Kerkorde GKN (1892)

Kerken-ordening, gesteld in de Nationale Synode der Gereformeerde Kerken gehouden te Dordrecht in de jaren 1618 en 1619, zooals die onderhouden wordt door de Gereformeerde Kerken in Nederland, en door deze bij de Overheid is bekend gemaakt, volgens het besluit der Generale Synode van Amsterdam in den jare 1892.

Bron: 

Acta der Generale Synode van De Gereformeerde Kerken in Nederland, gehouden te Dordrecht in den jare 1893 (Amsterdam: J.A. Wormser, 1893), pag. 231-243

Kerkorde GKN (1892) Art. 1

Artikel
I.

Om goede orde in de Gemeente Christi te onderhouden, zijn daarin noodig de Diensten, Samenkomsten, opzicht der Leer, Sacramenten en ceremoniën, en Christelijke straf. Waarvan hierna ordelijk zal gehandeld worden.

Kerkorde GKN (1892) I.

Van de diensten.

Kerkorde GKN (1892) Art. 2

Van de diensten.

Artikel
II.

De diensten zijn vierderlei: der Dienaren des Woords, der Doctoren, der Ouderlingen en der Diakenen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 3

Van de diensten.

Artikel
III.

Het zal niemand, alhoewel hij een Doctor, Ouderling of Diaken is, geoorloofd zijn den Dienst des Woords en der Sacramenten te betreden, zonder wettelijk daartoe beroepen te zijn. En wanneer iemand daartegen doet en meermalen vermaand zijnde niet aflaat, zoo zal de Classe oordeelen, of men hem voor een scheurmaker verklaren of op eenige andere wijze straffen zal.

Kerkorde GKN (1892) Art. 4

Van de diensten.

Artikel
IV.

De wettelijke beroeping dergenen, die tevoren in den Dienst niet geweest zijn, zoowel in de Steden als ten platten Lande, bestaat: Ten eerste, in de Verkiezing, dewelke na voorgaande vasten en bidden geschieden zal door den Kerkeraad en de Diakenen, en dat niet zonder [goede correspondentie met de Christelijke Overheid ter plaatse respectievelijk en]1) voorweten of advies van de Classe, waar ’t zelve tot nog toe gebruikelijk is geweest. Ten andere in de Examinatie of onderzoeking beide der Leer en des Levens, dewelke staan zal bij de Classe, ten overstaan van de Gedeputeerden der Synode, of eenige derzelve. Ten derde, in de Approbatie en goedkeuring [van de Overheid en daarna ook] van de Lidmaten der Gereformeerde Gemeente van de plaats, wanneer de naam des Dienaars den tijd van veertien dagen in de Kerken vergekondigd zijnde, geen hindernis daartegen komt. Ten laatste, in de openlijke Bevestiging voor de Gemeente, dewelke met behoorlijke stipulatiën en afvragingen, vermaningen en gebed en oplegging der handen van den Dienaar, die de bevestiging doet — of eenigen anderen, waar meer Dienaren zijn — toegaan zal, naar het Formulier daarvan zijnde. Welverstaande, dat de oplegging der handen zal mogen gedaan worden in de Classicale vergadering aan den nieuwen gepromoveerden Dienaar, die gezonden wordt in de Kerken onder het Kruis.


1) De woorden en zinsneden, die hier en in het vervolg tusschen haakjes zijn geplaatst, zijn vervallen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 5

Van de diensten.

Artikel
V.

Nopens die Dienaars, die nu alreede in den Dienst des Woords zijnde tot eene andere Gemeente beroepen worden, zal desgelijks zoodanige beroeping [met correspondentie als voren] geschieden, zoowel in de Steden als ten platten Lande, bij den Kerkeraad en de Diakenen met advies of approbatie van de Classe; alwaar de voorzeide beroepenen vertoonen zullen goede Kerkelijke Attestatie van leer en leven [en alzoo bij den Magistraat van de plaatse respectievelijk geapprobeerd]; en der Gemeente den tijd van veertien dagen voorgesteld zijnde, als boven, zullen met voorgaande stipulatiën en gebeden bevestigd worden. [Onverkort, in ’t gene voren gezegd is, iemands deugdelijk recht van presentatie, of eenig ander recht, voor zoveel het stichtelijk kan worden gebruikt, zonder nadeel van Gods Kerk en goeden Kerken-orde, waarop de Hooge Overheden en Synoden der respectieve Provinciën wel gelieven te letten, en ten beste van de Kerken noodige orde te stellen].

Kerkorde GKN (1892) Art. 6

Van de diensten.

Artikel
VI.

Zal ook geen Dienaar dienst mogen aannemen in eenige particuliere Heerlijkheden, Gasthuizen, of anderszins; tenzij dat hij voorhenen geadmitteerd en toegelaten zij, volgens de voorgaande Artikelen; en hij zal ook niet minder dan andere aan de Kerken-ordening onderworpen zijn.

Kerkorde GKN (1892) Art. 7

Van de diensten.

Artikel
VII.

Niemand zal tot den Dienst des Woords beroepen worden, zonder zich in eene zekere plaats te stellen, ten ware dat hij gezonden worde om hier of daar te prediken in de Gemeente onder het Kruis, of anderszins om Kerken te vergaderen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 8

Van de diensten.

Artikel
VIII.

