheden kan de streekkerkenraad — onder goedkeuring van het breed moderamen van de classicale vergadering en nadat de kerkenraad en de leden van de betreffende gemeente de gelegenheid hebben gehad hun oordeel kenbaar te maken — besluiten een gemeente die deel uitmaakt van de streekgemeente, aan te merken als huisgemeente.
d. Een besluit tot vorming van een huisgemeente bevat een regeling betreffende de taken die door de huisgemeente in overleg met en onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad van de streekgemeente worden verricht.
e. De kerkenraad van de streekgemeente wijst voor het contact met de huisgemeente uit zijn midden ten minste een van zijn leden aan.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-17-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
5

Twee of meer gemeenten kunnen — op verzoek van de kerkenraden van de betrokken gemeenten en nadat de predikanten daarover zijn gehoord en de leden van de betreffende gemeenten de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel daaromtrent kenbaar te maken — door het breed moderamen van de classicale vergadering worden samengebracht in een streekgemeente.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-17-5, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-17-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
6

In bijzondere omstandigheden kan het breed moderamen van de classicale vergadering een gemeente, indien aan het regionale college voor de visitatie en — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — aan de evangelisch-lutherse synode is gebleken dat deze gemeente geen mogelijkheid meer heeft om zelfstandig te blijven bestaan, samenbrengen in een streekgemeente met een of meer andere in de classis gelegen gemeenten.
Het besluit daartoe kan eerst genomen worden nadat de kerkenraden van de betrokken gemeenten en de betrokken predikanten daarover zijn gehoord en de leden van de betreffende gemeenten de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel daaromtrent kenbaar te maken.
Dit besluit behoeft de goedkeuring van de generale synode.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-17-6, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-17-7

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
7

Het besluit tot vorming van een streekgemeente bevat een regeling ten aanzien van
- de verdeling van de werkzaamheden over enerzijds de streekgemeente en anderzijds de tot de streekgemeente behorende gemeenten,
- de samenstelling en bevoegdheden van de streekkerkenraad, het streekcollege van kerkrentmeesters en het streekcollege van diakenen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-17-8

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
8

Een voor een streekgemeente geldende regeling kan worden gewijzigd dan wel een streekgemeente kan worden opgeheven op verzoek van een of meer kerkenraden van de tot de streekgemeente behorende gemeenten,
indien naar het oordeel van het breed moderamen van de classicale vergadering daartoe gegronde redenen bestaan en een redelijke oplossing is gevonden ten aanzien van de missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de betrokken gemeenten en ten aanzien van de predikant(en) die aan de streekgemeente is (zijn) verbonden.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-17-8, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-17a-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17a.

Buitengewone gemeenten

Lid
1

Indien een gemeenschap van christenen de generale synode daarom verzoekt en deze gemeenschap instemt met het belijden van de kerk, kan de synode — gehoord de daarvoor in aanmerking komende organen van de kerk — besluiten deze gemeenschap als een buitengewone gemeente op te nemen in de kerk.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 2-17a, besluit generale synode d.d. 26 april 2013, ingegaan 26 april 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-17a-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17a.

Buitengewone gemeenten

Lid
2

In het besluit van de generale synode wordt — nadat daarover overeenstemming is bereikt met de betrokken gemeenschap van christenen — vastgelegd
- van welke classicale vergadering de buitengewone gemeente deel uitmaakt,
- op welke wijze door de buitengewone gemeente wordt voorzien in taken en verplichtingen zoals die bij of krachtens de ordinanties zijn bepaald, en
- welke rechten en verplichtingen predikanten hebben die aan de gemeente verbonden zijn op het moment dat de betrokken gemeenschap wordt opgenomen in de kerk.
De generale synode is slechts na overleg met de kerkenraad van een buitengewone gemeente bevoegd een nieuw besluit te nemen met betrekking tot deze gemeente.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 2-17a, besluit generale synode d.d. 26 april 2013, ingegaan 26 april 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-17a-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17a.

Buitengewone gemeenten

Lid
3

Een buitengewone gemeente wordt gerekend onder de protestantse gemeenten in de zin van artikel 11 lid 2, en heeft als zodanig rechtspersoonlijkheid als bedoeld in ordinantie 11-5-1.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 2-17a, besluit generale synode d.d. 26 april 2013, ingegaan 26 april 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-17a-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17a.

Buitengewone gemeenten

Lid
4

Indien de kerkenraad van een buitengewone gemeente daarom verzoekt, kan de generale synode besluiten deze gemeente vanaf een vast te stellen datum te beschouwen als een nieuwe gemeente in de zin van artikel 13, onder overeenkomstige toepassing van het in dat artikel bepaalde.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 2-17a, besluit generale synode d.d. 26 april 2013, ingegaan 26 april 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-18-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 18.

Gemeenten in bijzondere missionaire, diaconale en pastorale omstandigheden in grootstedelijke gebieden

Lid
1

Het breed moderamen van de classicale vergadering is bevoegd ten behoeve van het werk van een (wijk)gemeente of van een (wijk)gemeente van bijzondere aard, gelegen in een grootstedelijk gebied, die naar het oordeel van de door de generale synode daartoe aangewezen organen van de kerk in bijzondere missionaire, diaconale en pastorale omstandigheden verkeert, in het kader van een op die bijzondere omstandigheden gericht beleid — het regionale college voor de visitatie gehoord — voorzieningen te treffen, als daar zijn:
a. het verlenen van een of meer in overleg met de betrokken gemeente daartoe aangewezen ouderlingen of diakenen van de bevoegdheid om in deze (wijk)gemeente bij ontstentenis van de predikant ambtswerkzaamheden van een predikant te verrichten, waaronder het voorgaan in de kerkdiensten en de bediening van de sacramenten, een en ander onder supervisie van een daartoe aangewezen predikant;
b. andere maatregelen die de betrokken organen van de kerk wenselijk dan wel noodzakelijk achten.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-18, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-18-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 18.

Gemeenten in bijzondere missionaire, diaconale en pastorale omstandigheden in grootstedelijke gebieden

Lid
2

Het breed moderamen van de classicale vergadering neemt het besluit tot het treffen van voorzieningen op verzoek van de desbetreffende (wijk)gemeente of van leden van de kerk die in een dergelijke bijzondere situatie verkeren.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-18, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-18-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 18.

Gemeenten in bijzondere missionaire, diaconale en pastorale omstandigheden in grootstedelijke gebieden

Lid
3

Het breed moderamen van de classicale vergadering hoort, voordat zij een besluit als bedoeld in lid 2 neemt,
- de kerkenraad van de betrokken (wijk)gemeente, indien het verzoek niet van hemzelf afkomstig is en
- de algemene kerkenraad.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-18, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-18-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 18.

Gemeenten in bijzondere missionaire, diaconale en pastorale omstandigheden in grootstedelijke gebieden

Lid
4

Het breed moderamen van de classicale vergadering kan ten behoeve van het werk van een (wijk)gemeente, die niet gelegen is in een grootstedelijk gebied als bedoeld in lid 1, maar die naar het oordeel van de door de generale synode daartoe aangewezen organen van de kerk eveneens in bijzondere missionaire, diaconale en pastorale omstandigheden verkeert, met inachtneming van het overigens in dit artikel bepaalde, besluiten tot het treffen van voorzieningen als bedoeld in lid 1.
Dit besluit behoeft de goedkeuring van de generale synode, het generale college voor de visitatie gehoord.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-18, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-18a-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 18a.

Missionaire gemeenten

Lid
1

Een missionaire gemeente is een (wijk)gemeente in wording die gevormd wordt met het oog op missionaire arbeid en die niet voldoet aan de in artikel 13-4 genoemde voorwaarden voor de vorming van een nieuwe gemeente.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 2-18a, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-18a-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 18a.

Missionaire gemeenten

Lid
2

De vorming van een missionaire wijkgemeente geschiedt door de (algemene) kerkenraad, de vorming van een missionaire gemeente door het breed moderamen van de classicale vergadering.
Door een (algemene) kerkenraad kan een besluit tot het vormen van een missionaire wijkgemeente slechts worden genomen met medewerking en goedvinden van het breed moderamen van de classicale vergadering.
Door het breed moderamen van een classicale vergadering kan een besluit tot het vormen van een missionaire gemeente slechts worden genomen nadat de betrokken kerkenraden zijn gehoord.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 2-18a, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-18a-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 18a.

Missionaire gemeenten

Lid
3

De leiding van de missionaire gemeente berust bij een commissie die werkt in opdracht van, onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de ambtelijke vergadering die het besluit tot vorming van de missionaire gemeente heeft genomen.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 2-18a, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-18a-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 18a.

Missionaire gemeenten

Lid
4

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de missionaire gemeente berust bij de ambtelijke vergadering die het besluit tot vorming van de missionaire gemeente heeft genomen, die de verzorging van deze aangelegenheden toevertrouwt aan het college van kerkrentmeesters, respectievelijk aan de financiële commissie van de classicale vergadering.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 2-18a, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-18a-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 18a.

Missionaire gemeenten

Lid
5

De ambtelijke vergadering die het besluit tot vorming van de missionaire (wijk)gemeente heeft genomen benoemt de leden van de in lid 3 bedoelde commissie en benoemt of verkiest tenminste één ambtsdrager met een bepaalde opdracht die deel uitmaakt van de bedoelde commissie, ten behoeve van de missionaire (wijk)gemeente.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 2-18a, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-18a-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 18a.

Missionaire gemeenten

Lid
6

Tot opbouw van de missionaire (wijk)gemeente en ten behoeve van haar missionaire arbeid kan
− een kerkelijk werker als bedoeld in ord. 3-12 worden benoemd,
− aan een kerkelijk werker een bijzondere opdracht worden verleend als bedoeld in ord. 3-13,
− een predikant met een bepaalde taak als bedoeld in ord. 3-8-2 worden beroepen of aangewezen, dan wel
− een predikant in algemene dienst als bedoeld in ord. 3-22 worden beroepen.1, 2


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 2-18a, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.
2 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-18a-6, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-18a-7

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 18a.

Missionaire gemeenten

Lid
7

Indien tot de missionaire (wijk)gemeente een zodanig aantal gemeenteleden behoort dat ze in staat geacht mag worden een kerkernaad te vormen en de in de orde van de kerk aangegeven taken van een (wijk)gemeente te verrichten, kan zij worden omgevormd tot een nieuwe wijkgemeente waarbij artikel 16 van toepassing is, dan wel tot een nieuwe gemeente waarbij artikel 13 van toepassing is.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 2-18a, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-19-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
1

Alle besluiten tot
- vereniging, vorming, samenvoeging of splitsing van gemeenten;
- het vormen van een gemeente met wijkgemeenten;
- het samenbrengen van gemeenten in een combinatie van gemeenten of in een streekgemeente;
- de vorming van een huisgemeente binnen een streekgemeente
- de vorming van een missionaire gemeente dan wel
- het beëindigen van een combinatie of het opheffen van een streekgemeente dan wel van een missionaire gemeente
voorzien ook in een regeling van de daaruit voortvloeiende rechtsgevolgen alsmede de gevolgen voor het gemeentelijk leven. Daarbij wordt in ieder geval een regeling getroffen ten aanzien van de positie van de betrokken predikant(en) en kerkelijke medewerkers alsmede van de diaconale en andere vermogensrechtelijke aangelegenheden van de betrokken gemeenten.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-19-1, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-19-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
2

Het breed moderamen van de classicale vergadering wint, alvorens een besluit te nemen inzake de regeling als bedoeld in lid 1, het advies in van het regionale college voor de behandeling van beheerszaken of, in daarvoor in aanmerking komende gevallen van de evangelisch-lutherse synode en — indien een van de betrokken gemeenten behoort tot een andere classis — van de andere betrokken classicale vergadering.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-19-2, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-19-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
3

Indien twee of meer rechtspersoonlijkheid bezittende onderdelen van de kerk op basis van deze ordinantie worden samengevoegd of verenigd in een rechtspersoonlijkheid bezittend onderdeel — niet zijnde een combinatie van gemeenten of een streekgemeente — vervalt de rechtspersoonlijkheid van de samengevoegd of verenigde onderdelen, behalve voorzover een daarvan de verkrijgende rechtspersoon is.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-19-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
4

Het door samenvoeging of vereniging ontstane onderdeel verkrijgt onder algemene titel het vermogen van de andere bij de samenvoeging en vereniging betrokken onderdelen zoals bedoeld in artikel 3:80 en artikel 2:309 Burgerlijk Wetboek.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-19-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
5

Bij de vorming van een nieuw onderdeel van de kerk dat rechtspersoonlijkheid toekomt wordt — mits dat onderdeel eerder onzelfstandig deel uitmaakte van een rechtspersoonlijkheid bezittend onderdeel — krachtens het besluit tot vorming van het zelfstandige onderdeel, een deel van het vermogen van het voor de vorming van het nieuwe onderdeel reeds bestaande onderdeel, overeenkomstig een beschrijving, verkregen door het nieuw gevormde onderdeel op de wijze zoals aangegeven in artikel 2:334a e.v. Burgerlijk Wetboek.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-19-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
6

Bij generale regeling worden regels gesteld met betrekking tot de procedure die moet worden gevolgd als van de in lid 3 en 5 geboden mogelijkheid gebruikt wordt gemaakt. De generale regeling voorziet in ieder geval in publicatie van het voornemen tot fusie of splitsing in een daartoe geëigend medium, in ter inzage legging van de relevante documenten en financiële jaarstukken, in de mogelijkheid van crediteuren om daartegen bezwaar te maken en in de verplichting om bij de uiteindelijke besluitvorming te verantwoorden in hoeverre die bezwaren zijn ondervangen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-19-7

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
7

De samenvoeging, vereniging of splitsing die op voet van lid 3 of 5 wordt gerealiseerd, geschiedt bij notariële akte en wordt van kracht met ingang van de dag na die waarop de akte is verleden. Artikel 2:318 Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2.IV.

Ordinantie 2 De gemeenten

 

IV. Kerkelijke indeling

Artikel
20

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-20-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

IV. Kerkelijke indeling

Artikel 20.

Indeling in classes en regionale verbanden

Lid
1

De gemeenten worden door de kleine synode samengebracht in classes en de classes ingedeeld in regio’s.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 2-20-1, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 2-20-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

IV. Kerkelijke indeling

Artikel 20.

Indeling in classes en regionale verbanden

Lid
2

Wijzigingen in de kerkelijke indeling worden niet aangebracht dan op verzoek van of na overleg met de kerkenraden van de betrokken gemeenten, de brede moderamina van de classicale vergaderingen en — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — de synodale commissie van de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

Artikel

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3.I.

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Artikel
1-7

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-1-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Algemeen

Artikel 1.

De roeping tot het ambt

Lid
1

De roeping tot het ambt in de gemeente geschiedt van Christuswege door de gemeente bij monde van de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-1-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Algemeen

Artikel 1.

De roeping tot het ambt

Lid
2

De ambtsdragers worden geroepen op grond van een onder leiding van de kerkenraad gehouden verkiezing door de stemgerechtigde leden van de gemeente, dan wel, indien de orde van de kerk dit aangeeft, op grond van verkiezing door de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-1-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Algemeen

Artikel 1.

De roeping tot het ambt

Lid
3

Met het oog op de verkiezing herinnert de kerkenraad de gemeente aan de plaats en het werk van het ambt in de gemeente van de Heer.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-2-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Algemeen

Artikel 2.

De verkiezingsregeling

Lid
1

De verkiezing wordt gehouden volgens een door de kerkenraad vast te stellen regeling.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-2-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Algemeen

Artikel 2.

De verkiezingsregeling

Lid
2

Tot vaststelling of wijziging van deze regeling kan de kerkenraad overgaan met inachtneming van het bepaalde in ordinantie 4-7-2.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-2-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Algemeen

Artikel 2.

De verkiezingsregeling

Lid
3

De kerkenraad bepaalt, na de leden van de gemeente er in gekend en er over gehoord te hebben, of naast de belijdende leden ook de doopleden stemgerechtigd zijn en legt dit in de lid 1 genoemde regeling vast.
Om stemgerechtigd te zijn dienen doopleden de leeftijd van achttien jaar te hebben bereikt.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-2-3, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-2-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Algemeen

Artikel 2.

De verkiezingsregeling

Lid
4

De kerkenraad kan in de regeling opnemen dat bij volmacht kan worden gestemd, met dien verstande dat niemand meer dan twee gevolgmachtigde stemmen kan uitbrengen en alleen stemgerechtigde leden gevolmachtigde stemmen kunnen uitbrengen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-3-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 3.

De voorbereiding van de verkiezing van predikanten

Lid
1

Voordat overgegaan wordt tot de verkiezing en beroeping van een predikant vraagt de kerkenraad ter zake advies aan het daartoe aangewezen orgaan van de kerk. In geval van een vacature in een evangelisch-lutherse gemeente overlegt dit orgaan met het daartoe aangewezen orgaan van de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-3-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 3.

De voorbereiding van de verkiezing van predikanten

Lid
2

De kerkenraad gaat alleen over tot beroepingswerk indien de gemeente, blijkens een verklaring van het regionale college voor de behandeling van beheerszaken, in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-3-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 3.

De voorbereiding van de verkiezing van predikanten

Lid
3

De kerkenraad van een wijkgemeente begint de voorbereiding van de verkiezing en beroeping van een predikant eerst nadat de instemming van de algemeene kerkenraad is verkregen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-3-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 3.

De voorbereiding van de verkiezing van predikanten

Lid
4

In (wijk)gemeenten waaraan geen predikant voor gewone werkzaamheden is verbonden, geschieden de verkiezing en de beroeping van een predikant onder begeleiding van de door de werkgemeenschap of door het ringverband aangewezen consulent.
​In evangelisch-lutherse gemeenten worden de verkiezing en de beroeping van een predikant evenwel begeleid door de president van de evangelisch-lutherse synode of een door deze aan te wijzen plaatsvervanger die als consulent optreedt.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-3-4, besluit generale synode d.d. 23 september 2011 en 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-3-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 3.

De voorbereiding van de verkiezing van predikanten

Lid
5

Ter voorbereiding van de verkiezing en de beroeping van een predikant stelt de kerkenraad een beroepingscommissie in waarin naast leden van de kerkenraad in de regel een aantal andere gemeenteleden zitting heeft. In een gemeente met wijkgemeenten wijst ook de algemene kerkenraad uit zijn midden een lid aan.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-3-6

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 3.

De voorbereiding van de verkiezing van predikanten

Lid
6

De gemeente wordt uitgenodigd schriftelijk en ondertekend bij de kerkenraad aanbevelingen in te dienen van personen die naar haar mening voor verkiezing in aanmerking komen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-4-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
1

Voor de verkiezing tot predikant van een gemeente komen in aanmerking zij die in de Protestantse Kerk in Nederland tot het ambt van predikant beroepbaar zijn.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-4-1a

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
1a

Tot predikant voor gewone werkzaamheden is slechts beroepbaar degene die de opleiding tot predikant heeft voltooid en als zodanig beroepbaar is gesteld.
Degene die overeenkomstig ordinantie 3-23-2a beroepbaar is gesteld als predikant-geestelijk verzorger kan door de kleine synode beroepbaar worden gesteld tot predikant voor gewone werkzaamheden als betrokkene de daarvoor vereiste aanvullende opleiding heeft voltooid, behoudens — gelet op de bekwaamheden die betrokkene heeft verworven — door de kleine synode te verlenen ontheffing.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 3-4-1a, besluit generale synode d.d. 7 april 2006, ingegaan 1 juli 2006.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-4-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
2

Predikanten voor gewone werkzaamheden zijn pas beroepbaar wanneer zij ten minste vier jaar de gemeente waaraan zij verbonden zijn, hebben gediend.
Afwijking hiervan is slechts mogelijk met instemming van het breed moderamen van de classicale vergadering van de classis waartoe de gemeente behoort waaraan de betrokken predikant verbonden is.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-4-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
3

Een predikant kan niet binnen twee jaar voor de tweede maal worden beroepen in dezelfde vacature.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-4-3a

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
3a

Een predikant tegen wiens vervulling van het ambt ernstige bezwaren zijn gerezen, kan — indien deze bezwaren door het bevoegde college voor het opzicht in behandeling zijn genomen — geen beroep in overweging nemen zolang die behandeling niet onherroepelijk is geëindigd.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 3-4-3a, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-4-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
4

De kandidaatstelling met het oog op de verkiezing geschiedt door de kerkenraad. De kerkenraad van een wijkgemeente verricht de kandidaatstelling tezamen met de algemene kerkenraad in een gezamenlijke vergadering, waarbij elke van beide kerkenraden met de kandidatuur dient in te stemmen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-4-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
5

De verkiezing van een predikant vindt plaats in een door de kerkenraad belegde vergadering van de stemgerechtigde leden van de gemeente.
Gaat het om de verkiezing van een predikant die als predikant voor gewone werkzaamheden verbonden zal worden aan een wijkgemeente, dan geschiedt de verkiezing door de stemgerechtigde leden van de wijkgemeente.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-4-6

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
6

Voor het geval dat de kerkenraad één kandidaat ter verkiezing aan de gemeente voorstelt, is een meerderheid van twee derde van de uitgebrachtge geldige stemmen vereist om deze gekozen te kunnen verklaren.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-4-7

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
7

In een gemeente met meer dan 200 stemgerechtigde leden kan − met medewerking en goedvinden van het breed moderamen van de classicale vergadering − in de in artikel 2-1 bedoelde regeling worden bepaald dat in afwijking van het in lid 5 voorgeschrevene de verkiezing van de predikant geschiedt door de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-4-8

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
8

In afwijking van het bepaalde in dit artikel geschiedt in een gemeente met wijkgemeenten de verkiezing van een predikant met een bepaalde opdracht ten behoeve van de gemeente in haar geheel die niet tevens aan een wijkgemeente verbonden wordt, door de algemene kerkenraad. Deze predikant maakt als boventallig lid deel uit van de algemene kerkenraad.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-4-9

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
9

De kerkenraad maakt de naam van de gekozene aan de gemeente bekend om haar goedkeuring te verkrijgen met het oog op de beroeping.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-4-10

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
10

Bezwaren tegen de gevolgde verkiezingsprocedure kunnen worden ingebracht door stemgerechtigde leden van de gemeente en dienen uiterlijk vijf dagen na deze bekendmaking schriftelijk en ondertekend bij de kerkenraad te worden ingediend.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-4-10, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-4-11

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 4.

De verkiezing van predikanten

Lid
11

De kerkenraad zendt het bezwaarschrift binnen veertien dagen — onverminderd zijn verantwoordelijkheid te proberen zelf het bezwaar weg te nemen — door naar het college voor de behandeling van bezwaren en geschillen, dat terzake een einduitspraak doet.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-5-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 5.

De beroeping van predikanten

Lid
1

Indien geen bezwaren zijn ingebracht of de ingebrachte bezwaren ongegrond zijn bevonden, wordt de gekozen kandidaat door de kerkenraad beroepen tot predikant van de gemeente.
Gaat het om de beroeping van een predikant die als predikant voor gewone werkzaamheden verbonden zal worden aan een wijkgemeente, dan wordt deze beroepen door de wijkkerkenraad.
Gaat het om de beroeping van een predikant die als predikant voor gewone werkzaamheden verbonden zal worden aan een streekgemeente, dan wordt deze beroepen door de streekkerkenraad.
In geval van een combinatie van gemeenten geschiedt de beroeping van een predikant voor gewone werkzaamheden door de betrokken kerkenraden gezamenlijk.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-5-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 5.

De beroeping van predikanten

Lid
2

De kerkenraad stelt degene die beroepen is tot predikant van de gemeente een beroepsbrief ter hand, waarin omschreven staat wat de gemeente en de predikant elkaar verschuldigd zijn en wat de taak van de predikant in de gemeente is. De beroepsbrief wordt ondertekend door de preses en de scriba van de kerkenraad.
Bij het opstellen van de beroepsbrief wordt rekening gehouden met de vrijheid van het ambt van predikant als dienaar des Woords. De inhoud en de strekking van de beroepsbrief kunnen er dus niet toe leiden dat de predikant aan de kerkenraad of aan de gemeente ondergeschikt is.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-5-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 5.

De beroeping van predikanten

Lid
3

Bij de beroepsbrief behoort een aanhangsel met de schriftelijke opgave van de toegezegde inkomsten en rechten. Dit aanhangsel wordt ondertekend door de preses en de scriba van de (algemene) kerkenraad en door de voorzitter en de secretaris van het college van kerkrentmeesters.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-5-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 5.

De beroeping van predikanten

Lid
4

De beroepene doet binnen drie weken na de datum van de overhandiging van de beroepsbrief schriftelijk mededeling aan de kerkenraad of betrokkene het uitgebrachte beroep aanvaardt.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-5-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 5.

De beroeping van predikanten

Lid
5

De beroepen predikant die voor gewone werkzaamheden aan een gemeente verbonden is, vraagt na aanvaarding van het beroep aan de kerkenraad van deze gemeente een akte van losmaking. De kerkenraad zendt een afschrift van deze akte naar de scriba van de classicale vergadering van de classis waartoe die gemeente behoort.
De predikant in algemene dienst vraagt na aanvaarding van het beroep een akte van losmaking aan de ambtelijke vergadering die de predikant beroepen had tot algemene dienst.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-5-5, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-5-6

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 5.

De beroeping van predikanten

Lid
6

De bevestiging vindt plaats nadat approbatie is verleend door het breed moderamen van de classicale vergadering van de classis waartoe de gemeente waaraan de predikant verbonden zal worden, behoort.
Deze approbatie geschiedt wanneer is voldaan aan het in de orde van de kerk terzake van het beroepen en de bevestiging van een predikant bepaalde.
Indien approbatie is verleend, vinden de bevestiging en intrede plaats binnen drie maanden nadat het beroep is aangenomen, tenzij de kerkenraden en de beroepen predikant een later tijdstip overeenkomen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-5-7

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 5.

De beroeping van predikanten

Lid
7

De bevestiging dan wel de verbintenis vindt plaats in een kerkdienst met gebruikmaking van een daarvoor bestemde orde.
De bevestiging in het ambt van predikant geschiedt onder handoplegging.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-5-7, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-5-8

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Predikanten

Artikel 5.

De beroeping van predikanten

Lid
8

Indien buitengewone omstandigheden achteraf een ernstig beletsel voor de beroepene vormen om tot opvolging van het beroep over te gaan, kan de kerkenraad van de gemeente die het beroep uitbracht het door de beroepene gegeven woord teruggeven, mits de kerkenraad van de gemeente die door de beroepene wordt gediend, daarmee instemt.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-6-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
1

Verkiesbaarheid
a. De verkiezing van ouderlingen en diakenen geschiedt uit de stemgerechtigde leden van de (wijk)gemeente.
b. Doopleden kunnen (bij toepassing van ordinantie 3-2-3) eerst voor verkiezing in aanmerking komen, nadat de kerkenraad zich ervan vergewist heeft, met inachtneming van ordinantie 9-4-1 en 2, dat zij onder de belijdende leden kunnen worden opgenomen.
c. Slechts per geval en na instemming van de algemene kerkenraad kan een stemgerechtigd lid van een andere wijkgemeente tot ouderling of diaken verkozen worden.
d. Slechts per geval en na instemming van het breed moderamen van de classicale vergadering kan een stemgerechtigd lid van een andere gemeente tot ouderling of diaken verkozen worden.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-6, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-6-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
2

Aanbevelingen
Voorafgaande aan de verkiezing wordt de gemeente uitgenodigd schriftelijk en ondertekend bij de kerkenraad aanbevelingen in te dienen van personen die naar haar mening voor verkiezing in aanmerking komen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-6, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-6-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
3

Verkiezingsprocedure
a. Bij de aanbevelingen wordt het ambt vermeld waarvoor de betrokkene wordt aanbevolen.
b. Als voor dat ambt geen aanbevelingen zijn binnengekomen die door tien of meer stemgerechtigde leden worden ondersteund, geschiedt de verkiezing door de kerkenraad.
c. Als voor dat ambt aanbevelingen zijn binnengekomen die door tien of meer stemgerechtigde leden worden ondersteund, maakt de kerkenraad een lijst op met de namen van hen die voor dat ambt door tien of meer stemgerechtigde leden zijn aanbevoelen en die verkiesbaar zijn. De kerkenraad kan de lijst aanvullen met de namen van hen die door de kerkenraad zelf voor dat ambt worden aanbevolen.
d. Als het aantal namen op de lijst niet groter is dan het aantal vacatures voor dat ambt, worden de kandidaten door de kerkenraad verkozen verklaard.
e. Als het aantal namen op de lijst groter is dan het aantal vacatures voor dat ambt, geschiedt de verkiezing door de stemgerechtigde leden van de gemeente.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-6, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-6-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
4

Verkiezing door dubbeltallen
a. De stemgerechtigde leden van de (wijk)gemeente kunnen — telkens voor een periode van ten hoogste zes jaren — de kerkenraad machtigen om, in afwijking van lid 3, voor elke vacature afzonderlijk een dubbeltal vast te stellen.
b. In dat geval wordt bij de aanbevelingen de vacature vermeld waarvoor de aanbevolene in aanmerking komt.
c. Als voor een bepaalde vacature niet meer dan vier aanbevelingen met de naam van dezelfde persoon worden ingediend door stemgerechtigde leden van de gemeente, kan de verkiezing door de kerkenraad geschieden.
d. Als voor die vacature vijf of meer aanbevelingen met de naam van dezelfde persoon zijn ingediend door stemgerechtigde leden van de gemeente, kan de kerkenraad de aanbevolene als deze verkiesbaar is verkozen verklaren.
e. Als de kerkenraad van de onder c  en d genoemde bevoegdheid geen gebruik maakt of als voor die vacature de namen van twee of meer personen zijn ingediend die elk door vijf of meer stemgerechtigde leden van de gemeente zijn aanbevolen, stelt de kerkenraad voor deze vacature na kennisneming van de aanbevelingen een dubbeltal op, waaruit de verkiezign door de stemgerechtigde leden van de gemeente plaatsvinde.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-6, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-6-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
5

Ambtsdragers met een bepaalde opdracht
In afwijking van het in de leden 3 en 4 bepaalde kunnen ouderlingen en diakenen met een bepaalde opdracht verkozen worden door de kerkenraad uit de stemgerechtigde leden van de gemeente, nadat de leden van de gemeente in de gelegenheid zijn gesteld personen aan te bevelen die naar hun mening voor verkiezing in aanmerking komen.
Ambtsdragers met een bepaalde opdracht die door de algemene kerkenraad zijn verkozen ten behoeve van de gemeente in haar geheel, maken als boventallig lid deel uit van de algemene kerkenraad en kunnen tevens, op verzoek van de wijkkerkenraad van de wijkgemeente waartoe zij behoren, deel uitmaken van die wijkkerkenraad.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-6, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-6-6

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
6

Aanvaarding
Zij die zijn verkozen geven uiterlijk een week nadat zij in kennis zijn gesteld van hun roeping tot het ambt, bericht op zij deze roeping aanvaarden.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-6, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-6-7

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
7

Bekendmaking
Nadat degenen die verkozen zijn hun roeping hebben aanvaard, maakt de kerkenraad hun namen aan de gemeente bekend om haar goedkeuring te verkrijgen met het oog op hun bevestiging respectievelijk verbintenis.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-6, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-6-8

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
8

Bezwaren
Bezwaren tegen de gevolgde verkiezingsprocedure of tegen de bevestiging (dan wel in geval van een herverkiezing de verbintenis) van een gekozene kunnen worden ingebracht door stemgerechtigde leden van de gemeente en dienen uiterlijk vijf dagen na deze bekendmaking schriftelijk en ondertekend bij de kerkenraad te worden ingediend.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-6, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-6-9

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
9

Behandeling
De kerkenraad probeert het bezwaar weg te nemen. Als het niet wordt ingetrokken zendt de kerkenraad binnen veertien dagen na ontvangst het bezwaarschrift indien het gaat om een bezwaar tegen de gevolgde verkiezingsprocedure, door naar het regionale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen en, indien het gaat om een bezwaar tegen de bevestiging dan wel verbintenis van de gekozene, naar het regionale college voor het opzicht.
Het regionale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen doet terzake een einduitspraak.
Het regionale college voor het opzicht doet, indien het de bezwaren ongegrond verklaart, een einduitspraak. Tegen de uitspraak van het regionale college voor het opzicht is, indien het de bezwaren gegrond verklaart, beroep bij het generale college voor het opzicht mogelijk binnen 30 dagen na de dag waarop de beslissing van het regionale college is verzonden.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-6, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-6-10

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 6.

De verkiezing van ouderlingen en diakenen

Lid
10

Bevestiging of verbintenis
Indien geen bezwaren zijn ingebracht of de ingebrachte bezwaren ongegrond zijn bevonden, vindt — met inachtneming van het in ordinantie 9-5-4 bepaalde — de bevestiging dan wel bij aansluitende herverkiezing de verbintenis plaats in een kerkdienst met gebruikmaking van een daarvoor bestemde orde. De bevestiging kan onder handoplegging geschieden.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-6, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-7-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 7.

De ambtstermijn van ouderlingen en diakenen

Lid
1

De eerste ambtstermijn van ouderlingen en diakenen is in de regel vier jaar. Zij zijn telkens terstond als ambtsdrager herkiesbaar, voor een per geval vast te stellen termijn van tenminste twee jaar en ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat zij niet langer dan twaalf aaneengesloten jaren ambtsdrager kunnen zijn.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-7-1, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 november 2011.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-7-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 7.

De ambtstermijn van ouderlingen en diakenen

Lid
2

Zij die niet terstond herkiesbaar zijn, zijn eerst na afloop van een tijdvak van elf maanden na de datum waarop hun ambtstermijn volgens het rooster van aftreden verstreken is, verkiesbaar.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-7-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 7.

De ambtstermijn van ouderlingen en diakenen

Lid
3

Indien een ambtsdrager is afgevaardigd naar een meerdere vergadering of als ambtsdrager zitting heeft in een regionaal of generaal college, kan de kerkenraad de ambtstermijn verlengen tot het einde van de termijn waarvoor deze als afgevaardigde is aangewezen of als lid is benoemd.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-7-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 7.

De ambtstermijn van ouderlingen en diakenen

Lid
4

De kerkenraad stelt voor de ouderlingen en diakenen een rooster van aftreden vast. Wanneer het gaat om de vervulling van een tussentijds ontstane vacature, handelt de kerkenraad met betrekking tot de datum van aftreden naar bevind van zaken.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-7-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 7.

De ambtstermijn van ouderlingen en diakenen

Lid
5

Aftredende ambtsdragers houden zo mogelijk in de kerkenraad zitting tot hun opvolgers zijn bevestigd, doch in elk geval niet langer dan zes maanden na de datum waarop hun ambtstermijn volgens het rooster van aftreden verstreken is.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-7-6

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

I. De verkiezing van ambtsdragers in de gemeente

Ouderlingen en diakenen

Artikel 7.

De ambtstermijn van ouderlingen en diakenen

Lid
6

In de plaatselijke regeling voor de verkiezing van ambtsdragers wordt vastgesteld in welke maand de verkiezing van ouderlingen en diakenen wordt gehouden.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3.II.

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

II. Het dienstwerk van de predikanten, de ouderlingen en de diakenen

Artikel
8-11

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-8-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

II. Het dienstwerk van de predikanten, de ouderlingen en de diakenen

Artikel 8.

Algemeen

Lid
1

De ambtsdragers geven in de uitoefening van hun taken op een zodanige wijze uitdrukking aan hun gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de opbouw van de gemeente dat de bijzondere verantwoordelijkheid van elk van de drie ambten tot haar recht komt.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-8-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

II. Het dienstwerk van de predikanten, de ouderlingen en de diakenen

Artikel 8.

Algemeen

Lid
2

De kerkenraad kan een ambtsdrager een bepaalde taak toevertrouwen en deze op grond daarvan van een deel van de in artikel 9, 10 of 11 genoemde taken vrijstellen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-8-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

II. Het dienstwerk van de predikanten, de ouderlingen en de diakenen

Artikel 8.

Algemeen

Lid
3

Niemand kan in een gemeente meer dan één ambt dragen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-9-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

II. Het dienstwerk van de predikanten, de ouderlingen en de diakenen

Artikel 9.

Het dienstwerk van de predikanten

Lid
1

Tot opbouw van de gemeenten is aan de predikanten toevertrouwd
- de bediening van Woord en sacramenten door
  - de verkondiging van het Woord;
  - het voorgaan in de kerkdiensten;
  - de bediening van de doop;
  - de bediening van het avondmaal;
  - het afnemen van de openbare geloofsbelijdenis;
  - het bevestigen van ambtsdragers en het inleiden van hen die in een bediening worden gesteld;
  - het leiden van trouwdiensten en van diensten van rouwdragen en gedenken;
- de catechese en de toerusting;
- het verkondigen van het evangelie in de wereld;
- en zo zij daartoe geroepen worden, het dienen van de kerk in de meerdere vergaderingen
en tezamen met de ouderlingen
- de herderlijke zorg, onder meer door het bezoeken van de leden van de gemeente en
- het opzicht over de leden van de gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-9-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

II. Het dienstwerk van de predikanten, de ouderlingen en de diakenen

Artikel 9.

Het dienstwerk van de predikanten

Lid
2

Een predikant is alleen bevoegd buiten de eigen gemeente werkzaamheden te verrichten die gerekend kunnen worden te behoren tot het dienstwerk van een predikant, met goedvinden van de kerkenraad van de andere gemeente of in opdracht van een meerdere vergadering van de kerk.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-10-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

II. Het dienstwerk van de predikanten, de ouderlingen en de diakenen

Artikel 10.

Het dienstwerk van de ouderlingen

Lid
1

Tot opbouw van de gemeente is aan de ouderlingen toevertrouwd
- de zorg voor de gemeente als gemeenschap;
- het dragen van medeverantwoordelijkheid voor de bediening van Woord en sacramenten;
- de ambtelijke tegenwoordigheid in de kerkdiensten;
- het toerusten van de gemeente tot het vervullen van haar pastorale en missionaire roeping
- en zo zij daartoe geroepen worden, het dienen van de kerk in de meerdere vergaderingen
en tezamen met de predikanten
- de herderlijke zorg, onder meer door het bezoeken van de leden van de gemeente en
- het opzicht over de leden van de gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-10-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

II. Het dienstwerk van de predikanten, de ouderlingen en de diakenen

Artikel 10.

Het dienstwerk van de ouderlingen

Lid
2

Aan de ouderlingen die in het bijzonder zijn aangewezen tot kerkrentmeester is bovendien toevertrouwd, tezamen met de andere kerkrentmeesters,
- de verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente van niet-diaconale aarde,
- het bijhouden van de registers van de gemeenteleden en van het doopboek, het belijdenisboek en het trouwboek.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-11-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

II. Het dienstwerk van de predikanten, de ouderlingen en de diakenen

Artikel 11.

Het dienstwerk van de diakenen

Lid
1

Tot opbouw van de gemeente met het oog op haar dienst in de wereld is aan de diakenen toevertrouwd
- de ambtelijke tegenwoordigheid in de kerkdiensten;
- de dienst aan de Tafel van de Heer;
- het mede voorbereiden van de voorbeden;
- het inzamelen en besteden van de liefdegaven;
- het toerusten van de gemeente tot het vervullen van haar diaconale roeping;
- het verlenen van bijstand, verzorging of bescherming aan hen die dat behoeven;
- het nemen of ondersteunen van initiatieven die gericht zijn op het bevorderen van het maatschappelijk welzijn;
- het dienen van de gemeente en de kerk in haar bemoeienis met betrekking tot sociale vraagstukken en het aanspreken van de overheid en de samenleving op haar verantwoordelijkheid dienaangaande;
- en zo zij daartoe geroepen worden, het dienen van de kerk in de meerdere vergaderingen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3.III.

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel
12-14

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-12-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 12.

Kerkelijk werkers

Lid
1

Met het oog op de vervulling van de roeping van kerk en gemeente kunnen belijdende leden van de kerk toegelaten worden om als kerkelijk werker benoemd te worden.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-12, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-12-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 12.

Kerkelijk werkers

Lid
2

Een kerkelijk werker verricht arbeid in een gemeente, een classis, de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen of in de kerk als geheel ten behoeve van
− de missionaire arbeid,
− het jeugd- en jongerenwerk,
− de vorming, de toerusting en de catechese,
− de pastorale arbeid,
− de diaconale arbeid,
− de gemeenteopbouw of
waar de orde van de kerk dit aangeeft.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-12, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-12-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 12.

Kerkelijk werkers

Lid
3

De generale synode stelt, gehoord het daarvoor aangewezen orgaan van de kerk, de vereisten en de eindtermen vast voor de opleiding en vorming van kerkelijk werkers.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-12, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-12-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 12.

Kerkelijk werkers

Lid
4

Zij die toegelaten zijn om als kerkelijk werker benoemd te worden, worden opgenomen in een register dat wordt bijgehouden door de kleine synode.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-12, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-12-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 12.

Kerkelijk werkers

Lid
5

Kerkelijk werkers worden benoemd in een gemeente door de kerkenraad en anders door de classicale vergadering, de evangelisch-lutherse synode of de generale synode.
Zij verrichten hun werkzaamheden onder verantwoordelijkheid van de ambtelijke vergadering die hen heeft benoemd.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-12, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-12-6

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 12.

Kerkelijk werkers

Lid
6

Kerkelijk werkers die benoemd zijn in een gemeente worden in de regel verkozen tot ouderling of diaken met bepaalde opdracht en zijn dan boventallig lid van de kerkenraad.
De verkiezing geschiedt door de kerkenraad.
In afwijking van het bepaalde in artikel 3-7 is hun ambtstermijn gelijk aan de duur van hun opdracht.
Zij worden aangeduid als ouderling-kerkelijk werker respectievelijk diaken-kerkelijk werker.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-12, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-12-7

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 12.

Kerkelijk werkers

Lid
7

Wanneer de kerkenraad voornemens is een kerkelijk werker te benoemen om als ouderling of diaken met bepaalde opdracht de gemeente te dienen, wordt de gemeente in gelegenheid gesteld bij de kerkenraad aanbevelingen in te dienen van personen die naar haar mening voor benoeming in aanmerking komen.
Overigens is het bepaalde in artikel 6, de leden 7 tot en met 10 van overeenkomstige toepassing.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-12, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-12-8

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 12.

Kerkelijk werkers

Lid
8

Kerkelijk werkers worden aangesteld met inachtneming van de generale regeling voor de kerkelijke werkers.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-12, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-12-9

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 12.

Kerkelijk werkers

Lid
9

Kerkelijk werkers zijn verplicht tot het volgen van scholing overeenkomstig het bepaalde in de generale regeling permanente educatie.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-12, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-12-10

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 12.

Kerkelijk werkers

Lid
10

Door de kleine synode kan aan belijdende leden die zijn ingeschreven in het register als bedoeld in lid 4, een preekconsent worden verleend, met inachtneming van het bepaalde in de generale regeling preekconsent.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-12, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-12-11

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 12.

Kerkelijk werkers

Lid
11

Het breed moderamen van een classicale vergadering kan op verzoek van de kerkenraad van een (wijk)gemeente die in bijzondere omstandigheden verkeert, aan degene die
− in die (wijk)gemeente is benoemd tot kerkelijk werker
− bevestigd is tot ouderling of diaken met een bepaalde opdracht en
− de bevoegdheid heeft ontvangen als bedoeld in lid 10,
de bevoegdheid ter plaatse verlenen tot de bediening van doop en avondmaal, het afnemen van de belijdenis van het geloof, de bevestiging van ambtsdragers, het leiden van trouwdiensten en het uitspreken van de zegen, een en ander naar regels gesteld in de generale regeling kerkelijk werkers.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-12, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-12-12

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 12.

Kerkelijk werkers

Lid
12

De verlening van deze bevoegdheid wordt in een kerkdienst bekrachtigd onder handoplegging door een predikant van de kerk.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-12, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-12-13

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 12.

Kerkelijk werkers

Lid
13

Kerkelijk werkers op wie lid 11 van toepassing is, nemen deel aan de werkzaamheden van de werkgemeenschap van predikanten van het gebied waartoe de betreffende gemeente behoort.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-12, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-12-14

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 12.

Kerkelijk werkers

Lid
14

Kerkelijk werkers kunnen geen lid zijn van het college van kerkrentmeesters en onthouden zich van deelname aan besprekingen met betrekking tot hun rechtspositie.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-12, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-13-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 13.

De kerkelijk werker met bijzondere opdracht

Lid
1

Een kerkelijk werker met bijzondere opdracht werkt in een instelling die de betrokkene aanstelt.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-13, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-13-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 13.

De kerkelijk werker met bijzondere opdracht

Lid
2

Een bijzondere opdracht kan aan een kerkelijk werker worden verleend door de (algemene) kerkenraad of de classicale vergadering binnen het gebied waarvan de instelling gelegen is.
Wanneer de bijzondere opdracht is verleend door de (algemene) kerkenraad wordt de kerkelijk werker in de regel door de betreffende kerkenraad boventallig voor de duur van de werkzaamheden verkozen tot ouderling met een bepaalde opdracht.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-13, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-13-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 13.

De kerkelijk werker met bijzondere opdracht

Lid
3

De ambtelijke vergadering die de bijzondere opdracht verleent, treft een regeling met de betrokken insteling waarin wordt vastgelegd dat
− de ambtelijke vergadering verantwoordelijk is voor het werk dat de kerkelijk werker uit hoofde van ambt of bediening verricht en
− de gemeente respectievelijk de classis geen financiële verplichting jegens de kerkelijk werker heeft.
Deze regeling behoeft de instemming van het breed moderamen van de classicale vergadering.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-13, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-13-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 13.

De kerkelijk werker met bijzondere opdracht

Lid
4

De ambtelijke vergadering stelt een commissie in die de betrokken kerkelijk werker begeleidt in het uitvoeren van de werkzaamheden.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-13, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-13-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 13.

De kerkelijk werker met bijzondere opdracht

Lid
5

Op kerkelijk werkers met een bijzondere opdracht is het bepaalde in artikel 12 lid 9 tot en met 13 van overeenkomstige toepassing.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-13, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-13-6

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 13.

De kerkelijk werker met bijzondere opdracht

Lid
6

De bijzondere opdracht wordt beëindigd op het moment dat de aanstelling bij de instelling eindigt of bij toepassing van ord. 10-9-7 sub c of d.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-13, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-13-7

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 13.

De kerkelijk werker met bijzondere opdracht

Lid
7

Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op kerkelijk werkers die naar het bepaalde in ord. 2-18a-6 in dienst zijn van een missionaire organisatie met het oog op de opbouw van een missionaire (wijk)gemente.1, 2


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-13-7, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.
2 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-13, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-13a-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 13a.

Bediening

Lid
1

Kerkelijk werkers die niet als ouderling of diaken met bepaalde opdracht worden bevestigd, worden door de ambtelijke vergadering die hen benoemde, in de bediening gesteld.
Kerkmusici kunnen in de bediening worden gesteld.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-13a, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-13a-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 13a.

Bediening

Lid
2

Zij worden in hun bediening ingeleid in een kerkdienst door een predikant met gebruikmaking van een daarvoor bestemde orde.
Zij leggen daarbij de belofte af dat zij
− bereid zijn in het werk van hun bediening te getuigen van het heil in Christus Jezus en te blijven in de weg van het belijden van de kerk;
− bereid zijn ijverig en trouw hun arbeid te verrichten en
− bereid zijn zich te onderwerpen aan de regels die in de orde van de kerk zijn gesteld.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-13a, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-13a-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 13a.

Bediening

Lid
3

Zij die in de bediening zijn gesteld, kunnen worden uitgenodigd om als adviseur deel te nemen aan de vergaderingen van de kerkenraad.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-13a, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-14-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 14.

Functies

Lid
1

Ten behoeve van de arbeid anders dan bedoeld in art. 12-2, in een gemeente, een classis, voor de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen of in de kerk als geheel kunnen door of vanwege de desbetreffende ambtelijke vergadering in een functie medewerkers worden benoemd.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-14-1, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-14-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 14.