Men zal geen Schoolmeesters, Handwerkslieden of anderen, die niet gestudeerd hebben, tot het Predikambt toelaten, tenzij dat men verzekerd zij van hunne singuliere gaven, godzaligheid, ootmoedigheid, zedigheid, goed verstand en discretie, mitsgaders gaven van welsprekendheid. Zoo wanneer dan zoodanige personen zich tot den dienst presenteeren, zal de Classe hen — indien het de Synode goedvindt — eerst examineeren, en naardat zij hen in ’t examen bevindt, hen een tijd lang laten in ’t privé proponeeren, en dan voorts met hen handelen, zooals zij oordeelen zal stichtelijk te wezen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 9

Van de diensten.

Artikel
IX.

Nieuwelingen, Mispriesters, Monniken, en die anderszins eenige sekte verlaten, zullen niet toegelaten worden tot den Kerkedienst, dan met groote zorgvuldigheid en voorzichtigheid, nadat zij ook eenen zekeren tijd eerst wel beproefd zijn.

Kerkorde GKN (1892) Art. 10

Van de diensten.

Artikel
X.

Een Dienaar, eens wettelijk beroepen zijnde, mag de Gemeente, waar hij zonder conditie aangenomen is, niet verlaten, om elders eene beroeping aan te nemen, zonder bewilliging des Kerkeraads met de Diakenen, en diegenen die te voren in dienst van Ouderlingschap en Diakenschap geweest zijn [mitsgaders die van den Magistraat], en met voorweten van de Classe, gelijk ook geene andere Kerk hem zal mogen ontvangen, eer hij wettelijke getuigenis zijns afscheids van de Kerk en Classe, waar hij gediend heeft, vertoond hebbe.

Kerkorde GKN (1892) Art. 11

Van de diensten.

Artikel
XI.

Aan de andere zijde zal de Kerkeraad, als representeerende de Gemeente, ook gehouden zijn hare Dienaars van behoorlijk onderhoud te verzorgen, en zonder kennis en oordeel van de Classe niet te verlaten; dewelke ook bij gebrek aan onderhoud, zal oordeelen of voorschreven Dienaars te verzetten zijn of niet.

Kerkorde GKN (1892) Art. 12

Van de diensten.

Artikel
XII.

Dewijl een Dienaar des Woords, eens wettelijk als boven beroepen zijnde, zijn leven aan den Kerkedienst verbonden is, zoo zal hem niet geoorloofd zijn, zich tot eenen anderen staat des levens te begeven: tenzij om groote en gewichtige oorzaken, waarvan de Classe kennis nemen en oordeelen zal.

Kerkorde GKN (1892) Art. 13

Van de diensten.

Artikel
XIII.

Zoo het geschiedt dat eenige Dienaars door ouderdom, ziekte of anderszins onbekwaam worden tot uitoefening huns Dienstes, zoo zullen zij nochtans desniettemin de eere en den naam eens Dienaars behouden, en van de Kerk, die zij gediend hebben, eerlijk in hunne nooddruft — gelijk ook de weduwen en weezen der Dienaren in ’t gemeen — verzorgd worden.

Kerkorde GKN (1892) Art. 14

Van de diensten.

Artikel
XIV.

Zoo eenige Dienaars om de voorschreven of eenige andere oorzaken hunnen Dienst voor eenen tijd onderlaten moesten, ’t welk zonder advies des Kerkeraads niet geschieden zal, zoo zullen zij nochtans ten allen tijde de beroeping der Gemeenten onderworpen zijn en blijven.

Kerkorde GKN (1892) Art. 15

Van de diensten.

Artikel
XV.

Het zal niemand geoorloofd zijn, den Dienst zijner Kerk onderlatende, of in geenen zekeren Dienst zijnde, hier en daar te gaan prediken buiten consent en autoriteit der Synode of Classe. Gelijk ook niemand in eene andere Kerk eenige Predicatie zal mogen doen, of Sacramenten bedienen, zonder bewilliging des Kerkeraads.

Kerkorde GKN (1892) Art. 16

Van de diensten.

Artikel
XVI.

Der Dienaren ambt is, in de gebeden en bediening des Woords aan te houden, de Sacramenten uit te reiken, op hunne medebroeders, Ouderlingen en Diakenen, mitsgaders de Gemeenten goede acht te nemen, en ten laatste met de Ouderlingen de Kerkelijke discipline te oefenen, en te bezorgen dat alles eerlijk en met orde geschiede.

Kerkorde GKN (1892) Art. 17

Van de diensten.

Artikel
XVII.

Onder de Dienaren des Woords zal gelijkheid gehouden worden, aangaande de lasten huns Dienstes, mitsgaders ook in andere dingen, zooveel mogelijk is, volgens het oordeel des Kerkeraads, en — dies van noode zijnde — der Classe; hetwelk ook in Ouderlingen en Diakenen te onderhouden is.

Kerkorde GKN (1892) Art. 18

Van de diensten.

Artikel
XVIII.

Het ambt der Doctoren en Professoren in de Theologie is, de Heilige Schrifture uit te leggen, en de zuivere Leer tegen de ketterijen en dolingen voor te staan.

Kerkorde GKN (1892) Art. 19

Van de diensten.

Artikel
XIX.

De Gemeenten zullen arbeiden dat er Studenten in de Theologie zijn, die door haar1) onderhouden worden.


1) De woorden „ex bonis publicis” zijn vervallen en vervangen door de woorden: door haar.