Functies

Lid
2

Zij die op arbeidsovereenkomst in een functie werkzaam zullen zijn, worden aangesteld volgens het bepaalde in artikel 28.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-14-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

III. Kerkelijk werk en overige functies

Artikel 14.

Functies

Lid
3

Zij die op arbeidsovereenkomst in de gemeente in een functie werkzaam zijn, kunnen in die gemeente geen lid zijn van de kerkenraad of van het college van kerkrentmeesters.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-14-3 besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3.IV.

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

Artikel
15-28

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-15-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Artikel 15.

Onderscheid in ambtelijke werkzaamheden

Lid
1

Zij die zijn toegelaten tot het ambt van predikant in de Protestantse Kerk in Nederland kunnen worden beroepen tot en bevestigd in het ambt van predikant om verbonden te worden aan een gemeente, een classis, de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen of de kerk.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-15-1, besluit generale synode d.d. 7 april 2006, ingegaan 1 juli 2006.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-15-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Artikel 15.

Onderscheid in ambtelijke werkzaamheden

Lid
2

De predikanten van de kerk worden onderscheiden in dienstdoende predikanten en predikanten buiten vaste bediening.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-15-2, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-15-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Artikel 15.

Onderscheid in ambtelijke werkzaamheden

Lid
3

De dienstdoende predikanten worden onderscheiden in
- predikanten, bevestigd als predikant voor gewone werkzaamheden, dan wel als predikant in algemene dienst of als predikant met een bijzondere opdracht; en
- predikanten-geestelijk verzorger, bevestigd als predikant in algemene dienst dan wel als predikant met een bijzondere opdracht.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-15-3, besluit generale synode d.d. 7 april 2006, ingegaan 1 juli 2006.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-15-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Artikel 15.

Onderscheid in ambtelijke werkzaamheden

Lid
4

De predikanten buiten vaste bediening worden onderscheiden in:
− emeritus predikanten
− beroepbare predikanten
− overige van de werkzaamheden ontheven predikanten.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-15-4, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-15-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Artikel 15.

Onderscheid in ambtelijke werkzaamheden

Lid
5

Indien in de orde van de kerk sprake is van predikant wordt daarmee bedoeld de dienstdoende predikant, tenzij uit enige bepaling van ordinantie of generale regeling blijkt dat de desbetreffende bepaling alleen betrekking heeft op de predikant voor gewone werkzaamheden.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-15-5, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.
Vgl. eerdere wijziging kerkorde, ordinantie 3-15-5, besluit generale synode, d.d. 7 april 2006, ingegaan 1 juli 2006: Indien in de orde van de kerk sprake is van predikant wordt daarmee bedoeld zowel de predikant voor gewone werkzaamheden als de predikant in algemene dienst, de predikant met een bijzondere opdracht en de predikant-geestelijk verzorger, tenzij uit enige bepaling van ordinantie of generale regeling blijkt dat de desbetreffende bepaling alleen betrekking heeft op de predikant voor gewone werkzaamheden.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-16-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 16.

Algemeen

Lid
1

Een predikant voor gewone werkzaamheden verricht de arbeid die volgens het bepaalde in artikel 9-1 aan de predikant is toevertrouwd.
De kerkenraad kan een predikant voor gewone werkzaamheden een bepaalde taak toevertrouwen en op grond daarvan deze predikant van een deel van de gewone werkzaamheden vrijstellen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-16-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 16.

Algemeen

Lid
2

De beroeping en bevestiging tot predikant voor gewone werkzaamheden geschieden volgens het bepaalde in de artikelen 1 tot en met 5.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-16-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 16.

Algemeen

Lid
3

Een predikant voor gewone werkzaamheden woont binnen de grenzen van de gemeente waaraan deze verbonden is. Indien de predikant verbonden is aan een wijkgemeente woont deze binnen de grenzen van de gemeente waartoe de wijkgemeente behoort.
Op verzoek van de predikant kan de (algemene) kerkenraad toestemming verlenen om buiten de grenzen van de gemeente te wonen. De predikant en de (algemene) kerkenraad zijn gehouden in overleg voldoende maatregelen te treffen met het oog op de beschikbaarheid en bereikbaarheid van de predikant.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-16-3, besluit generale synode d.d. 22 april 2010, ingegaan 22 april 2010.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-16-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 16.

Algemeen

Lid
4

Voor een predikant voor gewone werkzaamheden geldt een rechtspositieregeling, waarin het traktement, de pensioenvoorziening en de bijkomende voorwaarden zijn beschreven.
Deze rechtspositieregeling, neergelegd in de generale regeling voor de rechtspositie van predikanten, komt tot stand na overleg met het daartoe aangewezen orgaan van de kerk. De uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld in het georganiseerd overleg.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-16-4, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-16-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 16.

Algemeen

Lid
5

De kerkenraad van de gemeente waaraan de predikant verbonden is, is gehouden tot de uitbetaling van het traktement en de vergoedingen en de toepassing van de overige regelingen, zoals bepaald in de generale regeling voor de rechtspositie van predikanten. Indien de predikant verbonden is aan een wijkgemeente, berust deze verplichting op de algemene kerkenraad.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-16-5, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-17-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 17.

Predikanten in deeltijdfunctie

Lid
1

Een predikant of een proponent die beroepen wordt tot predikant voor gewone werkzaamheden, kan geroepen worden de ambtelijke werkzaamheden te verrichten in een deel van de volledige werktijd. De omvang van dit deel van de volledige werktijd dient ten minste een derde van de volledige werktijd te bedragen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-17-1, besluit generale synode d.d. 11 november 2011, ingegaan 11 november 2011.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-17-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 17.

Predikanten in deeltijdfunctie

Lid
2

Voor het uitbrengen van een beroep tot het verrichten van ambtelijke werkzaamheden in een deel van de volledige werktijd en voor het wijzigen van het percentage van de volledige werktijd waarvoor een predikant is beroepen, dient toestemming verkregen te worden van het breed moderamen van de classicale vergadering, en als het gaat om een evangelisch-lutherse gemeente tevens van de synodale commissie van de evangelisch-lutherse synode.
Bij de vraag om toestemming dient de in lid 3 bedoelde beschrijving te worden meegezonden.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-17-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 17.

Predikanten in deeltijdfunctie

Lid
3

In de beroepsbrief dient een nauwkeurige beschrijving te zijn opgenomen van de omvang van de werkzaamheden die binnen de in de beroepsbrief aangeduide werktijd dienen te worden verricht. Tevens dient in de beroepsbrief te worden aangegeven voor welke delen van het in artikel 9-1 omschreven dienstwerk van de predikant een andere voorziening wordt getroffen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-17-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 17.

Predikanten in deeltijdfunctie

Lid
4

Een predikant voor gewone werkzaamheden die de toevertrouwde arbeid verricht in een deel van de volledige werktijd, woont zo mogelijk binnen de grenzen van de gemeente waaraan deze verbonden is.
Indien de predikant met een deeltijdfunctie buiten de grenzen van de gemeente woont, zijn de predikant en de (algemene) kerkenraad gehouden in overleg voldoende maatregelen te treffen met het oog op de beschikbaarheid en de bereikbaarheid van de predikant.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-17-4, besluit generale synode d.d. 22 april 2010, ingegaan 22 april 2010.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-18-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 18.

Predikanten in tijdelijke dienst

Lid
1

Een predikant voor gewone werkzaamheden wordt beroepen voor onbepaalde tijd.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-18-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 18.

Predikanten in tijdelijke dienst

Lid
2

In bijzondere omstandigheden kan een predikant of een proponent beroepen worden voor de duur van een nader aan te geven aantal jaren. Dit aantal jaren bedraagt ten minste vier.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-18-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 18.

Predikanten in tijdelijke dienst

Lid
3

Voor het uitbrengen van een beroep op een predikant of een proponent voor een beperkt aantal jaren dient toestemming gegeven te worden door het breed moderamen van de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-18-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 18.

Predikanten in tijdelijke dienst

Lid
4

Het voor een beperkt aantal jaren aangegane verband kan alleen worden verlengd voor onbepaalde tijd. Vindt geen verlenging plaats, dan wordt de predikant ontheven van de werkzaamheden. Betrokkene behoudt als predikant van de kerk de bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten, en is, tenzij deze de kleine synode laat weten dat de omstandigheden het onmogelijk maken een beroep in overweging te nemen, beroepbaar predikant voor een periode van vier jaar. Deze periode kan telkens met vier jaar door de kleine synode worden verlengd.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-18-4, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-19-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 19.

Vrijstelling van werkzaamheden

Lid
1

Indien in een gemeente spanningen optreden in verband met ontwikkelingen in de gemeente of het functioneren van de predikant kan het breed moderamen van de classicale vergadering na overleg met de kerkenraad en met de predikant en in geval van een predikant die verbonden is aan een evangelisch-lutherse gemeente in overleg met de evangelisch-lutherse synodale commissie, de predikant gevraagd of ongevraagd gedurende enige tijd gehele of gedeeltelijke vrijstelling van werkzaamheden verlenen.
Een besluit daartoe kan eerst worden genomen na overleg met het regionale college voor de visitatie.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-19-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 19.

Vrijstelling van werkzaamheden

Lid
2

De vrijstelling wordt verleend voor een beperkte periode. Gedurende deze periode onthoudt de predikant zich van de ambtswerkzaamheden waarvoor vrijstelling is verleend.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-20-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 20.

Ontheffing van werkzaamheden

Lid
1

Indien door oorzaken gelegen bij de gemeente of door oorzaken gelegen in de persoon van de betrokken predikant of door andere oorzaken — in een gemeente zulke spanningen rijzen, dat de vraag rijst of de predikant deze gemeente nog langer met stichting kan dienen, kan het breed moderamen van de classicale vergadering op verzoek van de predikant, op verzoek van de kerkenraad of uit eigen beweging, gehoord het regionale college voor de visitatie aan het generale college voor de ambtsontheffing vragen een oordeel uit te spreken.
Het college spreekt zijn oordeel uit, gehoord de predikant, de kerkenraad en — en voor zover nodig — het regionale college voor de visitatie. In het geval dat een predikant verbonden is aan een wijkgemeente, wordt zowel de wijkkerkenraad als de algemene kerkenraad gehoord. In geval van een predikant verbonden aan een evangelisch-lutherse gemeente, dient bovendien de medewerking verkregen te worden van de evangelisch-lutherse synode.
Tegen het oordeel van het generale college kan men in beroep gaan bij het generale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-20-1, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-20-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 20.

Ontheffing van werkzaamheden

Lid
2

Is het generale college van oordeel dat de predikant de gemeente niet langer met stichting kan dienen, dan bepaalt het een termijn van ten minste drie en ten hoogste twaalf maanden binnen welke de predikant de gelegenheid heeft zich door het aanvaarden van een beroep of door een verzoek om ontheffing van de werkzaamheden dan wel van het ambt naar dit oordeel te voegen. Gedurende deze periode blijft de predikant aan de gemeente verbonden.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-20-2, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-20-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 20.

Ontheffing van werkzaamheden

Lid
3

De behandeling van een zaak als bedoeld in dit artikel geschiedt met inachtneming van het in de generale regeling voor de kerkelijke rechtspraak bepaalde.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-20-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 20.

Ontheffing van werkzaamheden

Lid
4

Na afloop van de vastgestelde termijn wordt de betrokken predikant ontheven van de werkzaamheden en losgemaakt van de gemeente. Betrokkene behoudt als predikant van de kerk de bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten, en is, tenzij deze de kleine synode laat weten dat de omstandigheden het onmogelijk maken een beroep in overweging te nemen, beroepbaar predikant voor een periode van vier jaar. Deze periode kan telkens met vier jaar door de kleine synode worden verlengd.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-20-4, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-20-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 20.

Ontheffing van werkzaamheden

Lid
5

Aan de losgemaakte predikant wordt een wachtgeld toegekend met inachtneming van de bepalingen van de generale regeling rechtspositie predikanten.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-20-5, besluit generale synode, d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-21-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 21.

Ontheffing van het ambt

Lid
1

Indien het generale college voor de ambtsontheffing, bij het oordeel dat een predikant de gemeente waaraan hij verbonden is, niet langer met stichting kan dienen, van oordeel is dat de predikant niet bekwaam is om enige gemeente met stichting te dienen of in een andere functie met vrucht als predikant werkzaam te zijn kan het generale college deze predikant ontheffen van het ambt van predikant.
Het generale college kan een dergelijke beslissing slechts nemen gehoord de predikant en het regionale college voor de visitatie en met ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen.
In geval van een predikant verbonden aan een evangelisch-lutherse gemeente, dient bovendien de medewerking verkregen te worden van de evangelisch-lutherse synode.
Tegen het oordeel van het generale college kan men in beroep gaan bij het generale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-21-1, besluit generale synode d.d. 24 april 2015, ingegaan 24 april 2015.
Eerdere wijziging kerkorde, ordinantie 3-21-1, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013, en besluit generale synode d.d. 25 april 2013, ingegaan 25 april 2013:
Indien het generale college voor de ambtsontheffing, bij het oordeel dat een predikant de gemeente waaraan hij verbonden is, niet langer met stichting kan dienen, van oordeel is dat de predikant niet bekwaam is om enige gemeente met stichting te dienen of in een andere functie met vrucht als predikant werkzaam te zijn kan het generale college deze predikant ontheffen van het ambt van predikant.
De kleine synode is bevoegd het generale college voor de ambtsontheffing om een zelfde oordeel te vragen, indien ten aanzien van een predikant in samenhang met de toepassing van een middel van kerkelijke tucht als bedoeld in ordinantie 10-9-7 hetzij supervisie is uitgeoefend conform het in ordinantie 10-9-7a bepaalde, zonder dat het beoogde resultaat werd bereikt, hetzij een onderzoek naar de geschiktheid heeft geleid tot een negatief oordeel.
Het generale college kan een dergelijke beslissing slechts nemen gehoord de predikant en het regionale college voor de visitatie en met ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen.
In geval van een predikant verbonden aan een evangelisch-lutherse gemeente, dient bovendien de instemming verkregen te worden van de evangelisch-lutherse synode.
Tegen het oordeel van het generale college kan men in beroep gaan bij het generale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-21-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 21.

Ontheffing van het ambt

Lid
2

De behandeling van een zaak als bedoeld in dit artikel geschiedt met inachtneming van het in de generale regeling voor de kerkelijke rechtspraak bepaalde.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-21-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 21.

Ontheffing van het ambt

Lid
3

Aan de onthevene wordt een wachtgeld toegekend met inachtneming van de bepalingen van de generale regeling rechtspositie predikanten.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-21-3, besluit generale synode, d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-22-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 22.

Predikanten in algemene dienst

Lid
1

Een predikant in algemene dienst verricht werkzaamheden die naar het oordeel van de desbetreffende ambtelijke vergadering, in rechtstreeks verband staan met de vervulling van het ambt van predikant en uitgaan van een classis, de in een door de kleine synode aangewezen regio samenwerkende classes, de evangelisch-lutherse synode of de kerk.
De ambtelijke vergadering laat zijn oordeel dat de werkzaamheden in rechtstreeks verband staan met de vervulling van het ambt van predikant, toetsen door of vanwege de kleine synode.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-22-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 22.

Predikanten in algemene dienst

Lid
2

Een predikant in algemene dienst wordt beroepen door een classicale vergadering, de evangelisch-lutherse synode of de generale synode, voor de duur van de werkzaamheden die de predikant worden opgedragen.
De predikant wordt beroepen tot predikant dan wel tot predikant-geestelijk verzorger.
Na beëindiging van de opdracht zonder voorafgaande ontheffing van of ontzetting uit het ambt wordt de betrokken predikant ontheven van de werkzaamheden. Betrokkene behoudt als predikant van de kerk de bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten, en is, tenzij deze de kleine synode laat weten dat de omstandigheden het voor betrokkene onmogelijk maken een beroep in overweging te nemen, beroepbaar predikant voor een periode van vier jaar. Deze periode kan telkens met vier jaar door de kleine synode worden verlengd.1, 2


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-22-2, besluit generale synode d.d. 7 april 2006, ingegaan 1 juli 2006.
2 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-22-2, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-22-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 22.

Predikanten in algemene dienst

Lid
3

De ambtelijke vergadering stelt de beroepene een beroepsbrief ter hand, waarin omschreven staat wat de ambtelijke vergadering en de predikant elkaar verschuldigd zijn, met verwijzing naar de rechtspositieregeling, bedoeld in artikel 28. Bij aanvaarding van het beroep is artikel 5-5 van toepassing.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-22-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 22.

Predikanten in algemene dienst

Lid
4

Een predikant in algemene dienst wordt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 5-7, bevestigd in een kerkdienst van een gemeente, binnen het gebied waarin deze werkzaam zal zijn.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-22-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 22.

Predikanten in algemene dienst

Lid
5

De ambtelijke vergadering die de predikant in algemene dienst beriep laat deze predikant begeleiden door een door haar in te stellen commissie. De betrokken predikant woont de vergaderingen van deze commissie bij.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-22-6

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 22.

Predikanten in algemene dienst

Lid
6

De zorg voor het onderhoud van een predikant in algemene dienst berust bij de ambtelijke vergadering die deze predikant beriep, en geschiedt met inachtneming van de rechtspositieregeling voor kerkelijke medewerkers.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-22-7

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 22.

Predikanten in algemene dienst

Lid
7

Een predikant of een proponent die beroepen wordt tot predikant in algemene dienst, kan geroepen worden de werkzaamheden te verrichten in een deel van de volledige werktijd.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-23-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 23.

Predikanten met een bijzondere opdracht

Lid
1

Een predikant met een bijzondere opdracht verricht werkzaamheden die in rechtstreeks verband staan met de vervulling van het ambt van predikant doch niet uitgaan van een ambtelijke vergadering, maar verricht worden bij een instelling die de betrokkene aanstelt.
De ambtelijke vergadering die de opdracht verleent, laat haar oordeel dat de werkzaamheden in rechtstreeks verband staan met de vervulling van het ambt van predikant, toetsen door of vanwege de kleine synode.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-23-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 23.

Predikanten met een bijzondere opdracht

Lid
2

Een predikant met een bijzondere opdracht wordt beroepen door een (algemene) kerkenraad, een classicale vergadering, de evangelisch-lutherse synode of de generale synode.
De predikant wordt beroepen tot predikant dan wel tot predikant-geestelijk verzorger, gehoord de instelling die de betrokkene aanstelt en − waar deze is − de commissie als bedoeld in lid 7.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 3-23-2, besluit generale synode d.d. 7 april 2006, ingegaan 1 juli 2006.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-23-2a

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 23.

Predikanten met een bijzondere opdracht

Lid
2a

Tot predikant-geestelijk verzorger is slechts beroepbaar degene die de desbetreffende opleiding heeft voltooid en als zodanig beroepbaar is gesteld.
Degene die overeenkomstig ordinantie 3-4-1a beroepbaar is gesteld als predikant kan door de kleine synode beroepbaar worden gesteld tot predikant-geestelijk verzorger als betrokkene de daarvoor vereiste aanvullende opleiding heeft voltooid, behoudens − gelet op de bekwaamheden die betrokkene heeft verworven − door de kleine synode te verlenen ontheffing.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 3-23-2a, besluit generale synode d.d. 7 april 2006, ingegaan 1 juli 2006.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-23-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 23.

Predikanten met een bijzondere opdracht

Lid
3

Een predikant met bijzondere opdracht wordt beroepen voor de duur van de werkzaamheden waartoe de opdracht is verstrekt.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-23-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 23.

Predikanten met een bijzondere opdracht

Lid
4

De ambtelijke vergadering die de predikant met een bijzondere opdracht beroept, treft een regeling met de betrokken instelling waarin wordt vastgelegd dat deze ambtelijke vergadering verantwoordelijk is voor het werk dat de predikant met een bijzondere opdracht ambtelijk verricht en dat de gemeente respectievelijk de classis respectievelijk de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen respectievelijk de kerk niet aansprakelijk zijn voor de financiële gevolgen van ontheffing van of ontzetting uit het ambt of ontslag uit de dienstbetrekking.
Na ontslag uit de dienstbetrekking zonder voorafgaande ontheffing van of zonder voorafgaande ontzetting uit het ambt wordt de betrokken predikant ontheven van de werkzaamheden. Betrokkene behoud als predikant van de kerk de bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten, en is, tenzij deze de kleine synode laat weten dat de omstandigheden het onmogelijk maken een beroep in overweging te nemen, beroepbaar predikant voor een periode van vier jaar. Deze periode kan telkens met vier jaar door de kleine synode worden verlengd.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-23-4, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-23-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 23.

Predikanten met een bijzondere opdracht

Lid
5

De ambtelijke vergadering stelt de beroepene een beroepsbrief ter hand, waarin omschreven staat wat de ambtelijke vergadering en de predikant elkaar verschuldigd zijn, met als bijlage de in het vorige lid bedoelde regeling.
Bij aanvaarding van het beroep is artikel 5-5 van toepassing.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-23-6

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 23.

Predikanten met een bijzondere opdracht

Lid
6

Een predikant met een bijzondere opdracht wordt met inachtneming van het bepaalde in artikel 5-7, bevestigd in een kerkdienst van een gemeente binnen het gebied waarin deze werkzaam zal zijn.
Indien de predikant verbonden wordt aan een gemeente, dient vooraf het breed moderamen van de classicale vergadering zich ervan te vergewissen dat de in lid 4 bedoelde regeling is getroffen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-23-7

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 23.

Predikanten met een bijzondere opdracht

Lid
7

De ambtelijke vergadering die de betrokken predikant beriep laat deze predikant begeleiden door een door haar in te stellen commissie. De betrokken predikant woont de vergaderingen van deze commissie bij.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-24-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 24.

Nevenwerkzaamheden

Lid
1

Indien een predikant naast de werkzaamheden als predikant andere arbeid verricht, dient de ambtelijke vergadering die beroept of beriep, zich ervan te overtuigen dat deze arbeid verenigbaar is met het ambt van predikant en niet strijdig is met het belang van de gemeente of van de kerk.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-24-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 24.

Nevenwerkzaamheden

Lid
2

Dienstdoende predikanten kunnen van de kerkenraad van een gemeente − met inachtneming van het bepaalde in lid 1 − voor een periode van ten hoogste vier jaar de opdracht krijgen tot het verrichten van hulpdiensten in deze gemeente.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 3-24-2, besluit generale synode d.d. 24 april 2009, ingegaan 1 januari 2010.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-24-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 24.

Nevenwerkzaamheden

Lid
3

Dienstdoende predikanten kunnen − met goedvinden en medewerking van de kerkenraad van de gemeente, waaraan ze verbonden zijn − van een kerkenraad van een andere gemeente voor een periode van ten hoogste vier jaar de opdracht krijgen om voor een nader overeen te komen deel van de werktijd van de predikant in de eerstgenoemde gemeente hulpdiensten in de laatstgenoemde gemeente te verrichten.
Indien de predikant werkzaam is voor een deel van de volledige werktijd kan de kerkenraad van de gemeente, waaraan de predikant verbonden is − op verzoek van de kerkenraad van de andere gemeente − besluiten tot uitbreiding van de werktijd van de predikant voor de overeengekomen duur van de hulpdiensten.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 3-24-3, besluit generale synode d.d. 24 april 2009, ingegaan 1 januari 2010.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-25-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 25.

Emeritaat

Lid
1

Een predikant
- die recht heeft op volledige pensionering, of
- die blijvend niet in staat is de werkzaamheden van een predikant te verrichten,
wordt op eigen verzoek emeritus verklaard.
Een predikant voor gewone werkzaamheden wordt op diens verzoek, op verzoek van de kerkenraad of ambtshalve emeritus verklaard
- op de dag waarop deze recht krijgt op pensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet, tenzij de betrokken kerkenraad en predikant een later tijdstip overeenkomen en
- uiterlijk op de dag dat volgens het pensioenreglement uitstel van pensioen niet langer mogelijk is.
Een predikant buiten vaste bediening wordt op diens verzoek of ambtshalve uiterlijk op de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet, emeritus verklaard.
Een predikant in algemene dienst en een predikant met bijzondere opdracht, die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt, wordt op eigen verzoek, op verzoek van de ambtelijke vergadering die beriep of ambtshalve bij de beëindiging van werkzaamheden emeritus verklaard.
De emeritus-predikant behoudt als predikant van de kerk de bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-25-1, besluit generale synode d.d. 26 april 2013, ingegaan 26 april 2013.
Eerdere wijziging kerkorde, ordinantie 3-25-1, besluit de generale synode, d.d. 12 november 2009, ingegaan 1 januari 2010, d.d. 23 september 2011 en 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013. Tekst 2012:
Een predikant
- die gebruik maakt van het recht op emeritaat,
- die gebruik maakt van een voor deze predikant geldend recht op volledige pensionering, of
- die blijvend niet in staat is de werkzaamheden van een predikant te verrichten,
wordt op eigen verzoek, op verzoek van de ambtelijke vergadering die de predikant beriep of ambtshalve emeritus verklaard. Betrokkene behoudt als predikant van de kerk de bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten.
Een predikant voor gewone werkzaamheden wordt uiterlijk bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar emeritus verklaard, tenzij de betrokken kerkenraad en predikant een later tijdstip overeenkomen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-25-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 25.