Kerkorde GKN (1892) Art. 20

Van de diensten.

Artikel
XX.

In de Kerken, waar meer bekwame Predikanten zijn, zal men ’t gebruik der propositiën aanstellen, om door zulke oefeningen eenigen tot den Dienst des Woords te bereiden, volgende in deze de orde daarvan, bij deze Synode specialijk gesteld.

Kerkorde GKN (1892) Art. 21

Van de diensten.

Artikel
XXI.

De Kerkeraden zullen alomme toezien, dat er goede Schoolmeesters zijn, die niet alleen de Kinderen leeren lezen, schrijven, spraken en vrije kunsten, maar ook dezelve in de godzaligheid en in den Catechismus onderwijzen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 22

Van de diensten.

Artikel
XXII.

De Ouderlingen zullen door het oordeel des Kerkenraads en der Diakenen verkozen worden; zoo dat het naar de gelegenheid van een ieder Kerke vrij zal zijn, zoo vele Ouderlingen als er van noode zijn, aan de Gemeente voor te stellen, om van die zelve — ten ware dat er eenig beletsel voorviel — geapprobeerd en goed gekend zijnde, met openbare gebeden en stipulatiën bevestigd te worden; — of een dubbel getal, om het halve deel bij de Gemeente verkoren te worden, en op dezelfde wijze in den Dienst te bevestigen, volgens het Formulier daarvan zijnde.

Kerkorde GKN (1892) Art. 23

Van de diensten.

Artikel
XXIII.

Der Ouderlingen ambt is, behalve ’tgeen dat boven, in Artikel zestien, gezegd is hun met den Dienaar des Woords gemeen te zijn, opzicht te hebben, dat de Dienaren, mitsgaders hunne andere medehelpers en Diakenen hun ambt getrouwelijk bedienen, en de bezoeking te doen, naardat de gelegenheid des tijds en der plaats, tot stichting der Gemeente, zoo voor als na het Nachtmaal kan lijden, om bijzonder de Lidmaten der Gemeente te vertroosten en te onderwijzen, en ook anderen tot de Christelijke Religie te vermanen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 24

Van de diensten.

Artikel
XXIV.

Dezelfde wijze, die van de Ouderlingen gezegd is, zal men ook onderhouden in de verkiezing, approbatie en bevestiging der Diakenen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 25

Van de diensten.

Artikel
XXV.

Der Diakenen eigen ambt is, de aalmoezen en andere armengoederen naarstiglijk te verzamelen, en die getrouwelijk en vlijtiglijk, naar den eisch der behoeftigen, beide der ingezetenen en vreemden, met gemeen advies uit te deelen, de benauwden te bezoeken en te vertroosten, en wel toe te zien, dat de aalmoezen niet misbruikt worden, waarvan zij rekening zullen doen in den Kerkeraad, en ook — zoo iemand daar bij wil zijn — voor de Gemeenten, op zulken tijd als de Kerkeraad het goed vinden zal.

Kerkorde GKN (1892) Art. 26

Van de diensten.

Artikel
XXVI.

De Diakenen zullen ter plaatse waar Huiszittenmeesters of andere Aalmoezeniers zijn, van deze begeeren goede correspondentie met hen te willen houden, teneinde de aalmoezen te beter uitgedeeld mogen worden onder degenen die meest gebrek hebben.

Kerkorde GKN (1892) Art. 27

Van de diensten.

Artikel
XXVII.

De Ouderlingen en Diakenen zullen twee jaar dienen, en alle jaar zal het halve deel veranderd, en anderen in de plaats gesteld worden, ten ware dat de gelegenheid en het profijt van eenige Kerken anders vereischte.

Kerkorde GKN (1892) Art. 28

Van de diensten.

Artikel
XXVIII.

Gelijk het ambt der Christelijke Overheden is, den Heiligen Kerkedienst in alle manieren te bevorderen, denzelven met haar exempel den Onderdanen te recommandeeren, en aan de Predikanten, Ouderlingen en Diakenen in allen voorvallenden nood de hand te bieden, en bij haar goede ordening te beschermen, alzoo zijn alle Predikanten, Ouderlingen en Diakenen schuldig, de gansche Gemeente vlijtiglijk en oprechtelijk in te scherpen de gehoorzaamheid, liefde en eerbiedinge, die zij den Magistraten schuldig zijn; en zullen alle Kerkelijke personen met hun goed exempel in dezen de Gemeente voorgaan, en door behoorlijk respect [en correspondentie] de gunst der Overheden tot de Kerken zoeken te verwekken en te behouden; teneinde een ieder het zijne, in des Heeren vreeze, aan wederzijde doende, alle achterdenken en wantrouwen moge worden voorkomen, en goede eendracht tot der Kerken welstand onderhouden.

Kerkorde GKN (1892) II.

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Kerkorde GKN (1892) Art. 29

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XXIX.

Vierderlei Kerkelijke samenkomsten zullen onderhouden worden: de Kerkeraad, de Classicale vergaderingen, de particuliere Synode, en de Generale of Nationale.

Kerkorde GKN (1892) Art. 30

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XXX.

In deze samenkomsten zullen geene andere dan Kerkelijke zaken, en dezelve op Kerkelijke wijze verhandeld worden. In meerdere vergaderingen zal men niet handelen, dan ’tgene dat in mindere niet heeft afgehandeld kunnen worden, of dat tot de Kerken der meerdere vergadering in ’t gemeen behoort.

Kerkorde GKN (1892) Art. 31

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XXXI.

Zoo iemand zich beklaagt door de uitspraak der mindere vergadering verongelijkt te zijn, dezelve zal zich op eene meerdere Kerkelijke vergadering beroepen mogen; en ’t gene door de meeste stemmen goedgevonden is, zal voor vast en bondig gehouden worden. Tenzij dat het bewezen worde te strijden tegen het Woord Gods, of tegen de Artikelen in deze Generale Synode besloten, zoo lang als dezelve door geene andere Generale Synode veranderd zijn.

Kerkorde GKN (1892) Art. 32

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XXXII.

De handelingen aller samenkomsten zullen met aanroeping des Naams Gods aangevangen, en met eene dankzegging besloten worden.

Kerkorde GKN (1892) Art. 33

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XXXIII.

Die tot de samenkomsten afgezonden worden, zullen hunne Credentie-brieven en instructiën, onderteekend zijnde van degenen die ze zenden, medebrengen, en deze zullen alleen keurstemmen hebben.

Kerkorde GKN (1892) Art. 34

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XXXIV.

In alle samenkomsten zal bij den Praeses een Scriba gevoegd worden, om naarstiglijk op te schrijven ’t gene waardig is opgeteekend te zijn.

Kerkorde GKN (1892) Art. 35

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XXXV.

Het ambt van den Praeses is, voor te stellen en te verklaren ’t gene te verhandelen is; toe te zien dat een iegelijk zijne orde houde in ’t spreken, den knibbelachtigen en die te heftig zijn in ’t spreken, te bevelen dat zij zwijgen; en over dezelve, geen gehoor gevende, de behoorlijke Censuur te laten gaan. Voorts zal zijn ambt uitgaan, wanneer de samenkomst scheidt.

Kerkorde GKN (1892) Art. 36

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XXXVI.

’t Zelfde zeggen heeft de Classe over den Kerkeraad, ’t welk de particuliere Synode heeft over de Classe en de Generale Synode over de Particuliere.

Kerkorde GKN (1892) Art. 37

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XXXVII.

In alle Kerken zal een Kerkeraad zijn, bestaande uit Dienaren des Woords en Ouderlingen, dewelke ten minste alle weken eens te zamen komen zullen, alwaar de Dienaar des Woords — of de Dienaren zoo daar meerdere zijn, bij gebeurte — presideeren en de actie regeeren zal. [En zal ook de Magistraat van de plaats respectievelijk, indien ’t hun gelieft, een of twee van de hunnen, wezende Lidmaten der Gemeente, bij den Kerkeraad mogen hebben, om aan te hooren, en mede van de voorvallende zaken te delibereeren.]

Kerkorde GKN (1892) Art. 38

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XXXVIII.

Welverstaande, dat in de plaatsen waar de Kerkeraad van nieuws is op te richten, ’t zelve niet geschiede, dan met advies van de Classe. En waar ’t getal van de Ouderlingen zeer klein is, zullen de Diakenen mede tot den Kerkeraad mogen genomen worden.

Kerkorde GKN (1892) Art. 39

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XXXIX.

In de plaatsen waar nog geen Kerkeraad is, zal middeler tijd bij de Classe gedaan worden, ’t gene anders den Kerkeraad naar uitwijzen dezer Kerken-ordening opgelegd is te doen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 40

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XL.

Insgelijks zullen de Diakenen alle weken te zamen komen, om met aanroeping des Naams Gods, van de zaken hun ambt betreffende, te handelen; waartoe de Dienaren goede opzicht zullen nemen, en des nood zijnde zich daarbij laten vinden.

Kerkorde GKN (1892) Art. 41

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XLI.

De Classicale vergaderingen zullen bestaan uit genabuurde Kerken, dewelke elk een Dienaar en een Ouderling, ter plaatse en tijd bij hen in ’t scheiden van elke vergadering goedgevonden — zoo nochtans, dat men het boven de drie maanden niet uitstelle —, daar henen met behoorlijke Credentie afvaardigen zullen, in welke samenkomsten de Dienaars bij gebeurte, of anderszins die van dezelve vergadering verkozen wordt, presideeren zullen, zoo nochtans, dat dezelfde tweemaal achtereen niet zal mogen verkoren worden. Voorts zal de Praeses onder anderen een iegelijk afvragen, of zij in hunne Kerken hunne Kerkeraadsvergaderingen houden; of de Kerkelijke Discipline geoefend wordt; of de armen en scholen bezorgd worden; ten laatste, of daar iets is, waarin zij ’t oordeel en de hulp der Classe tot rechte instelling hunner Kerk behoeven. De Dienaar, dien ’t in de voorgaande Classe opgeleid was, zal eene korte Predicatie uit Gods Woord doen, van welke de andere oordeelen, en zoo daar iets in ontbreekt, aanwijzen zullen. Ten laatste, zullen in de laatste vergadering vóór de particuliere Synode verkozen worden, die op deze Synode gaan zullen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 42

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XLII.

Waar in eene plaats meer Predikanten zijn dan één, zullen die al te zamen in de Classe mogen verschijnen en keurstemmen hebben, ten ware in zaken, die hunne personen of Kerken in ’t bijzonder aangaan.

Kerkorde GKN (1892) Art. 43

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XLIII.