Emeritaat

Lid
2

In geval van een predikant die aan een gemeente verbonden is, geschiedt de emeritusverklaring door het breed moderamen van de classicale vergadering.
In alle andere gevallen geschiedt de emeritusverklaring door de kleine synode.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-25-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 25.

Emeritaat

Lid
3

(vervallen)1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-25-3, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-26-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 26.

Ontheffing op eigen verzoek

Lid
1

Het staat een predikant niet vrij het ambt neer te leggen. Een predikant kan evenwel op eigen verzoek eervol van het ambt worden ontheven. Indien in dit verzoek wordt bewilligd, is betrokkene niet langer bevoegd tot de bediening van Woord en sacramenten.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-26-1, besluit de generale synode, d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-26-1a

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 26.

Ontheffing op eigen verzoek

Lid
1a

Wanneer degene die van het ambt werd ontheven, opnieuw toelating tot het ambt van predikant in de Protestantse Kerk in Nederland verlangt, beoordeelt de kleine synode nadat een onderzoek naar de geschiktheid als bedoeld in ord. 13-9 is ingesteld of, en zo ja onder welke voorwaarden, de weg naar het colloquium kan worden geopend.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 3-26-1a, besluit de generale synode, d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-26-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 26.

Ontheffing op eigen verzoek

Lid
2

Een predikant die door bijzondere omstandigheden het ambt niet langer kan vervullen, wordt op eigen verzoek eervol van de werkzaamheden ontheven. Betrokkene behoudt als predikant van de kerk de bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten, en is, tenzij deze de kleine synode laat weten dat de omstandigheden het onmogelijk maken een beroep in overweging te nemen, beroepbaar predikant voor een periode van vier jaar. Deze periode kan telkens met vier jaar door de kleine synode worden verlengd.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-26-2, besluit generale synode, d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-26-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 26.

Ontheffing op eigen verzoek

Lid
3

In het geval van een predikant die verbonden is aan een gemeente, wordt de ontheffing van de werkzaamheden dan wel van het ambt verleend door het breed moderamen van de classicale vergadering en in alle andere gevallen door de kleine synode.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-26-3, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-26a-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 26a.

Losmaking bij ziekte en arbeidsongeschiktheid

Lid
1

Een predikant die gedurende twee jaar de ambtelijke werkzaamheden wegens ziekte niet volledig heeft verricht − naar regels bij of krachtens generale regeling gesteld −, terwijl op de dag na deze twee jaar de mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene nog niet is vastgesteld, wordt indien deze op die datum de werkzaamheden in het geheel niet heeft hervat, door het breed moderamen van de classicale vergadering met ingang van dezelfde datum losgemaakt van de gemeente.
De betrokkene wordt voor de duur van vier jaar beroepbaar predikant.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 3-26a, besluit generale synode d.d. 12 november 2009, ingegaan 1 januari 2010.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-26a-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 26a.

Losmaking bij ziekte en arbeidsongeschiktheid

Lid
2

Een predikant die gedurende twee jaar de ambtelijke werkzaamheden wegens ziekte niet volledig heeft verricht − naar regels bij of krachtens generale regeling gesteld −, terwijl op de dag na deze twee jaar de mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene nog niet is vastgesteld, wordt inden deze op die datum de werkzaamheden gedeeltelijk niet heeft hervat, door het breed moderamen van de classicale vergadering naar die mate met ingang van dezelfde datum werktijdvermindering toegekend.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 3-26a, besluit generale synode d.d. 12 november 2009, ingegaan 1 januari 2010.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-26a-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 26a.

Losmaking bij ziekte en arbeidsongeschiktheid

Lid
3

Een predikant die wegens de vaststelling van gedeeltelijke arbeidsongeschikheid of de in lid 2 genoemde werktijdvermindering voor minder dan de werktijd genoemd in artikel 3-17-1 aan de gemeente verbonden is gebleven, wordt indien deze ander werk aanvaardt door het breed modermaen van de classicale vergadering losgemaakt van de gemeente met ingang van de datum van de aanvang van dat werk.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 3-26a, besluit generale synode d.d. 12 november 2009, ingegaan 1 januari 2010.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-26a-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 26a.

Losmaking bij ziekte en arbeidsongeschiktheid

Lid
4

Aan de predikant die krachtens lid 1 wordt logemaakt van de gemeente of aan wie krachtens lid 2 werktijdvermindering wordt toegekend wordt wachtgeld toegekend naar regels bij generale regeling gesteld.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 3-26a, besluit generale synode d.d. 12 november 2009, ingegaan 1 januari 2010.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-27-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 27.

Bevoegdheden van predikanten buiten vaste bediening

Lid
1

De kleine synode is bevoegd, met instemming van het generale college voor de ambtsontheffing, om de bevoegdheid van een predikant buiten vaste bediening tot de bediening van Woord en sacramenten in te trekken dan wel aan de bevoegdheid beperkende voorwaarden te stellen indien het belang van de kerk dit vereist.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-27, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-27-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 27.

Bevoegdheden van predikanten buiten vaste bediening

Lid
2

Een predikant buiten vaste bediening die niet beroepbaar is, wordt op eigen verzoek door de kleine synode, al of niet onder voorwaarden, beroepbaar gesteld, tenzij het belang van de kerk zich daartegen verzet. Betrokkene is beroepbaar predikant voor een periode van vier jaar. Deze periode kan telkens met vier jaar door de kleine synode worden verlengd.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-27, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-27-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 27.

Bevoegdheden van predikanten buiten vaste bediening

Lid
3

Een predikant buiten vaste bediening kan van de kerkenraad van een gemeente voor een periode van ten hoogste vier jaar de opdracht krijgen tot het verrichten van hulpdiensten in deze gemeente.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-27, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-27-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 27.

Bevoegdheden van predikanten buiten vaste bediening

Lid
4

Een emeritus predikant en een beroepbaar predikant zijn bevoegd in een gemeente met minder dan 300 leden en in andere door het breed moderamen van de classicale vergadering te beoordelen gevallen het dienstwerk van een predikant te verrichten zoals beschreven in artikel 9-1, indien de kerkenraad, met instemming van het breed moderamen van de classicale vergadering hen daartoe beroept voor een periode van tenminste twee jaar en ten hoogste vier jaar.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-27, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-27-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige regels

Artikel 27.

Bevoegdheden van predikanten buiten vaste bediening

Lid
5

Lid 4 is van overeenkomstige toepassing voor proponenten die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt. Zij kunnen hun dienstwerk slechts aanvangen na bevestiging in het ambt van predikant als bedoeld in ord. 3-5-7.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-27, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-28-1

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De kerkelijke medewerkers

Artikel 28.

De kerkelijke medewerkers

Lid
1

Onder de regeling voor de rechtspositie van de kerkelijke medewerkers vallen:
− de predikanten in algemene dienst;
− de kerkelijk werkers;
− zij die in enige functie in gemeente of kerk werkzaam zijn op arbeidsovereenkomst.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-28-1, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-28-2

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De kerkelijke medewerkers

Artikel 28.

De kerkelijke medewerkers

Lid
2

De kerkelijke medewerkers worden benoemd door of vanwege de ambtelijke vergadering of het kerkelijke lichaam onder verantwoordelijkheid waarvan zij werkzaam zijn.
Een kerkelijke medewerker wordt aangesteld
- voor een gemeente door het college van kerkrentmeesters of door het college van diakenen;
- voor een classis door het breed moderamen van de classicale vergadering;
- voor de evangelisch-lutherse synode door de evangelisch-lutherse synodale commissie;
- voor de kerk door of vanwege de kleine synode.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-28-3

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De kerkelijke medewerkers

Artikel 28.

De kerkelijke medewerkers

Lid
3

De vertegenwoordiging van een gemeente, een classis, de evangelisch-lutherse synode respectievelijk de kerk ter zake van het werkgeverschap is opgedragen aan de instantie die de aanstelling verrichtte.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-28-4

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De kerkelijke medewerkers

Artikel 28.

De kerkelijke medewerkers

Lid
4

De aanstelling, de salariëring, de schorsing en het ontslag van kerkelijke medewerkers geschieden volgens de generale regeling voor de rechtspositie van de kerkelijke medewerkers.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-28-5

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De kerkelijke medewerkers

Artikel 28.

De kerkelijke medewerkers

Lid
5

De rechtspositieregeling, neergelegd in de generale regeling voor de rechtspositie van de kerkelijke medewerkers, komt tot stand na overleg met het daartoe aangewezen orgaan van de kerk. De uitvoeringsbepalingen worden vastgelegd in het georganiseerd overleg.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 3-28-6

Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De kerkelijke medewerkers

Artikel 28.

De kerkelijke medewerkers

Lid
6

De kleine synode is belast met het vaststellen en het uitvoeren van het algemene personeelsbeleid.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

Artikel

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4.I.

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel
1-5

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-1-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 1.

Het kerkelijk karakter

Lid
1

De ambtelijke vergaderingen, waaraan de leiding in de kerk is toevertrouwd, verrichten hun werk luisterend naar de Heilige Schrift en in onderlinge saamhorigheid.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-1-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 1.

Het kerkelijk karakter

Lid
2

In de werkwijze van de ambtelijke vergaderingen dienen steeds zowel de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van de ambtsdragers tezamen als ook de bijzondere verantwoordelijkheid van elk van de drie ambten tot hun recht te komen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-2-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 2.

Geheimhouding

Lid
1

Zij die een ambt dragen, zij die een dienst of functie vervullen en zij die vanwege gemeente of kerk een taak vervullen, zijn geheimhouding verplicht ten aanzien van alle zaken die hun in de uitoefening van hun ambt, dienst, functie of taak ter kennis komen en een vertrouwelijk karakter dragen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-2-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 2.

Geheimhouding

Lid
2

Deze geheimhoudingsplicht blijft bestaan nadat hun ambt, dienst, functie of taak is beëindigd.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-3-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 3.

Ambtelijke vergaderingen

Lid
1

Van de kerkenraad worden de andere ambtelijke vergaderingen onderscheiden als meerdere vergaderingen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-3-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 3.

Ambtelijke vergaderingen

Lid
2

De ambtsdragers handelen in ambtelijke vergaderingen zonder last of ruggespraak.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-3 titel en lid 2, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-3-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 3.

Ambtelijke vergaderingen

Lid
3

De bijeenkomsten van de meerdere vergaderingen zijn openbaar, tenzij de meerdere vergadering besluit een zaak in beslotenheid te behandelen.
De bijeenkomsten van de brede moderamina van de meerdere vergaderingen zijn niet openbaar. Een breed moderamen kan besluiten leden van de kerk op hun verzoek tot een bijeenkomst toe te laten.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-4-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 4.

Kerkelijke lichamen

Lid
1

Indien in de orde van de kerk sprake is van kerkelijke lichamen, worden daaronder verstaan de ambtelijke vergaderingen en alle bij ordinantie, generale regeling of overgangsbepaling in het leven geroepen of erkende organen en colleges alsmede alle door ambtelijke vergaderingen of kerkelijke organen en colleges ingestelde vaste of tijdelijke commissies.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-4-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 4.

Kerkelijke lichamen

Lid
2

Bepalingen in regelingen van kerkelijke lichamen die in strijd zijn met hetgeen in de kerkorde, de ordinanties en de generale regelingen is bepaald, hebben geen kracht. Bepalingen die in strijd komen met hetgeen in de kerkorde of de ordinanties wordt bepaald, verliezen op dat moment hun kracht.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-4-2, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-4-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 4.

Kerkelijke lichamen

Lid
3

Een lid van een kerkelijk lichaam verliest het lidmaatschap van dit lichaam op het moment dat dit lid niet langer voldoet aan de eisen die aan het lidmaatschap zijn gesteld.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-5-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 5.

Besluitvorming

Lid
1

In alle kerkelijke lichamen worden besluiten steeds na gemeenschappelijk overleg en zo mogelijk met eenparige stemmen genomen.
Blijkt eenparigheid niet bereikbaar, dan wordt besloten met meerderheid van de uitgebrachte stemmen, waarbij blanco stemmen niet meetellen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-5-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 5.

Besluitvorming

Lid
2

Stemming over zaken geschiedt mondeling tenzij om schriftelijke stemming wordt gevraagd. Staken de stemmen, dan vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan is het voorstel verworpen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-5-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 5.

Besluitvorming

Lid
3

Stemming over personen geschiedt schriftelijk.
Wanneer er niet meer kandidaten zijn dan er verkozen moeten worden, kan mondeling worden gestemd als niemand van de aanwezige leden tegen mondelinge stemming bezwaar maakt.
Indien één kandidaat wordt voorgesteld en de stemmen staken, vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan is de kandidaat niet verkozen.
Indien er meer kandidaten zijn dan er verkozen moeten worden, zijn van hen verkozen diegenen op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht en die de meerderheid van de uitgebrachte stemmen hebben behaald, tot het aantal vacatures dat vervuld moet worden.
Indien voor een vacature geen van de kandidaten een meerderheid heeft behaald, vindt een herstemming plaats tussen de twee kandidaten die de meeste stemmen behaalden.
Staken de stemmen, dan vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan beslist het lot.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-5-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 5.

Besluitvorming

Lid
4

Geen besluiten kunnen worden genomen indien niet ten minste de helft van het aantal leden zoals dit voor het kerkelijk lichaam is vastgesteld, ter vergadering aanwezig is.
Wanneer in een vergadering het quorum niet aanwezig is, kan ten aanzien van een op die vergadering ingediend voorstel een besluit worden genomen op een volgende vergadering die ten minste twee weken later wordt gehouden, ook wanneer dan het quorum niet aanwezig is.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-5-4, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-5-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 5.

Besluitvorming

Lid
5

Voor besluitvorming in een vergadering van de stemgerechtigde leden van de gemeente zijn de leden 1 tot en met 3 van overeenkomstige toepassing, tenzij in de plaatselijke regeling anders is voorzien.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 4-5-5, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4.II.

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel
6-13

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-6-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
1

Elke gemeente heeft een kerkenraad.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-6-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
2

De kerkenraad wordt gevormd door de ambtsdragers van de gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-6-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
3

Met het oog op de vervulling van de door de kerkenraad te verrichten taken stelt de kerkenraad het aantal ambtsdragers vast met dien verstande dat in de kerkenraad alle ambten aanwezig zijn en wel naast de predikant ten minste twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeerster zijn, twee ouderlingen-kerkrentmeester en drie diakenen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-6-3a

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
3a

In afwijking van lid 3 hebben in de wijkkerkenraad naast de predikant ten minste twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, een ouderling-kerkrentmeester en twee diakenen zitting.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 4-6-3a, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-6-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
4

In een gemeente met minder dan 300 leden dan wel in bijzondere omstandigheden kan de kerkenraad — met medewerking en goedvinden van het breed moderamen van de classicale vergadering, na in daarvoor in aanmerking komende gevallen de evangelisch-lutherse synode te hebben gehoord — een kleiner aantal ambtsdragers vaststellen, met dien verstande dat alle ambten aanwezig zijn en in de plaatseljke regeling is voorzien op welke wijze de in de ordinanties genoemde taken worden verricht.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-6-4, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-6-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
5

Wanneer de helft van het aantal ambtsdragers ontbreekt of buiten functie is, bepaalt het breed moderamen van de classicale vergadering na overleg met de nog functionerende ambtsdragers en na in daarvoor in aanmerking komende gevallen de evangelisch-lutherse synode te hebben gehoord, op welke wijze de in de ordinanties genoemde taken kunnen worden verricht.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-6-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
6

De kerkenraad kan bepalen dat en in hoeverre zij die in de gemeente in een bediening zijn gesteld, als adviseur aan de vergaderingen van de kerkenraad deelnemen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-6-7

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
7

De kerkenraad kan predikanten die met bijzondere opdracht aan de gemeente verbonden zijn en predikanten van de kerk die lid zijn van de gemeente benoemen tot lid van de kerkenraad.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-6-7, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-7-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 7.

Arbeidsveld

Lid
1

De kerkenraad heeft tot taak:
- de zorg voor de dienst van Woord en sacramenten;
- het leiding geven aan de opbouw van de gemeente in de wereld;
- de zorg voor de missionaire, diaconale en pastorale arbeid en de geestelijke vorming;
- het vaststellen van het beleidsplan ter zake van het leven en werken van de gemeente;
- het opzicht over de leden van de gemeente voorzover hem dat door de orde van de kerk is opgedragen;
- de zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente;
- het bevorderen ter plaatse van de gemeenschap van de kerken;
- het bespreken van zaken die door de classicale vergadering worden of zijn behandeld;
- het vaststellen van de regelingen ten behoeve van het leven en werken van de gemeente;
- het verrichten van alles wat verder naar de orde van de kerk van hem wordt gevraagd.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-7-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 7.

Arbeidsveld

Lid
2

De regelingen ten behoeve van het leven en werken van de gemeente worden vastgesteld en gewijzigd na de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben en na overleg met het college van kerkrentmeesters, het college van diakenen en de organen van de gemeente voorzover een regeling op het functioneren van zulk een college of orgaan rechtstreeks betrekking heeft.
Deze regelingen zijn ten minste:
- de regeling voor de verkiezing van ambtsdragers;
- de regeling voor de wijze van werken van de kerkenraad;
- de regeling voor het beheer van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente.
Deze regelingen worden na vaststelling of wijziging ter kennisneming toegezonden aan het breed moderamen van de classicale vergadering en in geval van een evangelisch-lutherse gemeente tevens aan de evangelisch-lutherse synodale commissie.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-8-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
1

De kerkenraad komt ten minste zes maal per jaar bijeen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-8-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
2

De kerkenraad kiest uit zijn midden een moderamen bestaande uit ten minste een preses, een scriba en een assessor met dien verstande dat in elk geval een predikant deel uitmaakt van het moderamen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-8-2, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-8-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
3

Het moderamen heeft tot taak het voorbereiden, samenroepen en leiden van de bijeenkomsten van de kerkenraad, de uitvoering van die besluiten van de kerkenraad waarvoor geen anderen aangewezen zijn, en voorts, onder verantwoording aan de kerkenraad, het afdoen van zaken van formele en administratieve aard en van zaken die geen uitstel gedogen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-8-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
4

De kerkenraad kan zich in zijn arbeid laten bijstaan door commissies die door hem worden ingesteld en die werken in opdracht van, onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-8-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
5

De kerkenraad stelt telkens voor een periode van vier jaar een beleidsplan op, na daarover overleg gepleegd te hebben met het college van kerkrentmeesters, het college van diakenen en met alle daarvoor in aanmerking komende organen van de gemeente.
Elk jaar pleegt de kerkenraad met dezelfde colleges en organen overleg over eventuele wijziging van het beleidsplan.
Nadat de kerkenraad het beleidsplan of een wijziging daarvan voorlopig heeft vastgesteld, wordt dit in de gemeente gepubliceerd. De kerkenraad stelt de leden van de gemeente in de gelegenheid hun mening over het beleidsplan of de wijziging kenbaar te maken. Daarna stelt de kerkenraad het beleidsplan of de wijziging vast.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-8-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
6

De kerkenraad maakt een regeling voor zijn wijze van werken, waarin in ieder geval wordt geregeld:
het bijeenroepen van zijn vergaderingen, de agendering, de wijze waarop de gemeente wordt gekend en gehoord, de openbaarmaking van zijn besluiten, de toelating van niet-leden van de kerkenraad tot zijn vergaderingen en het beheer van zijn archieven.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-8-6, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-8-6a

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
6a

Met het oog op de kwaliteit van het kerkenraadswerk maakt de kerkenraad een regeling voor de wijze waarop en met wie jaargesprekken worden gehouden, onder wie in elk geval de predikanten die in de gemeente werkzaam zijn en ook de kerkelijk werkers die in het ambt zijn bevestigd. In de jaargesprekken komt aan de orde de kwaliteit van het werk van de kerkenraad als geheel en van de betrokkenen in het bijzonder als ook het welbevinden van alle betrokkenen. De gelijkwaardigheid van de ambten bepaalt het karakter van de jaargesprekken.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 4-8-6a, besluit generale synode d.d. 26 april 2013, ingegaan 26 april 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-8-7

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
7

De kerkenraad neemt geen besluiten tot het wijzigen van de gang van zaken in de gemeente ten aanzien van:
- het beantwoorden van de doopvragen door doopleden;
- het toelaten van doopleden tot het avondmaal;
- het verlenen van actief en passief kiesrecht aan doopleden;
- de wijze van de verkiezing van ambtsdragers;
- het zegenen van andere levensverbintenissen dan en huwelijk van man en vrouw;
en ter zake van:
- de aanduiding van de naam van de gemeente;
- het voortbestaan van de gemeente;
- het aangaan van een samenwerkingsverband met een andere gemeente;
- de plaats van samenkomst van de gemeente;
- het verwerven, ingrijpend verbouwen, afbreken, verkopen of op andere wijze vervreemden van een kerkgebouw;
zonder de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben.
Het kennen en horen dient in elk geval plaats te vinden in de vorm van een beraad in de gemeente indien het beraad in de desbetreffende ordinantie is voorgeschreven.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-9-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 9.

Wijkkerkenraden en algemene kerkenraad

Lid
1

Elke wijkgemeente heeft een wijkkerkenraad.
Een gemeente met wijkgemeenten heeft naast wijkkerkenraden een algemene kerkenraad.
Op de wijkkerkenraad en de algemene kerkenraad zijn de artikelen 6 tot en met 8 van overeenkomstige toepassing.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-9-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 9.

Wijkkerkenraden en algemene kerkenraad

Lid
2

Elke wijkkerkenraad wijst aan de hand van een door de algemene kerkenraad op te stellen rooster uit zijn midden een of meer leden voor de algemene kerkenraad aan, met dien verstande dat in de algemene kerkenraad ten minste twee predikanten, drie ouderlingen, twee ouderlingen-kerkrentmeester en drie diakenen zitting hebben.
Ambtsdragers met een bepaalde opdracht kunnen boventallig door de algemene kerkenraad aangewezen worden uit de ambtsdragers van de gemeente of verkozen worden uit de stemgerechtigde leden van de gemeente, met dien verstande dat het aantal boventallige leden ten hoogste een derde deel is van het totaal aantal leden van de algemene kerkenraad.
Indien preses en/of scriba als boventallige leden verkozen worden door de algemene kerkenraad blijven zij, in afwijking van het bepaalde in artikel 8-2 gedurende hun gehele ambtstermijn in functie.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-9-2, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-9-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 9.

Wijkkerkenraden en algemene kerkenraad

Lid
3

Ter bespreking van de voor de gehele gemeente van belang zijnde aangelegenheden roept de algemene kerkenraad een vergadering van alle ambtsdragers van de gemeente bijeen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-9-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 9.

Wijkkerkenraden en algemene kerkenraad

Lid
4

De verdeling van de taken en bevoegdheden over enerzijds de algemene kerkenraad en anderzijds de wijkkerkenraden wordt aangegeven in een door de algemene kerkenraad in overleg met de wijkkerkenraden vast te stellen regeling, met dien verstande dat de taken en bevoegdheden van de wijkkerkenraden alles omvatten wat tot de taken en bevoegdheden van de kerkenraad behoort, met uitzondering van datgene wat nadrukkelijk wordt toevertrouwd aan de algemene kerkenraad, waaronder, voor zover in de orde van de kerk niet anders is bepaald:
- het overleg met de wijkkerkenraden over de taak en de samenwerking van de delen in het geheel van de gemeente en de uitvoering van het werk dat in dat overleg aan de algemene kerkenraad wordt toevertrouwd;
- het treffen van voorzieningen ten behoeve van de gemeente in haar geheel, waar dat nodig is om recht te doen aan de binnen de gemeente voorkomende kerkelijke verscheidenheid;
- de vermogensrechtelijke aangelegenheden;
- datgene wat te maken heeft met de rechtspositie van de predikanten en de gesalarieerde medewerkers.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-10-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
1

De kerkenraad kan onder behoud van zijn uiteindelijke verantwoordelijkheid een deel van zijn taak toevertrouwen aan zijn breed moderamen, hierna te noemen de kleine kerkenraad, met een aantal door hem in te stellen werkgroepen, hierna te noemen sectieteams en taakgroepen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-10-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
2

De kerkenraad, waarvan alle ambtsdragers deel uitmaken, komt in afwijking van het in artikel 8-1 bepaalde ten minste vier maal per jaar bijeen ter vaststelling van het algemene beleid.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-10-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
3

De kleine kerkenraad wordt gevormd door het moderamen van de kerkenraad, de predikanten en een aantal ouderlingen en diakenen die in de regel tevens deel uitmaken van een sectieteam of een taakgroep.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-10-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
4

Elk sectieteam en elke taakgroep bestaat uit een of meer ambtsdragers van wie er ten minste één lid is van de kleine kerkenraad, alsmede uit een aantal andere leden van de gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-10-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
5

Een sectieteam werkt ten behoeve van een geografisch begrensd deel van de gemeente dan wel een bepaalde groep gemeenteleden; een taakgeroep legt zich toe op het verrichten van een bepaalde taak in de gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-10-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
6

De kleine kerkenraad, de sectieteams en de taakgroepen werken binnen het beleid van de kerkenraad inzake het gehele leven en werken van de gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-10-7

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
7

De verdeling van taken en bevoegdheden over enerzijds de kerkenraad en anderzijds de kleine kerkenraad, de sectieteams en de taakgroepen wordt aangegeven in een door de kerkenraad na overleg met de kleine kerkenraad, de sectieteams en de taakgroepen vast te stellen regeling met dien verstande dat
a. aan de kerkenraad wordt toevertrouwd:
- de algemene leiding aan de opbouw van de gemeente in de wereld;
- de zorg voor de dienst van Woord en sacramenten;
- het nemen van de besluiten als genoemd in artikel 8-7;
- het vaststellen van het beleidsplan ter zake van het leven en werken van de gemeente;
- het vaststellen van de begrotingen en de jaarrekeningen;
- het beroepen van de predikanten en het leiding geven aan de daaraan voorafgaande verkiezing;
- het opzicht over de leden van de gemeente voor zover dat door de orde van de kerk is opgedragen aan de kerkenraad;
- het vaststellen van de plaatselijke regelingen als bedoeld in artikel 7-2;
en voorts, tenzij de kerkenraad een of meer van de volgende taken heeft opgedragen aan de kleine kerkenraad:
- het leiding geven aan de verkiezing van de ouderlingen en de diakenen als bedoeld in ordinantie 3-6 en de benoeming van de kerkrentmeesters die geen ouderling zijn;
- het aanwijzen van de afgevaardigde naar de classicale vergadering;
b. aan de kleine kerkenraad wordt toevertrouwd:
- het toetsen van het werk van de sectieteams en de taakgroepen aan het door de kerkenraad vastgestelde beleidsplan;
- de instelling van de sectieteams en de taakgroepen en de benoeming van de leden daarvan;
- het vaststellen van de instructies van de sectieteams en de taakgroepen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-10-7, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-10-8

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
8

In dit artikel kan in plaats van kerkenraad ook wijkkerkenraad of algemene kerkenraad worden gelezen met inachtneming van het in artikel 9-4 bepaalde ten aanzien van de verhouding tussen de algemene kerkenraad en de wijkkerkenraden.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-11-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 11.

Gemeenschappelijke regeling

Lid
1

Een kerkenraad, college van kerkrentmeester of college van diakenen is bevoegd om tezamen met een kerkenraad, college van kerkrentmeesters respectievelijk college van diakenen van een of meer andere gemeenten een gemeenschappelijke regeling te treffen, waarbij taken en bevoegdheden van de betrokken kerkenraden of colleges worden overgedragen aan een door de desbetreffende kerkenraden of colleges uit hun midden in te stellen gezamenlijke commissie.
Voor een besluit van een college van kerkrentmeesters of van diakenen tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling is voorafgaande instemming van de kerkenraad vereist.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-11-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 11.

Gemeenschappelijke regeling

Lid
2

Van de in lid 1 bedoelde bevoegdheid kan uitsluitend gebruik gemaakt worden indien de desbetreffende taak beter gemeenschappelijk met andere gemeenten kan worden verricht.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-11-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 11.

Gemeenschappelijke regeling

Lid
3

De vaststelling van een zodanige gemeenschappelijke regeling kan alleen plaatsvinden met medewerking en goedvinden van het breed moderamen van de classicale vergadering.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-11-3, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-11-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 11.

Gemeenschappelijke regeling

Lid
4

Beëindiging van de gemeenschappelijke regeling door een of meer van de betrokkenen is alleen mogelijk indien voorzien is in een regeling van de gevolgen van deze beëindiging. Op het besluit tot beëindiging is het bepaalde in lid 1 en 3 van overeenkomstige toepassing.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-12-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 12.

Consulent en vervanging

Lid
1

De kerkenraad wordt bijgestaan door een predikant van de kerk als consulent indien
- er aan de gemeente of de wijkgemeente geen predikant voor gewone werkzaamheden verbonden is;
- de predikant ten gevolge van ziekte gedurende een periode van meer dan twee maanden verhinderd is de ambtelijke werkzaamheden te verrichten;
- de predikant op grond van ordinantie 3-19 vrijstelling van werkzaamheden is verleend;
- de predikant op grond van een beslissing in het kader van ordinantie 10 niet bevoegd is het ambt te vervullen dan wel de ambtelijke bevoegdheden uit te oefenen.1


1 Wijziging kerkorde 4-12-1, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-12-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 12.

Consulent en vervanging

Lid
2

De kerkenraad kan op zijn verzoek ook in andere gevallen waarin de predikant afwezig is of verhinderd is de ambtelijke werkzaamheden te verrichten, worden bijgestaan door een predikant van de kerk als consulent, zulks ter beoordeling van het breed moderamen van de classicale vergadering.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-12-, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-12-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 12.

Consulent en vervanging

Lid
3

De bijstand bedoeld in de leden 1 en 2 houdt in
− het adviseren van de kerkenraad;
− bij het beroepen van een predikant het begeleiden van het beroepingswerk.
Deze bijstand wordt gegeven gedurende een door de generale regeling te bepalen maximum aantal uren die in mindering komen op de arbeidstijd voor de ambtelijke werkzaamheden in de eigen gemeente van de consulent.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-12-3, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-12-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 12.

Consulent en vervanging

Lid
4

De consulent wordt uitgenodigd voor de vergaderingen van de kerkenraad en zijn moderamen en heeft in die vergaderingen een adviserende stem. De consulent kan door de kerkenraad tot preses worden verkozen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-12-4, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-12-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 12.

Consulent en vervanging

Lid
5

In afwijking van het in lid 3 bepaalde wordt bij het beroepen van een predikant door een evangelisch-lutherse gemeente het beroepingswerk begeleid door de president van de evangelisch-lutherse synode of een door deze aan te wijzen predikant van de kerk die als consulent fungeert.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-12-5, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-12-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 12.

Consulent en vervanging

Lid
6

Voor zover de in lid 3 bedoelde bijstand langer duurt dan de in de generale regeling te bepalen periode, is een vergoeding verschuldigd aan de eigen gemeente van de consulent overeenkomstig het bepaalde in de generale regeling. Over werkzaamheden die niet aan de omschrijving in de leden 3, 4 en 5 voldoen, worden afspraken gemaakt in de vorm van een opdracht tot het verrichten van hulpdiensten overeenkomstig de regeling voor nevenwerkzaamheden.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-12-6, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-12a-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 12a.

Vrijstelling van werkzaamheden

Lid
1

Indien in een gemeente spanningen optreden in verband met ontwikkelingen in de gemeente of het functioneren van een of meer leden van de kerkenraad niet zijnde de predikant kan het breed moderamen van de classicale vergadering bepalen dat de betreffende ambtsdrager(s) zich gedurende enige tijd geheel of gedeeltelijk hebben te onthouden van ambtswerkzaamheden.
Een besluit daartoe kan eerst worden genomen na overleg met de kerkenraad en de betreffende ambtsdragers en met het regionale collge voor de visitatie en, in geval van ambtsdragers die verbonden zijn aan een evangelisch-lutherse gemeente, in overleg met de evangelisch-lutherse synodale commissie.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 4-12a, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-12a-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 12a.

Vrijstelling van werkzaamheden

Lid
2

In het besluit wordt aangegeven voor welke periode de maatregel geldt, op welke leden van de kerkenraad hij van toepassing is, van welke werkzaamheden de betreffende ambtsdragers zich hebben te onthouden en zo nodig hoe in de noodzakelijke werkzaamheden dient te worden voorzien.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 4-12a, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-13-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 13.

Kerkenraad met gedelegeerden

Lid
1

De generale synode is bevoegd op verzoek van het breed moderamen van de classicale vergadering, indien het functioneren van de kerkenraad zodanig is verstoord dat daardoor het leven en werken van de gemeente worden ontwricht en indien toepassing van andere kerkordelijke mogelijkheden niet toereikend is of niet tot een oplossing heeft geleid, om gedurende een tijdvak van telkens ten hoogste twee jaar taken van de kerkenraad die niet achterwege kunnen blijven geheel of gedeeltelijk te doen verrichten door een aantal door de generale synode uit de ambtsdragers of voormalige ambtsdragers van de kerk aan te wijzen gedelegeerden, die daarbij handelen na overleg met de kerkenraad.
Een besluit daartoe kan eerst worden genomen
− nadat op het breed moderamen een beroep gedaan is door een deel van de kerkenraad of door een deel van de gemeente,
− na overleg met het regionale college voor de visitatie dat tevoren kerkenraad en gemeente hoort, en
− waar het een evangelisch-lutherse gemeente betreft bovendien na overleg met de evangelisch-lutherse synodale commissie.
Het verzoek van het breed moderamen van de classicale vergadering is niet vatbaar voor revisie en evenmin voor heroverweging door de classicale vergadering.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-13, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4.III.

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel
14-21

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-14-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 14.

Samenstelling

Lid
1

De classicale vergadering wordt gevormd door de afgevaardigde ambtsdragers van de tot de classis behorende gemeenten.
De afgevaardigden worden aangewezen door de kerkenraden.
Vanuit de gemeenten met wijkgemeenten geschiedt de afvaardiging door de wijkkerkenraden.
De classicale vergadering wijst tevens twee leden aan uit de predikanten met bijzondere opdracht en predikanten in algemene dienst die aan een tot de classis behorende gemeente of aan de classis verbonden zijn, dan wel lid zijn van een tot de classis behorende gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-14-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 14.

Samenstelling

Lid
2

Elke kerkenraad of wijkkerkenraad vaardigt uit zijn midden één ambtsdrager af.
De classicale vergadering kan in de regeling voor haar wijze van werken bepalen dat elke kerkenraad of wijkkerkenraad uit zijn midden twee ambtsdragers afvaardigt.
Bij toepassing van artikel 6-4 kan in de plaatselijke regeling worden vastgelegd dat de kerkenraad uit zijn midden één ambtsdrager afvaardigt.
De afgevaardigden worden aangewezen voor vier jaar.
Elk jaar treedt een vierde van het aantal leden van de classicale vergadering af.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-14-2, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-14-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 14.

Samenstelling

Lid
3

De afvaardiging geschiedt aan de hand van een door het breed moderamen van de classicale vergadering op te stellen rooster dat voor elke kerkenraad aangeeft wanneer hij een predikant, een ouderling, een ouderling-kerkrentmeester of een diaken dient af te vaardigen. Dit rooster wordt zo opgesteld, dat per tien ambsdragers er ten naaste bij drie predikanten, twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, twee ouderlingen-kerkrentmeester en drie diakenen van de classicale vergadering deel uitmaken.
Het breed moderamen is bevoegd om afwijking van het rooster toe te staan, met dien verstande dat van de classicale vergadering met per tien ambtsdragers zo mogelijk twee predikanten, twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, twee ouderlingen-kerkrentmeester en twee diakenen van de classicale vergaderingen deel uitmaken.
Kerkenraden die een predikant dienen af te vaardigen, vaardigen zolang er geen predikant voor gewone werkzaamheden aan de gemeente verbonden is, hetzij een ouderling die niet tevens kerkrentmeester is, hetzij de consulent indien deze niet door een andere kerkenraad is afgevaardigd, naar de classicale vergadering af.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-14-3, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-14-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 14.

Samenstelling

Lid
4

Bij verhindering van een afgevaardigde wijst de kerkenraad uit zijn midden een vervanger aan.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-14-2 t/m 4, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-14-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 14.

Samenstelling

Lid
5

Ambtsdragers die niet zijn afgevaardigd, kunnen door de classicale vergadering worden toegelaten als adviserende leden.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-14-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 14.

Samenstelling

Lid
6

De classicale vergadering bepaalt in haar regeling voor haar wijze van werken wie, naast de afgevaardigden van de classicale vergadering naar de generale synode, als adviseurs aan de beraadslagingen van de classicale vergadering deelnemen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-15-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 15.

Arbeidsveld

Lid
1

De classicale vergadering heeft tot taak:
- het leiding gevan aan het leven en werken van de classis op haar verschillende arbeidsvelden en het ter hand nemen van al wat het kerkelijk leven in de classis kan bevorderen;
- het vaststellen van het beleidsplan ter zake van het leven en werken van de classis;
- het bevorderen van de missionaire arbeid van de gemeenten, het verlenen van bijstand aan de gemeenten bij de vervulling van hun missionaire roeping — daarin bijgestaan door organen van de kerk die op dit terrein werkzaam zijn — en waar nodig het zelf gestalte gven aan de missionaire arbeid binnen de classis;
- het gestalte geven aan de verantwoordelijkheid van de gemeenten voor elkaar, onder meer door het stimuleren en zelf voeren van het kerkelijk gesprek en het op andere wijze bevorderen van de saamhorigheid van de gemeenten;
- het erop toezien dat de gemeenten haar roeping en taak nakomen, het advies en hulp bieden aan de kerkenraden, het vaststellen van de grenzen tussen de plaatselijke gemeenten in het ressort van de classis;
- het uitspreken jegens de generale synode van wat er leeft in de kerkenraden en de gemeenten die tot de classis behoren, het geven van consideraties over haar door de generale synode voorgelegde vragen van belijden en kerkorde, het behandelen van de verslagen van haar afgevaardigden naar de generale synode;
- het verrichten van alles wat verder naar de orde van de kerk van haar wordt gevraagd.
De classicale vergadering doet bij de vervulling van haar opdracht recht aan de binnen de classis voorkomende kerkelijke verscheidenheid.1, 2


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-15-1, besluit generale synode d.d. 16 november 2007, ingegaan 1 december 2007.
2 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-15-1, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-15-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 15.

Arbeidsveld

Lid
2

De afgevaardigden naar de classicale vergadering brengen verslag uit aan de kerkenraden over hetgeen door de classicale vergadering is gedaan.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-16-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
1

De classicale vergadering komt ten minste drie maal per jaar bijeen.
Voorts komt zij bijeen in buitengewone zitting op verzoek van ten minste vijf kerkenraden uit de classis of op verzoek van de generale synode, aan welk verzoek binnen zes weken nadat het verzoek is binnengekomen, gevolg moet worden gegeven.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-16-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
2

De classicale vergadering kiest jaarlijks onder leiding van de aftredende preses uit haar midden een moderamen, bestaande uit ten minste een preses, een scriba en een assessor, met dien verstande dat in elk geval een predikant deel uitmaakt van het moderamen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-16-2, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-16-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
3

Preses en scriba kunnen, in afwijking van het bepaalde in lid 2, gekozen worden uit de ambtsdragers uit de classis, waarbij het bepaalde in ordinantie 3-7-3 van overeenkomstige toepassing is. Zij hebben dan in de classicale vergadering en in haar breed moderamen een adviserende stem.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-16-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
4

Het moderamen heeft tot taak het voorbereiden, samenroepen en leiden van de bijeenkomsten van de classicale vergadering en haar breed moderamen, het opmaken van een aan de kerkenraden toe te zenden verslag van de bijeenkomsten van de classicale vergadering, het uitvoeren van die besluiten van de classicale vergadering en haar breed moderamen waarvoor geen anderen aangewezen zijn, en voorts, onder verantwoordelijkheid aan het breed moderamen, het afdoen van zaken van formele en administratieve aard en van zaken die geen uitstel gedogen.
Het moderamen brengt regelmatig rapport van zijn werkzaamheden uit aan het breed moderamen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-16-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
5

In dezelfde bijeenkomst waarin de moderamenleden worden gekozen, wordt op dezelfde wijze voor de tijd van een jaar een aantal andere leden van de classicale vergadering gekozen die met het moderamen het breed moderamen vormen.
Het breed moderamen wordt zo samengesteld dat tenminste twee predikanten, twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, twee ouderlingen-kerkrentmeester en twee diakenen van het breed moderamen deel uitmaken.
Ten behoeve van de vergaderingen van het breed moderamen wordt voor elk lid daarvan uit de classicale vergadering een secundus gekozen die aan dezelfde vereisten voldoet als de primus en die bij verhindering of ontstentenis van deze als primus fungeert.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 4-16-5, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-16-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
6

Het breed moderamen is belast met:
− het in naam van en in verantwoording aan de classicale vergadering leiding geven aan en coördineren van de arbeid van de organen van bijstand van de classicale vergadering;
− het bevorderen van de saamhorigheid en de gezamenlijke bezinning van de predikanten door hen samen te brengen in werkgemeenschappen;
− het verrichten van wat naar de orde van de kerk aan de classicale vergadering is opgedragen, voor zover dat hem door de classicale vergadering wordt gedelegeerd en
− met inachtneming van het overigens in de ordinanties bepaalde, in samenwerking met andere brede moderamina in het classicaal-regionaal overlegorgaan,
 − de kerkvisitatie;
 − het opzicht;
 − de behandeling van beheerszaken en
 − de behandeling van bezwaren en geschillen.
Het breed moderamen brengt jaarlijks verslag uit aan de classicale vergadering van zijn werkzaamheden.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 4-16-6, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-16-7

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
7

Als een kerkenraad of ambtsdrager zich bezwaard voelt door een besluit van het breed moderamen van de classicale vergadering dat met betrekking tot een kerkenraad of gemeente is genomen op grond van ordinantie 2 of ordinantie 4, staat geen revisie open maar kan wel heroverweging van dat besluit gevraagd worden aan de classicale vergadering. Overigens is ord. 12-12-1 t/m 4 van overeenkomstige toepassing.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 4-16-7, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-16-8

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
8

De classicale vergadering en haar breed moderamen worden in hun arbeid ondersteund vanuit de dienstenorganisatie van de kerk.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 4-16-8, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-16-9

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
9

De classicale vergadering en haar breed moderamen kunnen zich in hun arbeid laten bijstaan door commissies die door de classicale vergadering worden ingesteld en werken in opdracht van, onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-16-10

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
10

De classicale vergadering maakt een regeling voor haar wijze van werken waarin in ieder geval worden geregeld: het bijeenroepen van haar vergaderingen en die van haar breed moderamen, de agendering, de voorbereiding en de wijze van de verkiezing van de leden van het moderamen en het breed moderamen, de voorzieningen die getroffen worden voor de archieven, en de controle van alle financiële handelingen door of namens haar uitgevoerd.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-17-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 17.

Ringverbanden

Lid
1

Het breed moderamen van de classicale vergadering kan op verzoek van een aantal kerkenraden of wijkkerkenraden de betrokken gemeenten samenbrengen in een ringverband.
Het breed moderamen van de classicale vergadering kan ook een gemeente of wijkgemeente die behoort tot een aangrenzende classis, in zulk een ringverband opnemen wanneer daarom wordt verzocht door haar kerkenraad of wijkkerkenraad en met goedvinden van het breed moderamen van de betrokken classicale vergadering.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-17-1, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-17-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 17.

Ringverbanden

Lid
2

De in een ringverband samenwerkende gemeenten komen bijeen tot onderlinge opbouw, onder meer door zich gezamenlijk te bezinnen op in deze gemeenten levende vragen met betrekking tot het leven en werken van de kerk en de gemeenten.
Wanneer een ringverband zijn overwegingen ten aanien van vragen van belijdenis en kerkorde die door de generale synode aan de classicale vergadering ter consideratie zijn voorgelegd, kenbaar wenst te maken, brengt het deze overwegingen ter bespreking in de classicale vergadering.
Tevens heeft het ringverband tot taak de regeling van de waarneming van het werk van de predikant in  die tot het ringverband behorende gemeenten of wijkgemeenten in de situaties zoals beschreven in artikel 12-1, met inbegrip van het aanwijzen van een consulent voor elk van die gemeenten.
Het ringverband brengt jaarlijks verslag uit aan de classicale vergadering van zijn werkzaamheden. In dit verslag is opgenomen een verantwoording van de inkomsten en uitgaven van het ringverband.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-17-2, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-17-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 17.

Ringverbanden

Lid
3

Het ringverband maakt een regeling voor zijn wijze van werken, waarin in ieder geval wordt geregeld: de samenstelling van zijn vergadering, het bijeenroepen van zijn vergaderingen, de leiding van zijn vergaderingen, de agendering en de verdeling van de gemaakte kosten over de in het ringverband samenwerkende gemeenten en wijkgemeenten.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-18-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 18.

Werkgemeenschappen van predikanten

Lid
1

Het breed moderamen van de classicale vergadering stelt binnen het ressort van de classis een of meer werkgemeenschappen van predikanten in. Alle predikanten die werkzaam zijn binnen een door het breed moderamen van de classicale vergadering daartoe aangewezen gebied nemen deel aan de werkzaamheden van de betrokken werkgemeenschap. Predikanten met bijzondere opdracht die werkzaam zijn in een groter gebied alsmede predikanten in algemene dienst nemen deel aan de werkzaamheden van de werkgemeenschap van het gebied waarin zij hun werkzaamheden in hoofdzaak uitoefenen, dan wel waarbinnen zij woonachtig zijn. Kerkelijk werkers die werkzaam zijn in een gemeente in het betrokken gebied, worden uitgenodig om aan de werkzaamheden van de werkgemeenschap deel te nemen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-18, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-18-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 18.

Werkgemeenschappen van predikanten

Lid
2

De werkgemeenschap heeft in het bijzonder tot taak:
− de onderlinge opbouw van het geestelijk leven van haar leden met het oog op het werk waarmee zij zijn belast;
− het bevorderen van pastorale zorg voor haar leden;
− de bezinning op de versterking van het geestelijk leven van de gemeenten en het uitwisselen van de daaromtrent opgedane ervaringen;
− de gezamenlijke bestudering van themata die voor het werk van de predikant van belang zijn;
− het regelen van de waarneming van het werk van de predikant in de gemeenten en wijkgemeenten in de situaties zoals beschreven in artikel 12-1, met inbegrip van het aanwijzen van een consulent voor elk van die gemeenten, voor zover een en ander niet opgedragen is aan een ringverband.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-18, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-19-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in een classicaal-regionaal overlegorgaan

Lid
1

De brede moderamina van de classicale vergaderingen in een door de kleine synode aangewezen regio werken samen in een classicaal-regionaal overlegorgaan voor hun arbeid betreffende
- de kerkvisitatie;
- het opzicht;
- de behandeling van beheerszaken en
- de behandelng van bezwaren en geschillen.
Het classicaal-regionaal overlegorgaan kan uitspreken jegens de generale synode welke behoeften er leven in de kerkenraden, gemeenten en classes ter zake van de opbouw van de gemeenten en de classes.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-19, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-19-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in een classicaal-regionaal overlegorgaan

Lid
2

De leden van het classicaal-regionaal overlegorgaan worden uit hun midden aangewezen door de brede moderamina van de classicale vergaderingen die in de regio samenwerken.
De evangelisch-lutherse synode kan bovendien een of twee evangelisch-lutherse ambtsdragers die wonen binnen de regio tot lid van het classicaal-regionaal overlegorgaan aanwijzen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-19, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-19-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in een classicaal-regionaal overlegorgaan

Lid
3

Het classicaal-regionaal overlegorgaan maakt een regeling voor zijn samenstelling en wijze van werken.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-19, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-19-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in een classicaal-regionaal overlegorgaan

Lid
4

Het classicaal-regionaal overlegorgaan werkt onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de classicale vergaderingen die het regionaal verband vormen en brengt jaarlijks verslag uit aan deze vergaderingen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-19, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-19-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in een classicaal-regionaal overlegorgaan

Lid
5

Het classicaal-regionaal overlegorgaan wordt in zijn arbeid ondersteund vanuit de dienstenorganisatie van de kerk.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-19, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-20-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 20.