In ’t einde van de Classicale, en andere meerdere samenkomsten, zal men Censuur houden over diegenen die iets strafwaardigs in de vergadering gedaan, of de vermaning der mindere samenkomsten versmaad hebben.

Kerkorde GKN (1892) Art. 44

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XLIV.

De Classe zal ook eenige harer Dienaren, ten minste twee van de oudste, ervarenste en geschikste autoriseeren, om in alle Kerken, van de Steden zoowel als van het platte Land, alle Jaar visitatie te doen, en toe te zien, of de Leeraars, Kerkeraden en Schoolmeesters hun ambt getrouwelijk waarnemen, bij de zuiverheid der Leer verblijven, de aangenomene orde in alles onderhouden, en de stichting der Gemeente, mitsgaders der jonge Jeugd naar behooren, zooveel hun mogelijk is, met woorden en werken bevorderen, teneinde zij diegenen, die nalatig in het een of het ander bevonden worden, in tijds mogen broederlijk vermanen, en ’t meeste profijt der Kerken en Scholen helpen dirigeeren. En zal ieder Classe deze Visitatoren mogen continueeren in hunne bediening, zoo lang het haar zal goeddunken, ten ware dat de Visitatoren zelven, om redenen, van dewelke de Classe oordeelen zal, verzochten ontslagen te worden.

Kerkorde GKN (1892) Art. 45

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XLV.

De Kerk in dewelke de Classe, en desgelijks de particuliere of Generale Synode samenkomt, zal zorg dragen, dat zij de Acten der voorgaande vergadering, op de naastkomende bestelle.

Kerkorde GKN (1892) Art. 46

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XLVI.

De instructiën der dingen, die in meerdere vergaderingen te behandelen zijn, zullen niet eerder geschreven worden, voordat de besluiten der voorgaande Synoden gelezen zijn, opdat ’t geene eens afgehandeld is, niet wederom voorgesteld worde, ten ware dat men iets achtte veranderd te moeten zijn.

Kerkorde GKN (1892) Art. 47

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XLVII.

Alle Jaar — ten ware dat de nood eenen korteren tijd vereischte — zullen vier of vijf, of meer genabuurde Classen samenkomen, tot welke particuliere Synode uit iedere Classe twee Dienaars en twee Ouderlingen afgevaardigd zullen worden. In ’t scheiden zoowel der particuliere als der Generale Synode, zal eene Kerk verordend worden, die last hebben zal, om met advies der Classe den tijd en de plaats der naaste Synode te stellen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 48

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XLVIII.

Het zal aan elke Synode vrijstaan, correspondentie te verzoeken en te houden met hare genabuurde Synode of Synoden, in zulke forme, als zij meest profijtelijk achten zullen voor de gemeene stichting.

Kerkorde GKN (1892) Art. 49

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
XLIX.

Iedere Synode zal ook eenigen deputeeren, om alles wat de Synode geordonneerd heeft, te verrichten [zoowel bij de Hooge Overheid als] bij de respectieve Classen, onder haar sorteerende, mede om te zamen of in minder getal over alle examina der aankomende Predikanten te staan. En voorts in alle andere voorvallende zwarigheden aan de Classen de hand te bieden, opdat goede eenigheid, orde en zuiverheid der leer behouden en gestabilieerd worden. En zullen deze van alle hunne handelingen goede notitie houden, om de Synode rapport te doen, en zoo het geëischt wordt, redenen te geven. Ook zullen zij niet ontslagen wezen van hunnen Dienst, voor en aleer de Synode zelve hen daarvan ontslaat.

Kerkorde GKN (1892) Art. 50

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
L.

De Nationale Synode zal ordinaarlijk alle drie Jaren eens gehouden worden, ten ware dat er eenige dringende nood ware, om den tijd korter te nemen. Tot deze zullen twee Dienaren en twee Ouderlingen uit elke particuliere Synode, beide van de Duitsche en Waalsche sprake, afgezonden worden. Voorts zal de Kerk, die last heeft om den tijd en de plaats der Generale Synode te benoemen — zoo dezelve binnen de drie Jaren te beroepen ware — hare particuliere Synode vergaderen, en dit ook der naast gelegene Kerk, die van eene andere taal is, laten weten, dewelke vier personen daar henen zenden zal, om met gemeen advies van den tijd en de plaats te besluiten. [Dezelfde Kerk die verkoren is om de Generale Synode te zamen te beroepen, wanneer zij met de Classe van den tijd en plaats beraadslagen zal, zal dit der hooge Overheid in tijds te kennen geven, opdat met haar weten, en [zoo het haar gelieft mede eenige te zenden tot de Classe] van de zaak in tegenwoordigheid en met advies van hare Gedeputeerden besloten worde.]

Kerkorde GKN (1892) Art. 51

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
LI.

Alzoo in de Nederlanden tweeërlei sprake gesproken wordt, is voor goed gehouden, dat de Kerken der Duitsche en Waalsche taal op haar zelve haar Kerkeraad, Classicale vergaderingen en particuliere Synoden hebben zullen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 52

Van de Kerkelijke samenkomsten.

Artikel
LII.

Is niettemin goedgevonden, dat in de Steden, waar de voorzeide Waalsche Kerken zijn, alle Maanden sommige Dienaren en Ouderlingen van beide zijden vergaderen zullen, om goede eendracht en correspondentie met malkanderen te houden, en, zooveel mogelijk is, naar gelegenheid des noods met raad malkanderen bij te staan.

Kerkorde GKN (1892) III.

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Kerkorde GKN (1892) Art. 53

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LIII.

De Dienaren des Woords Gods, en desgelijks de Professoren in de Theologie — ’t welk ook den anderen Professoren wel betaamt — zullen de belijdenis des Geloofs der Nederlandsche Kerken onderteekenen, en de Dienaren, die zulks refuseeren, zullen de facto van hunnen Dienst bij den Kerkeraad of de Classe opgeschorst worden, tot ter tijd toe dat zij zich daarin geheellijk verklaard zullen hebben, en indien zij obstinatelijk in weigering blijven, zullen zij van hunnen Dienst geheellijk afgesteld worden.

Kerkorde GKN (1892) Art. 54

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LIV.

Insgelijks zullen ook de Schoolmeesters gehouden zijn, de Artikelen als boven, of in de plaats van die, den Christelijke Catechismus te onderteekenen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 55

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LV.

Niemand van de Gereformeerde Religie zal zich onderstaan eenig boek of schrift van hem of van een ander gemaakt of overgezet, handelende van de Religie, te laten drukken, of anderszins uit te geven, dan ’t zelve vooraf doorzien en goed gekend zijnde van de Dienaren des Woords zijner Classe, of particuliere Synode, of Professoren der Theologie van deze Provinciën, doch met voorweten zijner Classe.

Kerkorde GKN (1892) Art. 56

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LVI.

Het verbond Gods zal aan de Kinderen der Christenen met den Doop, zoo haast als men de bediening deszelven hebben kan, verzegeld worden, en dat in openbare verzameling, wanneer Gods Woord gepredikt wordt. Doch ter plaatse waar niet zoveele predicatiën gedaan worden, zal men eenen zekeren dag in de week verordenen, om den Doop extra-ordinaarlijk te bedienen, zoo nochtans, dat ’t zelve zonder predicatie niet geschiede.

Kerkorde GKN (1892) Art. 57

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LVII.

De Dienaars zullen hun best doen, en daartoe arbeiden, dat de Vader zijn kind ten Doop presenteere. En in de Gemeenten, waar men nevens den Vader ook Gevaders of Getuigen bij den Doop neemt — welk gebruik, in zichzelf vrij zijnde, niet lichtelijk te veranderen is —, betaamt het, dat men neme die de zuivere Leer toegedaan en vroom van wandel zijn.

Kerkorde GKN (1892) Art. 58

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LVIII.

De Dienaars zullen in ’t Doopen, zoo der jonge kinderen als der bejaarde personen, de formulieren van de instelling en ’t gebruik des Doops, welke tot dien einde onderscheidenlijk beschreven zijn, gebruiken.

Kerkorde GKN (1892) Art. 59

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LIX.

De bejaarden worden door den Doop de Christelijke Gemeente ingelijfd, en voor Lidmaten der Gemeente aangenomen, en zijn daarom schuldig het Avondmaal des Heeren ook te gebruiken, ’t welk zij bij hunnen Doop zullen beloven te doen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 60

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LX.

De namen der gedoopten, mitsgaders der Ouders en Getuigen, en desgelijks de tijd des Doops, zullen opgeteekend worden.

Kerkorde GKN (1892) Art. 61

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LXI.

Men zal niemand ten Avondmaal des Heeren toelaten, dan die naar de gewoonheid der Kerk, tot dewelke hij zich voegt, belijdenis der Gereformeerde Religie gedaan heeft, mitsgaders hebbende getuigenis eens vromen wandels, zonder welke ook degenen, die uit andere Kerken komen, niet zullen toegelaten worden.

Kerkorde GKN (1892) Art. 62

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LXII.

Een iedere Kerk zal zulke manier van bediening des Avondmaals houden, als zij oordeelt tot de meeste stichting te dienen. Welverstaande nochtans, dat de uitwendige Ceremoniën, in Gods Woord voorgeschreven, niet veranderd en alle superstitie vermeden worde, en dat na de voleinding der predicatie en der gemeene gebeden op den predikstoel, het formulier des Avondmaals, mitsgaders het gebed daartoe dienende, voor de Tafel zal worden gelezen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 63

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LXIII.

Het Avondmaal des Heeren zal alle twee maanden eens, zoveel het mogelijk is, gehouden worden, en zal stichtelijk zijn, waar het de gelegenheid der Kerken lijden kan, dat op den Paaschdag, Pinksterdag en Kerstdag hetzelve geschiede. Doch ter plaatse waar nog geene Kerkelijke orde is, zal men eerst Ouderlingen en Diakenen bij provisie stellen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 64

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LXIV.

Alzoo de Avondgebeden in vele plaatsen vruchtbaar bevonden worden, zoo zal in ’t gebruik derzelve elke Kerk volgen ’t gene zij acht tot hare meeste stichting te dienen. Doch wanneer men ze begeeren zoude weg te nemen, zal dit niet zonder ’t oordeel der Classe geschieden. [mitsgaders der Overheid, de Gereformeerde Religie toegedaan.]

Kerkorde GKN (1892) Art. 65

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LXV.

Waar de Lijkpredicatiën niet zijn, zal men ze niet instellen, en waar zij nu alreede zijn aangenomen, zal naarstigheid gedaan worden, om dezelve met de gevoeglijkste middelen af te doen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 66

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LXVI.