Regionale colleges

Lid
1

De kerk kent voor het werk van de kerk in een door de kleine synode aangewezen regio
- het regionale college voor de visitatie en
- het regionale college voor de behandeling van beheerszaken
alsmede
- het regionale college voor het opzicht en
- het regionale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-20-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 20.

Regionale colleges

Lid
2

Tenzij in de orde van de kerk anders is aangegeven, worden de leden van de regionale colleges benoemd door het classicaal-regionaal overlegorgaan uit de leden van de kerk. Zij worden benoemd voor de tijd van vier jaar en kunnen voor een aansluitende periode van ten minste twee jaar en ten hoogste vier jaar worden herbenoemd, met dien verstande dat zij niet langer dan twaalf aaneengesloten jaren lid van het college kunnen zijn.
Het classicaal-regionaal overlegorgaan wijst de voorzitter van een regionaal college aan.
Elk regionaal college brengt periodiek verslag van zijn werkzaamheden uit aan het classicaal-regionaal overlegorgaan.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-20-2, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, deels ingegaan 30 april 2012 en deels 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-21-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 21.

Les Eglises Wallonnes

Lid
1

De Waalse gemeenten komen samen in een classicale vergadering, de Réunion Wallonne genaamd.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-21-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 21.

Les Eglises Wallonnes

Lid
2

De Réunion Wallonne heeft een breed moderamen dat onder de naam Commission Wallonne alles verricht wat in de ordinanties wordt opgedragen aan het breed moderamen van de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-21-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 21.

Les Eglises Wallonnes

Lid
3

De Réunion Wallonne werkt met een aantal brede moderamina van de classicale vergaderingen samen in een van de classicaal-regionale overlegorganen en is bevoegd met medewerking van het classicaal-regionaal overlegorgaan voor de behandeling van de beheerszaken van de Waalse gemeenten een college in te stellen, waarvan de leden door haar worden benoemd. Dit college doet jaarlijks verslag aan het classicaal-regionaal overlegorgaan.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-21-3, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-21-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 21.

Les Eglises Wallonnes

Lid
4

De visitatie in de Waalse gemeenten vindt plaats door de door de Réunion Wallonne volgens ordinantie 10-3-4 benoemde visitatoren.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-21-4, besluit generale synode d.d. 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-21-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 21.

Les Eglises Wallonnes

Lid
5

De Réunion Wallonne is bevoegd eigen voorzieningen te treffen ten behoeve van de eredienst in de Waalse gemeenen inzake de bijbelvertaling, het psalm- en gezangboek en de orden van dienst.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-21-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 21.

Les Eglises Wallonnes

Lid
6

(vervallen)1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-21-6, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4.IV.

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel
22-24

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-22-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 22.

Samenstelling

Lid
1

De leden van de evangelisch-lutherse synode worden gekozen uit en door hen die zijn opgenomen in het register van evangelisch-lutherse leden van de kerk.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-22-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 22.

Samenstelling

Lid
2

De evangelisch-lutherse synode bestaat uit achttien leden, te weten zes predikanten en twaalf niet-predikanten.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-22-2, besluit generale synode d.d. 7 november 2008, ingegaan 7 november 2008.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-22-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 22.

Samenstelling

Lid
3

De leden van de evangelisch-lutherse synode worden allen tegelijkertijd gekozen voor de tijd van vier jaar.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-22-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 22.

Samenstelling

Lid
4

Naast de leden van de evangelisch-lutherse synode worden als hun plaatsvervangers drie predikanten en zes niet-predikanten gekozen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-22-4, besluit generale synode d.d. 7 november 2008, ingegaan 7 december 2008.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-22-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 22.

Samenstelling

Lid
5

De verkiezing geschiedt volgens een door de evangelisch-lutherse synode vast te stellen en bij de regeling voor haar wijze van werken behorende, afzonderlijke regeling voor de verkiezing van de leden van de synode.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-22-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 22.

Samenstelling

Lid
6

Als adviseurs nemen volgens de regeling voor de wijze van werken van de evangelisch-lutherse synode aan de beraadslagingen van de evangelisch-lutherse synode deel de hoogleraren van het evangelisch-luthers seminarium, een daartoe aangewezen kerkmusicus, een van de leden van elk van de organen van bijstand van de synode, de afgevaardigden van de synode naar de generale synode en de afgevaardigden van de evangelisch-lutherse synode naar de assemblee en de andere bestuursorganen van de Lutherse Wereld Federatie, voorzover zij niet reeds deel uitmaken van de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-23-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 23.

Arbeidsveld

Lid
1

De evangelisch-lutherse synode heeft tot taak:
- het zorg dragen voor het bewaren en aan de gehele kerk dienstbaar maken van de lutherse traditie;
- het leiding geven aan het leven en werken van de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen en het onderhouden van contact met de evangelisch-lutherse gemeenten en de evangelisch-lutherse leden van de kerk, onder meer door
 - het periodiek bijeenroepen van een gezamenlijke vergadering;
 - het begeleiden en versterken van levende evangelisch-lutherse gemeenschappen;
 - het direct betrokken zijn bij het beroepingswerk van een evangelisch-lutherse gemeente, zoals geregeld in ordinantie 3-3;
- het zorg dragen voor de toerusting van de evangelisch-lutherse leden van de kerk alsmede het bijdragen aan de toerusting van de leden van de kerk inzake de evangelisch-lutherse traditie;
- het vaststellen van het beleidsplan ter zake van de arbeid van de evangelisch-lutherse synode;
- het onderhouden van contacten met het college van bestuur van de Protestantse Theologische Universiteit inzake de uitvoering van het in de Generale regeling opleiding predikanten bepaalde ter zake van de taak van de Protestantse Theologische Universiteit als bedoeld in ordinantie 13-2-4;1
- het onderhouden van contacten met evangelisch-lutherse instellingen;
- het adviseren van de colleges voor visitatie, van de colleges voor het opzicht en van de colleges voor de behandeling van beheerszaken in die gevallen als bepaald in de ordinanties, alsmede indien een betrokken kerkenraad, ambtsdrager of gemeentelid zich wendt tot de evangelisch-lutherse synode;
- het bijhouden van het register van de evangelisch-lutherse leden van de kerk;
- het geven van consideraties over vragen van belijden en kerkorde haar door de generale synode voorgelegd;
- het aanwijzen van haar afgevaardigden naar de generale synode, het uitspreken jegens de generale synode van wat er leeft in de evangelisch-lutherse gemeenten, het behandelen van de verslagen van haar afgevaardigden naar de generale synode en het informeren van de generale synode over de werkzaamheden van de evangelisch-lutherse synode;
- het onderhouden van de relatie van de kerk met de Lutherse Wereld Federatie;
- het verrichten van alles wat verder naar de orde van de kerk van haar wordt gevraagd.


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 4-23-1, besluit generale synode d.d. 7 april 2006, ingegaan 1 december 2006.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-23-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 23.

Arbeidsveld

Lid
2

Een wijziging in de ordinanties betreffende de evangelisch-lutherse leden van de kerk, de evangelisch-lutherse gemeenten en de evangelisch-lutherse synode kan pas in eerste lezing worden vastgesteld na overleg met en voorafgaand advies van de evangelisch-lutherse synode.
Een wijziging van dit artikel kan eerst in eerste lezing worden vastgesteld na instemmend advies van de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-24-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
1

De evangelisch-lutherse synode komt ten minste twee maal per jaar bijeen.
Voorts komt zij bijeen in buitengewone zitting op verzoek van ten minste zes leden van de synode of op verzoek van de generale synode, aan welk verzoek binnen zes weken nadat het verzoek is binnengekomen gevolg moet worden gegeven.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-24-1, besluit generale synode d.d. 7 november 2008, ingegaan 7 november 2008.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-24-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
2

Op de eerste bijeenkomst na de verkiezing als bedoeld in artikel 22-3 kiest de evangelisch-lutherse synode onder leiding van de afgetreden president uit haar midden een president, een vice-president en een secretaris, met dien verstande dat in elk geval de president uit de predikanten wordt gekozen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-24-2, besluit generale synode d.d. 7 november 2008, ingegaan 7 november 2008.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-24-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
3

In dezelfde bijeenkomst waarin de president, de vice-president en de secretaris worden gekozen, worden op dezelfde wijze voor de tijd van vier jaar nog twee andere leden van de evangelisch-lutherse synode gekozen die met de in het vorig artikellid gekozenen het moderamen van de evangelisch-lutherse synode, de synodale commissie genaamd, vormen.
In de synodale commissie hebben tenminste twee predikanten en tenminste twee niet-predikanten van de evangelisch-lutherse synode zitting.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-24-3, besluit generale synode d.d. 7 november 2008, ingegaan 7 november 2008.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-24-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
4

De synodale commissie heeft tot taak het voorbereiden, samenroepen en leiden van de bijeenkomsten van de evangelisch-lutherse synode, het voeren van overleg met het moderamen van de generale synode en voorts de uitvoering van de besluiten van de evangelisch-lutherse synode waarvoor geen anderen aangewezen zijn en van zaken die geen uitstel gedogen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-24-4, besluit generale synode d.d. 7 november 2008, ingegaan 7 november 2008.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-24-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
5

De synodale commissie is voorts belast met het verrichten van wat naar de orde van de kerk aan de evangelisch-lutherse synode is opgedragen, voorzover dat haar door de evangelisch-lutherse synode wordt gedelegeerd.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-24-5, besluit generale synode d.d. 7 november 2008, ingegaan 7 november 2008.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-24-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
6

De evangelisch-lutherse synode en de synodale commissie kunnen zich in hun arbeid laten bijstaan door commissies die door de synode worden ingesteld en werken in opdracht van, onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de synode.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-24-7

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
7

De evangelisch-lutherse synode maakt een regeling voor haar wijze van werken, waarin in ieder geval worden geregeld: het bijeenroepen van haar vergaderingen en die van de synodale commissie, de agendering, de voorzieningen die getroffen worden voor de archieven, en de controle van alle financiële handelingen door of namens haar uitgevoerd.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4.V.

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel
25-29

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-25-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 25.

Samenstelling

Lid
1

De generale synode wordt gevormd door de ambtsdragers die zijn afgevaardigd door de classicale vergaderingen en door de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-25-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 25.

Samenstelling

Lid
2

Elke classicale vergadering vaardigt één ambtsdrager uit de classis af.
De evangelisch-lutherse synode vaardigt vijf ambtsdragers uit haar leden af.
De afgevaardigden worden aangewezen voor vijf jaar.
Elk jaar treedt een vijfde van het aantal leden van de generale synode af.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-25-2, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-25-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 25.

Samenstelling

Lid
3

De afvaardiging geschiedt aan de hand van een door de kleine synode op te stellen rooster dat voor elke classicale vergadering aangeeft wanneer zij een dienstdoend predikant, een ouderling, een ouderling-kerkrentmeester of een diaken dient af te vaardigen. Dit rooster wordt zo opgesteld dat per tien ambtsdragers er ten naaste bij drie predikanten, twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, twee ouderlingen-kerkrentmeester en drie diakenen van de generale synode deel uitmaken.
De kleine synode is bevoegd om afwijking van het rooster toe te staan, met dien verstande dat van de generale synode tenminste 18 predikanten, 12 ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, 12 ouderlingen-kerkrentmeester en 18 diakenen deel uitmaken.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-25-3, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-25-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 25.

Samenstelling

Lid
4

De classicale vergaderingen en de evangelisch-lutherse synode wijzen naast elke afgevaardigde een secundus aan die aan dezelfde vereisten voldoet als de primus en die bij verhindering of ontstentenis van deze als primus fungeert.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-25-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 25.

Samenstelling

Lid
5

Wanneer de kleine synode constateert dat de samenstelling van de generale synode zodanig is dat de aantallen synodeleden, gerekend naar hun behoren tot een protestantse gemeente, een hervormde gemeente, een gereformeerde kerk of een evangelisch-lutherse gemeente naar verhouding sterk afwijken van de aantallen tot de Protestantse Kerk in Nederland behorende protestantse gemeenten, hervormde gemeenten, gereformeerde kerken en evangelisch-lutherse gemeenten, kan ter correctie de kleine synode ten hoogste tien classicale vergaderingen aanwijzen opdat die naast de reeds door hen afgevaardigde synodeleden een tweede synodelid afvaardigen, waarbij de kleine synode bepaalt of deze van een protestantse gemeente, een hervormde gemeente, een gereformeerde kerk dan wel een evangelisch-lutherse gemeente ambtsdrager is en of deze een predikant, een ouderling die niet tevens kerkrentmeester is, een ouderling-kerkrentmeester dan wel een diaken dient te zijn.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-25-5, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-25-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 25.

Samenstelling

Lid
6

De generale synode bepaalt in haar regeling voor haar wijze van werken wie als adviseurs aan de beraadslagingen van de generale synode deelnemen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-26-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 26.

Arbeidsveld

Lid
1

De generale synode heeft tot taak:
- het leiding geven aan het leven en werken van de kerk op haar verschillende arbeidsvelden en het ter hand nemen van al wat het leven van de kerk in de wereld kan bevorderen;
- het gestalte geven aan de verantwoordelijkheid van de kerk voor de gemeenten;
- het bevorderen van de eenheid van de kerk;
- het vaststellen van het beleidsplan ter zake van het leven en werken van de kerk in haar geheel;
- het zoeken en bevorderen van de eenheid, de gemeenschap en de samenwerking met andere kerken van Jezus Christus;
- het vaststellen van de generale regelingen, voor zover dit in artikel 27 niet is opgedragen aan de kleine synode;
- het verrichten van alles wat verder naar de orde van de kerk van haar wordt gevraagd.
De generale synode doet in de vervulling van haar opdracht recht aan de binnen de kerk voorkomende kerkelijke verscheidenheid.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-26-1, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-26-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 26.

Arbeidsveld

Lid
2

De afgevaardigden naar de generale synode brengen verslag uit aan de classicale vergaderingen en de evangelisch-lutherse synode over hetgeen door de generale synode is gedaan.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-27-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 27.

Werkwijze

Lid
1

De generale synode komt ten minste twee maal per jaar bijeen.
Voorts komt zij bijeen in buitengewone zitting op verzoek van ten minste zeven classicale vergaderingen of krachtens een besluit van de kleine synode. Aan een daartoe strekkend verzoek of besluit moet binnen zes weken nadat het verzoek is binnengekomen of het besluit is genomen, gevolg worden gegeven.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-27-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 27.

Werkwijze

Lid
2

De generale synode heeft een moderamen dat gevormd wordt door de preses, de scriba, de assessor I, de assessor II en de assessor III.
Preses en assessor I worden gekozen voor een periode van vijf jaar uit het midden van de synode. Indien hun zittingstermijn als afgevaardigd synodelid afloopt, blijven zij, zolang zij ambtsdrager zijn, voor de rest van die periode in functie. Van de preses en de assessor I is er tenminste één predikant.
Assessor II en III worden gekozen voor twee jaar uit het midden van de synode en zijn herkiesbaar.
De scriba wordt voor vijf jaar benoemd uit de predikanten van de kerk en kan eenmaal worden herbenoemd.
Moderamenleden die niet tot de afgevaardigden behoren hebben in de vergaderingen van de synode en de kleine synode een adviserende stem.
Taken en bevoegdheden van de scriba worden nader geregeld in een door de generale synode vast te stellen instructie.
De generale synode legt in de door haar op te stellen regeling voor haar wijze van werken nader vast hoe gehandeld zal worden wanneer in het moderamen een tussentijdse vacature ontstaat of wanneer de continuïteit binnen het moderamen in gevaar komt.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-27-2, besluit generale synode d.d. 23 september 2011 en 9 november 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-27-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 27.

Werkwijze

Lid
3

Het moderamen heeft tot taak het voorbereiden, samenroepen en leiden van de bijeenkomsten van de generale synode en van de kleine synode en voorts de uitvoering van die besluiten van de generale synode waarvoor geen anderen aangewezen zijn.
In het bijzonder kan het moderamen worden belast, onder verantwoording aan de kleine synode, met het afdoen van zaken van formele en administratieve aard en van zaken die geen uitstel gedogen.
Het moderamen brengt regelmatig rapport van zijn werkzaamheiden uit aan de kleine synode.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-27-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 27.

Werkwijze

Lid
4

Naast de moderamenleden worden jaarlijks voor de tijd van een jaar nog vijftien andere leden van de generale synode gekozen die met het moderamen het breed moderamen, de kleine synode genaamd, vormen.
De kleine synode wordt zo samengesteld dat ten minste vier predikanten, vier ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, vier ouderlingen-kerkrentmeester en vier diakenen van de kleine synode deel uitmaken.
In de kleine synode heeft ten minste één evangelisch-luthers lid van de generale synode zitting. De kleine synode voegt daar indien nodig een of twee leden van de evangelisch-lutherse synode als adviserend lid aan toe, met dien verstande dat de kleine synode altijd tenminste drie leden van de evangelisch-lutherse synode als lid dan wel adviserend lid telt.
Ten behoeve van de vergaderingen van de kleine synode wordt voor elk lid daarvan uit de generale synode een secundus gekozen die aan dezelfde vereisten voldoet als de primus en die bij verhindering of ontstentenis van deze als primus fungeert.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-27-4, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-27-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 27.

Werkwijze

Lid
5

De kleine synode is belast met:
− het in naam van en in verantwoording aan de generale synode leiding geven aan en coördineren van de arbeid van de organen van bijstand van de generale synode;
− het verrichten van wat naar de orde van de kerk aan de generale synode is opgedragen, voorzover dat haar door de generale synode wordt gedelegeerd;
− het vaststellen van de generale regeling rechtspositie predikanten, de generale regeling predikantspensioenen, de generale regeling rechtspositie medewerkers en de generale regeling kerkmusici.
De kleine synode legt van haar werkzaamheden verantwoording af aan de generale synode.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-27-5, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-27-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 27.

Werkwijze

Lid
6

De generale synode maakt een regeling voor haar wijze van werken waarin in ieder geval worden geregeld: het bijeenroepen van haar vergaderingen en die van de kleine synode, en de agendering.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-28-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
1

De generale synode laat zich in haar arbeid bijstaan door
− de generale raad van advies,
− de raad van advies voor het gereformeerd belijden,
− de raad van toezicht voor de Protestantse Theologische Universiteit,
− het bestuur van de dienstenorganisatie,
− de commissies die bij of krachtens ordinantie of generale regeling een taak namens de synode verrichten.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-28-1, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-28-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
2

De leden van de organen van bijstand worden benoemd door de generale synode uit de leden van de kerk voor een periode van vier jaar en kunnen telkens terstond voor tenminste twee jaar en ten hoogste vier jaar worden herbenoemd, met dien verstande dat zij niet langer dan twaalf aaneengesloten jaren lid van het orgaan van bijstand kunnen zijn.
Elk orgaan van bijstand legt periodiek in een rapport verantwoording af van zijn werkzaamheden aan de generale synode.
De generale synode wijst de voorzitter en de secretaris van het orgaan van bijstand aan.
De organen van bijstand werken onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de generale synode.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-28-2, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 30 april 2012.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-28-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
3

De generale raad van advies heeft als taak
- het adviseren van de generale synode ter zake van het leven en werken van de kerk, in het bijzonder ter zake van het werk dat aan de dienstenorganisatie is toevertrouwd;
- het adviseren van het bestuur van de dienstenorganisatie ter zake van het werk dat aan de dienstenorganisatie is toevertrouwd.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-28-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
4

De raad van advies voor het gereformeerd belijden heeft als taak:
- het adviseren van de generale synode inzake die aangelegenheden die het gereformeerd belijden raken;
- het op verzoek adviseren van andere ambtelijke vergaderingen of organen van de kerk met het oog op de voortgaande bezinning op vragen van geloven en kerk-zijn en het belijdend gesprek binnen de kerk;
- en het zo nodig − op verzoek van de generale synode − onderhouden van contacten met andere kerken van gereformeerd belijden alsmede met daarmee verwante organisaties.
De raad brengt zijn advies uit aan de synode na overleg met de generale raad van advies.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-28-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
5

Het bestuur van de dienstenorganisatie heeft als taak:
- het besturen van de dienstenorganisatie met inachtneming van het door de generale synode vastgestelde beleid en de door de kleine synode vastgestelde begroting;
- het (doen) voorbereiden van het door de generale synode vast te stellen beleid, met name ter zake van
  - de dienstverlening ten behoeve van de opbouw van de gemeenten, 
  - de zorg voor de opleiding en begeleiding van predikanten en kerkelijke werkers voorzover niet aan anderen toevertrouwd,
  - de theologische arbeid van de kerk,
  - de missionaire, diaconale en oecumenische opdracht van de kerk,
  - de ondersteuning van het werk van en ten behoeve van de meerdere vergaderingen
 en het (doen) uitvoeren van dit beleid;
- het vertegenwoordigen van de kerk ter zake van het werkgeverschap.
Het draagt de dagelijkse leiding van de dienstenorganisatie op aan een algemeen directeur, die wordt benoemd door de generale synode uit de leden van de kerk.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-28-5, besluit generale synode d.d. 16 november 2007, ingegaan 1 december 2007.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-28-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
6

De generale synode en de kleine synode kunnen commissies instellen voor een beperkte of een tijdelijke taak.
De leden van deze commissies worden benoemd door de generale synode respectievelijk de kleine synode.
De commissies werken in opdracht van, onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de generale synode respectievelijk de kleine synode.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-28-7

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
7

De bespreking van en besluitvorming aangaande de periodieke verslagen en rapporten van de organen van bijstand en de generale colleges kunnen door de generale synode worden gedelegeerd aan de kleine synode.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-28-8

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
8

Ten behoeve van de arbeid van de kerk onderhoudt de generale synode een dienstenorganisatie. Het beleidsplan voor de dienstenorganisatie wordt voorbereid door of vanwege het moderamen van de generale synode en het bestuur van de dienstenorganisatie tezamen en vastgesteld door de generale synode.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-28-8, besluit generale synode d.d. 16 november 2007, ingegaan 1 december 2007.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-29-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 29.

De generale colleges

Lid
1

De kerk kent voor het werk van de gehele kerk
− het generale college voor de visitatie,
− het generale college voor de toelating tot het ambt van predikant,
− het generale college voor de ambtsontheffing en
− het generale college voor de kerkorde
alsmede
− het generale college voor het opzicht en
− het generale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-29-1, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 4-29-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 29.

De generale colleges

Lid
2

Tenzij in de orde van de kerk anders is aangegeven, worden de leden van de generale colleges benoemd door de generale synode uit de leden van de kerk. Zij worden benoemd voor een periode van vier jaar en kunnen telkens terstond voor tenminste twee jaar en ten hoogste vier jaar worden herbenoemd, met dien verstande dat zij niet langer dan twaalf aaneengesloten jaren lid van het college kunnen zijn.
De generale synode wijst de voorzitter van een generaal college aan.
Elk generaal college brengt periodiek verslag van zijn werkzaamheden uit aan de generale synode.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 4-29-2, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 30 april 2012.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5

Ordinantie 5 De eredienst

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-1-1

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 1.

De eredienst

Lid
1

Op de zondag als de dag des Heren en op de kerkelijke feest- en gedenkdagen komt de gemeente samen in de eredienst.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-1-2

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 1.