[In tijden van oorlog, pestilentie, duren tijd, zware vervolging der Kerken en andere algemeene zwarigheden, zullen de Dienaars der Kerken de Overheid bidden, dat door hare autoriteit en bevel openbare Vast- en Bededagen aangesteld en geheiligd worden.]

Kerkorde GKN (1892) Art. 67

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LXVII.

De Gemeenten zullen onderhouden, benevens den Zondag, ook den Kerstdag, Paschen en Pinksteren, met den navolgende dag; en dewijl in de meeste Steden en Provinciën van Nederland daarenboven nog gehouden worden de dag van de Besnijding en de Hemelvaart Christi, zullen de Dienaars overal, waar dit nog in ’t gebruik niet is. [bij de Overheden arbeiden, dat zij zich met de andere mogen conformeeren.]

Kerkorde GKN (1892) Art. 68

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LXVIII.

De Dienaars zullen alomme des Zondags, ordinaarlijk in de namiddagsche predicatie, de somma der Christelijke Leer, in den Catechismus, die tegenwoordig in de Nederlandsche Kerken aangenomen is, vervat, kortelijk uitleggen, alzoo dat dezelve jaarlijks mag geëindigd worden, volgens de afdeeling des Catechismus zelven daarop gemaakt.

Kerkorde GKN (1892) Art. 69

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LXIX.

In de Kerken zullen alleen de 150 Psalmen Davids, de Tien geboden, het Onze Vader, de 12 Artikelen des geloofs, de Lofzangen van Maria, Zacharias en Simeon gezongen worden; ’t Gezang: o God, die onze Vader zijt, wordt in de vrijheid der Kerken gesteld, om ’t zelve te gebruiken of na te laten. Alle andere Gezangen zal men uit de Kerken weren, en waar er eenige alreeds ingevoerd zijn, zal men dezelve met de gevoeglijkste middelen afstellen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 70

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LXX.

[Alzoo bevonden wordt dat tot nog toe verscheiden gebruiken in huwelijksche zaken alomme onderhouden zijn, en nochtans wel oorbaar is gelijkvormigheid daarin gepleegd te worden, zoo zullen de Kerken blijven bij het gebruik ’t welk zij conform Gods Woord en voorgaande Kerkelijke Ordinantiën tot nog toe onderhouden hebben, totdat bij de hooge Overheid — die men daartoe met den eersten zal verzoeken — eene generale Ordonnantie, met advies der Kerkendienaren, daarop gemaakt zal zijn, tot dewelke deze Kerkenordening zich in dit stuk refereert.]

Kerkorde GKN (1892) IV.

Van de Censuur en Kerkelijke vermaning.

Kerkorde GKN (1892) Art. 71

Van de Censuur en Kerkelijke vermaning.

Artikel
LXXI.

Gelijkerwijs de Christelijke straf geestelijk is, en niemand van het Burgerlijke gericht of straf der Overheid bevrijdt, alzoo worden ook, benevens de Burgerlijke straf, de Kerkelijke Censuren noodzakelijk vereischt, om den zondaar met de Kerk en zijnen naaste te verzoenen, en de ergernis uit de Gemeente Christi weg te nemen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 72

Van de Censuur en Kerkelijke vermaning.

Artikel
LXXII.

Wanneer dan iemand tegen de zuiverheid der Leer, of vromigheid des wandels zondigt: zooverre als het heimelijk is, en geene openbare ergernis gegeven heeft, zoo zal de regel onderhouden worden, welke Christus duidelijk voorschrijft in Matth. 18.

Kerkorde GKN (1892) Art. 73

Van de Censuur en Kerkelijke vermaning.

Artikel
LXXIII.

De heimelijke zonden, waarvan de zondaar door één, en in ’t bijzonder, of voor twee of drie getuigen vermaand zijnde, berouw heeft, zullen voor den Kerkeraad niet gebracht worden.

Kerkorde GKN (1892) Art. 74

Van de Censuur en Kerkelijke vermaning.

Artikel
LXXIV.

Zoo iemand van eene heimelijke zonde door twee of drie personen in liefde vermaand zijnde, geen gehoor geeft, of anderszins eene openbare zonde bedreven heeft, zal zulks den Kerkeraad aangegeven worden.

Kerkorde GKN (1892) Art. 75

Van de Censuur en Kerkelijke vermaning.

Artikel
LXXV.

Van al zulke zonden, die van haar nature wege openbaar, of door verachting der Kerkelijke vermaningen in ’t openbaar gekomen zijn, zal de verzoening — wanneer men zekere teekenen van boetvaardigheid ziet — openbaarlijk geschieden, door het oordeel des Kerkeraads; en ten platten Lande, of in mindere steden, waar maar één Dienaar is, met advies van twee genabuurde Kerken, in zulke forme en manier als tot stichting van een iedere Kerk bekwaam zal geoordeeld worden.

Kerkorde GKN (1892) Art. 76

Van de Censuur en Kerkelijke vermaning.

Artikel
LXXVI.

Zoo wie hardnekkiglijk de vermaning des Kerkeraads verwerpt, en desgelijks wie eene openbare of anderszins eene grove zonde gedaan heeft, zal van het Avondmaal des Heeren afgehouden worden. En indien hij, afgehouden zijnde, na verscheidene vermaningen geen teeken der boetvaardigheid bewijst, zoo zal men ten laatste tot de uiterste remedie, namelijk de afsnijding, komen, volgens de forme naar den Woorde Gods daartoe gesteld. Doch zal niemand afgesneden worden, dan met voorgaand advies der Classe.

Kerkorde GKN (1892) Art. 77

Van de Censuur en Kerkelijke vermaning.

Artikel
LXXVII.

Aleer men tot de afsnijding komt, zal men de hardnekkigheid des zondaars der Gemeente openlijk te kennen geven, de zonden verklarende, mitsgaders de naarstigheid aan hem bewezen, in ’t bestraffen, afhouden van het Avondmaal, en menigvuldige vermaningen, en zal de Gemeente vermaand worden hem aan te spreken, en voor hem te bidden. Zoodanige vermaningen zullen er drie geschieden. In de eerste zal de zondaar niet genoemd worden, opdat hij eenigszins verschoond worde. In de tweede zal met advies der Classe zijn naam uitgedrukt worden. In de derde zal men de gemeente te kennen geven, dat men hem — tenzij dat hij zich bekeere — van de gemeenschap der Kerk uitsluiten zal, opdat zijne afsnijding, zoo hij hardnekkig blijft, met stilzwijgende bewilliging der Kerk geschiede. De tijd tusschen de vermaningen zal aan ’t oordeel des Kerkeraads staan.

Kerkorde GKN (1892) Art. 78

Van de Censuur en Kerkelijke vermaning.

Artikel
LXXVIII.

Wanneer iemand, die geëxcommuniceerd is, zich wederom wil verzoenen met de Gemeente door boetvaardigheid, zoo zal hetzelve voor de handeling des Avondmaals, of anderszins naar gelegenheid, tevoren der Gemeente aangezegd worden, teneinde hij ten naastkomenden Avondmale — zooverre niemand iets weet voor te brengen ter contrarie — openbaarlijk met professie zijner bekeering weder opgenomen worde, volgens het formulier daarvan zijnde.

Kerkorde GKN (1892) Art. 79

Van de Censuur en Kerkelijke vermaning.

Artikel
LXXIX.

Wanneer de Dienaars des Goddelijken Woords, Ouderlingen of Diakenen eene openbare grove zonde bedrijven, die der Kerk schandelijk, of ook bij de Overheid strafwaardig is, zullen wel de Ouderlingen en Diakenen terstond door voorgaand oordeel des Kerkeraads derzelver en der naastgelegene Gemeente van hunnen dienst afgezet, maar de Dienaars opgeschorst worden. Maar of zij geheel van den Dienst af te zetten zijn, zal aan ’t oordeel der Classe staan.

Kerkorde GKN (1892) Art. 80

Van de Censuur en Kerkelijke vermaning.

Artikel
LXXX.

Voorts onder de grove zonden, die waardig zijn met opschorting of afstelling van den Dienst gestraft te worden, zijn deze de voornaamste: valsche leer of ketterij, openbare scheurmaking, openlijke blasphemie, simonie, trouwelooze verlating zijns Dienstes of indringing in eens anderen Dienst, meineedigheid, echtbreuk, hoererij, dieverij, geweld, gewoonlijke dronkenschap, vechterij, vuil gewin: kortelijk alle de zonden en grove feiten, die den bedrijver voor de wereld eerloos maken, en in een ander gemeen Lidmaat der Kerk der afsnijding waardig zouden gerekend worden.

Kerkorde GKN (1892) Art. 81

Van de Censuur en Kerkelijke vermaning.

Artikel
LXXXI.

De Dienaren des Woords, Ouderlingen en Diakenen zullen onder elkander de Christelijke Censuur oefenen, en malkanderen van de bediening huns ambts vriendelijk vermanen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 82

Van de Censuur en Kerkelijke vermaning.

Artikel
LXXXII.

Dengenen, die uit de Gemeenten vertrekken, zal eene Attestatie of getuigenis huns wandels bij advies des Kerkeraads medegegeven worden, onder het Zegel der Kerk, of, waar geen Zegel is, van twee onderteekend.

Kerkorde GKN (1892) Art. 83

Van de Censuur en Kerkelijke vermaning.

Artikel
LXXXIII.

Voorts zal den Armen, om genoegzame oorzaken vertrekkende, van de Diakenen bijstand gedaan worden, naar discretie, mits aanteekenende op den rug van hunne Attestatie de plaatsen waar zij henen willen, en de hulpe die men hun zal gedaan hebben.

Kerkorde GKN (1892) Art. 84

Artikel
LXXXIV.

Geene Kerk zal over andere Kerken, geen Dienaar over andere Dienaren, geen Ouderling of Diaken over andere Ouderlingen of Diakenen eenige heerschappij voeren.

Kerkorde GKN (1892) Art. 85

Artikel
LXXXV.

In middelmatige dingen zal men de Buitenlandsche Kerken niet verwerpen, die een ander gebruik hebben dan wij.

Kerkorde GKN (1892) Art. 86

Artikel
LXXXVI.

Deze Artikelen, de wettelijke Ordening der Kerken aangaande, zijn alzoo gesteld en aangenomen met gemeen accoord, dat zij — zoo het profijt der Kerken anders vereischte — veranderd, vermeerderd of verminderd mogen en behooren te worden. Het zal nochtans geene bijzondere Gemeente, Classe of Synode vrijstaan zulks te doen, maar zij zullen naarstigheid doen om die te onderhouden, totdat anders van de Generale of Nationale Synode verordend worde.