De eredienst

Lid
2

De gemeente kan tevens samenkomen
- in leerdiensten;
- in de bidstond en de dankstond voor gewas en arbeid en de kerkdiensten op de oudejaarsavond en de nieuwjaarsmorgen;
- in kerkdiensten ter gelegenheid van bijzondere gebeurtenissen in het leven van gemeenteleden en van de gemeente zoals trouwdiensten, diensten van rouwdragen en gedenken en zegenvieringen;
- in kerkdiensten naar aanleiding van belangrijke gebeurtenissen in de kerk en in de wereld.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-1-3

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 1.

De eredienst

Lid
3

Tijd, plaats en aantal van de kerkdiensten worden vastgesteld door de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-1-4

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 1.

De eredienst

Lid
4

De in de kerkdiensten te volgen orde wordt vastgesteld door de kerkenraad waarbij gebruik wordt gemaakt van een van de in het dienstboek van de kerk aangereikte orden voor de eredienst.
Dit geschiedt met inachtneming van de bijzondere verantwoordelijkheid van de predikant voor de bediening van Woord en sacramenten en van de kerkmusicus voor de kerkmuziek.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-1-5

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 1.

De eredienst

Lid
5

De verantwoordelijkheid van de kerkenraad voor de kerkdiensten wordt tot uitdrukking gebracht in de ambtelijke aanwezigheid van leden van de kerkenraad naast de voorganger.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-1-6

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 1.

De eredienst

Lid
6

Voor de publieke aankondiging van de te houden kerkdiensten met vermelding van plaats en aanvangstijd wordt zorg gedragen door de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-1-7

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 1.

De eredienst

Lid
7

De dienst van de gebeden en de lofprijzing kan ook gestalte krijgen in de dagelijkse getijdendiensten, met name in het morgengebed, het middaggebed en het avondgebed.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-2-1

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 2.

Bijzondere bepalingen

Lid
1

In een getijdendienst onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad kan worden afgeweken van het in artikel 1-5 bepaalde. Alle leden van de gemeente kunnen worden uitgenodigd in deze dienst voor te gaan.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-2-2

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 2.

Bijzondere bepalingen

Lid
2

De kerkenraad kan een kerkdienst ter gelegenheid van bijzondere gebeurtenissen in het leven van gemeenteleden doen plaatsvinden in het gebied van een andere gemeente, indien de kerkenraad van die gemeente daarmee schriftelijk instemt.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-2-3

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 2.

Bijzondere bepalingen

Lid
3

De kerkenraad kan besluiten tot het houden van een oecumenische kerkdienst met andere kerkelijke gemeenschappen ter plaatse. In deze diensten kan worden afgeweken van het in artikel 1-3 en 4 bepaalde. In deze kerkdiensten kunnen voorgaan zij die in de eigen kerkgemeenschap bevoegdheid tot voorgaan in de eredienst hebben ontvangen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-2-4

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 2.

Bijzondere bepalingen

Lid
4

De kerkenraad kan besluiten tot het houden van een bijzondere kerkdienst. In deze diensten kan worden afgeweken van het in artikel 1-4 en in artikel 5 bepaalde.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 5-2-4, besluit generale synode, d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-3-1

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 3.

Het huwelijk

Lid
1

De inzegening van een huwelijk van man en vrouw als een verbond van liefde en trouw voor Gods aangezicht geschiedt in een kerkdienst.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-3-2

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 3.

Het huwelijk

Lid
2

Het verzoek om inzegening van een huwelijk wordt ten minste zes weken van tevoren ingediend bij de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-3-3

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 3.

Het huwelijk

Lid
3

Wanneer zij die het verzoek hebben ingediend (of één van hen) zijn ingeschreven in het register van een andere gemeente, wordt het verzoek ten minste tien weken van tevoren ingediend bij de kerkenraad, die onverwijld de andere kerkenraad of kerkenraden op de hoogte stelt van het verzoek. Indien een andere kerkenraad binnen twee weken nadat hij op de hoogte is gesteld bezwaar maakt, beoordeelt de eerstgenoemde kerkenraad of het bezwaar voor de inzegening een beletsel vormt. Hij geeft de kerkenraad die het bezwaar indiende uiterlijk vier weken voor de inzegening bericht over zijn besluit.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-3-4

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 3.

Het huwelijk

Lid
4

De trouwdienst wordt ten minste twee weken van tevoren aan de gemeente bekend gemaakt met vermelding van de namen van hen van wie het huwelijk zal worden ingezegend.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-3-5

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 3.

Het huwelijk

Lid
5

De inzegening geschiedt door een predikant van de gemeente, of door een andere in overleg met het bruidspaar door de kerkenraad uit te nodigen predikant, met gebruikmaking van een van de orden uit het dienstboek van de kerk.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-3-6

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 3.

Het huwelijk

Lid
6

De kerkenraad schenkt namens de gemeente in de trouwdienst een huisbijbel.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-3-7

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 3.

Het huwelijk

Lid
7

De kerkenraad kan een trouwboek bijhouden, waarin hij de namen van hen van wie het huwelijk is ingezegend inschrijft.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-3-8

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 3.

Het huwelijk

Lid
8

Alleen een naar burgerlijk recht tot stand gekomen huwelijk kan worden ingezegend.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 5-3-8, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-4-1

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 4.

Andere levensverbintenissen

Lid
1

De kerkenraad kan − na beraad in de gemeente − besluiten dat ook andere levensverbintenissen van twee personen als een verbond van liefde en trouw voor Gods aangezicht kunnen worden gezegend.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-5-1

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 5.

De voorganger

Lid
1

In een kerkdienst van een tot de Protestantse Kerk in Nederland behorende gemeente zijn bevoegd voor te gaan:
− de predikanten van de kerk; en
− de voorgangers die behoren tot een kerkgemeenschap in Nederland of daarbuiten waarmee de Protestantse Kerk in Nederland bijzondere betrekkingen onderhoudt, naar de bevoegdheden die deze voorgangers hebben in hun eigen kerkgemeenschap en naar regels door de generale synode gesteld.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 5-5-1, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-5-2

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 5.

De voorganger

Lid
2

In een kerkdienst van een tot de Protestantse Kerk behorende gemeente zijn tevens bevoegd voor te gaan:
- zij die als proponent de bevoegdheid hebben te staan naar het ambt van predikant in de Protestantse Kerk in Nederland;
- zij die in het kader van de opleiding tot predikant de bevoegdheid hebben verkregen een kerkdienst te leiden; en
- zij aan wie volgens de bepalingen van de generale regeling voor het verlenen van consent tot het leiden van kerkdiensten, een preekconsent is verleend in de Protestantse Kerk in Nederland en wel in de kerkdiensten van die gemeenten waarop het preekconsent betrekking heeft.
De in dit lid bedoelde bevoegdheid omvat niet de bediening van doop en avondmaal, het afnemen van de belijdenis van het geloof, de bevestiging van ambtsdragers en het leiden van trouwdiensten en het uitspreken van de zegen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-5-3

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 5.

De voorganger

Lid
3

Indien de kerkdienst niet geleid wordt door een aan de gemeente verbonden predikant, nodigt de kerkenraad een andere bevoegde voorganger uit om de kerkdienst te leiden.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-5-4

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 5.

De voorganger

Lid
4

In noodgevallen waarin geen in lid 1 of 2 genoemde voorganger beschikbaar is, wordt de kerkdienst geleid door een ambtsdrager van de gemeente of door een of meer door de kerkenraad aan te wijzen leden van de gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-6-1

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 6.

De kerkmusicus

Lid
1

Aan de gemeentezang en de verdere muzikale vormgeving van de eredienst wordt leiding gegeven door een kerkmusicus.
De kerkmusicus kan in een bediening worden gesteld.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-6-2

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 6.

De kerkmusicus

Lid
2

De kerkmusicus wordt benoemd door de kerkenraad na overleg met het college van kerkrentmeesters, bij voorkeur uit de leden van de kerk. De aanstelling van de kerkmusicus geschiedt door het college van kerkrentmeesters.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-6-3

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 6.

De kerkmusicus

Lid
3

De kerkmusicus wordt hetzij op arbeidsovereenkomst hetzij op basis van vrijwilligheid aangesteld volgens de bepalingen van de generale regeling voor de kerkmusici.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-7-1

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 7.

De koster

Lid
1

Ten behoeve van de zorg voor het kerkgebouw en de goede gang van zaken daarin tijdens de kerkdiensten kunnen de kerkrentmeesters zich laten bijstaan door een koster.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-7-2

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 7.

De koster

Lid
2

De koster wordt benoemd door de kerkenraad op voordracht van het college van kerkrentmeesters, bij voorkeur uit de leden van de kerk. De aanstelling van de koster geschiedt door het college van kerkrentmeesters.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-7-3

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 7.

De koster

Lid
3

Wanneer de koster op arbeidsovereenkomst wordt aangesteld, wordt deze aangesteld volgens de bepalingen van de generale regeling voor de rechtspositie van de kerkelijke medewerkers.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-8-1

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 8.

Het kerkgebouw

Lid
1

De zorg voor het kerkgebouw en de goede gang van zaken daarin tijdens de kerkdiensten berust bij het college van kerkrentmeesters.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-8-2

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 8.

Het kerkgebouw

Lid
2

Over de inrichting van het kerkgebouw beslist de kerkenraad, gehoord het orgaan van de kerk dat op dit terrein werkzaam is.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-8-3

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 8.

Het kerkgebouw

Lid
3

Het kerkgebouw wordt door het college van kerkrentmeesters in overleg met de kerkenraad bij voorrang beschikbaar gesteld voor gemeentelijke en kerkelijke doeleinden.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-8-4

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 8.

Het kerkgebouw

Lid
4

Wanneer een kerkgebouw in gebruik is bij een wijkgemeente dient in de leden 1, 2 en 3 in plaats van het college van kerkrentmeesters wijkraad van kerkrentmeesters en in plaats van kerkenraad wijkkerkenraad te worden gelezen, tenzij in de plaatselijke regeling anders is bepaald.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-9-1

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 9.

De bijbelvertaling, het psalm- en gezangboek en het dienstboek

Lid
1

De generale synode bevordert de eenheid in de kerk door
- het aanwijzen van een of meer bijbelvertalingen
- het aanbieden van een of meer psalm- en gezangboeken
om in de eredienst te gebruiken.
In de eredienst wordt bij voorkeur van deze vertalingen en boeken gebruik gemaakt.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-9-2

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 9.

De bijbelvertaling, het psalm- en gezangboek en het dienstboek

Lid
2

Met het oog op de kerkdienst en andere vieringen stelt de generale synode orden vast, die tezamen het dienstboek van de kerk vormen.
De eredienst, de bediening en viering van de doop en van het avondmaal, de openbare geloofsbelijdenis, de bevestiging van ambtsdragers, de inleiding van hen die in een bediening worden gesteld, de trouwdiensten en de diensten van rouwdragen en gedenken geschieden met gebruikmaking van door de generale synode vastgestelde orden.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-9-3

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 9.

De bijbelvertaling, het psalm- en gezangboek en het dienstboek

Lid
3

Een nieuw aan te wijzen bijbelvertaling, een nieuw aan te bieden psalm- en gezangboek en een nieuw vast te stellen orde worden eerst gedurende enige tijd vrijgegeven ter beproeving door de gemeenten. De aanwijzing, aanbieding of vaststelling geschiedt na de classicale vergaderingen te hebben gehoord en na advies van de organen van de kerk die op het desbetreffende terrein werkzaam zijn.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 5-9-4

Ordinantie 5 De eredienst

 

Artikel 9.

De bijbelvertaling, het psalm- en gezangboek en het dienstboek

Lid
4

Het door de generale synode aangeboden psalm- en gezangboek en het door de synode vastgestelde dienstboek kunnen met de in artikel I-4 en 5 van de kerkorde genoemde geschriften door de synode worden samengebracht in een kerkboek.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6

Ordinantie 6 De heilige doop

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6-1-1

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 1.

De opwekking tot de viering van de doop

Lid
1

De gemeente wordt in de eredienst en in de herderlijke zorg opgewekt tot de viering van de doop, in het bijzonder van de doop van de kinderen van de gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6-1-2

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 1.

De opwekking tot de viering van de doop

Lid
2

De kerkenraad ziet erop toe dat de doop in de gemeente heilig wordt gehouden.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6-2-1

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 2.

De toelating tot de doop

Lid
1

De verantwoordelijkheid voor de bediening van de doop berust bij de kerkenraad. De toelating tot de doop geschiedt met inachtneming van de richtlijnen die de generale synode daarvoor geeft.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6-2-2

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 2.

De toelating tot de doop

Lid
2

De kerkenraad voert een gesprek over de betekenis van de doop — in de regel in de persoon van de predikant tezamen met een van de ouderlingen die daartoe door de kerkenraad wordt aangewezen — met hen door wie de doop voor hun kinderen dan wel voor zichzelf wordt begeerd.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6-2-3

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 2.

De toelating tot de doop

Lid
3

De kerkenraad ziet erop toe dat, in geval van de doop van een kind, de doop door ten minste een van de ouders of verzorgers wordt begeerd.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6-2-4

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 2.

De toelating tot de doop

Lid
4

De kerkenraad bepaalt of doopvragen door doopleden mogen worden beantwoord. De kerkenraad neemt een besluit tot wijziging van het beleid ter zake niet dan na de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6-2-5

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 2.

De toelating tot de doop

Lid
5

Indien de ouders of verzorgers respectievelijk degenen door wie de doop wordt begeerd, in het register van gemeenteleden van een andere gemeente van de kerk zijn ingeschreven, wordt de doop eerst bediend nadat de kerkenraad van die andere gemeente daarvan schriftelijk op de hoogte is gesteld en daartegen binnen drie weken schriftelijk geen bezwaar heeft gemaakt. De kerkenraad beoordeelt of het bezwaar een beletsel vormt en geeft aan de kerkenraad die het bezwaar indiende uiterlijk vier weken voor de doopsbediening bericht over zijn besluit.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6-2-6

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 2.

De toelating tot de doop

Lid
6

Indien de ouders of verzorgers door wie de doop voor hun kind wordt begeerd, lid zijn van een andere kerk, kan in bijzondere situaties, zulks ter beoordeling van de kerkenraad, de doop worden bediend, zo mogelijk in overleg met het bevoegde orgaan van die andere kerk.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6-3-1

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 3.

De bediening van de doop

Lid
1

De gelegenheid tot het ontvangen van de doop wordt ten minste eenmaal in de maand geboden.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6-3-2

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 3.

De bediening van de doop

Lid
2

De doop wordt in een kerkdienst van de gemeente bediend door een predikant met gebruikmaking van een van de orden uit het dienstboek van de kerk.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6-3-3

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 3.

De bediening van de doop

Lid
3

Indien de kerkenraad van oordeel is dat bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de doop ook buiten een kerkdienst worden bediend, waarbij de kerkenraad vertegenwoordigd is en zo mogelijk andere leden van de gemeente aanwezig zijn.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6-3-4

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 3.

De bediening van de doop

Lid
4

Doopvragen worden bij de doop van een kind beantwoord door de ouders of verzorgers dan wel — indien omstandigheden dat wenselijk maken — door anderen die bereid zijn (mede)verantwoordelijkheid te dragen voor de geestelijke vorming van het kind.
Doopvragen kunnen daarnaast beantwoord worden door anderen die als doopgetuigen optreden.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6-3-5

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 3.

De bediening van de doop

Lid
5

Aan kinderen die geloofsonderricht kunnen volgen, wordt de doop bediend na dooponderricht, in welk geval zij in de regel zelf doopvragen beantwoorden waarbij ook door de ouders of verzorgers vragen kunnen worden beantwoord.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6-3-6

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 3.

De bediening van de doop

Lid
6

Zij die niet als kind gedoopt zijn, ontvangen de doop nadat zij belijdenis van het geloof hebben afgelegd.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6-4-1

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 4.

De doopregistratie

Lid
1

De kerkenraad draagt er zorg voor dat de namen van hen die in de gemeente zijn gedoopt, in het doopboek van de gemeente worden ingeschreven, een en ander met inachtneming van de richtlijnen die de generale synode daarvoor geeft.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6-4-2

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 4.

De doopregistratie

Lid
2

De kerkenraad geeft aan hen die zijn gedoopt of — in geval van de doop van een kind — aan de ouders een verklaring af dat de doop is bediend.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6-4-3

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 4.

De doopregistratie

Lid
3

De kerkenraad kan op verzoek ook later een afschrift van de verklaring als bedoeld in lid 2 afgeven, echter alleen voor doeleinden waarvan hem is aangetoond dat zij niet strijdig zijn met het belijden van de kerk.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6-4-4

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 4.

De doopregistratie

Lid
4

Is de doop bediend op verzoek van iemand die in een andere gemeente van de kerk is ingeschreven, dan doet de kerkenraad van de gemeente waar de doop heeft plaatsgevonden, daarvan mededeling aan de kerkenraad van die andere gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6-5-1

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 5.

Erkenning van de doop, bediend in een andere kerkgemeenschap

Lid
1

De doop die binnen een andere kerkgemeenschap is bediend wordt door de Protestantse Kerk in Nederland erkend indien de generale synode dit ten aanzien van zulk een kerkgemeenschap heeft uitgesproken, en anders, indien vast komt te staan dat deze doop in of vanwege een christelijke kerk of een gemeenschap van christenen, door een aldaar tot de doopbediening bevoegd persoon bediend werd met water en in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 6-5-2

Ordinantie 6 De heilige doop

 

Artikel 5.

Erkenning van de doop, bediend in een andere kerkgemeenschap

Lid
2

De kerkenraad stelt, indien een gedoopte, van wie de doop is erkend of door de kerkenraad wordt erkend, als lid wenst te worden opgenomen in een gemeente van de Protestantse Kerk in Nederland, een onderzoek in naar de beweegredenen en beslist of betrokken opgenomen wordt als lid van de gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 7

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

Kerkorde PKN (2013) Ord. 7-1-1

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 1.

De nodiging tot het avondmaal

Lid
1

De nodiging tot deelname aan de viering van de maaltijd van de Heer geschiedt in de eredienst en in de herderlijke zorg.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 7-1-2

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 1.

De nodiging tot het avondmaal

Lid
2

De nodiging gaat uit naar hen die Jezus Christus belijden en instemmen met de lofprijzing.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 7-1-3

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 1.

De nodiging tot het avondmaal

Lid
3

De toeleiding tot en de voorbereiding op de viering van het avondmaal vinden plaats in de geloofsopvoeding, in de catechese en in de eredienst.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 7-2-1

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 2.

De toelating tot het avondmaal

Lid
1

Tot de deelname aan het avondmaal worden, met inachtneming van het overigens in de orde van de kerk bepaalde, toegelaten de leden van de gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 7-2-2

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 2.

De toelating tot het avondmaal

Lid
2

De kerkenraad bepaalt of alleen belijdende leden of ook doopleden aan het avondmaal kunnen deelnemen.
De kerkenraad neemt een beslissing tot wijziging van het beleid ten aanzien van de deelname aan het avondmaal niet dan na beraad in de gemeente, tot deelname waaraan de leden van de gemeente worden uitgenodigd.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 7-2-3

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 2.

De toelating tot het avondmaal

Lid
3

Zij die tot een andere gemeente van de kerk behoren, worden door de kerkenraad toegelaten tot het avondmaal overeenkomstig het in lid 2 ten aanzien van de leden van de gemeente bepaalde.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 7-2-4

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 2.

De toelating tot het avondmaal

Lid
4

De kerkenraad kan leden van andere kerken die in hun kerkgemeenschap tot de viering van het avondmaal toegang hebben, toelaten tot het avondmaal.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 7-3-1

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 3.

De viering van het avondmaal

Lid
1

Het avondmaal wordt bediend door een predikant, waarbij de diakenen aan de tafel van de Heer dienen en de ouderlingen medeverantwoordelijkheid dragen.
De bediening geschiedt op de wijze die door de kerkenraad is vastgesteld en met gebruikmaking van een van de orden uit het dienstboek van de kerk.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 7-3-2

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 3.

De viering van het avondmaal

Lid
2

Het avondmaal wordt gevierd in een kerkdienst van de gemeente.
De gemeente viert het avondmaal op gezette tijden, doch ten minste vier maal per jaar.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 7-3-3

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 3.

De viering van het avondmaal

Lid
3

Verbonden met de viering in de kerkdienst kan het avondmaal ook worden gevierd bij en met gemeenteleden die niet in staat zijn deel te nemen aan de viering in de kerkdienst.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 7-3-4

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 3.

De viering van het avondmaal

Lid
4

Het avondmaal kan onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad in een kerkdienst in instellingen als gevangenissen, ziekenhuizen en verpleeghuizen bediend worden.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 7-4-1

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 4.

Voorbereiding en dankzegging

Lid
1

De voorbereiding op de viering van het avondmaal, waarin de gemeente wordt opgewekt tot verootmoediging en vertrouwen, en de dankzegging na het avondmaal kunnen, als de kerkenraad dat wenselijk acht, plaatsvinden in een kerkdienst voorafgaand aan respectievelijk volgend op de viering van het avondmaal.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 7-4-2

Ordinantie 7 Het heilig avondmaal

 

Artikel 4.

Voorbereiding en dankzegging

Lid
2

De kerkenraad kan een samenkomst beleggen ter bezinning en verzoening, met het oog op de waardige viering van het avondmaal.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-1-1

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 1.

Samenhang en eigenheid

Lid
1

De gemeente vervult haar missionaire, diaconale en pastorale roeping in het besef dat de daaruit voortvloeiende taken zowel in hun onderlinge samenhang als in hun eigenheid behartigd dienen te worden.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-1-2

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 1.

Samenhang en eigenheid

Lid
2

De kerkenraad ziet erop toe dat de afzonderlijke taken waar nodig en mogelijk op elkaar worden afgestemd en dat zij worden gericht op het gemeente-zijn in de wereld.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-1-3

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 1.

Samenhang en eigenheid

Lid
3

De kerkenraad draagt verantwoordelijkheid voor
− het opwekken van de leden van de gemeente om zich in te zetten voor die taken waarvoor zij gaven hebben ontvangen;
− de bijzondere toerusting en vorming van de leden van de gemeente met het oog op de vervulling van hun taken;
− het instellen van organen die de kerkenraad bijstaan en voorlichten en die de genoemde taken behartigen in daarbij passende werkvormen;
− het werven en ter beschikking stellen van gelden en middelen die voor de uitvoering van de betreffende taken noodzakelijk zijn;
− het onderhouden van contacten met andere kerkelijke gemeenschappen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-1-4

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 1.

Samenhang en eigenheid

Lid
4

De toerusting van de gemeente tot de missionaire, diaconale en pastorale arbeid in het algemeen geschiedt in de kerkdiensten, in onderricht en vorming en door middel van publicaties.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-1-5

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 1.

Samenhang en eigenheid

Lid
5

Waar zij andere godsdiensten ontmoet verricht de gemeente haar arbeid van getuigenis en dienst door het gesprek te voeren op respectvolle wijze en door naar mogelijkheden te zoeken om gemeenschappelijke taken te verrichten.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-1-6

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 1.

Samenhang en eigenheid

Lid
6

Met het oog op zijn verantwoordelijkheid voor de missionaire, diaconale en pastorale arbeid laat de kerkenraad zich voorlichten en bijstaan door de organen van de kerk die op deze terreinen werkzaam zijn.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-2-1

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 2.

De missionaire arbeid

Lid
1

De gemeente is geroepen tot getuigenis en dienst aan hen die het Evangelie niet kennen of daarvan vervreemd zijn.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-2-2

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 2.

De missionaire arbeid

Lid
2

De verantwoordelijkheid van de gemeente betreft zowel haar missionaire opdracht in eigen omgeving als de missionaire opdracht elders in de wereld.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-2-3

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 2.

De missionaire arbeid

Lid
3

De missionaire arbeid in eigen omgeving krijgt gestalte in het leven van de leden van de gemeente, die worden opgewekt Jezus Christus met woord en daad te belijden, als ook in de missionaire arbeid die door de betreffende organen van bijstand wordt verricht.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-2-4

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 2.

De missionaire arbeid

Lid
4

De gemeente vervult haar missionaire opdracht elders in de wereld met behulp van het betreffende orgaan van de gemeente en, in samenwerking met de daartoe aangewezen organen van de kerk, met inachtneming van het bepaalde in ordinantie 14.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-3-1

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 3.

De diaconale arbeid

Lid
1

De gemeente is geroepen tot de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid door
− het betrachten van onderling dienstbetoon,
− het verlenen van bijstand, verzorging en bescherming aan wie dat nodig hebben,
− het deelnemen in arbeid ten behoeve van het algemeen maatschappelijk welzijn,
− het signaleren van knelsituaties in de samenleving en
− het bevorderen van de zorg voor het behoud van de schepping.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-3-2

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 3.

De diaconale arbeid

Lid
2

Deze roeping betreft zowel de diaconale opdracht in de gemeente en haar omgeving als de diaconale opdracht elders in de wereld.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-3-3

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 3.

De diaconale arbeid

Lid
3

De diaconale zorg in de gemeente en in haar omgeving krijgt gestalte in het leven van de leden van de gemeente, die worden opgewekt tot onderling dienstbetoon, tot voorbeden en tot de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid in de wereld, als ook in de arbeid die door en onder leiding van de diakenen wordt verricht.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-3-4

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 3.

De diaconale arbeid

Lid
4

De gemeente vervult haar diaconale opdracht elders in de wereld met behulp van en onder leiding van de diakenen en, in samenwerking met de daartoe aangewezen organen van de kerk, met inachtneming van het bepaalde in ordinantie 14.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-4-1

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 4.

De pastorale arbeid

Lid
1

De gemeente is geroepen tot de vervulling van haar pastorale opdracht door het verlenen van herderlijke zorg.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-4-2

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 4.

De pastorale arbeid

Lid
2

Deze pastorale opdracht betreft zowel de leden van de gemeente, de niet-gedoopte kinderen van leden van de gemeente en hen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente, als ook anderen die herderlijke zorg behoeven.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-4-3

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 4.

De pastorale arbeid

Lid
3

De herderlijke zorg ten opzichte van elkaar en ten opzichte van anderen krijgt gestalte in het leven van de leden van de gemeente, die worden opgewekt tot omzien naar elkaar en naar anderen die dit behoeven, als ook in de pastorale arbeid die door en onder leiding van predikanten en ouderlingen wordt verricht.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-4-4

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 4.

De pastorale arbeid

Lid
4

De gemeente vervult haar pastorale opdracht mede in de omgeving waarin zij leeft, en zij geeft uitdrukking aan haar verbondenheid met bijzonder pastoraal werk dat daar gebeurt.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-5-1

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 5.

Samenwerking met andere kerkelijke gemeenschappen

Lid
1

De gemeente zoekt bij de vervulling van haar missionaire, diaconale en pastorale roeping samenwerking met andere kerkelijke gemeenschappen ter plaatse.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-5-2

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 5.

Samenwerking met andere kerkelijke gemeenschappen

Lid
2

De gemeente neemt deel aan de oecumenische arbeid ter plaatse, onder meer door mee te werken aan organisaties waarin plaatselijke kerkeljke gemeenschappen samenwerken.
De gemeente neemt ook deel aan de plaatselijke raad van kerken.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-5-3

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 5.

Samenwerking met andere kerkelijke gemeenschappen

Lid
3

De gemeente zoekt, waar mogelijk en gewenst, oecumenische samenwerking met gemeenten in andere landen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-6-1

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 6.

Vervulling van de roeping in een relatie van wederkerigheid

Lid
1

Met het oog op de vervulling van haar missionaire, diaconale en pastorale roeping zoekt de gemeente contact met kerkelijke gemeenschappen waarvan de leden uit andere culturen afkomstig zijn.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-6-2

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 6.

Vervulling van de roeping in een relatie van wederkerigheid

Lid
2

De zorg en de verantwoordelijkheid voor het onderhouden van deze contacten berust bij de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 8-6-3

Ordinantie 8 De missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente

 

Artikel 6.

Vervulling van de roeping in een relatie van wederkerigheid

Lid
3

De kerkenraad zoekt naar wegen om de inzichten en ervaringen die de gemeente in haar relatie met deze kerkelijke gemeenschappen worden aangereikt, vruchtbaar te maken voor het gemeente-zijn in de Nederlandse samenleving.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9.I.

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

I. De lerende gemeente

Artikel
1

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-1-1

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

I. De lerende gemeente

Artikel 1.

De gemeente als lerende gemeente

Lid
1

De gemeente geeft onder leiding van de kerkenraad in vorming en toerusting, catechese en jeugdwerk gestalte aan het blijvend proces van geestelijke vorming waarin alle generaties betrokken zijn.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-1-2

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

I. De lerende gemeente

Artikel 1.

De gemeente als lerende gemeente

Lid
2

Met het oog op zijn verantwoordelijkheid voor dit werk laat de kerkenraad zich voorlichten en bijstaan door de organen van de kerk die op deze terreinen werkzaam zijn.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9.II.

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel
2-3

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-2-1

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel 2.

Vorming en toerusting

Lid
1

De kerkenraad nodigt, vanwege de roeping van de gemeente om leerling te blijven op de weg van haar Heer, de leden van de gemeente uit om deel te nemen aan vormings- en toerustingswerk met het oog op hun geestelijke groei en het vervullen van de taken van gemeente en kerk.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-2-2

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel 2.

Vorming en toerusting

Lid
2

De gemeente is, vanwege haar betrokkenheid bij de doop, medeverantwoordelijk voor de geloofsopvoeding van kinderen en de geestelijke vorming van jongeren in de gemeente en schept mogelijkheden om deze te stimuleren en te steunen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-2-3

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel 2.

Vorming en toerusting

Lid
3

Als leergemeenschap moedigt de gemeente haar leden aan om deel te nemen aan leeractiviteiten die in gemeente en kerk worden aangeboden.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-2-4

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel 2.

Vorming en toerusting

Lid
4

De gemeente zal bij voorkeur in samenwerking met andere gemeenten en kerkelijke gemeenschappen de mogelijkheden onderzoeken en gebruiken om in en ten behoeve van haar omgeving vragen van geloof en leven aan de orde te stellen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-3-1

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel 3.

Catechese

Lid
1

Aan de jonge leden van de gemeente en verder aan allen die dit verlangen, wordt kerkelijk onderricht gegeven.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-3-2

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel 3.

Catechese

Lid
2

Dit kerkelijk onderricht betreft met het oog op de doeleinden van de catechese
− het lezen en verstaan van de Heilige Schrift;
− de eredienst, de liederen en gebeden;
− de belijdenis en de geschiedenis van de kerk;
− het leven als christen in de wereld.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-3-3

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel 3.

Catechese

Lid
3

Bij de invulling van het kerkelijk onderricht, de keuze van de leermiddelen en de methode van de catechese wordt rekening gehouden met de leefwereld en de ontwikkeling van hen die het onderricht ontvangen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-3-4

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel 3.

Catechese

Lid
4

Bijzondere vormen van catechese zijn onder meer belijdeniscatechese, introductiecatechese, doop- en avondmaalscatechese en huwelijkscatechese.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-3-5

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel 3.

Catechese

Lid
5

De catechese wordt gegeven onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad, in de regel door de predikant. De kerkenraad kan de catechese geheel of ten dele opdragen aan daartoe bekwame leden van de gemeente of aan daartoe opgeleide leden van de kerk.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-3-6

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

II. Vorming, toerusting en catechese

Artikel 3.

Catechese

Lid
6

De in het vorige lid bedoelde gemeenteleden worden met het oog op hun werkzaamheden in de catechese begeleid door de predikant of een daartoe aangestelde kerkelijk werker.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9.III.

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel
4-5

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-4-1

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 4.

De voorbereiding op de openbare belijdenis van het geloof

Lid
1

De voorbereiding tot het doen van openbare belijdenis van het geloof vindt in de regel plaats in de belijdeniscatechese, die bij voorkeur wordt gegeven door de predikant.
De kerkenraad bepaalt op welke wijze deze voorbereiding plaatsvindt in geval van toepassing van het bepaalde in artikel 5-3 en 4.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-4-2

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 4.

De voorbereiding op de openbare belijdenis van het geloof

Lid
2

De kerkenraad of een vertegenwoordiging daarvan voert met hen die te kennen hebben gegeven belijdenis van het geloof te willen doen, een gesprek over hun motivatie en over de inhoud van hun geloof, teneinde hen tot deze belijdenis te kunnen toelaten.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-4-3

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 4.

De voorbereiding op de openbare belijdenis van het geloof

Lid
3

De namen van hen die door de kerkenraad zijn toegelaten tot de belijdenis van het geloof, worden aan de gemeente bekend gemaakt voordat de belijdenis van het geloof wordt afgelegd.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-4-4

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 4.

De voorbereiding op de openbare belijdenis van het geloof

Lid
4

Indien degene die de toelating tot de belijdenis van het geloof vraagt, in het register van een andere gemeente van de kerk is ingeschreven, vindt de belijdenis van het geloof eerst plaats nadat de kerkenraad van die andere gemeente daarvan op de hoogte is gesteld en daartegen binnen drie weken geen bezwaar heeft gemaakt. De kerkenraad beoordeelt of een door de andere kerkenraad gemaakt bezwaar een beletsel voor de openbare belijdenis vormt en geeft uiterlijk vier weken voor het afleggen van de openbare belijdenis aan de kerkenraad van de andere gemeente bericht van zijn besluit.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-5-1

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 5.

De opneming onder de belijdende leden

Lid
1

Zij die openbare belijdenis van het geloof afleggen, worden daarmee opgenomen onder de belijdende leden van de gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-5-2

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 5.

De opneming onder de belijdende leden

Lid
2

De openbare belijdenis van het geloof vindt plaats in een kerkdienst van de gemeente, met gebruikmaking van een van de orden uit het dienstboek van de kerk.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-5-3

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 5.

De opneming onder de belijdende leden

Lid
3

Ouders of verzorgers die de doopvragen beantwoorden bij de doop van hun kind, kunnen, met inachtneming van artikel 4-1, onder de belijdende leden van de gemeente worden opgenomen wanneer zij in de betreffende kerkdienst bevestigend antwoorden op een daartoe strekkende vraag. Het bepaalde in artikel 4-2 tot en met 4 is hierbij van overeenkomstige toepassing.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-5-4

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 5.

De opneming onder de belijdende leden

Lid
4

Zij die als dooplid verkozen zijn tot ambtsdrager en zich bereid verklaard hebben deze verkiezing te aanvaarden, worden onder de belijdende leden van de gemeente opgenomen door beantwoording van een daartoe strekkende vraag voorafgaand aan hun bevestiging tot ambtsdrager in de betreffende kerkdienst.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-5-5

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 5.

De opneming onder de belijdende leden

Lid
5

Opneming onder de belijdende leden van de gemeente kan in bijzondere omstandigheden, met toestemming van de kerkenraad, eveneens plaatsvinden door het afleggen van belijdenis van het geloof ten overstaan van de kerkenraad of een vertegenwoordiging daarvan.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-5-6

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 5.

De opneming onder de belijdende leden

Lid
6

De kerkenraad gaat na, indien een belijdend lid dat zich aan de gemeenschap van de kerk heeft onttrokken verlangt weer in haar midden te worden opgenomen, wat de beweegredenen zijn en beslist op welke wijze de betrokkene weer onder de belijdende leden van de gemeente kan worden opgenomen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-5-7

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 5.

De opneming onder de belijdende leden

Lid
7

De kerkenraad gaat na, indien een lid van een andere kerk verlangt als belijdend lid opgenomen te worden in een gemeente van de Protestantse Kerk in Nederland, wat de beweegredenen zijn en beslist op grond van hetgeen destijds door betrokkene beleden werd — naar richtlijnen door de kerk gesteld — op welke wijze de betrokkene onder de belijdende leden van de gemeente wordt opgenomen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-5-8

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 5.

De opneming onder de belijdende leden

Lid
8

De namen van hen die naar het bepaalde in dit artikel onder de belijdende leden zijn opgenomen, worden in het belijdenisboek van de gemeente ingeschreven.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-5-9

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

III. De openbare belijdenis van het geloof

Artikel 5.

De opneming onder de belijdende leden

Lid
9

Is de belijdenis van het geloof afgelegd door iemand die in een register van een andere gemeente van de kerk is ingeschreven, dan doet de kerkenraad van de gemeente waar de belijdenis van het geloof heeft plaatsgevonden, daarvan mededeling aan de kerkenraad van die andere gemeente.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9.IV.

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel
6-7

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-6-1

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel 6.

Werk met en ten behoeve van de jonge gemeenteleden

Lid
1

De gemeente geeft er blijk van naar haar jonge leden te willen luisteren en voert een op hun situatie afgestemd beleid.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-6-2

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel 6.

Werk met en ten behoeve van de jonge gemeenteleden

Lid
2

In dit beleid is de deelname van jongeren in de eredienst opgenomen en hebben missionaire, diaconale en pastorale activiteiten van en voor jongeren een plaats.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-6-3

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel 6.

Werk met en ten behoeve van de jonge gemeenteleden

Lid
3

De gemeente geeft in dit beleid uitdrukking aan haar medeverantwoordelijkheid voor de vorming en toerusting van de jeugd.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-6-4

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel 6.

Werk met en ten behoeve van de jonge gemeenteleden

Lid
4

Het werk met en ten behoeve van de jeugd in de gemeente krijgt gestalte zowel in het eigen kerkelijk jeugdwerk als in het werk van jeugdorganisaties waarmee de gemeente contacten onderhoudt.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-6-5

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel 6.

Werk met en ten behoeve van de jonge gemeenteleden

Lid
5

De verantwoordelijkheid voor de wijze waarop het werk met en ten behoeve van de jeugd wordt verricht, berust bij de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-7-1

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel 7.

Medewerking aan de geestelijke vorming van de jeugd

Lid
1

De gemeente heeft de opdracht mee te werken aan de geestelijke vorming van de jeugd waar deze wordt gevormd en onderwezen, met name in huis en school, en zoekt het geloof tot uitdrukking te brengen in de sociale en culturele verbanden waarin de jeugd zich oriënteert.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-7-2

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel 7.

Medewerking aan de geestelijke vorming van de jeugd

Lid
2

De gemeente bevordert het gesprek en de samenwerking tussen kerk en school.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-7-3

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel 7.

Medewerking aan de geestelijke vorming van de jeugd

Lid
3

Deze opdracht van de gemeente krijgt onder meer gestalte in het verzorgen van en het verlenen van medewerking aan godsdienstonderwijs en geestelijke vorming in onderwijsinstellingen en het onderhouden van contacten met het christelijk onderwijs.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-7-4

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel 7.

Medewerking aan de geestelijke vorming van de jeugd

Lid
4

De gemeente zal, bij voorkeur in samenwerking met andere gemeenten en kerkelijke gemeenschappen, de mogelijkheden onderzoeken en gebruiken om in de media waardoor jongeren worden bereikt, vragen van geloof en leven aan de orde te stellen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 9-7-5

Ordinantie 9 De geestelijke vorming

 

IV. Het jeugdwerk

Artikel 7.

Medewerking aan de geestelijke vorming van de jeugd

Lid
5

Krachtens haar missionaire opdracht tracht de gemeente met name in haar pastorale en diaconale activiteiten voorzieningen te scheppen voor jongeren die deze behoeven.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10

Ordinantie 10 Het opzicht

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10.I.

Ordinantie 10 Het opzicht

 

I. Het opzicht in gemeente en kerk

Artikel
1

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-1-1

Ordinantie 10 Het opzicht

 

I. Het opzicht in gemeente en kerk

Artikel 1.

Algemeen

Lid
1

De gemeente is geroepen te blijven in de weg van het belijden van de kerk.
Het opzicht, gegrond in de barmhartigheid van Jezus Christus, geschiedt tot eer van God, tot bewaring van de gemeente en tot behoud van hen die dwalen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-1-2

Ordinantie 10 Het opzicht

 

I. Het opzicht in gemeente en kerk

Artikel 1.

Algemeen

Lid
2

Het opzicht dat door of in opdracht van de ambtelijke vergaderingen wordt uitgeoefend, laat onaangetast de roeping die op alle leden van de gemeente rust om naar elkaar om te zien, elkaar op te bouwen, elkaar de vergeving Gods aan te zeggen en zo nodig elkaar te vermanen en dit vermaan ter harte te nemen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-1-3

Ordinantie 10 Het opzicht

 

I. Het opzicht in gemeente en kerk

Artikel 1.

Algemeen

Lid
3

Ten behoeve van het opzicht dat in opdracht van de meerdere ambtelijke vergaderingen wordt gehouden zijn er
− voor het opzicht over de gemeenten: de colleges voor de visitatie,
− voor het opzicht over belijdenis en wandel: de colleges voor het opzicht.
Het opzicht over de verkondiging, de catechese en de opleiding en vorming van de predikanten wordt gehouden door de meerdere ambtelijke vergaderingen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-1-4

Ordinantie 10 Het opzicht

 

I. Het opzicht in gemeente en kerk

Artikel 1.

Algemeen

Lid
4

Het opzicht wordt gehouden met inachtneming van de bijzondere verbondenheid van de gemeente ten aanzien van de belijdenisgeschriften, als bedoeld in ordinantie 1-1.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10.II.

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel
2-5

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-2-1

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 2.

Kerkvisitatie

Lid
1

Het opzicht over de gemeenten vindt plaats in de visitatie.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-2-2

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 2.

Kerkvisitatie

Lid
2

De visitatie heeft ten doel de opbouw van de gemeente en betreft
− het geestelijk leven van de gemeente,
− het gehoor geven aan de roeping van de gemeente en
− de vervulling van ambten en diensten.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-2-3

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 2.

Kerkvisitatie

Lid
3

De visitatie gaat uit van de meerdere ambtelijke vergaderingen en wordt gehouden door visitatoren aangewezen door deze ambtelijke vergaderingen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-3-1

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 3.

De colleges voor de visitatie

Lid
1

In elke regio is een college voor de visitatie.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 10-3-1, besluit generale synode d.d. 20 april 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-3-2

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 3.

De colleges voor de visitatie

Lid
2

De kleine synode kan, gehoord de betrokken classicale vergaderingen en regionale colleges, besluiten dat twee of meer regionale college worden samengevoegd tot één regionaal college voor de betrokken regio’s. De kleine synode treft daarbij de nodige voorzieningen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 10-3-2, besluit generale synode d.d. 20 april 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-3-3

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 3.

De colleges voor de visitatie

Lid
3

Een regionaal college voor de visitatie bestaat uit ten minste acht leden en de voorzitter, die eveneens lid is. Naast de leden wordt een aantal toegevoegde leden benoemd, die elk door de voorzitter — of het die hoedanigheid waarnemende lid van het college — ter verrichting van de werkzaamheden van het college kunnen worden opgeroepen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 10-3-3, besluit generale synode d.d. 20 april 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-3-4

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 3.

De colleges voor de visitatie

Lid
4

De leden en de toegevoegde leden worden benoemd door de classicale vergaderingen volgens een door het classicaal-regionaal overlegorgaan vast te stellen rooster, zodanig dat elke vergadering vier leden en een aantal toegevoegde leden benoemt. Zowel voor de leden als voor de toegevoegde leden geldt, dat ten naaste bij evenveel predikanten van de kerk als andere (voormalige) ambtsdragers worden benoemd.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 10-3-4, besluit generale synode d.d. 20 april 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-3-5

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 3.

De colleges voor de visitatie

Lid
5

De voorzitter wordt, gehoord de aanbeveling van de leden, benoemd door het classicaal-regionaal overlegorgaan uit de (voormalige) ambtsdragers woonachtig in het gebied van het betreffende regionale college.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 10-3-5, besluit generale synode d.d. 20 april 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-3-6

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 3.

De colleges voor de visitatie

Lid
6

Het generale college voor de visitatie bestaat uit zeven leden en de voorzitter, die eveneens lid is. Naast de leden worden ten minste vijf toegevoegde leden benoemd, die elk door de voorzitter — of het die hoedanigheid waarnemende lid van het college — ter verrichting van de werkzaamheden van het college kunnen worden opgeroepen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 10-3-6, besluit generale synode d.d. 20 april 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-3-7

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 3.

De colleges voor de visitatie

Lid
7

De leden en de toegevoegde leden worden benoemd door de generale synode volgens een door de kleine synode vast te stellen rooster. Zowel voor de leden als voor de toegevoegde leden geldt dat ten naaste bij evenveel predikanten van de kerk als andere (voormalige) ambtsdragers worden benoemd.
De voorzitter wordt eveneens door de generale synode benoemd.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 10-3-7, besluit generale synode d.d. 20 april 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-3-8

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 3.

De colleges voor de visitatie

Lid
8

De voorzitters, de leden en de toegevoegde leden van de colleges voor de visitatie worden benoemd voor een periode van vier jaar en kunnen voor een aansluitende periode van ten minste twee en ten hoogste vier jaar worden herbenoemd, met dien verstande dat zij niet langer dan twaalf aaneengesloten jaren deel van het college kunnen uitmaken.1


1 Aanvulling kerkorde, ordinantie 10-3-8, besluit generale synode d.d. 20 april 2012, deels ingegaan 30 april 2012 en deels 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-3-9

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 3.

De colleges voor de visitatie

Lid
9

De evangelisch-lutherse synode benoemt een aantal visitatoren die — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — betrokken worden bij de visitatie door een regionaal collegese respectievelijk het generale college voor de visitatie.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-3-10

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 3.

De colleges voor de visitatie

Lid
10

Het is niet mogelijk tegelijkertijd als (toegevoegd) lid zitting te hebben in meer dan één van de colleges voor de visitatie, het opzicht en de behandeling van bezwaren en geschillen, voor zover uit de ordinanties en generale regelingen niet anders voortvloeit.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 10-3-10, besluit generale synode d.d. 20 april 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-4-1

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 4.

Arbeidsveld

Lid
1

De colleges voor de visitatie hebben tot taak
− zich op de hoogte te stellen van het geestelijk leven van de gemeenten,
− onderzoek te doen naar de wijze waarop de gemeenten gehoor geven aan haar roeping en naar de vervulling van de ambten en diensten,
− te bemiddelen — door het voeren van overleg, het geven van gevraagd en ongevraagd advies en het aanbevelen van mediation — in geval van moeilijkheden, in het bijzonder in en tussen ambtelijke vergaderingen, behoudens het bepaalde in ordinantie 11.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 10-4-1, besluit generale synode d.d. 20 april 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-4-2

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 4.

Arbeidsveld

Lid
2

Het arbeidsveld van de colleges voor de visitatie omvat ook de visitatie van de predikanten in algemene dienst.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-5-1

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 5.

Werkwijze

Lid
1

Het regionale college voor de visitatie draagt ervoor zorg dat elke gemeente, gelegen in de classes die in de desbetreffende regio samenwerken, ten minste eenmaal in de vier jaar door twee visitatoren wordt bezocht.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 10-5-1, besluit generale synode d.d. 20 april 2012, ingegaan 1 januari 2013.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-5-2

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 5.

Werkwijze

Lid
2

Het regionale college voor de visitatie kan — wanneer feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven of wanneer ene kerkenraad of het breed moderamen van een meerdere ambtelijke vergadering daartoe een verzoek heeft gedaan — een tussentijdse buitengewone visitatie houden. Ook kan het college zich zo nodig schriftelijk dan wel mondeling met de betrokken kerkenraad, ambtsdragers of gemeenteleden in verbinding stellen.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-5-3

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 5.

Werkwijze

Lid
3

Het generale college voor de visitatie geeft als samenbindend orgaan voor de visitatie algemene leiding aan de visitatie en verleent alleen in overleg met het betreffende regionale college voor de visitatie bijstand bij de visitatie in de classes.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-5-4

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 5.

Werkwijze

Lid
4

In de gemeente waar een visitatie wordt gehouden, wordt op verzoek van en in overleg met de visitatoren een vergadering van de kerkenraad belegd onder voorzitterschap van een van de visitatoren.

Kerkorde PKN (2013) Ord. 10-5-5

Ordinantie 10 Het opzicht

 

II. Het opzicht over de gemeenten

Artikel 5.

Werkwijze